Het kale liberalisme van de vvd

Vol Vooruit en Doorpakken

Achter de grijns van Mark Rutte schuilt het nieuwe liberalisme van de vvd: pragmatisch en vooral gericht op het beteugelen van een dikke overheid. Vooraanstaande partijleden over de toekomst en de koers van hun partij.

Op een woensdagavond eind maart staat een lange rij auto’s geparkeerd voor café Vroeger of Later te Spanbroek in hartje West-Friesland. De bezoekers zitten binnen achter een eerste rondje drank. De dorpskroeg is vanavond door de lokale vvd-afdeling omgedoopt tot politiek café. Eregast is Fred Teeven, op dat moment nog druk in de weer als staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Met de voeten ferm op de grond en de microfoon in de rechtervuist geklemd, houdt hij zijn verhaal. Over hoe hij werkt aan een veiliger Nederland. Over hoe stevig het kabinet-Rutte in het zadel zit. (‘Ik blijf nog heel lang staatssecretaris, dat beloof ik u’). Af en toe klinkt er wat gemor uit de zaal: ruimere openingstijden voor de onder­nemers van het dorp, waar blijven die? Hogere griffierechten, is dat wel eerlijk tegenover de burger met een krappe beurs?

Teevens repliek is onomwonden. Vasthouden aan de zondagsrust is nodig om de steun van de sgp te verzekeren. En hij moet érgens het geld vandaan halen om de begroting op zijn ministerie sluitend te maken. De toehoorders knikken instemmend. Het tekent hoe de vvd zich de afgelopen tijd opstelde: bij discussies over het liberale gezicht van de partij volstond de boodschap dat wie macht wil compromissen moet sluiten.

Krap drie maanden later kijkt de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie terug op de brokstukken van een gedoogcoalitie. Terwijl het cda zijn wonden likt, lijkt de vvd nauwelijks averij te hebben opgelopen van het Catshuis-debacle. Voor afkeuring van het ongelukkige avontuur met de pvv toont de partij zich al net zo immuun als voor de kritiek op de bezuinigingen die vooral neerkomen op een lastenverzwaring voor de middengroepen. Een recente enquête onder politici van wie zestig procent denkt dat Mark Rutte straks weer in het Torentje zit, sterkt het zelfvertrouwen. Al hijgt de politieke tegenpool, de sp van Emile Roemer, in de nek.

Maar wat schuilt er achter de grijns van Rutte? En hoe verhouden de huidige partijkoers en de bezuinigingsdrift zich tot de liberale beginselen? Critici vinden dat de vvd in rap tempo inhoudsloos is geworden. De pvv-constructie getuigde van naakt pragmatisme. Bovendien is het overduidelijk dat de partij concessies doet aan het liberalisme. Ze stemde ermee in dat trouwambtenaren homoseksuele stellen konden blijven weigeren. Vorige maand schortte de partij haar steun voor schrappen van het verbod op godslastering op. ‘Hol opportunisme’ is wat de vvd onder Rutte regel­matig wordt aangewreven. En dat is pikant. Nog kort voor zijn aantreden als lijsttrekker schreef Mark Rutte opiniestukken waarin hij andere partijen van gebrek aan politieke visie betichtte. Inmiddels krijgt de vvd precies dát verwijt voor de kiezen.

Uit een rondgang langs liberalen, binnen en buiten de partij, komt een minder plat beeld naar voren. Volgens sommigen wordt er inderdaad te scheutig water bij de wijn gedaan, maar dat doet weinig af aan het zelfvertrouwen in de partij. ‘We zijn succesvol bezig het liberalisme aan te passen aan de 21ste eeuw’, is het overheersende gevoel. De partij heeft zich daarbij van alle opsmuk ontdaan. Wat telt is het temmen van overheidsuitgaven. Politieke vergezichten zoals van de vvd een ‘groenrechtse’ partij maken – iets wat Rutte in 2008 voorstelde – zijn er niet meer bij. Over ‘sociale rechtvaardigheid als kernwaarde’, ooit een van Rutte’s stokpaardjes, wordt in alle talen gezwegen.

vvd-prominent en oud-Kamervoorzitter Frans Weisglas vindt de huidige vvd wel héél pragmatisch. ‘Het debat is een beetje stilstaand water’, meent hij. ‘Maar dat zie ik ook bij andere partijen, we leven in een postideologisch tijdperk. De prioriteit ligt bij het huishoudboekje van de staat op orde krijgen. Lange tijd gingen we meer uit van bredere liberale beginselen. Nu wordt er meer gezocht naar middelen om het doel te bereiken.’

