Vol met alles

Hier bij Donald Judd zijn zwarte liggende strepen op wit papier geen strepen maar smalle vlakken die één voor één zijn gestapeld. Ze komen in de buurt van sculptuur, licht van gewicht en fijn.

Donald Judd, Untitled, 1980. Aquatint ets, 74,5 x 87 cm   © Collectie Gemeentemuseum Den Haag

Een blad wit papier, rechthoekig en liggend, 74,5 bij 87 centimeter. Een ruimte van papier waarop de kunstenaar een voorstelling ziet verschijnen: een symmetrisch patroon – een druk van dertien horizontale strepen in zwart, dat wil zeggen dertien keer dezelfde rechte streep, dertien keer even breed, behoedzaam samengebracht. Om deze stille rechthoek van strepen gaat een brede marge van papier. Dat verruimt de ruimte. Eén keer, toen ik langer naar de prent zat te kijken, leek het of dat patroon of de figuur van lijnen heel licht werd en aan kwam drijven, zijn plaats op het blad gevonden had en toen stil lag.

Het lijkt mij dat Donald Judd lang en zorgvuldig aan de prent gewerkt heeft. Het concept een dergelijk patroon van lijnen te willen maken, kan plotseling zijn gekomen. Dat was een gedachte. Dan volgt de uitvoering waarin dat wat bedacht werd werkelijkheid moet worden. Welk papier wordt gekozen – niet alleen de maat maar ook het gewicht en de kleur wit ervan. Is het een helder of eerder een mat wit? Dat hangt weer samen met hoe zwart de inkt zou kunnen zijn en of de druk een zwaar en compact zwart is. Een luchtiger zwart kan ook, met de contour van streep strak gelijnd. Zelfs bij een ogenschijnlijk eenvoudige prent in alleen maar zwart en wit is nog veel te overwegen.

Hij is er nu achter, schrijft Judd in november 1986 in een notitie, wat kunst is. Art is everything at once. Het lijkt me dat we die schitterende formulering niet zozeer filosofisch als wel praktisch moeten begrijpen, kunstpraktisch. Waarover beslist moet worden als een werk daadwerkelijk gemaakt wordt, valt steeds samen. Kunstwerken zijn uitzonderlijk vol met alles, daarom zijn ze intensief. Je kijkt en kijkt. Ook al lijkt het ding glashelder, toch weet je niet waar je aan toe bent.

Ook al lijkt het ding glashelder, toch weet je niet waar je aan toe bent

De prent met de dertien liggende strepen is een blad uit een serie van zes aquatinten. Per blad zien we figuurlijke variaties in een verder gelijksoortig patroon. De bladen zijn niet genummerd. Het blad met alleen de dertien horizontale strepen zie ik als het begin van de serie. Hier, met alleen gelijke horizontalen, is het het meest regelmatige patroon – strak als een toonladder. Tussen de strepen zwart blijft steeds een smalle ruimte over van het witte papier. Die tussenruimtes zijn overal gelijkelijk smal. Wat zien we verder nog en waar zou dat kijken kunnen beginnen? De uiteinden bijvoorbeeld van de horizontale strepen worden niet, zoals in een tweede blad, aan beide kanten door verticale afgesloten. Met die verticale toevoeging met gelijk zwarte strepen, links en rechts, verandert het patroon totaal van aanblik. Bij het schema van dertien liggende strepen met de uiteinden zonder twee verticale afsluitingen worden ook de smalle tussenruimtes links en rechts niet afgestopt. Ik zie ze als witte lijnen van papier. De zwarte liggende strepen zijn daarom geen strepen maar eigenlijk smalle vlakken die één voor één en heel behoedzaam zijn gestapeld. Ze komen zo in de buurt van sculptuur. Vlak na vlak na vlak – zoals ze elkaar voorzichtig in hun symmetrie vasthouden, zonder verticalen, gaan ook hun ijle contouren een rol spelen. De lijnen van die contour zijn heel fijn getrokken, kristallijn, zodat de vlakken licht van gewicht blijven. Van die dertien smalle vlakken is het zevende het middelste. Van daaruit gaat de lichte stapeling op en neer. Ze lijken te zweven boven elkaar.

Donald Judd, Untitled, 1980. Aquatint ets, 74,5 x 87 cm   © Collectie Gemeentemuseum Den Haag

Misschien verbeeld ik me dat? Het andere patroon echter, met links en rechts de strepen verticaal langs de horizontale stapeling, lijkt opvallend dichter gepakt en zwarter zelfs. Hier zijn het weer strepen. De buitenste strepen, horizontaal en verticaal, vormen rondom een zwart raamwerk om het patroon dat er nu dramatisch anders uitziet. In de zwarte, strakke omkadering bestaat het patroon (de figuur) nog maar uit elf strepen horizontaal. Die strepen zijn ingekort met links en rechts de breedte van de verticale strepen. Ook de witte tussenruimtes zijn navenant korter geworden. Het wit (van het papier) maakt geen verbinding meer met de marge rondom zoals wel in de andere prent. In het rechthoekige zwart zijn de tussenruimtes nu witte lijnen geworden die staccatostrak zijn. Zo is dit blad zwaar en compacter geworden, witte lijnen op mat zwart en de strepen onbuigzaam hard.

PS. Bij het kijken naar de prenten verdient het zeker ook aanbeveling om Donald Judd, Writings ter hand te nemen. Dit boek (New York, 2016, Judd Foundation/David Zwirner Books) is niet alleen instructief maar ook hilarisch en stug als de prenten