Voltaire

Het is het goed recht van mevrouw Meijer (in De Groene van 12 april) zich te ergeren aan het feit dat Voltaire ‘nog altijd een grote schare bewonderaars telt’; het is jammer dat deze waas van ergernis haar belet een boek over hem met de nodige openheid van geest te lezen en te bespreken.

De strekking van haar kritiek is dat ik in mijn boek een gemanipuleerd beeld van Voltaire zou ophangen, mezelf de vrijheid schonk te schrijven wat ik wilde en Voltaire zou herscheppen zoals hij mij voor ogen staat. Ieder boek dat handelt over een belangrijke figuur uit het verleden berust op bronnen uit dat verleden. Bronnen die zeer uiteenlopend zijn en ieder op zich een deel van de waarheid weergeven; een waarheid die trouwens nooit eenduidig is. De keuzen die een schrijver hieruit maakt zijn uiteraard persoonlijke keuzen. Dit betekent echter niet dat daardoor het beeld historisch onverantwoord zou zijn.
Zou mevrouw Meijer te overtuigen vallen van de historische juistheid van mijn Voltaire-beeld indien ik wel de moeite had genomen telkens exact te vermelden wat ik uit welk boek haalde? Ik vrees van niet, gezien ze zelfs bij het lezen van dat ene boek Voltaire, Hep! al volledig de mist ingaat en zich tot onware beweringen en pertinente interpretaties laat verleiden.
Ik herhaal wat ik al in mijn nawoord schreef: dit boek heeft geen wetenschappelijke pretenties en daarom ontbreken exacte bronvermeldingen. Beweren dat daardoor een beeld van Voltaire wordt opgehangen zoals ‘het Guwy voor ogen staat ’, is bijna komisch. Misschien moet mevrouw Meijer dan maar zelf mijn lijst van geconsulteerde literatuur raadplegen of de 398 titels die in de bibliotheek van Amsterdam voorradig zijn. om zich ervan te vergewissen dat ik mijn mosterd wel degelijk in Dijon ging halen.
St. Agneau de Cernières, FRANCE GUWY