De crisis van het midden

Volkspartijen zonder volk

PvdA en CDA verwaarlozen hun zelfkritische vermogen, vinden Paul Kalma en Arie Oostlander. Om de teloorgang van de partijen te doorbreken, is volgens hen groot onderhoud nodig.

Medium kalma en oostlander 01

DE CENTRALE AS van het Nederlandse politieke bestel is al wat langer een versleten, krakkemikkig geval, maar nu lijkt hij definitief op breken te staan. Die as is na de Tweede Wereldoorlog tientallen jaren gevormd door de twee grote volkspartijen PVDA en CDA, met de VVD altijd dicht in de buurt. Het systeem draaide geolied om deze drie partijen, tot het revoltejaar 2002 ernstige slijtage openbaarde. Anno 2011 lijkt dat bestel met zijn vaste oriëntatiepunten en ingebakken stabiliteit definitief tot het verleden te behoren, met alle ongewisse gevolgen en risico’s op extreme uitschieters van dien.
Het CDA komt in de peilingen al lange tijd niet meer boven de vijftien zetels uit, de PVDA cirkelt rond de 25. Bij elkaar is dat een zeteltal dat in de vorige eeuw voor een van die partijen alleen al te boek stond als een minder gunstig verkiezingsresultaat.
CDA en PVDA maken beide de indruk van dolende partijen zonder leider. PVDA'er Paul Kalma somt de feilen van zijn partij op: ‘De PVDA oogt tegenwoordig meer als een marktorganisatie dan als een politieke partij, meer als een campagne- dan als een programpartij. De reclametaal heeft de plaats van de ideologie ingenomen en de band met de burgers is verwaarloosd. Niet alles gaat verkeerd, maar er is groot onderhoud nodig. Als je zoiets zegt, vindt dat op het partijbureau en in Den Haag, voorzichtig uitgedrukt, geen warm onthaal.’
CDA'er Arie Oostlander, net als Kalma oud-directeur van het wetenschappelijk bureau van zijn partij, zegt: 'De geschiedenis van de christen-democratie barst van de goede ideeën voor een betere maatschappij. Alleen ontbreekt bij het CDA het lef om daarmee voorop te lopen. En dat is helaas al lange tijd zo. Al in mijn tijd bij het Wetenschappelijk Instituut, toen we met succes intensief uit de oude traditie putten om een eigentijdse en aansprekende ideologie te formuleren, zeiden ze bij de Kamerfractie: “Tja, jullie vertegenwoordigen de partij, wij de kiezers!” En dan bedoelden ze dat ze de peilingen in de gaten hielden. Ondertussen domineerde het CDA in die jaren de politieke discussie met het concept van de verantwoordelijke samenleving. Ook buiten de partij viel dat op.’
De kritiek op de eigen partij wijst erop hoe hoog de neergang van PVDA en CDA Kalma en Oostlander zit. Hoewel beiden als directeur van het wetenschappelijk bureau van hun partij qualitate qua een wat afstandelijke en kritische rol vervulden, zijn zij ook met hart en nieren met de eigen partij en haar traditie verbonden. Na zijn directeurschap van de Wiardi Beckman Stichting (1989-2006) vervulde Kalma vier jaar het Kamerlidmaatschap. Oostlander was na zijn jaren aan het hoofd van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA (1980-1989) vijftien jaar Europarlementariër.
In hun analyse van de crisis van het politieke midden zijn zij het over lang niet alles eens, behalve dan dat deze óók uit het midden zelf voortkomt. Externe factoren, zoals verminderde partijtrouw en de opkomst van het populisme, spelen zonder meer een rol, maar ook het eigen disfunctioneren van PVDA en CDA. Vooral eenheidsdrang, een fixatie op machtsbehoud en verwaarlozing van het zelfkritisch vermogen zijn daar volgens Kalma en Oostlander debet aan. Cruciale verbindingen binnen de partijen, zoals tussen de top en de eigen denktanks, zijn zwak. Van nabij hebben Kalma en Oostlander meegemaakt hoe de Haagse geledingen van PVDA en CDA zich afsloten van intellectuele, principiële voeding. Mede daardoor zijn ze ideologisch verdord en kost het ze moeite maatschappelijke problemen te verwoorden in een politiek verhaal.