‘Ik heb Mark Rutte de afgelopen anderhalf jaar niet op een ideologisch bevlogen verhaal kunnen betrappen’, zegt Dirk Verhofstadt tijdens een gesprek in Liberaal Archief, in het hartje van een Gentse studentenwijk. ‘Ik ken hem als een denker, dus wat dat betreft had ik meer van hem verwacht.’ Verhofstadt, oprichter van de denktank Liberales, is een goede bekende van de vvd. Regelmatig verzorgt hij kadertrainingen van partijleden. ‘Alles lijkt te worden teruggebracht tot een praktische kwestie’, is zijn oordeel over de Hollandse liberalen. Hij heeft grote moeite met de vvd, vanwege het marktfundamentalisme en een te laconieke houding over de oorzaak van de economische crisis. ‘Het is fout gelopen, en dan moet je ook de schuld bij jezelf zoeken. Dat besef zie ik bij de vvd niet terug.’

Voor Frank Ankersmit, emeritus hoogleraar intellectuele en theoretische geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, was dat reden om in 2009 de partij te verlaten. ‘Alles is gericht op de economie, maar dat is een veel te beperkte blik. Je moet een onderscheid maken tussen enerzijds het kapitalistische systeem en anderzijds de handel, de banken en het bedrijfsleven. Daar zit een spanning tussen, maar dat ziet de vvd niet helder.’

‘De vvd is al vanaf haar oprichting in 1948 gefocust op de economie’, zegt Ankersmit. ‘Daarmee staat zij meer in de traditie van het defensief achttiende-eeuwse liberalisme – van laisser faire, laisser passer – dan dat van de negentiende eeuw, de tijd waarin Thorbecke met de grondwet de basis legde voor onze democratische rechtsstaat. Toen de liberalen halverwege de negentiende eeuw meer macht kregen, werden zij ambitieus om de samenleving staatkundig te hervormen. Hetzelfde zou de vvd moeten doen: het voortouw nemen om slim en creatief de vastgelopen economie te hervormen en de marktwerking anders te regelen. Daar merk ik vooralsnog weinig van. Eerder nog bij de pvda nota bene, wanneer Plasterk zegt dat we de maakindustrie weer moeten stimuleren.’

Heleen Dupuis, Eerste-Kamerlid namens de vvd, oordeelt milder: ‘We weten dat Rutte een echte liberaal is. In het liberalisme zijn weder­kerigheid en oprechtheid van belang. Juist vanuit het liberalisme kun je strijden tegen losgeslagen marktpartijen. Alleen, zodra je in de regering zit kom je als premier in een lastig parket. Ik had het allemaal wel anders gewild, de pvv is zo links als de pest, het cda is in verwarring. Maar we blijven een partij met twintig procent van de stemmen. Dan kun je onmogelijk een liberale samenleving uit de grond trekken.’

Ze voelt zich onverminderd thuis in de partij – ‘Het is een warm bad’, aldus Dupuis. Ze herkent zich in de beginselverklaring uit 2008 waar Rutte een stevige hand in heeft gehad: geestelijke en materiële vrijheid voor het individu als hoogste goed, de vrije markt als de beste garantie voor welvaart en joods-christelijke Verlichting en humanisme als ‘beschavingsfundamenten’.

