Bericht uit Beieren, het belegerde paradijs

Völlig aus der Fugen

De viering van 25 jaar eenheid in Duitsland is overschaduwd door de toestroom van vluchtelingen. De welkomstcultuur van begin september is omgeslagen in twijfel. ‘Onze Leitkultur mag niet ter discussie staan.’

Medium anp 34018418

Een Berlijns echtpaar nam vorige maand drie Syrische jongemannen op voor een nacht. De vrouw zei daarna tegen haar man: ‘Wel raar eigenlijk, zij hebben allen een smartphone, die wij niet eens hebben.’ Hij: ‘Ja, maar zij moeten Duitsland er nog mee zien te vinden. Wij zijn er toch al?’ Of dit een voorbeeld van zelfgenoegzaamheid is? In elk geval weet iedere nooddruftige het land dankzij de smartphone en het gerucht, en gedreven door de omstandigheden thuis, inderdaad feilloos te vinden.

De dolenthousiaste Duitse Willkommenskultur van de eerste twee weken in september is inmiddels omgeslagen in twijfel. Was het geen wensdenken wat bondskanselier Angela Merkel op 5 september zei over de wassende toestroom van vluchtelingen, namelijk dat er qua aantal aan politiek asiel grondwettelijk ‘geen bovengrens’ is? En over hun opvang – ‘Wir schaffen das’?

De omslag van euforie naar twijfel valt uitgerekend in een periode waarin herdacht zou gaan worden dat de twee Duitslanden op 3 oktober precies 25 jaar één land vormen, met één grens. Zodat in elk geval wat de ligging van het land betreft geen onduidelijkheid meer bestaat. De waardering van de afgelopen kwart eeuw Einheit bij de geleerden, politici en commentatoren van nu is vrijwel eensluidend: ‘Niet helemaal perfect, maar wel zeer gelukt.’ Als het gaat over de vluchtelingen die al naar Duitsland zijn gekomen en nog onderweg zijn – men is nu officieel de tel kwijt, anderhalf miljoen worden het er dit jaar, zo is de laatste schatting – klinkt sinds medio september een heel ander geluid, dat van toenemende zorgelijkheid en zelfs Angst over het aantal, en over de misplaatste ‘morele superioriteit’ van domineesdochter Merkel en president Joachim Gauck, voormalig dominee, beiden afkomstig uit de voormalige ddr. Alleen de Grünen protesteren nog tegen bepaald woordgebruik, zoals ‘de stroom kanaliseren’: ‘Mensen zijn geen natuurrampen!’ Op hun beurt willen zij wel ‘een dam’ opwerpen tegen de Ausländerfeindlichkeit die intussen dit jaar al voor meer dan tweehonderd aanslagen op asielzoekerscentra heeft gezorgd, waarvan die in Heidenau tot nu toe de bekendste is.

De Dichter und Denker zijn uitermate kritisch. Hans Magnus Enzensberger, intussen 85 jaar oud, verklaart niet tegen forse immigratie te zijn, ‘maar het zou wel goed zijn geweest als iemand me dat even had gevraagd’. Het ondemocratische van Merkels uitspraak – of verordening – dat Duitsland ‘een ander land zal worden’ hekelt ook filosoof Rüdiger Safranski. Sterker, hij oordeelt: ‘De politiek heeft besloten dat Duitsland onder water wordt gezet.’

De deelstaat waar alle routes van vluchtelingen uit Afrika en het Midden-Oosten, alsmede de Balkanezen, uiteindelijk uitkomen heet Beieren. Ik was er veel de afgelopen maanden. Beieren is – afgezet tegen de ellendebeelden op tv van de chaos in zovele delen van de wereld – een postmodern paradijs. En München is er het rijke en zelfbewuste centrum van. Ooit was de stad het hart van de bruine beweging, nu is München een spd-eiland in de conservatieve csu-zee onder leiding van minister-president Horst Seehofer. Hij werpt zich steeds meer op als de man met een andere visie op Duitsland dan de leider van zijn coalitiegenoot cdu, Angela Merkel.

