Volkswoede in versnipperd Bosnië

Sarajevo – Het centrum van de Bosnische hoofdstad heeft alle kenmerken van een revolutie. Zwartgeblakerde overheidsgebouwen met dichtgetimmerde ramen. Politieagenten zijn bang en geagiteerde jongeren bespreken de snelste weg naar een beter leven. De onvermijdelijke conclusie: alles moet weg.

Sommigen stellen officiële wensenlijstjes op: stroomlijning van het bestuur, korting van de ministerssalarissen, vorming van een géén-partijenregering. Anderen houden het bondiger: ‘U werkt voor ons en u wordt ontslagen’, schrijft een vrouw op een stuk karton.

De ingrediënten voor een Bosnische lente zijn ruimschoots aanwezig. Dat zijn ze al jaren. Het huidige systeem van politieke patronage heeft een te grote groep van verliezers gecreëerd en het is een kwestie van tijd eer die mensen verandering afdwingen. Bosnië, zo hoor je keer op keer, heeft al veel te lang liggen slapen.

Maar die lente is al eerder verkondigd en toch kwamen de wolken weer terug. Afgelopen zomer verzamelden zich ook duizenden mensen voor het parlement om de volksvertegenwoordigers ‘ontslag te verlenen’. Deelnemers glommen van trots dat ze deel konden uitmaken van een beweging waarin ze konden geloven, een die de etnische tegenstellingen in het land kon overstijgen. Maar die protesten strandden op de pantserhuid van de vele regeringen die het versnipperde Bosnië rijk is. Een paar concrete concessies haalden de angel uit de protesten.

Is het deze keer anders? Politieke leiders vallen in elk geval gemakkelijker om. Diverse regioregeringen stapten al op. Maar weinig wijst erop dat er vervangende kandidaten zijn die wel het vertrouwen van de demonstranten kunnen krijgen. En de protesten blijven deze keer beperkt tot de Moslim-Kroatische Federatie. De Servische Republiek, de andere helft van het land, is opmerkelijk rustig. En wie Bosnië wil hervormen, heeft beide deelstaten nodig. Desondanks maken gezagsdragers zich zorgen. Valentin Inzko, de internationale toezichthouder op Bosnië, noemt de crisis de ergste sinds het einde van de oorlog in 1995. In een veelbesproken opmerking die hij onderhand zal berouwen opperde hij zelfs de theoretische mogelijkheid dat Europese troepen het land zouden kunnen stabiliseren.

Ook Bosnië’s buren zijn er niet gerust op. De premiers van Kroatië en Servië waren er snel bij om hun verwanten in Bosnië op te roepen tot kalmte. Dat leidde weer tot woedende reacties van moslimpolitici, die niet zitten te wachten op inmenging van de buren. En zo dreigen de nationale tegenstellingen de sociale kwesties weer te overstijgen. ‘Nationalisme’, bromt een demonstrant. ‘Dat blijft een probleem.‘