DEZE BOODSCHAP zal ook zeker terugkeren in het boek waarin Kalma de balans van zijn politieke leven opmaakt. Hij legt er deze weken de laatste hand aan. Kalma: 'Ideologie is geen hobby van huiskamergeleerden of iets vaags, zij is een middel om de dagelijkse zorgen van mensen te verbinden met politieke doelen. De zorgen zijn voor veel mensen dezelfde, de antwoorden van politieke partijen niet. Althans, dat zouden zij niet zijn als de partijen hun eigen gedachtegoed serieus zouden nemen. Maar helaas is het dood tij in dit opzicht. Nota bene in een tijd van financiële en economische crisis blijft het debat tussen de partijen steken in vragen van vooral technische aard, staat de omvang van het te bezuinigen bedrag niet ter discussie en komt de aanpak van de financiële sector op de tweede plaats. Wonderlijk dat na alle schade die het marktdenken de afgelopen dertig jaar heeft aangericht op oude voet wordt doorgegaan, zonder debat, zonder dat de principiële vraag wordt gesteld of de overheid nóg kleiner moet en of de markt zelf eigenlijk niet veel te lang als “geluksmachine” is gepresenteerd. Met de financiële crisis heeft het neoliberalisme schipbreuk geleden en toch doet het kabinet alsof er niks is gebeurd. Ik verbaas me daarover, maar ook over het gebrek aan politieke tegenspraak dat het kabinet over die struisvogelpolitiek krijgt. De bevolking als geheel moet de lasten dragen van het onverantwoordelijke gedrag van de financiële sector. De winsten zijn geprivatiseerd, de verliezen gesocialiseerd. En de partijen vragen zich geen moment af of dat wel klopt.’
Hoe ernstig moeten we dat nemen?
Kalma: 'Ik ervaar dat als een ondergraving van de democratie. Daarop spreek ik in de eerste plaats de sociaal-democratie aan, mijn eigen politieke beweging. De partij die zo'n lange traditie heeft in het denken over de economische orde en sociale vooruitgang blijft het antwoord nu goeddeels schuldig. Ook in Balkenende-IV, het vorige kabinet, heeft de PVDA zich met het grootste gemak medeverantwoordelijk gemaakt voor een grote bezuinigingslast, zonder enig voorafgaand debat. Het werd aan de experts van het Centraal Planbureau en ambtelijke werkgroepen uitbesteed. Nu moet je nooit weglopen voor verantwoordelijkheid, ook niet die voor de schatkist, maar in mijn ogen is het een dramatisch voorbeeld van politiek falen dat liberalen noch christen-democraten en sociaal-democraten in de besluitvorming over bezuinigingen een woord hebben besteed aan een fenomeen als de wanverhouding tussen publieke armoede en particuliere welvaart.
Van PVDA en CDA zou ik een andere koers verwachten. Samen met de sociaal-democratie is jouw politieke beweging, Arie, de pijler onder de sociale markteconomie, de gemengde economische orde. Ik ben erg getroffen door de kritiek van de commissie die onder leiding van Léon Frissen de verkiezingsnederlaag van het CDA evalueerde. Hij beschreef de cultuur van de CDA-top als angstig, gericht op controle, wars van debat over de eigen ideologie of koers. Wie kritisch is wordt buitengesloten. Dat is in een aantal opzichten bij de PVDA niet anders. Krampachtigheid, gebrek aan geestelijk leven. Er zijn ook inhoudelijke verschillen tussen PVDA en CDA, uiteraard. Ik hoef maar op het kabinetsbeleid van nu te wijzen. Het CDA gaat veel verder en is al langer op de neoliberale toer, hoewel uitgangspunten die mede dankzij Arie politiek zijn doordacht, zoals rentmeesterschap en solidariteit, daar haaks op staan. Waar de PVDA soms tegenstribbelend de neoliberale weg is opgegaan, is dat bij het CDA uit volle overtuiging gebeurd.’