München is ook de stad van de links-liberale dichter en essayist Hans Magnus Enzensberger, tevens meester van de laconieke ironie, maar intussen wel een ziener in maatschappelijke zaken. Neem zijn bundel Mittelmass und Wahn uit 1988, uit de tijd dus van vlak voor de val van de Muur. Dat was volgens hem een even welvarende als saaie en apolitieke tijd: ‘Lechts und rinks sind, wie der Dichter sagt, reicht zu velwechsern.’

De marxisten en terroristen hadden geen gelijk gekregen, en de oerconservatieven ook niet: de doorsnee Duitser was gewoon zijn eigen steeds voorspoediger gang gegaan, wars van al die indianenoorlogjes tussen Geist und Macht. Het enige wat men gezien het naziverleden nog kon en wilde doen, was het eigen geluk ontkennen. Daarin lag nog een rest van collectieve schaamte. De mentaliteit in zijn toenmalige land vatte Enzensberger als volgt samen: ‘De Bondsrepubliek is, in één woord, doorsnee en top tegelijk. Daar spruit haar zelfbewustzijn uit voort, dat zich meer aan export- dan aan grondwetsartikelen oriënteert. Men zou in dit opzicht eerder van een Lufthansa- of Mercedes- dan van een grondwetspatriotisme kunnen spreken. Daarmee verwerkelijkt de West-Duitse maatschappij een logische paradox: de overdreven middelmaat, de hyperbolische normaliteit.’

Een jaar later viel de Muur. En weer een paar jaar later volgden de neonazistische aanslagen op panden waar buitenlanders woonden: Hoyerswerda, Rostock, Mölln en Solingen, allemaal in ‘het oosten’ van het nieuwe Duitsland. Enzensberger, die tot dan had geweigerd optimistisch of pessimistisch te zijn, werd op slag fatalistisch. Hij schreef er een essay over: Aussichten auf den Bürgerkrieg (1992). Zoals wel vaker is het in hectische tijden goed om oude teksten te herlezen. ‘We kijken naar de wereldkaart. We lokaliseren de oorlogen in verre gebieden, met name in de Derde Wereld. We spreken van onderontwikkeling, niet-gelijktijdigheid en fundamentalisme. We denken dat deze onbegrijpelijke strijd zich ver van ons afspeelt. Maar dat is zelfbedrog. In werkelijkheid is de burgeroorlog al lang in de metropolen.’ Enzensberger beschreef een wereld waarin oorlogen tussen landen hebben plaatsgemaakt voor die tussen rassen, bendes en toevallige passanten. Het boek werd slecht onthaald. ‘Enzensberger capituleert’, schreef een Nederlandse recensent.

Hoe de ‘exotiek van alledag’ uit zijn bundel Mittelmass und Wahn zich in de decennia daarna ontwikkelde, kun je in het huidige München overal zien. Wat een onvoorstelbare rijkdom, die met de afkorting bmw, dat er zetelt, maar ten dele is gekenschetst. Jonge vrouwen stappen uit hun Porsche (‘gekregen voor mijn eindexamen’), Arabische vrouwen shoppen Gucci en Dior en logeren in hotels voor achthonderd euro per nacht. Dat is zeker geen ‘middelmaat’. Maar alles onder het prijskaartje van Porsche en Dior kent intussen ook zichtbaar een eindeloze variatie, en vooral een zucht naar een eigen identiteit. ‘Apartheid als moreel postulaat’, zoals Enzensberger destijds schreef.

‘De Bondsrepubliek is, in één woord, doorsnee en top tegelijk. Daar spruit haar zelfbewustzijn uit voort’

München telt anderhalf miljoen inwoners en is toch een dorp, een rijk en relaxt ‘dorp aan de rivier’, de Isar, die vier jaar geleden van haar betonnen korset is ontdaan en sindsdien kronkelt en vliedt, met op de spontaan ontstane eilandjes en aangelegde strandjes duizenden levensgenieters, met gitaar, een krat bier, veel honden, veel vliegers en veel hipsters en bejaarden in yoga-zit. Ook de Freikörperkultur ontbreekt er niet.