Die boodschap straalt de vvd eensgezind uit. Dat heeft natuurlijk ook te maken met het leergeld dat ze betaalde voor de openlijke strijd tussen Rutte en Rita Verdonk om het fractieleiderschap, vijf jaar geleden. Nog in 2008 schreven Patrick van Schie en Gerrit Voerman in het jubileumboek Zestig jaar VVD dat de partij ‘in verwarring’ was. De partijdiscipline onder Rutte zorgt er nu voor dat de vvd naar buiten toe één gezicht toont. Economische crisis, een dalend consumentenvertrouwen en een torenhoge staatsschuld maken dat de partij dichter bij haar uitgangspunten blijft. Twijfelen aan de economische heilzaamheid van bezuinigingen – intern is er weinig behoefte aan.

Van Patrick van Schie, directeur van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de vvd, zou er wel wat meer diepgang in mogen. ‘Er is weerzin tegen debat. Maar dat constateer ik bij alle partijen’, voegt hij er luchtig aan toe. Hij zit er op een grijze skaileren fauteuil op zijn werkkamer ontspannen bij. Achter hem in de boekenkast staat de canon van het liberalisme: werken van John Stuart Mill, Adam Smith, John Locke, maar ook biografieën van Thatcher en Reagan. Op deze ochtend is het rustig op de Teldersstichting. Van Schie doet zelf open en schenkt eigenhandig de koffie in.

‘Een combinatie van klassiek liberalisme en ontplooiingsliberalisme’, zo omschrijft Van Schie de huidige ideologie van de vvd. ‘Bij het eerste staat een kleine krachtige dienende staat centraal en bij het andere ligt de nadruk op onderwijs als middel tot ontplooiing van het individu. Ik heb groot vertrouwen in Mark Rutte omdat hij deze koers door zal zetten.’ Bij het noemen van die naam glimlacht hij van oor tot oor.In de jaren voor Rutte had de partij te weinig gezicht, volgens Van Schie. Tekenend voor hem was de oude vvd-beginselverklaring uit 1980 waarin begrippen als ‘naastenliefde’, ‘menselijke waardigheid’ en ‘de sociale markteconomie’ een prominente plek hadden. ‘Die had Diederik Samsom kunnen ondertekenen. We schurkten toen bijna tegen links aan, nu is dat anders. De nadruk op het sociale is verplaatst naar prioriteit geven aan de vrije markt. De taak van de overheid is als een marktmeester monopolisten en kartelvorming tegengaan.’

Dat de vvd zich steeds meer terugtrekt op klassiek liberalisme heeft wat weg van een verdedigingsstrategie: wie in het nauw gedreven wordt, graaft zich dieper in. Voor links is de economische malaise van de afgelopen jaren een stok om liberalen mee te slaan. De staat bleek immers hard nodig om – met reddingsoperaties voor banken en fikse investeringen – een ontspoorde economie op de rails te krijgen. Maar voor de vvd geldt: de crisis heeft het geloof in de heilzaamheid van marktwerking nauwelijks aangetast. Eerder het tegendeel: de huidige economische tegenspoed is juist het gevolg van te weinig in plaats van te veel marktliberalisme, vinden ze.

‘De voornaamste oorzaak van de crisis, gretige hypotheekverstrekking in de Verenigde Staten, was een gevolg van overheidsbeleid’, stelt Van Schie. ‘Natuurlijk, de bankensector heeft een bijzondere positie, die kun je niet zomaar laten ontploffen. En dus tasten ook liberale bewindslieden in de buidel als het bancaire stelsel op instorten staat. Maar volgens de liberale uitgangspunten is banken redden eigenlijk uit den boze. Zolang de overheid klaar staat om hen te helpen, leren ze geen les.’

Dit mondiale twistpunt – heeft een teveel aan staat of een teveel aan markt de crisis veroorzaakt? – komt in alle gesprekken terug. Arend Jan Boekestijn, voormalig vvd-Kamerlid: ‘Links roept: zie je wel dat de markt niet heeft gewerkt, die heeft deze ellende gebaard, dus aanpakken het marktdenken, terug naar een sterke overheid. Maar etatisme is niet het antwoord.’

