popmuziek

Vol verlangen

Third Eye Blind

In de film Yes Man (2008) met Jim Carrey zit een scène waar een wanhopige man van een hoog gebouw dreigt te springen. Carrey is een van de vele aanwezigen op de begane grond. Iemand moet de man op andere gedachten brengen, stelt een van hen. Carrey, die geleerd heeft dat hij op elke vraag en ieder verzoek positief moet antwoorden, snelt naar boven.
Als hij eenmaal naast de man staat, heeft hij geen idee wat hij moet zeggen, tot woede van de man zelf: ‘Wat ben jij hier slecht in, zeg.’ Dan ziet Carrey een gitaar staan in de huiskamer van de man. Hij pakt hem op, en richt zich opnieuw tot de man. 'I wish you would step back from that ledge, my friend’, zingt Carrey. Na een paar regels is hij de tekst kwijt. De zelfmoordenaar valt nu zelf in, en zingt zichzelf toe: 'The angry boy/ A bit too insane/ Icing over a secret pain.’ Uiteindelijk valt de menigte beneden in. In koor zingen ze de man toe: 'Everyone I know has got a reason to say/ Put the past away.’
De man bedenkt zich. Het nummer dat hem redde was Jumper van Third Eye Blind.
In 1997 waren ze heel even een van de grootste bands van de Verenigde Staten. Ze hadden vijf hits achter elkaar, en stonden in het voorprogramma van U2 en de Rolling Stones. Het knappe was dat al die hits klonken als zonnige popliedjes, maar dat er tekstueel de nodige weerhaken in zaten verstopt. Het tweede album was ook muzikaal experimenteler, en minder succesvol, het derde flopte ronduit. Daarna werd het stil rond Third Eye Blind.
Tot die film met Carrey verscheen, en nieuwe bands als Panic at the Disco in interviews en tijdens optredens hun liefde voor Third Eye Blind betuigden.
Nu is er een nieuw album, het eerste in zes jaar. Het heet Ursa Major en de band heeft het zelf uitgebracht. Geen grote platenmaatschappij gaf nog een cent voor die nineties-band met hun knappe zanger. Maar zie daar: in de Verenigde Staten kwam het op drie binnen in de album-top-tweehonderd, en Third Eye Blind trekt weer volle zalen. Voor het eerst sinds dertien jaar komen ze zelfs naar Europa.
Het is een briljant album, dat Ursa Major. Een popplaat, een commerciële popplaat zelfs, vol ambitieuze, zelfbewuste liedjes vol verlangen, met refreinen om hard mee te zingen, want ergens in zanger Stephan Jenkins schuilt een gladde pleaser. Maar het wonderlijke is dat hij zichzelf continu tegengas lijkt te geven, dat hij zijn liedjes, eenmaal af, weer door elkaar lijkt te schudden.
Zoals hij ook als tekstschrijver zich uiteindelijk overgeeft aan de zelfspot, wanneer hij het meisje bezingt dat hem inruilde voor een massagedouchekop (dat was tenminste 'a sweet reliable machine’) en aan de twijfel, wanneer hij zich in het laatste nummer afvraagt of hij niet gewoon precies is geworden als zijn ouders. Misschien ook niet.
Maar wat geeft het: 'I’m just talking to myself.’

Third Eye Blind, Ursa Major (Bertus). Third Eye Blind speelt op 8 mei in De Melkweg in Amsterdam