Oostlander: 'Nou Paul, ik heb nog geen CDA'er zichzelf horen betitelen als een sociaal-liberaal. Ik ken wél menig vooraanstaande sociaal-democraat die dat doet. Ik heb wel eens tegen Felix Rottenberg gezegd: “Sticht nu niet nog een liberale partij, want we hebben er al twee en dat is meer dan genoeg!” Met alle kritiek die ook ik op het CDA heb, moet ik wel zeggen dat wij al vroeg het juiste verhaal hadden over de crisis van de verzorgingsstaat. In het debat tussen sociaal-democraten en liberalen ging het alleen om de staat óf de markt, wij daarentegen bepleitten een grotere verantwoordelijkheid van de maatschappelijke verbanden waarover de burgers zelf wat te zeggen hebben. Dat was al het verhaal van premier Lubbers. Dat was toen nieuw en wij konden dat als eersten zien, dankzij een levensbeschouwing die daarvoor de ogen opent. Aan een levensbeschouwing kun je zo moed en zelfvertrouwen ontlenen. Dat ontbreekt nu bij het CDA op nogal dramatische wijze, door de levensbeschouwelijke verwaarlozing. Hoeveel mensen van buiten het CDA zeggen niet tegen mij: “Dat was toch eigenlijk wel goed van jullie, dat verhaal over de democratisch georganiseerde, maatschappelijk geïnspireerde organisaties waarmee de burgers zichzelf kunnen besturen.” Jammer dat het CDA niet alert reageert op die kans meer aanhang voor het gedachtegoed te werven. Er is in de partij te weinig zelfbewustzijn over de filosofische inbreng die christen-democraten in deze maatschappij hebben.’

BIJ BEIDE PARTIJEN is depolitisering dus het probleem. De politici in Den Haag hebben geen verhaal over de richting die de samenleving uit moet, noch over de gewenste economische orde.
Oostlander: 'Niemand heeft er wat aan als partijen als PVDA en CDA op deze wijze teloorgaan, door ideologische armoede. Levensbeschouwingen zijn belangrijke bronnen van maatschappelijke innovatie. Laat die alsjeblieft niet onder het efficiencydenken ondergesneeuwd raken. Dat is moordend voor de levensbeschouwelijke groeperingen, als dat gaat overheersen.’
Kalma: 'Had het CDA er dan niet beter aan gedaan voor de oppositie te kiezen om van daaruit de maatschappelijke bindingen te versterken? Is dat doorregeren met Rutte nu een houding die getuigt van begrip voor de afstraffing die het CDA van de kiezers heeft gekregen?’
Oostlander: 'Nou, ik vind het een goede zaak om regeringsverantwoordelijkheid na te streven, ook al is de partij kleiner dan ooit. Wat ik wel vervelend vind, is als christen-democraten zich omwille van deelname aan de regering vergaand aanpassen aan de partij waarmee ze een coalitie kunnen vormen. Ik bewonder Maxime Verhagen om de standvastige houding die hij als minister van Buitenlandse Zaken in Balkenende-IV tegenover de oorlogsmisdadigers Mladic en Karadzic innam. Hij stelde de mensenrechten in zijn beleid centraal. Maar waarom dan nu toelaten dat dit kabinet ambassadeurs als ordinaire lobbyisten voor het zogeheten Nederlands belang beschouwt die voor de rest niet al te veel gedoe over de internationale rechtsorde moeten maken? Dat begrijp ik dan werkelijk niet. Dat is een veel te groot offer voor regeringsverantwoordelijkheid. Deelname van christen-democraten of sociaal-democraten aan de regering moet een prijs hebben. Het is heel ernstig als die prijs niets meer voorstelt en mensen geen duidelijk beeld meer hebben van het verschil dat het CDA of de PVDA in de regering maakt. Dat is dodelijk.’