Duitsland is door een Britse commentator wegens de morele ‘kom-er-gezellig-bij’-houding inzake de vluchtelingen smalend ‘een hippiestaat’ genoemd. ’s Zomers lijkt het langs de Isar inderdaad wel alsof hier het multiculturele dansfestijn is gerealiseerd waar de generatie van ’68 ooit van droomde. Het lijkt of de stad geen zorgen kent. Al die ‘gemoedelijke segregatie’ van door elkaar en om elkaar heen levende subculturen met hun eigen nestwarmte, het is een wonder van leven-en-laten-leven, al heeft het uiteindelijk ook iets provinciaals en zelfingenomens. De Münchners vinden namelijk zelf ook dat ze in de mooiste stad ter wereld leven, en zeggen voortdurend dat ze zo tolerant, kunstzinnig en vooral Weltoffen zijn.

Blijft de vraag waarom ze begin september op het station de vluchtelingen behalve met een flesje fris en een knuffel ook met luid applaus begroetten. Door dat onvertaalbare woord ‘Weltoffen’? Of door die postmoderne variëteit van levensstijlen, die nu alleen nog wat uitgebreider en nog wat exotischer zou worden? Of ook, bij sommigen, door dat restant schaamte over het eigen verleden en de huidige welvaart? En in welke relatie stond deze Willkommenskultur tot het Oktoberfest dat van medio september tot afgelopen zondag 4 oktober werd gevierd – zes miljoen bezoekers, acht miljoen liter bier, één miljard omzet? Misschien het feit dat elk jaar bijna een kwart van die zes miljoen bezoekers buitenlander is? Oftewel: gastvrijheid loont?

De sleutel ligt, zo blijkt, bij de evangelische hulporganisatie voor hulpbehoevenden, ook vluchtelingen en asielzoekers, die Innere Mission heet. Haar motto: ‘Menselijkheid’. Dit is geen kleine club. Het hoofd van de Unternehmenskommunikation, Klaus Honigschnabel, laat trots het jaarverslag 2014 zien. De omzet steeg tot ruim boven de honderd miljoen euro. Dat is evenveel als het grootste fonds van Nederland, het kwf-kankerfonds, per jaar ophaalt. En hier hebben we het alleen over de afdeling München. Hij verhaalt over de actie die een van de dochterondernemingen, Diakonia, in de herfst van vorig jaar ondernam. In de Bayern-Kaserne waren in oktober meer mensen dan ooit ondergebracht, 2200, toen al reden voor burgemeester en minister-president om alarm te slaan.

Diakonia zette een kledingactie op: ‘Help de vluchtelingen de winter door’. Binnen twee weken was er zestig ton aan kleding opgehaald, en die moest worden gesorteerd. Er meldden zich ras ruim vierhonderd vrijwilligers. De situatie in de kazerne werd tegen Nieuwjaar rustiger. Toen waren er nog maar vijfhonderd vluchtelingen over. De rest was ‘herverdeeld’ over Beieren. Bij Innere Mission vermoedt men dat de applaudisserende mensen op het Hauptbahnhof deze geslaagde hulpactie van eind 2014 in herinnering hadden. Dat ze dachten: we gaan weer vijfhonderd of duizend mensen helpen. Dat er in de eerste helft van september honderdduizenden mensen Beieren binnen zouden komen, dat konden of wilden ze blijkbaar niet bevroeden.

Intussen leunt bijna de hele Erstaufnahme van de vluchtelingen, die tijdelijk worden opgevangen in München zelf, op de kerkelijke hulporganisaties en hun betaalde medewerkers, die het werk nu over de schoenen loopt. De duizenden vrijwilligers helpen slechts af en toe een handje, andere hulporganisaties doen niet mee wegens de gebrekkige beloning. In september draaide in heel Duitsland de eerste opvang meer op vrijwilligers dan op de autoriteiten. Die zijn namelijk nog echt Duits, en werken dus ambtelijk, met veel papier, vingerafdrukken, registratie en stempels. Als het niet in een Excel-sheet past, raken ze het gevoel van controle kwijt. Zij laten nu elke dag weten dat ‘de grens bereikt is’.

