‘Volgens Europeeschen normen beoordeeld’

In de Brabantse krant De Zoom uit 1933 schrijft een zojuist in Kenia gearriveerde pater van Mill Hill: ‘De tegenwoordige missie-methode geeft 'n eerste plaats aan de opvoeding van ’t kind. En terecht: Wie ’t kind heeft, heeft de toekomst.’

Medium commentaar 15 2013 ontwikkelingshulp

Het werk van deze pater in Afrika was de ontwikkelingshulp van negentig jaar geleden. Sindsdien is er veel veranderd, hetgeen al gesymboliseerd werd door te gaan spreken over ontwikkelingssamenwerking. Vorige week zette de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Lilianne Ploumen, een volgende stap. Het kabinet van vvd en pvda wil hulp, handel en investeren gaan combineren daar waar dat in de wereld kan. Niet dus in een arm land als Mali. Maar Kenia is een van die landen waar die combinatie wel zal worden ingezet.

In haar nota Wat de wereld verdient schrijft minister Ploumen onomwonden: ‘Handel en investeringen stimuleren we vooral uit eigenbelang. Waar hulp en handel elkaar raken, handelen we zowel uit solidariteit als uit welbegrepen eigenbelang.’

Voor degenen die ontwikkelingshulp vooral als iets onbaatzuchtigs zien, klinkt dat niet als muziek in de oren. Maar de wereld is veranderd. Het Kenia dat de pater van Mill Hill negentig jaar geleden leerde kennen, is al lang niet meer. Kenia is nu een land waarin de economie groeit, waarin Nederlandse bedrijven investeren en dat op gelijkwaardiger voet met Nederland wil onderhandelen.

Ploumen schrijft terecht dat de markt ‘onmisbaar is in de strijd tegen armoede’. En armoede is er ook in Kenia nog. De pvda-minister heeft dan overigens eerst opgemerkt dat de markt niet perfect is. Wie wil, kan daarin het compromis zien tussen vvd, gehecht aan handel, en pvda, gehecht aan hulp. Maar het beleid van Ploumen neerzetten als compromisbeleid, strookt niet met de werkelijkheid. Ploumen gelooft in de gecombineerde aanpak.

Directeur Farah Karimi van de hulporganisatie Oxfam Novib heeft daar juist kritiek op. Zij schrijft: ‘Wie glimlachend Nederlandse waar aan dictatoren wil verkopen kan niet tegelijkertijd lastige discussies aangaan.’ Ploumen ontkent ook niet dat er spanningen kunnen ontstaan. Maar dergelijke spanningen zijn er ook bij een bezoek van de Russische president ­Poetin aan Nederland. Wat Karimi aankaart, is een steeds terugkerend dilemma bij internationale betrekkingen. Dat hoeft echter niet tot een categorische afwijzing van de combinatie hulp en handel te leiden, wel moet het waakzaamheid tot gevolg hebben.

Die waakzaamheid geldt overigens ook als het om meer traditionele hulp gaat, gericht op directe armoedebestrijding. De Britse politicoloog James Robinson zei afgelopen dinsdag in de Volkskrant dat ook als aan hulp de eis wordt gesteld dat een land democratiseert, die eis meestal niet wordt nagekomen. En dat ook bij hulp moet worden geaccepteerd dat de elite die aan de macht is een deel van die hulp steelt. Volgens Robinson zijn dat dus geen redenen om daarom maar van hulp af te zien.

Over zijn treinreis vanaf de kust van Kenia naar zijn binnenlandse missiepost schreef de pater van Mill Hill: ‘Mijn negervolk zijn Luo-negers… Ze zijn niet heldhaftig van nature en zijn volgens Europeesche normen beoordeeld lui.’ Dat was negentig jaar geleden, andere tijden. Veranderingen in de wereld maken dat het nu tijd is om niet huiverig te zijn om in een aantal landen hulp en handel te laten samengaan.