Een nieuwe preventieve oorlog

Volgende doelwit: NGO’s

De regering-Bush heeft haar volgende doelwit van een preventieve oorlog gevonden, maar het is niet Iran, Syrië of Noord-Korea. Nog niet, tenminste. Voordat ze nieuwe buitenlandse avonturen kan beginnen, heeft de Bush-bende nog wat binnenlandse orde op zaken te stellen: ze gaat die vervelende non-gouvernementele organisaties opvegen die meehelpen de wereldopinie te keren tegen Amerikaanse bommen en merken.

De oorlog tegen NGO’s wordt gevoerd op twee duidelijke fronten. Eentje koopt het zwijgen en medeplichtigheid van mainstream humanitaire en religieuze groeperingen door lucratieve wederopbouwcontracten aan te bieden. De andere marginaliseert en criminaliseert meer onafhankelijke NGO’s door te beweren dat hun werk een bedreiging is voor de democratie. Het U.S. Agency for International Development (USAID) deelt het lekkers uit, terwijl het American Enterprise Institute, de machtigste denktank in Washington DC, de roede hanteert.

Op 21 mei hield Andrew Nat sios, het hoofd van USAID, een toespraak waarin hij Amerikaanse NGO’s de mantel uitveegde omdat ze niet de rol wisten te spelen waarvan vele niet wisten dat ze die geacht werden te spelen: public relations doen voor de Amerikaanse regering. Volgens InterAction, het netwerk van 160 hulp- en ontwikkelings-NGO’s dat gastheer van de conferentie was, vond Natsios het «ergerlijk» dat verhongerende en zieke Iraakse en Afghaanse kinderen niet beseften dat ze voedsel en vaccins kregen dankzij George W. Bush. Vanaf dat moment moesten NGO’s beter hun humanitaire hulp koppelen aan het Amerikaanse buitenlandbeleid en duidelijk maken dat zij «een tak van de Amerikaanse regering» waren. Deden ze dat niet, zo berichtte InterAction, dan «dreigde Natsios persoonlijk hun contracten te verscheuren en nieuwe partners te vinden».

Voor hulpverleners zijn er zelfs nog meer voorwaarden verbonden aan Amerikaanse dollars. USAID vertelde verscheidene NGO’s die humanitaire contracten toegekend hebben gekregen dat ze niet met de media mogen praten — alle verzoeken van journalisten moeten via Washington lopen.

Veel humanitaire leiders zijn geschokt als ze horen dat hun werk wordt omschreven als «een tak» van de regering — de meeste zien zichzelf als onafhankelijk. De beste NGO’s zijn trouw aan hun doelen, niet aan landen, en ze zijn niet bang om de klok te luiden over hun eigen regering. Natsios zelf koesterde die onafhankelijkheid in zijn vorige baan als vice-president van World Vision. Tijdens de Noord-Koreaanse hongersnood aarzelde Natsios niet om zijn eigen regering te kapittelen wegens het onthouden van voedselhulp en noemde de reactie van de regering-Clinton «te traag» en haar bewering dat politiek geen factor was «totale onzin».

Verwacht zulke openheid niet van de hulpgroepen waarop Nat sios nu toezicht houdt in Irak. In deze tijd worden NGO’s geacht niets méér te doen dan zwijgend hulppakketten uitdelen met een groot «brought to you by the USA»-logo eraan — in publiek-private samenwerking met Bechtel en Halliburton, dat spreekt vanzelf.

Dat is de boodschap van «NGO Watch», een initiatief van het American Enterprise Institute en de Federalist Society for Law and Public Policy Studies dat zich richt op de groeiende politieke invloed van de non-profitsector. Het verklaarde doel van de website is om «helderheid en verantwoordelijkheid te brengen naar de groeiende wereld van NGO’s». In werkelijkheid is het een McCarthy-achtige zwarte lijst, en wordt kwaad gesproken over elke NGO die het waagt zich uit te spreken tegen het beleid van de regering-Bush of vóór internationale verdragen waar het Witte Huis tegen is.

Dit bizarre initiatief gaat ervan uit dat er iets sinisters is aan «ongekozen» groepen burgers die bijeenkomen om te proberen hun regering te beïnvloeden.

Omdat dat van het AEI komt, is dat niet zonder ironie. Raj Patel, beleidsanalist bij de NGO Food First uit Californië, zegt: «Het AEI is zelf een NGO en wordt gesteund door de machtigste bedrijven ter wereld. Ze hoeven alleen verantwoording af te leggen aan hun bestuur, waar onder anderen Motorola, American Express en ExxonMobil in zitten.»

Wat invloed betreft zijn er maar weinig die kunnen tippen aan het AEI, wier krankzinnigste ideeën vaak beleid worden van de regering-Bush. En geen wonder. Richard Perle, lid en voormalig voorzitter van het Defensiebeleid-bestuur van het Pentagon, is een AEI-fellow, net als Lynne Cheney, de vrouw van de vice-president, en de regering-Bush zit vol met voormalige AEI-fellows. Zoals president Bush zei op een AEI-diner in februari: «Op het American Enterprise Institute werken de grootste geesten van ons land aan de grootste uitdagingen voor ons land. Jullie doen zulk goed werk dat mijn regering twintig van die geesten heeft geleend.»

Met andere woorden, het AEI is meer dan een denktank — het is het outsourced brein van Bush.

Samen met Natsios’ statements markeert deze aanval op de non-profitsector de opkomst van een nieuwe Bush-doctrine: NGO’s zouden niets méér moeten zijn dan de goedhartige liefdadigheidsvleugel van het leger, en zwijgend de boel opruimen na oorlogen en hongers noden. Hun taak is niet om te vragen hoe deze tragedies voorkomen hadden kunnen worden, of om te pleiten voor politieke oplossingen. En al helemaal niet om zich aan te sluiten bij anti-oorlogs- en globaliseringsbewegingen die strijden voor echte politieke verandering.

De controlfreaks in het Witte Huis hebben zichzelf ditmaal werkelijk overtroffen. Eerst probeerden ze regeringen die kritiek hadden op hun buitenlandbeleid het zwijgen op te leggen door ze af te kopen met hulppakketten en handelscontracten. (Vorige maand zei de Amerikaanse Handelsafgevaardigde Robert Zoellick dat Amerika alleen nieuwe handelsovereenkomsten zou aangaan met landen die «samenwerking of beter bij buitenlands beleid en veiligheidskwesties» boden.)

Vervolgens verzekerden ze zich ervan dat de pers geen moeilijke vragen stelde tijdens de oorlog door journalistieke toegang te ruilen tegen redactionele controle. Nu proberen ze hulpverleners in Irak en Afghanistan te transfor meren tot publicisten voor Brand U.S.A. van Bush, ze in het Pentagon te «embedden» als reporters van Fox News.

De Amerikaanse regering wordt gewoonlijk beschreven als «unilateralistisch», maar dat vind ik niet echt heel accuraat. De regering-Bush wil het dan misschien graag op eigen houtje doen, maar wat ze werkelijk wil is legioenen van zichzelf-censurerende volgelingen, van buitenlandse regeringen tot nationale journalisten en internationale NGO’s. Dit is geen lone wolf waarmee we te maken hebben; het is een schaapsherder. De vraag is: welke NGO’s zullen de schapen gaan spelen?

Vertaling: Rob van Erkelens