Afgelopen weken was het beeld van het station in München bijna surrealistisch. Maar op spoor 32 en spoor 33, waar al die vluchtelingen in treinen uit Passau en andere grenssteden aankwamen, is nu geen vluchteling te bekennen. Er staat een bord. ‘Aangezien er momenteel geen vluchtelingen arriveren, hebben we geen vrijwilligers nodig, en ook geen kleding of geld of goederen.’ De reden? Oktoberfest. Drie weken lang worden alle treinen met vluchtelingen om de hoofdstad heen geleid naar andere steden in Beieren. München viert een lucratieve ‘vakantie van de vluchteling’. Na de sluiting van ‘de grootste promillage-party ter wereld’, afgelopen zondag, verwacht men weer tienduizend vluchtelingen per dag in Beieren, waarvan velen via München komen.

In de stad moet je met een loep zoeken naar de tientallen kleine opnamecentra in flats en gebouwen die nergens door opvallen, en waar alles bij elkaar slechts vijfduizend mensen worden opgevangen. Neem het opvangcentrum aan de Landsberger Strasse 412, een kilometer of acht buiten het centrum. Het ligt tussen het spoor en een geluidswal, voorbij autodealers, bouwmarkten, voorbij een bordeel en een fitnesscentrum, het ligt pal naast de McDonald’s en tegenover een benzinepomp, kortom weinig Münchners hebben hier iets te zoeken. Hier wonen een paar honderd vluchtelingen in een groot, keurig wit gekalkt gebouw van tien hoog. In de hal hangen vacatures: gevraagd elektricien, gevraagd kok, gevraagd hulp-kok, gevraagd verkoper. En daarnaast: ‘Geen satellietschotels aan de gevel monteren!’

Binnen kijken is niet toegestaan. En foto’s maken zeker niet. Dat vereist toestemming, op papier, alleen te verkrijgen bij het hoofdkantoor. Het hoofdkantoor verwijst naar mevrouw Lisa Ramtzews, hoofd opvang in de Bayern-Kaserne aan de andere kant van de stad, waar net als vorige herfst het maximum aantal van tweeduizend vluchtelingen is gehuisvest.

‘Aangezien er momenteel geen vluchtelingen arriveren, hebben we geen vrijwilligers nodig, en ook geen kleding’

Op het grasveld tussen het fietspad en Heidenau Strasse liggen honderden mannen van alle mogelijke nationaliteiten op hun buik te staren naar de auto’s die, filetijd, vier rijen dik langzaam voorbij schuiven. Achter de graffitimuur van zeshonderd meter lang zitten mensen per nationaliteit bij elkaar in het zonnetje, of ze voetballen, of ze zijn op hun kamer, vier of zes per kamer, meer niet. Dat is, zegt de struise en opgewekte mevrouw Ramtzews, het geheim: kleinschalig en veel groen, weinig mensen op een kamer, elke dag taalcursus of handenarbeid in de Lernwerkstatt Halle 36. Dát voorkomt dat ze elkaar met tafelpoten te lijf gaan.

Hoe de situatie hier is en gaat worden, na het Oktoberfest? ‘Es ist völlig aus der Fugen’, zegt Lisa Ramtzews. Dat is intussen de standaardzin van alle autoriteiten en politici. Geheel uit zijn voegen. Maar wat is haar conclusie? ‘Geen conclusie. Er is geen bovengrens aan menselijkheid. En immigranten zijn een aanwinst.’ Van een onderscheid tussen politieke en economische vluchtelingen wil ze ook niets weten. ‘Quatsch! We zijn allemaal vluchteling.’ In al haar geruststellende onverstoorbaarheid vindt ze nogal veel ‘Quatsch’, zoals alles wat minister-president Seehofer of andere politici voorstellen: transitzones aan de grens inrichten zoals op de vliegvelden, hek aan de grens bouwen, Balkanezen in een soort Abschiedskultur met mediageroffel terugsturen ‘als signaal’, Egeïsche Zee afsluiten, transitzones in Turkije. ‘Alles Quatsch! De val van de Muur was dé historische gebeurtenis. Dat gebeurt nu weer. Punt. Het kan en moet alleen efficiënter. Geef ze een chip voor alles, zoals voor de medische keuring, dat is nu te veel van het kastje naar de muur. En zet daar ook die 130 euro maandgeld op.’

