Volk van verliezers

Het wordt steeds moeilijker te bepalen wie de overwinnaars zijn en wie de slachtoffers. Eigenlijk willen we dat ook niet, want wie oordeelt moet handelen. En ondertussen zakt de Balkan weg in maffiose invloedssferen. Verslag uit de Servische vluchtelingenstroom.
BELGRADO - Op de smalle grensweg tussen Servie en Bosnie bij Sremska Raca worden we door soldaten van de Republika Srpska met een brede armzwaai Bosnie binnengeleid. De grens, die een jaar lang grondig werd bewaakt door de Servische douane om te voorkomen dat andere dan humanitaire goederen werden uitgevoerd, is nu een grote doorvoerhaven voor vluchtende Krajina-Serviers. Ik rijd mee met een particulier hulpkonvooi dat bestaat uit zes personenauto’s en een vrachtwagen volgeladen met eten, thee, kleding en medicijnen. De goederen zijn ingezameld na een oproep van het oppositionele radiostation B92 in Belgrado om ‘zonder aanzien des persoons te helpen, zoals mensen zelf ook geholpen zouden willen worden’.

Onder de gevers zijn veel mensen die zelf uit Sarajevo zijn gevlucht. Ze zeggen dat ze niet veel hebben, maar dat ze weten hoe het is om uit je huis te worden verjaagd. Aan de actie doen inmiddels ook taxichauffeurs uit Belgrado mee. Enkele malen per dag rijden ze naar verschillende plaatsen langs de grens en zelfs over de grens met Bosnie. De emotie die iedere Servier bevangt bij het zien van de beelden van de vluchtelingen op de televisie, is het gevoel van nas, ‘ons’: het zijn onze mensen die daar lijden, het zijn onze mensen die dit is aangedaan.
Aan de overkant van de weg trekt tergend langzaam een vermoeid boerenvolk aan ons voorbij. De sigaretten en pakken melk die wij uit de ramen gooien, worden nauwelijks opgepakt. Sommigen schreeuwen: 'Verraders, we moeten jullie spullen niet!’ Het zijn vooral tractoren en opleggers die voorbijrijden. Hun land is hun ontnomen, hun werktuigen niet. Tegen de tijd dat de zon ondergaat, waan ik me in een scene uit Bertolucci’s film Novecento. Deze geslagen boeren verbergen hun woede achter hun vermoeide gezichten en als die woede niet onmiddellijk een uitweg vindt, zal zij opgezouten worden tot de tijd rijp is. Hun besef van tijd is het onze niet; zij kunnen wachten. Het is alsof de volkeren van de Balkan gevangen zijn in hun geschiedenis van strijd, als een onontkoombaar lot waarnaar ze zich maar te voegen hebben.
DE AFGELOPEN dagen viel me op dat niemand met zekerheid kon zeggen hoeveel vluchtelingen er eigenlijk onderweg waren. De aantallen varieerden van zestig- tot driehonderdduizend. Dat laatste getal verraadt de gebruikelijke Joegoslavische overdrijving, want de Krajina had ten hoogste tweehonderdvijftigduizend inwoners. Ik vroeg mijn bijrijder, een dokter, hoeveel vluchtelingen er volgens haar waren. 'Tweehonderdvijftigduizend’, zei ze gelaten. Hoeveel van hen oorspronkelijke inwoners van de Krajina waren, wist ze niet. Op schattingen gebaseerde rapporten van de Helsinki Federatie maken melding van zestigduizend Serviers die, na elders in Kroatie etnisch gezuiverd te zijn, naar de Krajina zijn getrokken en daar op hun beurt weer in huizen van weggezuiverde Kroaten zijn ondergebracht. Zijn de slachtoffers van vandaag wellicht weer de misdadigers van morgen?
Ons konvooi komt muurvast te zitten tussen de tractoren en opleggers. Aan de grens laten de autoriteiten mondjesmaat auto’s door. De geruchten dat de Serviers niet echt op hun Krajina-broeders zitten te wachten, worden hier langs de weg nog eens aangedikt. Ik hoor dat de Bosnische Serviers hun vluchtende broeders broden verkopen voor tien Duitse marken per stuk. Een liter benzine doet zeven mark, een pak sap vijf mark. De normale prijs is respectievelijk vijftig cent, drie mark en twee mark.