Boekestijn voelt zich met zijn diverse werkzaamheden, zoals schrijven, lezingen geven en een docentschap aan de universiteit, ‘zo vrij als een vogel’ en ‘keert zeker niet terug naar het Binnenhof’. Maar hij blijft inhoudelijk betrokken bij de partij. Hij woont in een doorsnee buitenwijk aan de rand van Leiden, in de oksel van de A44 naar Amsterdam. Een vrolijke man in een blauwe trui en op brogues. Hij zit breeduit op de bank in zijn woonkamer gevuld met Ikea-meubelen, een piano en een cello. ‘De monetaire onevenwichtigheden zijn begonnen toen in Amerika de rente laag werd gehouden, terwijl er al een begrotings- en een handelstekort was. Ook werd de scheiding tussen sparen en commercie in de bankwereld opgeheven. Tegelijk zakte het toezicht in elkaar. De staat faalde dus als marktmeester. Bij ons ging de deregulering onder de kabinetten-Paars niet gepaard met toezicht. Daarvoor trekken wij ook het boetekleed aan. Om de markt zijn werk te laten doen moet er goed toezicht op Europees niveau komen.’

‘De rol van de overheid moet worden beteugeld, niet alleen om te kunnen bezuinigen maar vooral ook omdat het mensen passief maakt’, zegt Mark Verheijen uit Venlo, waar de grootste lokale vvd-afdeling van Nederland zit. Hij is vice-voorzitter van de vvd, gedeputeerde in Limburg en geldt als een belofte in de landelijke politiek. Verheijen is de enige nieuwkomer op de vvd-kieslijst die vrijwel zeker de Kamer zal halen. Hij spreekt met aanstekelijk enthousiasme en strooit nonchalant met uitspraken van Karl Popper en Vaclav Havel. Verheijen omschrijft zichzelf als een traditionele liberaal: keuzevrijheid voor het individu en een minimum aan staatstaken zijn wat hem betreft de zaken waar de vvd voor staat. Zelf voegt hij daar nog een dosis vooruitgangsoptimisme aan toe. ‘Ik ben het hartgrondig eens met Popper dat optimisme een morele plicht is. Nederland is angstig, wat mij betreft zonder reële reden. We scoren hoog op de geluksindex, we leven nog steeds in een van de sterkste economieën ter wereld.’

Het kost weinig moeite om deze jonge man in een blauw pak, een lichtblauw overhemd en geruite das te zien als belichaming van de vvd anno 2012: opgewekt, praktisch ingesteld en met een duidelijk doel voor ogen. Een teveel aan overheid is voor hem de wortel van al het kwaad in de samenleving. ‘Als het rijk en gemeenten zich financieel ontfermen over de aanpak van problemen gaan mensen achterover leunen. Kennen jullie het plaatsje Millingen aan de Rijn? Dat is de enige gemeente in Nederland die geen subsidies uitdeelt. Daar bloeit het verenigingsleven.’

‘Decadentie’ is een woord dat regelmatig valt in het gesprek met Verheijen. ‘We lijken wel verleerd om te vechten voor ons bestaan en voor onze waarden’, zegt hij. Tekenen van verval ziet de vvd’er overal. Bij elites die niet meer voor nationale verworvenheden staan, in het politieke stelsel (‘dat er een Partij voor de Dieren kan bestaan, toont de decadentie ons van systeem’) maar vooral in een gebrekkige financiële moraal.

‘Ik kom uit een Limburgs tuindersgezin, kleine ondernemers. Iedereen bij ons weet: je kunt niet meer geld uitgeven dan er binnenkomt. Het op de pof leven, of dat nou om de overheid of om individuen gaat, is mij een gruwel.’ Zodra het geld ter sprake komt, vliegen er stevige woorden over tafel. Verheijen zegt ‘haast onpasselijk’ te worden als hij opponent Diederik Samsom hoort spreken over ‘dood kapitaal’ dat in beweging moet worden gebracht. ‘Het gaat om spaargeld van ouderen, eigen pensioenopbouw van zelfstandigen. Daar aan willen zitten, dat is pas onrechtvaardig.’Verheijen vindt de crisis een verkapte zegen. Hij buigt de woorden never waste a good crisis, de mantra waarmee de regering-Obama het casino­kapitalisme probeert aan te pakken, moeiteloos om naar de agenda van zijn partij. Het tij is wat hem betreft gunstig om een aantal gekoesterde dromen waar te maken, bijvoorbeeld op het gebied van sociale voorzieningen. ‘Te veel mensen zitten opgesloten in sociale werkplaatsen.’ Dat de vvd harteloos zou zijn, wijst Verheijen van de hand. Er gaat volgens hem een duidelijk mensbeeld schuil achter de snoeidrift van de vvd: mensen bloeien op als ze verantwoordelijkheid voor hun eigen leven krijgen.