En wat betreft de slechter wordende beeldvorming: ‘Stel ze voor in de media. Sommige kinderen leren echt binnen een jaar vloeiend Duits. Laat de buurt hier komen kijken.’ Ze toont me de vijf bewoonde gebouwen die er proper uitzien. Alles onder controle hier, zo lijkt het.

Twintig jaar geleden gingen de meesten gewoon in spijkerbroek naar het Oktoberfest. Nu loopt bijna iedereen in Dirndl-jurk en Lederhosen, in de nylonuitvoering al te koop vanaf respectievelijk 29 en 49 euro. Ook de meeste buitenlandse toeristen, van Amerika tot Korea en Australië, lopen erin. Wat het meest opvalt op deze bier drinkende Efteling is het plezier, en daarmee zijn de feestgangers de fase die Enzensberger beschreef – welvarend maar nog enigszins schaamtevol over hun geluk – verre voorbij. De literpullen bier, de halbe Meter Bratwurst!, de duizenden mensen per megatent waar je zo een Boeing in kunt parkeren, of de zweef van 55 meter hoog – het is de schaamteloze en zelfbewuste vrolijkheid van de Beierse bezoekers die opvalt.

Beieren heeft, zegt men, de sterkste identiteit van heel Duitsland. Maar niet iedereen is zo rijk en gelukkig. In 1992 sprak Enzensberger, kijkend naar de Balkanoorlogen en de zelfkant van de Duitse grote steden, van een ‘collectieve zelfdestructie’. Hij verklaarde het geweld uit het groeiende leger van verliezers dat de moderne maatschappij voortbracht. Ook in het welvarende Beieren is er die wereld, al is het een gewatteerde armoede, zetelend in keurige sociale woningbouwflats.

Mijn Airbnb bevindt zich hier, in een driekamerflatje. De super cozy couch – iets beters was er niet meer – staat in de woonkamer, achter een kamerscherm. Franz, gescheiden, woont hier al twintig jaar, sinds kort met zijn nieuwe vrouw Lilia, een Peruaanse, die alleen wat Engels spreekt. Ze loopt op alledag. ‘Wanneer?’ ‘Over enkele dagen.’ Mein Gott. In het wandmeubel staan een Duits-Spaans woordenboek, een paar nummers van Men’s Fitness en de Adac Wegenatlas 1995/96. Hier woont Otto Normalgebraucher die intussen ook heel postmodern is geworden.

Franz laat trots de nieuwste huishoudelijke aankoop zien, een waterkoker die je op drie temperaturen kunt afstellen, op tachtig graden, groene thee, dan brandt een groen lampje, bij honderd graden brandt een blauw lampje. ‘Toll, nicht? Dreizig Euro!’ Franz werkt op de administratie van het stadsziekenhuis. Als hij het woord vluchtelingen hoort, roept hij: ‘Katastrophe! Bij mij op het werk scheldt bijna iedereen op de toestand. Hier om de hoek is óók al een kamp!’

Ook voor de Duitsers is er een mediawerkelijkheid en een echte werkelijkheid. In kranten als Bild Zeitung of de lokale Tageszeitung lees je na het eerste onverwachte enthousiasme in september nu telkens dezelfde verhalen over vechtpartijen in opvangcentra, met meestal hetzelfde incident erbij van die man die bladzijden uit de koran scheurde. De werkelijkheid in huize Franz is dat daar niet zo veel geld lijkt te zijn, op die waterkoker na is er de afgelopen jaren niet veel aangeschaft, en dat er bijgevolg nogal wat afgunst is. ‘Mijn loon zal er nu niet op vooruit gaan!’ Hun privé-werkelijkheid laat zich de tweede, laatste nacht horen. Gekerm, licht aan, licht uit, wc, gedoe, en dan haast het stel zich langs het kamerscherm naar buiten, op weg naar het ziekenhuis. Je gaat bevallen, en je verhuurt je voorkamer, de welvaart is inderdaad niet overal.

