Volleerd apparatsjik

Het is een boek met vele gebreken, maar toch tekent Leo Molenaar met zijn stalinistische wijze van geschiedschrijving een duidelijk beeld van de man en de politicus Marcus Bakker. Een rascommunist die zich altijd volledig aan zijn omgeving aanpaste.

Medium marcusb

Laten we eerlijk zijn: is er voor een biografie van iemand die zijn hele werkzame leven een communistische partijfunctionaris is geweest eigenlijk een idioter titel denkbaar dan Nooit op de knieën? Een communistische partij was immers geen club van mensen met gedeelde idealen en opvattingen, die probeerden zo veel mogelijk van hun doelstellingen te realiseren. Dit soort partijen maakten deel uit van een wereldwijde beweging die zichzelf beschouwde als de voltrekker van de geschiedenis, waarvan het eindstation op ‘wetenschappelijke’ wijze was vastgesteld door Marx en Engels en waarvoor Lenin een organisatiemodel en strategie had bedacht waarmee diezelfde geschiedenis een handje geholpen kon worden. Idealisme en moraal waren ‘burgerlijke’ flauwekul, het ging erom de mensheid zo snel mogelijk het paradijs van de klassenloze samenleving in te jagen. Tegenstanders moesten op de knieën, of als de omstandigheden dat noodzakelijk maakten uit de weg geruimd, en communisten die in conflict kwamen met hun partij moesten ook op de knieën.

Niettemin heeft Leo Molenaar zijn biografie van Marcus Bakker, een kwart eeuw Tweede-Kamerlid van de Communistische Partij Nederland, deze titel gegeven. Dan ben je of een naïeve buitenstaander, of een (voormalige) communist die de hoofdpersoon en de partij een zekere mate van respectabiliteit wil geven. Molenaar was van 1974 tot de opheffing in 1991 lid van de cpn en maakte de laatste elf jaar deel uit van het partijbestuur. Geen naïeve buitenstaander dus en het is duidelijk dat hij van mening is dat Bakker ons respect verdient.

Gelukkig legt Molenaar de lezer al snel uit waar zijn titel vandaan komt. Bakkers oudste dochter, Marisca Milikowski, vertelde ooit de anekdote dat zij en haar vader tijdens een bezoek aan New York werden aangeklampt door een bedelaar die op zijn knieën viel en om een aalmoes smeekte. Hierop pakte Bakker de man bij zijn kraag, trok hem overeind en sprak hem streng toe: ‘Don’t kneel! Never kneel!’ Het is een mooi verhaal, en het is begrijpelijk dat de dochter trots was op haar vader. Maar is Marcus Bakker hiermee ook juist getypeerd? Was hij werkelijk iemand die nooit op de knieën ging, en heeft hij anderen nooit op de knieën willen dwingen?

Wie iets weet van de geschiedenis van het communisme in het algemeen en de CPN in het bijzonder weet dat dit een tamelijk ongelukkige titel is. Eigenlijk is dit wel typerend voor dit boek, dat ook in tal van andere opzichten vrij ongelukkig is. Om te beginnen is het vrij moeizaam geschreven, met soms rare zinnen (zo wordt de partij ‘in haar grondvesten geschokt’) en is de compositie vaak wonderlijk. Zo worden er eindeloos allerlei correspondenties samengevat en wordt er ineens een interview met Ed van Thijn afgedrukt dat niet minder dan vier bladzijden beslaat. Daarnaast zijn er veel slordigheden en foutjes. Molenaar denkt bijvoorbeeld dat concentratiekamp Dachau in Polen lag en dat de vader van Marcus Bakker het in de crisisjaren bekende rijmpje over premier Ruys de Beerenbrouck (die de centen zoek maakte) bedacht heeft.

Maar goed, dit is allemaal niet rampzalig, al kun je je wel afvragen of dit ook niet iets te maken heeft met het feit dat Molenaar veel relevante literatuur niet gebruikt heeft. Uit het hoofdstuk over Bakkers jeugd blijkt dat hij zich niet erg heeft verdiept in de geschiedenis van de Zaanse arbeidersbeweging, zodat de lezer bijvoorbeeld ook niet te weten komt dat Bakkers vader in de jaren dertig afdelingsvoorzitter van de sdap was en in deze hoedanigheid in conflict kwam met de wethouders van zijn eigen partij. Ook bij zijn beschrijving van de heftige partijstrijd aan het einde van de jaren vijftig laat Molenaar veel literatuur buiten beschouwing, wat tot een zeer eenzijdige interpretatie leidt.

