Jammer dat dit niet eerder kon worden opgeschreven. Dan had u nog even kunnen gaan kijken, naar de Belgisch- Nederlandse Repertoire Vereeniging De Vere. Ze stonden maar kort in de fraaie zuilenzaal van Felix Meritis aan de Amsterdamse Keizersgracht. Naast Discordia en enkele vertrouwde partners (zoals Stan en Dood Paard), waren deze keer ook Hollandia en De Tijd van de partij. Men speelde een gemengde verzameling oude en nieuwe stukken uit verscheidene repertoires. Pas als De Vere (een nom de plume van Shakespeare) voorbij is getrokken, mag het toneelseizoen plechtig voor gesloten worden verklaard.
Ze openden met een pilot- aflevering (‘piloot’ zei de Vlaamse acteur schattig) van Ons Genoegen, een soap-serie door Oscar van Woensel over een bejaardentehuis waarin de oudjes elkaar gek maken en uitmoorden. Daarna ‘bladerden’ we door de repertoires van de participerende gezel schappen. De eigenzinnige versie van Goethes Torquato Tasso van Dood Paard kwam voorbij. Kwelling van Heijermans, Bedrog van Pinter, en daar was Ibsens Kleine Eyolf, een wanhopige scene door Maureen Teeuwen en Matthias de Koning, die hevig deed terugverlangen naar de voorstelling. Maar er was meer. Het verhoor van de Duitse schrijver Bertolt Brecht door de communistenvreters van het Comite voor on-Amerikaanse activiteiten (uit 1947) werd heel nauwkeurig gereconstrueerd. Ria Eimers en Jan Joris Lamers speelden van achter een stalen katheder het prachtige interview dat Corine Koole begin mei jl. voor het Parool maakte met de kunstenaar Panamarenko: Wat bent u idealistisch. ‘Ja-ha…’ Maar? ‘Niks maar. Alsof ik me moet verontschuldigen. Het is een utopie, dat weet ik ook wel. Maar ik zie niet in wat daar tegen is.’ Het klinkt zo naief: lang leve de schoonheid. ‘Nee. Niet de schoonheid. Mooi is niet interessant. Lang leve de droom. Vanaf het moment dat alles verbonden is met de droom, wordt het vrolijker om ons heen. Humoristischer, poetischer.’
Dit kleine monument voor de droom, de humor en de poetica vormde het hart van de avond. Dezelfde krant die het interview met Panamarenko afdrukte, wist te melden dat De Vere er vooral is voor familie, vrienden en collega’s van de acteurs. Afgezien van het feit dat het me heerlijk lijkt om veel familie, vrienden en collega’s in de zaal te hebben, was de mededeling vooral bedoeld als de aanzegging van het zogenaamde artistieke bankroet van Discordia. Vier uur lang zagen we het tegendeel: acteurs die gepassioneerd toneelspelen. Het pauzenummer (een playback-bandje) was niet leuk. Als commentaar op de lollig bedoelde huisvlijt die Toneelgroep Amsterdam in De Toneelfabriek ten gehore brengt, ontlokte het me wel een brede grijns.
Teksten klonken als nieuw bij De Vere. To be or not to be, bijvoorbeeld, Hamlet, in de vertaling van Van Looy uit het begin van deze eeuw. Dat zijn de cadeaus van zo'n avond, dat je vertrouwde woorden terughoort als werden ze gisteren geschreven. Als dat elitair is, verklaar ik mijzelf bij deze tot elite.
Panamarenko: ‘De buitenwereld stoort heel erg.’ Bent u bang dat ze uw dromen zullen afnemen? ‘Nee dat niet. Maar je schiet er gewoon niets mee op. Het leidt af. Allemaal slap gedoe en pose. Stel dat ik wel ’s avonds de stad in ga, dan kom ik toch weer in een artistiek cafe terecht en dan ga ik de hele avond zitten opschep pen over wat ik doe. En vergeleken bij de verhalen van anderen over diepte van kleuren en zo klinken mijn ervaringen met schroefjes zo onnozel.’
Wie zijn de geestverwanten van Panamarenko? Onnozelaars, om een Vlamisme te debiteren: ‘Zo slim dat ze gek zijn. Zo overgevoelig dat je het liefst in een hoekje zou willen kruipen wanneer je ze tegenkomt.’ De Vere zat vol met die hoekjes. En met gekken.
Discordia Moet Blijven!