Medium anp 34438838
‘Sommige kinderen leren echt binnen een jaar vloeiend Duits. Laat de buurt hier komen kijken’

In de bomvolle trein naar Frankfurt vertelt de vrouw naast me dat ze uit Magdeburg komt. Tien jaar was ze toen de Muur viel. Ze is nu al weer jaren verpleegster in Weilheim, ten zuiden van München. Wat ze denkt van de nieuwe vluchtelingenstroom? Ze zwijgt. Het is ook een pijnlijke vraag. Zelf is ze immers ook migrant. Bij haar ouders in Magdeburg is de welvaart nog steeds niet groot, maar de onvrede wel, over de Wiedervereinigung en ook over de huidige vluchtelingencrisis, culminerend in de aanslag op het azc in Heidenau. Her en der is er weer sprake van die ‘moleculaire burgeroorlog’ waarvan Enzensberger in 1992 sprak.

Ondanks alle lof over de geslaagde eenwording wordt de kloof tussen oud-ddr en het westen van Duitsland de laatste jaren weer groter. In Beieren is er een tekort aan arbeidskrachten – 45.000 vacatures in de ict alleen al. In het westen als geheel is de werkloosheid ruim vijf procent, in het oosten bijna het dubbele. ‘Eenheidsbondskanselier’ Helmut Kohl besloot veel geld te pompen in de neue Bundesländer, om de verroeste economie in ‘bloeiende landschappen’ om te toveren. Het werd het financieren van de WW voor miljoenen Oost-Duitsers. Er is nu twee biljoen – tweeduizend miljard – euro ingepompt, betaald door de ‘Solidariteitstoeslag’ van drie tot vier procent op het bruto salaris. Dat gaat, aldus minister van Financiën Wolfgang Schäuble, nog ten minste tot 2030 duren.

Men wilde de economie drüben sturen, en koste wat het kost een volksverhuizing voorkomen, wat in het licht van de huidige volksverhuizingen en ook de kracht van het turbokapitalisme wat naïef aandoet. De grote steden groeien, ‘de buitengewesten’ krimpen. In Duitsland is dat niet anders dan in Nederland.

In Frankfurt zullen alle sprekers in de oude Opera onder het motto ‘grenzen overwinnen’ zeggen dat oost en west in de afgelopen kwart eeuw nog niet helemáál maar toch wel bíjna geheel naar elkaar zijn toegegroeid. Dat is eigenlijk een vreemde uitspraak, of wens. De tendens van de laatste decennia was immers, in Duitsland veel sterker dan in het conformistische Nederland, naar meer verscheidenheid, meer ‘gemoedelijke segregatie’. De echte vraag zou moeten zijn waar de groeiende diversiteit eindigt, en waar de overkoepelende gemeenschappelijkheid uit bestaat, of zou moeten bestaan.

De werkelijkheid van alledag is bonte verscheidenheid van subculturen geworden, misschien wel het kwadraat van wat Enzensberger bijna dertig jaar geleden beschreef. Het gepraat over de ‘innere Einheit’ doet daardoor geforceerd aan. Alsof men iets wil bezweren, bang als men heimelijk is dat het land toch weer verder uit elkaar kan drijven in regionalisme, polarisatie en strijd. Die vrees is niet zo vreemd. Het ‘oosten’ is toenemend verongelijkt. Beieren voelt zich intussen in de steek gelaten door de overige deelstaten, en door Berlijn. csu-leider Seehofer zou al hebben gedreigd om de vluchtelingen met bussen naar de Rijksdag in Berlijn, en ook naar het Berlaymont in Brussel, te vervoeren om echt drastische maatregelen af te dwingen.

Voor de oude Opera, met op de achtergrond de kaarsrechte wolkenkrabbers van het Manhattan aan de Main, zijn op deze derde oktober maar weinig mensen gekomen om op het grote scherm de religieuze dienst bij te wonen, daarna de hoogwaardigheidsbekleders uit hun auto’s te zien stappen – Merkel stopt toch even voor een foto – en dan de met zang en ballet omgeven toespraken binnen aan te horen. Er zijn wel demonstranten van allerlei slag en soort. Er zijn Loesje-achtige borden te zien, ‘Voor de domheid’, en ‘Voor lekkere gerechten’. Activisten met borden tegen het handelsverdrag met de VS: ‘ttip. Sprookje voor volwassenen’. Maar ook een paar honderd anarchisten of Chaoten zoals ze hier ook heten. Als de politici uitstappen, blazen ze op ratelfluitjes en brullen: ‘Eine Welt überall. Kein Mensch ist illegal!’