Kalma: 'CDA en PVDA zijn vervreemd van hun kern. Wat ontbreekt is het gevoel van urgentie, het gevoel dat er iets op het spel staat nu de macht van de financiële markten beslissend is voor de sociaal-economische orde. We zijn in een situatie van chantage beland, zegt Bram de Swaan terecht. In de sociale markteconomie bestond er nog een verbinding tussen economische vooruitgang en een beperking van de sociale verschillen. Nu zien we precies het tegenovergestelde. De ongelijkheid groeit, met diep ingrijpende gevolgen. In The Spirit Level beschrijven de Britse epidemiologen Richard Wilkinson en Kate Pickett hoe sociale vooruitgang in een land afhankelijk is van de mate waarin de inkomens- en vermogensongelijkheid binnen de perken blijft. Landen met een relatief egalitaire inkomensverdeling, zoals de Scandinavische, scoren in alle opzichten substantieel beter, of het nu gaat om onderwijsresultaten, armoedebestrijding, obesitas of de levensduur van mensen. Streven naar gelijkheid, het oude ideaal van de sociaal-democratie, loont dus. Waarom legt de PVDA daar niet veel meer nadruk op? Waarom maken we ons hier alleen zorgen over bonussen en niet over de inkomens- en vermogensverdeling in het algemeen?’
Oostlander: 'Als één kabinet hier oog voor zou kunnen hebben gehad, dan was het wel Balkenende-IV. Ik begrijp nog steeds niet waarom de PVDA zo roekeloos met dat kabinet is omgesprongen. Nu zitten we opgescheept met een kabinet dat de oplossingen die jou voor ogen staan zeker niet zal bieden. In Balkenende-IV ontstonden de problemen zodra een compromis uit het kabinet terechtkwam bij de PVDA-fractie met al die strategen. Je struikelt in de PVDA over die lui! Zij in de eerste plaats hebben dat mooie kabinet naar de knoppen geholpen.’
Kalma: 'Dat laatste klopt helemaal niet, Arie. Het kabinet voerde na de crisis een behoorlijk conjunctuurbeleid, maar was conformistisch en op hoofdzaken besluiteloos. En het brak uiteindelijk op het wonderlijke getreiter van de CDA-top over Afghanistan.’

MAAR GELDT VOOR het CDA niet net zo goed dat de spindoctors, de mannetjesmakers en andere controlefreaks meer kapot maken dan je lief is…
Oostlander: 'Het is nooit goed als een partij vervalt in foefjes en strategietjes om verkiezingswinst te halen. Dat is vreselijk. Blijf bij je verhaal, blijf integer, schets een duidelijke koers, probeer de kiezers van de juistheid van jouw visie te overtuigen. Dát is de taak van een politieke partij, niet de kiezers naar de mond praten. In het strategisch beraad van mijn partij hebben ze nu weer Jack de Vries erbij gehaald, met zijn aanzienlijke geloofwaardigheidsprobleem als het gaat over ethiek, waarden en normen. En dat niet alleen vanwege zijn overtreding van de eigen regels van Defensie over relaties op de werkvloer, maar ook vanwege de schade die hij als spindoctor heeft aangericht. Als spindoctor heb je sowieso een probleem met integriteit, naar mijn idee, want je doet dingen die op z'n minst kantje boord zijn.’
