Volgend jaar in jeruzalem

Komend jaar viert Israel dat Jeruzalem drieduizend jaar geleden werd gesticht. Een omstreden feest, want hoe joods is de stad eigenlijk? De inlijving door Israel in 1980 is door bijna geen staat ter wereld erkend. Ondertussen blijft Israel met grondonteigeningen dreigen, terwijl de onderhandelingen met de PLO over Jeruzalem nog moeten beginnen.
IN SEPTEMBER 1995 is het zover: ter ere van het vermeende feit dat koning David drieduizend jaar geleden Jeruzalem veroverde en tot hoofdstad van zijn koninkrijk maakte, zal dan een vijftien maanden durend feest beginnen. Een feest dat nu al wordt overschaduwd door meer actuele kwesties. Zoals het Israelische regeringsbesluit om 53 hectare grond in Oost-Jeruzalem te onteigenen - een besluit waarop men inmiddels is teruggekomen - en de mogelijke verhuizing van de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem.

Het was de voorzitter van de Republikeinen Robert Dole die onlangs het plan lanceerde om de Amerikaanse ambassade te verhuizen van Tel Aviv naar Jeruzalem. De Amerikaanse regering noemde het voorstel onverstandig, en de PLO gaf geschrokken - het plan valt immers op te vatten als een erkenning van de Israelische claim op Jeruzalem - te kennen dat ze een Arabisch-islamitische coalitie zou aangaan als de verhuizing inderdaad plaatsvindt. Maar Dole liet zich, met een verwijzing naar Jeruzalem 3000, niet van de wijs brengen: was Jeruzalem immers niet al drieduizend jaar de hoofdstad van het joodse volk? Koren op de molen van de Israelische oppositionele Likoed-partij, die bij voortduring predikt dat Jeruzalem de ondeelbare, eeuwige hoofdstad van het joodse volk is.
Op een persconferentie ter aankondiging van Jeruzalem 3000 zette de Likoed-burgemeester van Jeruzalem, Ehud Olmert, dit standpunt kracht bij door op te merken dat de Israelische claim op de stad wordt gedragen door een nationale consensus. Tegelijkertijd presenteerde hij Jeruzalem 3000 als een gebeurtenis die geheel los staat van de politiek; het ging immers om de geschiedenis van Jeruzalem, gezien vanuit de betekenis die de stad heeft in de geschiedenis van het joodse volk. Ook de perioden dat christenen en moslims in Jeruzalem de dienst uitmaakten, zullen overigens worden belicht. Jeruzalem staat immers open voor alle gelovigen: joden, christenen en moslims.
Op de vraag hoe men het samenvallen van Jeruzalem 3000 en de onderhandelingen tussen Israel en de PLO over de uiteindelijke status van Jeruzalem - die volgens het Oslo-akoord uiterlijk september 1996 zullen plaatsvinden - moest opvatten, reageerde Olmert geamuseerd. Het ging om een toevallige samenloop van omstandigheden, zei hij: niet hij, ‘de huidige rechtse burgemeester van Jeruzalem’, maar zijn voorganger, 'de gematigde, vredelievende Teddy Kollek’, plande immers in 1990 al de festiviteiten.
MERON BENVENISTI, oudgediende van de Arbeiderspartij en van 1974 tot 1979 adjunct-burgemeester van Jeruzalem, heeft weinig goede woorden over voor Jeruzalem 3000. Benvenisti: 'In Olmerts visie heeft het feestje niets met politiek te maken, omdat in zijn opvatting Jeruzalem in de politieke arena geen rol speelt. Voor hem is Jeruzalem een joodse stad. Punt. Door simpelweg het bestaan van een Arabische collectieve identiteit te ontkennen, doet hij op zijn manier aan etnische zuivering. Zijn opmerking dat het feestje niets met politiek van doen heeft, is in feite bij uitstek een politieke uitspraak.
Dat geldt ook voor zijn opmerking over de nationale consensus. Hij zegt daarmee dat slechts de joodse nationale consensus de toekomst van Jeruzalem zal bepalen, waarmee hij de Jeruzalem-kwestie uit de sfeer van de controverse haalt. Maar de vraag is natuurlijk of je hiermee het conflict over Jeruzalem kan beeindigen. Naar mijn smaak is het een egocentrische nationale consensus, die erg op de eigen groep is georienteerd en andere groepen uitsluit. Dat is geen universalisme, dat is geen humanisme, maar tribalisme. Het geplande feestje is een tribaal festival. Een gebeuren rond een totempaal, ter meerdere eer en glorie van de eigen groep. De groepspsychologie leert dat je met festivals als dat in Jeruzalem het groepsbewustzijn op een bepaalde manier aanspreekt. Daardoor creeer je een artificiele consensus waardoor mensen niet gemakkelijk meer een afwijkende opinie durven laten horen. Mensen zijn nu eenmaal bang uit de groep te worden gestoten.’
