Volkomen zichzelf

Wat gebeurt er met een schrijver die weet dat hij geboren werd in een wereld die door anderen werd ingericht, in een taal vooral die precies die wereld schept, een wereld die misschien vanzelfsprekend lijkt, maar het natuurlijk allerminst is? Wat als die schrijver dan ook nog eens opgroeide in het verpauperde Gent, in een communistisch arbeidersmilieu en zo met de paplepel ingegoten heeft gekregen dat de wereld zoals zij wordt voorgesteld te veel onrecht, te veel uitbuiting toelaat om juist te zijn? Hij zal proberen te ontsnappen aan alles wat hem definieert.

Zo laat het werk van Pol Hoste zich althans heel goed lezen, van De veranderingen uit 1979 tot zijn nieuwste boek, De lucht naar Mirabel, een ‘carnet’, zoals de ondertitel luidt, een aantekenboekje. Die ondertitel geeft al aan dat men hier opnieuw geen verhaal-volgens-de-regels hoeft te verwachten. Het enige dat zich laat vaststellen is dat we hier te maken hebben met een aantekenboekje van een zich 'Passant’ noemende figuur, dat wordt volgeschreven gedurende een vlucht van Zaventem via Schiphol naar Mirabel, de luchthaven van Montreal - al wordt dat boekje soms onderbroken door 'gedeelten die niet bestemd zijn voor lectuur’, door 'stemmen’ of door 'beeldopnamen’. De aantekeningen zelf vormen ook niet een keurig chronologisch verhaal, want de schrijver ervan vliegt al boven het Isle of Man terwijl hij op Zaventem een mus gadeslaat, lijkt af en toe al uit Canada teruggekeerd nog voordat hij er daadwerkelijk landt, en bovendien gaan de (vaak obligate) vliegtuigconversaties (met een Japanner over België bijvoorbeeld) plotseling over in gesprekken die elders plaatsvonden, of belanden we temidden van een oorlogsfilm op tv, thuis gezien of juist in het vliegtuig, in een commercial, in het verleden, in Los Angeles, in Gent, Tozeur, tussen de Inuit, lezen we pagina’s Engels, fragmenten Duits en Frans en hebben we het over socialisme. Polyfonie en gelijktijdigheid van het ongelijktijdige - allemaal zonden tegen Het Verhaal, maar niet ongelijk het vlooientheater in ons hoofd wanneer we met open ogen dromend achter een trein- of vliegtuigraam landschap en wolken voorbij zien trekken, af en toe onderbroken door wat in coupé of vliegtuig voorvalt: de air hostess die langskomt met doeken op een zilveren schaal. En wie zo met woorden omgaat als deze schrijver ontdekt in de air hostess natuurlijk ook de lucht-Hoste die hier aan het woord is. Dit om aan te geven dat het springerige in dit lenige boek vaak humoristisch is - de humor die ontstaat wanneer je de in de werkelijkheid geldende logica loslaat en tegelijkertijd die logica weer toepast op wat zo vrijkomt. De humor van Hoste is nooit van de werkelijk tragische, clowneske soort, maar altijd ironie. Er blijft iets of iemand op de achtergrond aanwezig die de grap van een en ander inziet. En dat geldt uiteindelijk ook voor die polyfonie in het boek, die je zou kunnen vergelijken met het breken van licht door een prisma: er blijft steeds iemand achter de stemmen die dat prisma vasthoudt. 'Ik ben al iemand anders’, staat er, en dat zinnetje is het beste bewijs dat hier iemand nog volkomen zichzelf is. Het is een andere manier om te zeggen dat De lucht naar Mirabel misschien toch wat al te gewild is en ons niet zozeer de 'andere’ werkelijkheid laat ervaren, alswel wil opleggen. Een boek dat kritisch wil zijn en het niet eenvoudigweg is. Er zit veel didactiek in het werk van Hoste, waarmee de ontsnapping aan de beregelde, 'gewone’ werkelijkheid die de auteur zelf zoekt, voor de lezer misschien te vaak een keurslijf wordt: een gedwongen overgave aan de ontregeling en aan de bedoelingen daarvan.