Kalma: 'Naar mijn idee is de technocratisering, oftewel het gebrek aan politisering van de grote maatschappelijke vraagstukken een van de belangrijkste oorzaken van de populariteit van het rechts-populisme. De volkspartijen zijn het verleerd hun politieke verhaal te vertellen en dat te confronteren met het verhaal van de concurrent. Er is een gebrek aan onderlinge politieke strijd over de problemen van onze samenleving. De polarisatie in de samenleving krijgt daardoor geen afspiegeling in het parlement. De mensen herkennen de maatschappelijke tegenstellingen niet terug in de gevestigde politiek en daarvan profiteert nu het rechts-populisme. Dat geeft er wel stem aan, helaas op een brisante wijze.’
Oostlander: 'Dat gebrek aan politisering van de eigen standpunten is eigenlijk een vorm van populisme. Een populist heeft geen behoefte aan een serieus debat. Hij luistert slechts naar het gerommel in de maatschappij en stemt daarop zijn boodschap af. Het gaat hem alleen om een zo groot mogelijk electoraal effect. Kretologie heeft bij de PVV het debat vervangen. Aan de waarheid hebben ze helemaal geen boodschap. Als het maar lekker valt.’
Is niet de cruciale fout van het CDA dat het een politiek verbond met de groepering van Wilders is aangegaan? Daarmee heeft het zijn ziel verloochend. Zowel als middenpartij, door zo nadrukkelijk voor rechts te kiezen, als inhoudelijk door gemene zaak te maken met een partij die het christendom misbruikt voor een haatcampagne.
Oostlander: 'Ja, dat is natuurlijk verschrikkelijk. Dat coalitieverbond met de PVV is een soort noodgreep geweest. “Het land mot toch geregeerd worden”, om met Donner te spreken. Ik begrijp wel een beetje de redenering van de CDA-top. Men heeft gedacht die PVV'ers te kunnen inkapselen, door ze medeverantwoordelijk te maken voor de bezuinigingen en ze zo het vel over de oren te trekken. Daaruit bleek een te groot geloof in strategieën.’
En heel erg Haags gedacht. CDA'ers als Leers en Hillen rechtvaardigen de samenwerking met Wilders met het argument dat hij oog heeft voor 'de tijdgeest’.
Oostlander: 'Vreselijk. Dat was ons als kind al verboden! In de gereformeerde jongelingenvereniging zongen wij: “De tijdgeest wil ons tronen naar Mammoms hoogaltaar; we gaan het wapen scherpen, dat hem bestrijden moet!”’
Kalma: 'Ik vind dat je je iets te gemakkelijk ervan afmaakt, Arie, als je me toestaat. De PVDA zou nóóit dat verbond met Wilders zijn aangegaan, ook niet als ze in dezelfde positie als het CDA zou hebben verkeerd. Ik vind het een dramatische fout van het CDA. Het zit nu in een coalitie met een partij die alleen voor afbraak is en nooit met een constructief voorstel komt, die aantoonbaar antirechtsstatelijke trekken heeft, die haatdragende woorden gebruikt zoals islamitisch stemvee. En helaas, ik zie ook een patroon in de partnerkeuze van het CDA. Op Europees niveau heeft het CDA gekozen voor een verband waarvan ook partijen als de Forza Italia van Berlusconi deel uitmaken.’
Oostlander: 'Dat hebben we met het CDA niet kunnen tegenhouden, dat de Forza Italia tot dezelfde fractie in het Europees Parlement toetrad. Daar waren we behoorlijk upset over, totdat we de mensen van Berlusconi meemaakten. Ze wisten toeten noch blazen van politiek en ze lopen keurig in de pas met de EVP-fractie, waartoe het CDA al veel langer behoort. Ze hebben geen geprofileerde mening, dus volgen ze de grote lijn van de EVP-fractie. Dat is tot op de dag van vandaag zo.’

BESTRIJDT u hiermee Kalma’s stelling dat er een patroon is in de voorkeur van het CDA voor rechts-populisten boven partijen van linkse signatuur?