Benvenisti vindt de benaming Jeruzalem 3000 misleidend: 'Daarmee wordt gesuggereerd dat Jeruzalem drieduizend jaar geleden is gesticht, terwijl Jeruzalem in werkelijkheid ten minste duizend jaar ouder is. De naam van de stad Jeruzalem staat al op Egyptische potscherven uit 1900 v. Chr. vermeld. Ook de datum is een reconstructie, want men weet helemaal niet wanneer konig David Jeruzalem precies veroverde. Tevens wordt de indruk gewekt dat Jeruzalem na de inname van koning David joods is gebleven. Zo wordt het natuurlijk niet gebracht, omdat bekend is dat Jeruzalem sindsdien telkens in andere handen is overgegaan. Dus wordt het anders gesteld: of Jeruzalem nu wel of niet in joodse handen was doet niet ter zake, waar het om gaat is de onverbrekelijke liefde tussen het joodse volk en Jeruzalem.
Door gebruik te maken van oude symbolen wordt er een emotionele relatie gelegd tussen verleden en heden en wordt het gegeven dat koning David ongeveer drieduizend jaar geleden de stad veroverde, gebruikt om de israelische claim op Jeruzalem te versterken. Volgens mij is het doel van het festival de legitimatie van de joodse overheersing over Jeruzalem. Hiervoor wordt koning David gemobiliseerd: niet slechts als joodse koning, maar ook als schrijver van de psalmen. Hierdoor ontstaat er ook een relatie tussen koning David en meneer Olmert.’
Het Israelische regeringsbesluit om 53 hectare grond in Oost-Jeruzalem te onteigenen, bracht een kettingreactie teweeg. De PLO en de Arabische Liga dienden onmiddellijk een resolutie in bij de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties ter veroordeling van het onteigeningsplan. Tot hun woede werd de resolutie echter door een veto van de Verenigde Staten geblokkeerd. Marokko treft nu in allerijl voorbereidingen voor een Arabische top. Volgens een opiniepeiling in het grootste Israelische dagblad, Yediot Ahronot, vindt 52 procent van de Israelische bevolking grondconfiscaties in Oost-Jeruzalem onverstandig, omdat het een nadelige invloed heeft op de vredesbesprekingen met de Palestijnen. Veertig procent van de ondervraagden stemde in met onteigeningen in Oost-Jeruzalem.
Tegelijkertijd publiceerde de Israelische mensenrechtenorganisatie B'tselem een lijvig rapport waarin wordt geconcludeerd dat Israel al 28 jaar een actief beleid voert ter verjoodsing van Oost-Jeruzalem. Sinds 1967, het jaar waarin Jeruzalem als gevolg van de Zesdaagse Oorlog in Israelische handen viel, wordt ernaar gestreefd het Palestijnse bevolkingsaandeel niet boven de 28 procent te laten uitkomen door de bouwactiviteiten van de Palestijnse bevolking aan banden te leggen. Het verkrijgen van bouwvergunningen is voor de Palestijnen van Oost-Jeruzalem een moeilijke zaak met als gevolg een grote Palestijnse woningnood. Tegelijkertijd worden er enorme bedragen geinvesteerd ten behoeve van de vele nieuwe joodse woonwijken in het oostelijke stadsdeel.
JOURNALIST/ADVOCAAT Ziad Abu- Ziad, werkzaam voor de Palestijnse autoriteiten, reageert fel op de huidige ontwikkelingen. Abu-Ziad: 'Jeruzalem 3000 is een bij uitstek politieke gebeurtenis. De Israeli’s zijn hard bezig de demografische balans in de stad te veranderen. Het feest en deze politiek zijn een pot nat: het draait allemaal om de confiscatie en de verjoodsing van Jeruzalem. Deze Israelische politiek ondermijnt het vredesproces; er komt geen blijvende vrede in het Midden-Oosten als Jeruzalem onder Israelische soevereiniteit blijft. Er is afgesproken dat er over Jeruzalem wordt onderhandeld, met de bedoeling een formule te vinden die voor alle partijen acceptabel is. Als de Israeli’s op het standpunt blijven staan dat Jeruzalem een joodse stad is, lokken ze een islamitische reactie uit en zetten ze aan tot een jihad.’
Jeruzalem staat pas voor de tweede fase van de vredesonderhandelingen op de agenda, en zal uiterlijk september 1996 aan de orde komen. Verder staat er niets in het vredesakkoord. Abu-Ziad zit er dus enigszins naast als hij zegt dat volgens hem is afgesproken dat de status quo van Jeruzalem tot de onderhandelingen ongewijzigd zou blijven. De praktijk is anders: de confiscaties veranderen de status quo.