Ook Heleen Dupuis hekelt de overbloezende overheid, ‘want door het gepamper is er in de hele samenleving – van de banken tot de zorgsector – gretigheid en grenzeloosheid ontstaan. Mensen voelen geen natuurlijke connectie met de publieke voorzieningen waar ze geld voor afstaan of geld van ontvangen. En tegelijk gedragen ze zich agressief tegen een overheid die ze verwent.’ Dupuis zet haar gedachten uiteen gezeten aan de vergadertafel in het partijgebouw in Den Haag. Op de dag van het gesprek is ze jarig, maar ze heeft het te druk om het uitgebreid te vieren. Er wacht een overleg met het curatorium van de Teldersstichting.

‘Deze maatschappij is overgereguleerd geworden, en dat ontneemt mensen vrijheden én normale verantwoordelijkheden’, stelt Dupuis. ‘De zorg is het beste voorbeeld. Per persoon wordt daar per jaar zevenduizend euro aan uitgegeven. Ik heb geen idee waar het geld blijft. Mensen willen zo veel mogelijk eten uit de ruif. Ik noem dat doorgeschoten socialisme, en dat zit tot in de haarvaten van onze samenleving.’

Zoveel wordt duidelijk in de gesprekken: ­vvd’ers hebben hun kenmerkende ­bloedhekel aan de ‘pamperende’ overheid volop in de etalage gezet. In hun strijd voor de vrijheid van het individu zijn ze meer ideologisch dan ze doorgaans wordt verweten. Er staat wat de liberalen betreft wel degelijk meer op het spel dan wat nuanceverschillen over hoe de ­problemen in Nederland aan te pakken. Ze willen af van de terreur van de middelmaat, constateren een neiging tot ‘achterover hangen’ en vinden verantwoordelijkheid dragen de beste manier om je te ontwikkelen tot een beschaafd burger. Het zijn de geloofsartikelen waarop de vvd zich heeft teruggetrokken. ‘En we zijn er natuurlijk om allerlei linkse plannetjes te remmen’, zegt Patrick van Schie.

En de vvd mag dan volgens sommigen erg pragmatisch zijn, de ambitie is groot om met volle kracht door te gaan op de weg die het kabinet-Rutte insloeg. De crisis biedt dé kans om de decennialange strijd tegen enerzijds de sociaal-democratische maakbaarheid van de samenleving en anderzijds de overheidscaritas en het subsidiëren van het middenveld van het cda door te zetten.

Joshua Livestro, medeoprichter van de Edmund Burke Stichting en vvd-lid op de rechtervleugel, plaatst de missie van Rutte in de lange weg die de vvd achter zich heeft om zich in te zetten voor de big society versus de socialistische utopie. ‘De vvd fungeerde vanaf Joop Den Uyl als rem op de socialistische agenda en de verzorgingsstaat. In de jaren negentig en 2000 is daar de klad in gekomen’, zegt hij tijdens een gesprek in Den Haag. Livestro – belijdend christen, woonachtig in Engeland – is een opvallende figuur in de partij, die staat voor een bijna thatcheriaans liberalisme. ‘Het kabinet-Rutte was een interessante poging om de erfenis van Fortuyn goed op te pakken. Het markeerde een einde van een tijdperk waarin elites met elkaar in bed lagen. Maar hervormen gaat langzaam. Het wezen van de Nederlandse democratie is dat zelfs als je meeregeert je nooit drastische stappen kunt nemen.’