Oostlander: 'Forza Italia is gewoon een beetje lachwekkend. Wij zijn ten onrechte bang geweest voor die groep. Aan de andere kant, als ik mensen uit het onderwijsveld hoor, dan vinden zij GroenLinks en D66 nog veel erger dan Wilders. Wilders wil in elk geval het christelijk onderwijs niet de nek omdraaien. Hij beperkt zich tot de islamitische scholen. GroenLinks en D66 willen de hele handel pakken, het volledige bijzonder onderwijs.’
Kalma: 'Dan is er toch echt iets mis in Nederland!’
Oostlander: 'Zonder meer.’
Kalma: 'Dat mensen op verantwoordelijke posities GroenLinks en D66 erger vinden dan de PVV.’
Oostlander: 'Op dat punt van de onderwijsvrijheid en andere vrijheidsrechten wel, ja. Voor CDA'ers is het een verontrustend signaal wat er met de SGP gebeurt. Die partij heeft vreemde opvattingen die wij absoluut niet delen. Dat vrouwenstandpunt is belachelijk. Maar mogen zij dat dan niet meer hebben? Moet dat verboden worden? En moet een homoseksueel paar nu echt kunnen eisen dat ze een ambtenaar van de burgerlijke stand krijgen toegewezen die gewetensprobleem heeft met een homohuwelijk? Dat is toch idioot eigenlijk? Minachting voor de gewetensvrijheid is een ernstige zaak. Bij mij krijgt het loodsvogeltje het dan benauwd. Dan zit er iets gevaarlijks in de mijn. Zonder gewetensvrijheid is er geen ruimte om in je religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging af te wijken van de meerderheid. Dus ik vind dat nogal bekrompen van GroenLinks en D66. Waarom laten ze de ander niet zo veel mogelijk in zijn waarde? Ik vind dat een kwestie van beschaving.’
Kalma: 'Ik blijf dit onbegrijpelijk vinden, Arie, dat CDA'ers meer moeite hebben met GroenLinks en D66 dan met een partij die louter bezig is met afbreken, en discriminatoir handelt en spreekt. En van die ene fractie met de Forza Italia word ik ook niet vrolijk, hoezeer jij ze ook relativeert tot betrekkelijk onschuldige opportunisten. Mijn stellige indruk is dat deze samenwerking met rechts-populistische krachten louter is ingegeven door machtspolitiek, met maar één doel: de sociaal-democraten in Europa buiten de meerderheid houden.’
Oostlander: 'Daarover zijn we het wel eens. De combinatie met de PVV is afschuwelijk. Ik heb er ook tegen gestemd. Het is voor het imago van het CDA bijzonder schadelijk. Laat het maar snel afgelopen zijn. Hoopgevend vind ik wel hoe de jongeren in het CDA zich op het gedachtegoed storten, zich verdiepen in de oude bronnen en in het christen-democratische mens- en maatschappijbeeld. Het punt blijft alleen of er straks in de praktische politiek voldoende CDA'ers zijn die het lef hebben met dat denken origineel aan de slag te gaan. Dat ontbreekt te veel.’
Door de oriëntatie op de macht?
Oostlander: 'Daardoor, en door de trouw van een partijbestuur dat de top niet voor de voeten wil lopen. In mijn tijd bij het Wetenschappelijk Instituut kreeg ik vanuit het partijpresidium ook altijd het dringende advies met de publicatie van een kritisch rapport even te wachten tot na de verkiezingen.’
Kalma: 'Ik kreeg van een voorzitter het verzoek of ik het even op één A4'tje wilde samenvatten.’
CDA en PvdA zijn als maatschappij- en cultuurkritische factoren onvoldoende zichtbaar?
Oostlander: 'Ja, helaas.’
Kalma: 'Ze zijn wat dat betreft op de achtergrond geraakt.’
Oostlander: 'Het verhaal is compleet aanwezig, het wordt door onze politici alleen niet verteld. Dat geldt voor het CDA en dat geldt voor jouw partij, Paul.’