'De Israeli’s rekken aldoor tijd’, zegt Abu-Ziad, 'ze slaan zijwegen in zodat we niet aan de substantiele kwesties toekomen. We lopen nu een jaar achter op het schema. De verkiezingen waren voor vorig jaar juli gepland, daarna zou Jeruzalem op de agenda komen. De uitgestelde kwesties moeten nu worden behandeld, inclusief Jeruzalem.’
Na het gesprek met Abu-Ziad wordt bekend dat de Israelische regering het voorstel van de Palestijnen om onmiddellijk besprekingen over de definitieve status van Jeruzalem te beginnen, heeft verworpen.
PETER DEMANT, een Nederlands historicus, is werkzaam bij het Israel/Palestine Center for Research and Information (IPCRI). Deze Israelisch-Palestijnse denktank tracht allerlei constructieve plannen te ontwikkelen ter ondersteuning van het vredesproces. Demants aandacht gaat uit naar andere zaken dan de naderende festiviteiten. Demant: 'Tot ongenoegen van Likoed hebben Rabin en zijn Arbeiderspartij Jeruzalem op de agenda gezet voor de besprekingen met de PLO. Rabin heeft het natuurlijk handig gespeeld. Ondertussen werkt hij mee aan het scheppen van een onomkeerbare situatie, zodat er straks niets meer te bespreken valt.’
Op dit moment wonen er volgens Demant in Oost-Jeruzalem al meer joden (170.000) dan Palestijnen (160.000). De nieuwe joodse wijken zijn als een ring om Arabisch Jeruzalem gelegd. De bouw van de nieuwe wijk Har Homa zal volgens Demant die omsingeling voltooien, en betekent dus de doodsteek voor Arabisch Oost-Jeruzalem.
Het IPCRI heeft voor Jeruzalem een plan ontwikkeld dat ze als de enige oplossing zien, zegt Demant: 'We achten het praktisch en politiek onmogelijk om de joodse wijken van Oost-Jeruzalem te ontruimen. De PLO-eis van volledige teruggave van Oost-Jeruzalem vinden we onhaalbaar. Ons uitgangspunt is dat Jeruzalem niet opnieuw wordt opgedeeld maar dat men de stad gemeenschappelijk gaat besturen. Omdat de wijken van Jeruzalem etnisch homogeen zijn, kun je een model ontwikkelen dat uitgaat van de soevereiniteit van elke wijk. In dat geval hoort een joodse wijk bij Israel en een Arabische wijk bij Palestina. Een dergelijke benadering kan op twee manieren worden uitgewerkt: je maakt twee gemeenteraden met een sterk overkoepelend lichaam, of je kiest voor een gezamenlijke Jeruzalemse gemeenteraad met twee sub-gemeenteraden. Ons plan wordt echter steeds moeilijker uitvoerbaar en is naarmate de kolonisatie van Jeruzalem doorgaat, moeilijker aan de Palestijnen te verkopen.’
Demant constateert dat de Palestijnen zich momenteel in een zeer diep dal bevinden. 'Van dag tot dag horen we meer verontrustende berichten over een zeer wijdverspreid gevoel van frustratie en vernedering aan Palestijnse zijde. Deze stemming leeft bij zeer veel Palestijnen, inclusief vrijwel de hele Palestijnse intelligentsia. Men keert zich niet alleen tegen Israel, maar ook tegen Arafat en de Palestijnse leiding, Jordanie en de andere Arabische staten. Het effect is een herbezinning op de islam, voor veel Palestijnen de enige mogelijkheid om het eergevoel overeind te houden. Naar verluidt kunnen we binnen enkele weken weer een grote zelfmoordactie verwachten van de islamitische jihad, met als gevolg dat zich nog meer jonge Palestijnen bij deze beweging zullen aansluiten. Tegelijkertijd is Al-Fatah volledig gedemoraliseerd, daar wordt het vredesverdrag algemeen beschouwd als een volledige uitverkoop aan Israel zonder dat het de Palestijnen iets heeft opgeleverd.’
Waarom tekent Rabin een vredesverdrag met de PLO en werkt hij tegelijkertijd mee aan de kolonisatie van Oost-Jeruzalem en de omringende gebieden?
Demant: 'Ik heb hiervoor een verklaring op de korte en op de lange termijn. Volgens mij is de meest voor de hand liggende interpretatie dat Rabin tegemoet wil komen aan de verrechtsing van de publieke opinie in Israel. Rabin wil de weifelende middenmoot niet van zich vervreemden. Maar het effect daarvan is juist de versterking van rechts.