Op de Servische televisie worden vluchtelingenkampen getoond die 'nu nog leeg staan’, maar weinig Krajina-Serviers hebben zin om naar zo'n kamp te gaan. Wie familie in Servie heeft, wil daar meteen naar toe, maar het is onduidelijk of dat wordt toegestaan. De meeste vluchtelingen wor den naar het zuiden gedirigeerd, waardoor het gerucht ontstaat dat iedereen naar de provincie Kosovo wordt doorgestuurd. Volgens de autoriteiten is het echter bedoeld om de vluchtelingen te spreiden over gebieden waar plaats voor hen is en waar grote opvangcentra zijn gecreeerd.
Het valt te vrezen dat op iedere plek waar deze vluchtelingen zich vestigen, problemen zullen ontstaan. Ze voelen zich verraden en bestolen. Ze hebben lang geloofd in de verhalen over een toekomstig Groot- Servisch rijk en nu zitten ze met de brokken. Veel gevluchte families hebben wapens bij zich. Uit vrees voor rellen laten de autoriteiten diegenen die niet kunnen aantonen dat ze familie in Belgrado hebben, de stad niet in. Uit de noordelijke provincie Vojvodina, waar zelfs na de etnische zuiveringen van 1992 nog Kroatische families wonen, komt al het gerucht dat Kroaten hun huizen hebben moeten opgeven onder druk van Krajina-Serviers. De woordvoerders van de Kroatische minderheid in de Vojvodina spreken van honderdvijftig huisuitzettingen, maar er zijn er tot nu toe slechts twintig door een andere bron bevestigd.
DE GEDWONGEN migratiestroom legt het falen bloot van een ideologie die tot nu toe alleen maar ellende heeft veroorzaakt. De man die zich volgens de vluchtende Serviers hiervoor zou moeten verantwoorden - de Servische president Milosevic - heeft afgezien van een bliksembezoek aan Moskou al geruime tijd niets van zich laten horen. Daarnaast wordt de schuld ook gezocht bij de zogenaamde 'internationale gemeenschap’. De woede van de Serviers richt zich vooral op de Amerikanen, die in hun ogen bewust het crypto-fascistische bewind van de Kroatische president Tudjman steunen om over een bevriende bananenrepubliek op de Balkan te beschikken, en op de Duitsers, die de Kroaten om louter economische redenen van wapens voorzien.
Na het sturen van een Duits VN-contingent naar Bosnie is de positie van de Duitsers bepaald precair geworden. Om tegenwicht te bieden, is de Duitse ambassade in Belgrado begonnen aan een publicitair offensief. 'Wij begrijpen het Kroatische standpunt, maar keuren gewelddaden af’, aldus de kop boven een interview met de Duitse ambassadeur.
Joegoslaven zien de VN-troepen helemaal niet als een neutrale macht die dient om de vrede te bewaren en voedseltransporten te beschermen. Zij zien het VN-leger als een samengestelde troepenmacht die opkomt voor de afzonderlijke belangen van de deelnemende landen. Zo praten ze er ook over: 'De Britten willen dit, de Fransen dat; de Oekrainers jatten auto’s en de Duitsers willen de toeristenindustrie inpikken.’ Na de jarenlange machtspolitiek van afzonderlijke Westeuropese landen laten ze zich geen rad meer voor ogen draaien. Het subtiele punt dat de Duitsers na vijftig jaar verzoeningspolitiek ook hun steentje willen bijdragen aan de internationale inspanningen, ontgaat de Joegoslaven volledig. In hun ogen zijn de Duitsers uit op revanche. Vanwege het Duits-Kroatische bondgenootschap tijdens de Tweede Wereldoorlog en de moord op een onbekend maar groot aantal Serviers in die tijd, hangt voor de Joegoslaven rond de stilzwijgende Duitse steun aan Kroatie de geur van het concentratiekamp.
OP DE TERUGWEG vlucht een soldaat van de Republika Srpska mee in onze auto. Hij wil naar zijn vrouw en kinderen in Servie. Pas later begrijpen we dat hij groot geluk heeft dat hij met ons kan meerijden; in de chaos aan de grens wordt niet nauwkeurig gekeken wie wij in de auto hebben. Sinds zondag is de grens gesloten voor weerbare mannen uit de Servische Krajina: zij moeten zich aansluiten bij het leger van de Bosnische Serviers. Op zondag verklaart minister Jokic dat alle mannen van na 1935 die kunnen vechten, zullen worden tegengehouden of opgepakt en teruggestuurd.