‘Polderen’, zegt Livestro met een vies gezicht. ‘Een beetje sleutelen, het blijft klein bier. Het gaat erom dat de mentaliteit wordt veranderd. Het overmatige beschermen door de staat leidt tot regeldrang, bemoeizucht en dikke kleilagen aan managers. Ondertussen is de samenleving al lang bezig te veranderen. De politiek gaat van lieverlee naar een nieuw bestel, met twee duidelijke blokken, zoals in Amerika.’

Dimitri Gilissen, raadslid in de gemeente Utrecht en lid van de programmacommissie voor de aankomende verkiezingen, schetst een vergelijkbare politieke strijd. Nederland heeft last van ‘beleidsobesitas’, meent hij. Het komende verkiezingsprogramma zal dan ook in het teken staan van verder uitdijen voorkomen. Volgens Gilissen zijn vooral de modale gezinnen het slachtoffer van die dikke overheid: ‘Zij dragen de financiële last van de overheidsuitgaven.’ Deze groep verlichten heeft wat hem betreft hoge prioriteit: ‘Ze vormen de drijvende kracht van de samenleving en houden de economie draaiende.’

De programmacommissie moest flink aan de slag om het programma aan te passen aan de nieuwe realiteit, meldt Gilissen. ‘In 2010 zaten we niet midden in een Europese budgetcrisis, zoals nu. De druk om de overheidsfinanciën op orde te krijgen neemt alleen maar toe.’ Wringt de vvd zich hier niet in een onmogelijke bocht? De middenklasse sparen en tegelijkertijd flink korten op de overheidsuitgaven lijkt een haast onmogelijke opgave. Het Lenteakkoord was wat dat betreft een teken aan de wand. De btw-verhoging en het stopzetten van de reiskostenaftrek zijn precies zaken waar kleine ondernemers en modale anderhalfverdieners het meest last van hebben. Snijdt de partij niet hier juist haar eigen doelgroep in de vingers?

Ook Gilissen geeft toe dat het Lenteakkoord flink slikken was voor de vvd, maar hij verwacht dat de partij de kiezer op 12 september een alternatief bezuinigingsprogramma kan voorleggen, waarin ze met name het zorgstelsel kritisch tegen het licht zal houden. ‘De precieze uitwerking is ingewikkeld en dus is de programmacommissie volgestopt met vvd’ers die raad weten met deze puzzel.’

Vanuit zijn eigen partij krijgt Rutte in ieder geval het groene licht om straks nog harder op het liberale orgel te spelen. ‘Wij moeten in de campagne duidelijk maken dat de vvd er is om mensen van collectieve arrangementen af te helpen’, zegt Patrick van Schie. Hierin staat de vvd diametraal tegenover de grootste concurrent sp. Iedereen binnen de partij is het erover eens: het is een ramp voor Nederland als Roemer aan de macht komt. Voor de vvd blijft een afgeslankte staat het enige recept voor vooruitgang.

Waar moet Rutte straks nog meer op inzetten? Van Schie noemt het onderwijs waarbij meer ruimte voor verschil moet zijn, anders ‘raken we onze voorsprong op andere landen kwijt’. Punt twee zijn wat hem betreft de pensioenen: ‘Negentig procent van de bevolking heeft geen enkele keuze in hoe en waar ze pensioen opbouwen. Pensioengeld wordt beheerd door amateurs, zonder dat iemand bij ze weg kan lopen. Voor een liberaal is dat onverkwikkelijk.’

Dupuis hamert op het aanpakken van de zorg om de uitgaven terug te dringen. Ze stelt voor om in het verzekeringssysteem een tweedeling te maken tussen groot en klein leed. ‘Kleine pijntjes niet meer financieren via de premie, maar zelf betalen. Gezondheid moet je eigen verantwoordelijkheid zijn, tot een bepaalde hoogte, uiteraard. Je hoopt dat mensen in alle redelijkheid tot de conclusie komen om evenwichtig te leven. Voor het grote leed mag het solidariteitsbeginsel niet aangetast worden.’

