TELEVISIE

Volksopvoeder

De tiende van Tijl

Philip Snijder beschrijft in Zondagsgeld (over zijn Mokumse onderkantjeugd) hoe meester Zoetenbier zijn leerlingen een verrassing bereidde. Hij had zijn bandrecorder meegenomen en zei grappend te hopen dat niet de hele klas ziek zou worden van wat hij ging laten horen. Bij de orkestklanken werden prompt bekken getrokken en Jantje Hendrikse drukte het algemeen gevoel mimend uit: ‘wat een seikmesiek!’ Prachtig beschrijft Snijder de verwarde gevoelens van zijn twaalfjarige hoofdpersoon die, op straffe van hoon, niet kan laten merken hoezeer hij overweldigd is door wat hij hoort. Als hij het zijn vader voorzingt blijkt die te weten: Morgenstemming uit Peer Gynt van Grieg. De jongen is verbijsterd: 'Dat je dat wéét!’ In vaders reactie zit diens tragiek als buitenstaander in een toffe volksfamilie: 'Honderd gulden als je er op Bickerseiland ook maar één vindt die je zoiets kan vertellen.’ Niet trots maar bitter. En al kom ik dan uit 'nétte armoe’, het raakte mede door herkenning. De verpletterende indruk van nieuwe klanken en het besef dat er iets bestond dat groter was, dieper raakte dan alles wat je kende (hoezo 'distinctiedrang’?). De fysieke ervaring van genot, weemoed, pijn ineen. Het niet helemaal bij een klas horen waarin de meeste kinderen niet zouden 'doorleren’. Een meester die aan 'verheffing’ deed. Een vader wiens helden Beethoven en Tsjaikowski heetten - tussen buren en collega’s uitzonderlijk. Zestig jaar televisie en even lang cultuurpessimistische beschouwingen en jammer over verplatting en verloedering.
Maar de televisie tracht ook volksopvoeder te zijn, van Pierre Jansen tot Tijl Beckand. Gek dat Zondagsgeld me naar De tiende van Tijl dreef, maar zo ging dat wel. Was de Tijl van BNN’s De lama’s, komisch bedoeld programma dat veel meer bij Bickerseiland dan bij het Den Haag van Van Kooten en De Bie stond, toch ook, nu bij de Avro, een meester Zoetenbier? Het programma laat weinig twijfel aan Beckands liefde voor wat incorrect klassieke muziek heet en de Avro omarmde al sinds de komst van de radio de lier en waar die voor staat. Bovendien zijn de educatieve bedoelingen van het programma, uitgezonden op de jongerenzender, zonneklaar.
Andere kwestie is hóe je die liefde en overdracht vorm geeft. Tijl als presentator is al een 'statement’ en dat hij het over de Berlijnse Brandenburger Toren heeft zal zijn kijkers een zorg zijn en doet er ook weinig toe. Vaste pianiste Iris Holt kan zo de catwalk op, zoals de meeste uitvoerenden jong en good looking zijn; een popzangeres zingt Purcells afscheid nemende Dido; het tempo is hoog, het aantal onderwerpen per uitzending adembenemend. Een muziekfragment, live of op film, duurt maximaal drie minuten. De informatie spitst zich toe op emotionele toppen en dalen uit de biografie van componisten - een anekdotetrommel. Uiteraard is er een wedstrijdje: wie zingt Die hölle Rache het best - letterlijk halsbrekende acrobatiek voor amateurs. Het is een duizelingwekkend programma met een serieus thema (zoals 'revolutie’) dat dient als waslijn waaraan van alles kan worden opgehangen, van de val van de Muur tot de ontmoeting in Leiden tussen Mahler en Freud. Tijl laat op een bouwplek een trio uit Cosi fan tutte zingen. De arbeiders zijn argwanend en afwerend als ooit de klas van Snijder. Tijl biedt een bouwvakker aan er een dvd'tje van te branden. Hij bedankt even feestelijk als Jantje Hendrikse. Maar als er één kleine Philip door het programma wordt geraakt is het toch verantwoord. Het is immers ook niet bedoeld voor zelfingenomen melomanen.

De tiende van Tijl. Avro, Nederland 3, 20.25 uur, woensdags als er geen voetbal is