Het motief hiervoor is niet duidelijk. De Servische regering pleit al een jaar lang voor vrede en probeert althans voor de vorm de Bosnische Serviers te isoleren. Het besluit is alleen maar te verklaren uit het besef dat de Serviers een ongelooflijk pijnlijke nederlaag hebben moeten incasseren. 'Eigenlijk zijn wij helemaal geen volk van veroveraars’, zegt de bekende cineast Zelimir Zilnik: 'Wij zijn een volk van verliezers. We zijn de dupe van het idee dat wij altijd maar onze vorige nederlaag moeten wreken. We compenseren onze faalangst met grootheidswaan, en die grootheidswaan veroorzaakt dan weer de volgende nederlaag.’
Veel Joegoslaven verlangen terug naar de tijd van voor de oorlog. Niet omdat ze allemaal aanhangers waren van Tito, maar omdat 'de dingen toen normaal waren’. Nor maal wil waarschijnlijk zeggen dat de historisch gegroeide vijandschap en haat onderdrukt werden. De geweldspiraal waarin Joegoslavie nu is terechtgekomen, kan alleen nog maar gestopt worden door het groeiend inzicht dat er eigenlijk niets meer te winnen valt en dat iedereen verloren heeft. Er zal waarschijnlijk niets anders opzitten dan Bosnie onder het toeziend oog van de niet-bestaande internationale gemeenschap te verdelen tussen Servie en Kroatie. De grote verliezers zijn de Bosnische moslims, maar het wordt steeds moeilijker te bepalen wie de overwinnaars zijn en wie de slachtoffers, wie schuldig is en wie onschuldig.
De Amerikaanse ambassadeur in Zagreb, Peter Galbraith, volhardt in zijn standpunt dat er bij de verdrijving van de Krajina-Serviers geen sprake is van etnische zuivering. Was dat wel het geval - zoals de Europese onderhandelaar Carl Bildt heeft geopperd - dan zouden de Amerikanen en andere geciviliseerde westerse landen die begrip voor Tudjman hebben getoond, in wezen een oorlogsmisdadiger hebben gesteund. Analisten kampen voortdurend met het feit dat ze kritische uitlatingen over een partij meteen moeten compenseren door ook kritisch te schrijven over de andere partij, anders wordt hun oordeel gekleurd genoemd. Als ik, wonend in Belgrado, iets aardigs over Serviers zeg, dan moet ik er altijd bij zeggen dat ik hun wandaden natuurlijk afkeur.
TERUGGEKOMEN IN Belgrado begrijp ik dat de opstopping aan de grens wordt veroorzaakt door boze Servische vrouwen die niet willen doorreizen zonder hun mannen. Ze zijn het vechten zat. Hun mannen denken er wellicht anders over. Velen zijn niet eens aan het front geweest. In sommige plaatsen hebben hun eigen leiders ze opgedragen te vertrekken voordat ze de kans hadden zich tegen de Kroatische aanval te verdedigen.
De ultranationalistische krant Politika Express adverteert op de televisie: 'Politika Express is anders! Politika Express laat vluchtelingen gratis adverteren!’ Het hoofdcommentaar is als rauw vlees voor de wolven: de fascistische Kroatische Ustas
De grootste fout van de 'internationale gemeenschap’ is de gedachte dat dit conflict kon worden bijgelegd met diplomatieke middelen. Daarvoor is het nodig om te bepalen waarover het conflict nu eigenlijk gaat, en dat is steeds moeilijker vast te stellen. Heden en verleden zijn hier verstrengeld in een macabere argumentendans. Voor je het weet ben je in discussie over iets wat in de veertiende eeuw gebeurde ter verklaring van het heden.
Wellicht lijden wij aan een gebrek aan historisch besef, maar het historisch besef van de Joegoslaven is zelden gebaseerd op feiten - meer op emoties die steeds weer worden overgedragen op nieuwe generaties, en die vervolgens de kracht krijgen van reele gebeurtenissen in het heden.
In de kolonne hoorde ik veel mensen om wraak roepen. Men wil wraak en men wil vrede; naar welke kant de balans zal doorslaan is nog ongewis. De geweldspiraal zal waarschijnlijk pas ophouden als niemand er meer aan kan verdienen. Als het Westen zich na een voorlopige beeindiging van het conflict walgend van de Balkan afkeert, verzekert het zich van een terugkeer van oude conflicten in de toekomst. De Balkan zal wegzakken in de invloedssfeer van het door maffiose bureaucraten bestierde, postcommunistische Rusland. Het idee bij Europa te horen, zal dan plaatsmaken voor rancune omdat men zich door Europa in de steek gelaten voelt.