Ze is voor een verzorgingsstaat light. ‘De overheid moet meer een trampoline zijn en niet een vangnet waarin je verstrikt raakt, zoals Rutte het formuleert. Maar daar horen óók klassieke liberale waarden bij, waarvan goed onderwijs de belangrijkste is’, zegt ze er nadrukkelijk bij. ‘Op school moet Bildung plaatsvinden: het accepteren van kritiek, respect tonen voor anderen, zelfvertrouwen, zodat mensen als volwassenen ook een moreel besef hebben meegekregen als ze de maatschappij in gaan. Als je jong begint met opvoeden tot verantwoord burgerschap, dan werkt dat in alles door.’

De koers, kortom, lijkt helder maar op weg naar de verkiezingen zal de partij moeten laveren tussen haar eigen Scylla en ­Charybdis. Partij­coryfeeën staan klaar om tekeer te gaan als de vvd te veel naar links of naar rechts afbuigt. Onlangs haalde Hans Wiegel hard uit: met het Lenteakkoord verkwanselt de vvd haar eigen beginselen en offert ze met ‘de dramatische nivellering’ de eigen achterban op in ruil voor de ‘Brusselse drie procent’. Types als oud-vrom-minister en wrr-raadslid Pieter Winsemius schrikken op als de vvd dreigt te marchanderen met de sociale kanten van het liberalisme.

Toch ziet het ernaar uit dat de klachten van de linkervleugel steeds minder gewicht in de schaal leggen. Dirk Verhofstadt wil de Rutte-koers nog net niet ‘onbarmhartig’ noemen, maar wel mist hij in alles het sociale gezicht, dat wat hem betreft een wezenskenmerk van het liberalisme is. ‘Het gaat me momenteel te weinig over sociale zekerheden.’ Trots doet hij de geschiedenis van de Vlaamse liberalen uit de doeken. Over liberalisme als progressieve beweging, tegen christelijke behoudzucht en tegen groepsdenken. Hij vertelt over liberale scholen en liberale vakbonden die zich inzetten voor de minder fortuinlijken. Die sociale functie zit diep in de liberale traditie, aldus Verhofstadt. Het liberalisme als emancipatiebeweging, dat is wat Verhofstadt betreft waar deze politieke stroming om draait.

Bij de vvd’ers resoneert die boodschap nauwelijks. In 2008 blokkeerde het partijcongres het voorstel om ‘het verheffen van de onderklasse’ in het beginselprogramma op te nemen. In datzelfde jaar werd de ‘hardwerkende Nederlander’ geclaimd. En die blijft een oogappel. Natuurlijk wordt er braaf gesteld dat het liberalisme van de vvd bedoeld is voor iedereen die er brood in ziet, maar uit de gesprekken blijkt dat de partij wel degelijk een doelgroep voor ogen heeft. Het woord ‘middenklasse’ valt vaak. ‘We hebben een hekel aan de graaiers aan de top en de profiteurs aan de onderkant’, zegt Mark Verheijen. Kleine zelfstandigen, gezinnen met een inkomen van anderhalf keer modaal die druk bezig zijn met banen en kinderen zijn volgens hem de electorale ruggengraat van de partij. En aan die groepen zijn uitgebreide beschouwingen over het liberalisme niet altijd besteed, meent hij.

En ergens in geloven betekent niet dat je er ook constant over moet praten, is de opvatting van Verheijen: ‘Publieke debatten voeren over koers en strategie doet een partij over het algemeen weinig goed. De bestuurlijke praktijk zal toch altijd afwijken van hoogdravende idealen.’ Daarbij, de kiezer wordt getrokken door concrete kwesties, en niet door de beginselen, stelt Patrick van Schie. Is dat te dun? Hij denkt van niet: ‘Onze kiezer houdt niet van een betuttelende overheid en het liberalisme van de 21ste eeuw gaat over meer eigen keuzen en meer verantwoordelijkheid nemen.’