Het plichtmatige, voorgeprogrammeerde karakter van de viering van 25 jaar eenheid is in een heel ander licht komen te staan door de eindeloze toestroom van vluchtelingen naar het Duitse paradijs. Het woord dat het vaakst wordt gebruikt door de sprekers is ‘Zuversicht’, vertrouwen, we moeten ‘met vertrouwen’ de zaken zien te klaren. ‘In 1990 hadden we toch ook geen Masterplan?’ zei president Gauck. Hij spreekt op zalvende toon wel klip en klaar over de nieuwe uitdaging. Het is wel heftiger nu, vergeleken met de Duitse eenwording in de laatste decennia. ‘Anders als damals soll nun zusammenwachsen, was bisher nicht zusammengehörte.’

De president vermijdt het woord ‘Leitkultur’, want dat is een woord dat tot nu toe alleen in rechtse kring werd gebruikt. De multiculturalisten wezen het woord altijd af als pseudo-racistisch. Het is nu plotseling hét thema geworden in Duitsland. Nu Merkel in de opiniepeilingen keldert, nu csu-leider Seehofer populairder wordt, en de nog rechtsere partij Alternative für Deutschland (AfD) ruim de kiesdrempel zou passeren, nu acht de president het zaak om de bezorgde en ook angstige en boze bevolking gerust te stellen dat Duitsland níet, zoals Merkel vorige maand zei, zal veranderen. ‘Onze waarden staan niet ter discussie!’ Hij spreekt zelfs over het opstellen van een ‘codex van waarden’, die niet alleen de artikelen van de grondwet moet bevatten, maar de kern van het hele Duitse gedachtegoed. Oftewel, om de intolerantie van bijvoorbeeld de radicale islam te bestrijden, moet het politieke uitgangspunt in Duitsland van ‘Einigkeit und Recht und Freiheit’ nog steviger en scherper worden vastgelegd.

En zo zijn op deze dag van de Duitse Eenheid de multiculturalisten in het defensief gedrongen, niet alleen door de president, maar door politici en geleerden van allerlei slag. csu-politicus Edmund Stoiber zei al: ‘Wij Duitsers hebben een ontwikkelde Leitkultur, die niet ter discussie mag staan.’ De radicaal-linkse filosoof Slavoj Zizek zegt in Der Spiegel ongeveer hetzelfde: ‘Wij moeten voor onze eigen Leitkultur strijden.’ En de wetenschapper Herfried Münkler, lieveling bij conservatief Duitsland, oordeelt: ‘Multikulti zal niet functioneren. Wij moeten deze mensen tot Duitsers maken.’ En ‘de laatste Duitser’ Botho Strauss ziet in Der Spiegel nog één klein lichtpuntje in de neerwaartse gang van het Duitse volk. Als de Duitsers een minderheid worden in eigen land, waar ‘intolerante overheersers’ de toon zullen zetten, ‘pas dan komt identiteit goed van pas’.

Er zijn in deze dagen nog maar weinig commentatoren die iets genuanceerds of relativerends durven te zeggen. Jakob Augstein is een van hen, uitgever en hoofdredacteur van het dwarse opinieblad Der Freitag: ‘Het geheim van de geslaagde integratie bestaat juist daarin dat ze Leitkultur en multiculturaliteit met elkaar verbindt.’ Ja, de immigranten moeten wel Duitser worden, maar het woord ‘Duits’ zal een andere betekenis krijgen. Welke? Dat weet hij ook niet. Daar zal het debat in de komende jaren over gaan. Niet langer over de vraag ‘Duitsland, waar ligt het?’, maar over ‘Wat is eigenlijk Duits?’

Foto: Angelika Warmuth / ANP
Tijdelijke opvang van vluchtelingen in München

Felix Hoerhager / ANP
Opruimen na de laatste avond van het Oktoberfest in München