Ook doet hij de waarheid geweld aan wanneer hij suggereert dat de cpn in 1953 heel adequaat reageerde op de watersnoodramp, terwijl auteurs als Arnold Koper en Ger Verrips hebben laten zien dat het optreden van de communisten toen buitengewoon sektarisch was. Soms is Molenaars onwetendheid wel grappig, bijvoorbeeld als hij noteert dat de VS in 1977 meedeelden dat ze de zogenoemde ‘neutronenbom’ gingen ontwikkelen: ‘Dit besluit vond een getergde cpn op zijn pad.’ Dat doet natuurlijk denken aan die grapjes van de olifant en de muis, maar ernstiger is het dat hij ten onrechte suggereert dat dit een geheel eigen initiatief van de cpn was en de rest van de wereld pas wakker schrok toen haar gestaalde kaders de straat op gingen.

Marcus Bakker en Leo Molenaar hebben beiden de kunst van het jij-bakken tot het uiterste geperfectioneerd

Hoezeer Molenaar de stalinistische wijze van geschiedschrijving heeft geïnternaliseerd blijkt echter het duidelijkst uit zijn behandeling van het conflict uit de jaren 1956-1958, en de rol van Bakker hierin. De motieven van tegenstanders worden stelselmatig in twijfel getrokken en er wordt vooral veel gesuggereerd en geïnsinueerd. Over de belangrijkste tegenstanders van partijleider Paul de Groot – Gerben Wagenaar en Henk Gortzak – kom je weinig concreets te weten, maar uit de verspreide opmerkingen rijst wel een heel negatief beeld op. Waar bij linientreue partijgenoten wordt benadrukt dat ze in het verzet heel dapper waren geweest, wordt dit van de opposanten niet gezegd.

Molenaars grootste onthulling is dat niet Bakker maar De Groot de auteur is van het beruchte ‘rode boekje’, waarin het oorlogsverleden van de opposanten werd zwartgemaakt, zij het dat de eerste daar wel het materiaal voor aanleverde. Waarom Bakker zich het auteurschap liet aanleunen wordt niet helemaal duidelijk, maar volgens Molenaar had hij nu eenmaal een enorme hekel aan het herlezen van zijn eigen werk en het ‘herkauwen’ van zaken uit het verleden. Dat ‘herkauwen’ zou je ook ‘kritische reflectie’ kunnen noemen en dat is iets waar zowel biograaf als gebiografeerde blijkbaar een broertje dood aan had. Doodleuk schrijft Molenaar dat Bakker in 1990, na het openstellen van Russische archieven, eerlijk erkende dat de massamoord bij Katyn, waarbij ruim twintigduizend Poolse officieren en intellectuelen met een nekschot waren afgemaakt, niet het werk van de nazi’s maar van de sovjets was. Alsof vóór 1990 daar ook maar één serieuze historicus aan twijfelde.

Ook lijken Molenaar en Bakker zich geen seconde te hebben afgevraagd of er misschien toch iets mis was met de communistische ideologie en met het marxisme dat daaraan ten grondslag lag. In plaats daarvan hebben beiden de kunst van het jij-bakken tot het uiterste geperfectioneerd. Waar Bakker alle kritiek op communistische regimes altijd afdeed met verwijzingen naar wat er in het ‘Westen’ niet pluis was, doet Molenaar alsof het er in de andere Nederlandse partijen ook allesbehalve democratisch aan toe ging. In zijn optiek was iemand als Drees een even autoritaire figuur als Paul de Groot.

Ondanks al deze gebreken laat Molenaar wel duidelijk zien wat voor man en politicus Marcus Bakker was. Als volleerd apparatsjik, die zo uit de schoolbanken partijfunctionaris was geworden, paste hij zich altijd volledig aan zijn omgeving aan. Zodoende werd hij een zeer gewaardeerd parlementariër – die met zijn sarcasme en gesneer echter ook als een voorloper van Wilders kan worden gezien – en was hij binnen de partij de meest slaafse paladijn van Paul de Groot. Hij schreef achterbakse rapportjes, dwong mensen ‘zelfkritiek’ te leveren en bejubelde elke onverhoedse koerswijziging als een geniale zet. Onthullend is wat Molenaar schrijft over De Groots poging in 1977, na de desastreuze verkiezingsnederlaag waarbij de partij van zeven naar twee zetels tuimelde, om de hele partijtop aan de kant te zetten. Bakker had zich hier al bij neergelegd, maar pas toen Henk Hoekstra en de gebroeders Wolff zich verzetten, durfde hij de oude partijleider ten val te brengen. Hoezo ‘nooit op de knieën’?


Medium marcus bakker

Leo Molenaar, Nooit op de knieën: Marcus Bakker (1923-2009), communist en parlementariër. Balans, 400 blz., € 22,50


Beeld: Marcus Bakker op een verkiezings- bijeenkomst van de CPN, 1970 (Spaarnestad Photo / HH)