De lange-termijnredenering heeft van doen met het gegeven dat de Arbeiderspartij eigenlijk geen diepliggende ideologische controverse met de rechtse zionisten heeft. Zowel de rechtse als de linkse zionisten vinden dat heel Erets Israel, dus ook de Westoever, aan het joodse volk toebehoort. Het verschil is dat de Arbeiderspartij lang geleden heeft ingezien dat het onmogelijk is om als joodse minderheid te heersen over een ander volk, en dat je daarom tot een compromis moet komen. Zoals de nederzettingenpolitiek van Likoed tussen 1977 tot 1992 heeft aangetoond, kun je op de Westoever geen joodse meerderheid creeren. Rabin is een realist en heeft ingezien dat Jeruzalem en het gebied eromheen de enige plek is waar Israel een serieuze kans heeft een joodse meerderheid te vestigen. Tegelijkertijd beseft hij dat de Westoever moet worden opgegeven. Vandaar dat hij zich in het vredesproces met de PLO heeft begeven.
De laatste ontwikkelingen zouden echter heel goed het einde van het vredesproces kunnen betekenen. Als het vredesproces struikelt, zal het feest van Jeruzalem 3000 in het niet vallen bij de algemene politieke crisis die dan tussen Israel en de Palestijnen plus de Arabische wereld uitbarst. Dan kunnen we de vlag halfstok hangen.’
ONDERTUSSEN GAAN de voorbereidingen voor Jeruzalem 3000 onverminderd voort. Er is een indrukwekkend aantal tentoonstellingen, sportevenementen, educatieve projecten en conferenties gepland. De hoogtepunten zijn de openluchtuitvoeringen van de opera’s Fidelio van Ludwig van Beethoven en Nabucco van Giuseppe Verdi plus een spectaculair schouwspel in de oude stad onder regie van Franco Zefirelli. Koning David staat in het middelpunt van de belangstelling: vijftien chefkoks zijn ingehuurd om een twaalf-gangendiner in de stijl van het hof van koning David te serveren, sterren als Jose Carreras en Barbara Hendricks zijn gecontracteerd voor een psalmengala ter ere van koning David, de dichter.
Opmerkelijk is dat ook de Israelische toneelschrijver Yehoshua Sobol een bijdrage aan het feestprogramma levert. In 1988 veroorzaakte zijn toneelstuk Het Jeruzalem-syndroom de theaterrel van het jaar. Wat een feestje ter ere van het veertigjarig bestaan van de staat Israel had moeten worden, eindigde in een nachtmerrie. Het stuk, waarin de schuld van de vernietiging van Jeruzalem in het jaar 70 na Chr. door de Romeinen wordt toegeschreven aan de opstelling van fanatieke zeloten, werd destijds door rechtse fanatici als een directe aanval op hun politiek opgevat. Zij toverden het toneel om tot een waar slagveld, compleet met gevechten en brandbommen.
De dissidenten, dat Sobol ter ere van Jeruzalem 3000 heeft geschreven, is een vervolg op Het Jeruzalem-syndroom. De historische strijd tussen twee soorten jodendom is opnieuw het centrale thema. Ook nu staan rabbi Yochanan Ben Zakai en rabbi Shimon Ben Gamliel tegenover elkaar - het verlichte jodendom versus het nationalistisch-fundamentalistische jodendom. De dissidenten speelt evenwel niet tijdens de oorlog maar na de val van Jeruzalem, en het stuk vestigt de aandacht op het moment dat de liberale Ben Zakai zijn religieuze leiderschap kwijtraakte aan de fanatieke Ben Gamliel.
Net als Het Jeruzalem-syndroom is De dissidenten wederom een waarschuwing tegen radicalisme. Volgens Sobol is er nog altijd een situatie denkbaar waarin fundamentalisten aan Israelische of Arabische zijde een totale clash veroorzaken, waarmee het Midden-Oosten van de kaart wordt geveegd. Toch is hij optimistischer dan eertijds. Hij twijfelt niet aan de oprechte vredeswens van de Israelische leiders, en de bereidheid bij een meerderheid van de Israelische bevolking om ten faveure van vrede menig compromis te aanvaarden, zelfs met betrekking tot Jeruzalem. Sobol: 'Ik sta nog steeds op het standpunt dat er voor Jeruzalem een oplossing moet worden gezocht die voor beide partijen acceptabel is. De stad kan aan niemand toebehoren. De geschiedenis leert dat telkens als iemand de stad totaal opeiste, oorlog en destructie de uitkomst was. In dat kader geloof ik dat de viering van Jeruzalem 3000 een goede gelegenheid is om uitdrukking te geven aan de erfenis van Jeruzalem als een stad van vrede of oorlog.’