Klassieke muziek

«Von Kopf bis Fuß auf Schlager eingestellt»

Muziek: Max Raabe en het Palast Orchester

Max Raabe is een fenomeen, onmiskenbaar, over de hele wereld, en hij heeft succes met de meest onwaarschijnlijke van alle muzikale stijlen: obscure Duitse schlagers uit de jaren twintig, die hij met zijn Palast Orchester in een perfect doorgestyleerde show brengt en waarbij alleen originele arrangementen worden gespeeld. Vanwege de authenticiteit. Met nostalgische flair: in rok en met pommade in het haar staat Max Raabe achter de microfoon en zingt, blasé, zijn refreintjes. Hij brengt ze met die typische _Knödel-_klank, die je van oude schellakopnamen kent. Bij Raabe kraken en spatten ze echter niet.

Kort geleden was Raabe met die liederen te gast in Carnegie Hall. Met enorm succes. «De Amerikanen hebben een bepaald beeld van Duitsland», zegt hij: «Ze denken óf aan het allerslechtste dat je je kunt voorstellen, óf ze willen Duitsland positief zien, en dan denken ze aan de Weimar-republiek.» En precies de schlager uit de Weimar-periode heeft Raabe, bijna helemaal eigenhandig, voor de moderne tijd herontdekt.

Lange tijd golden ze als idioot, verstoft, en hopeloos ouderwets. Raabe heeft aan dat imago niets willen veranderen; hij heeft alleen maar laten zien dat de kwaliteit van die liederen juist naar voren komt als je ze met de flair van die tijd brengt. «De Amerikanen waren er nog wel het meest over verbaasd», vertelde Raabe, «dat de Duitsers humor en zelfspot kunnen hebben.»

Een ander land waar graag beweerd wordt dat Duitsers geen gevoel voor humor hebben, is Nederland, en dus was het hoog tijd dat Raabe weer eens in Amsterdam te gast was. Helaas had Raabe voor zijn optreden in het Concertgebouw vorige week zijn typische schlagerprogramma aangepast. In plaats van beroemde liederen als Der kleinen grünen Kaktus of Veronika der Lenz ist da presenteerde hij overwegend Amerikaanse songs. Was hij bang dat de Nederlanders geen Duits verstaan, of dat ze een te gespannen verhouding tot het Duitsland van de jaren dertig zouden hebben? Ook de beroemde conférences waarmee hij zijn liederen aankondigt, deed Raabe in het Engels, en dus waren ze bij lange na niet zo komisch (en zelfverzekerd) als in het Duits. En net zo miste Raabes zang in het Engels de juiste kracht. Van het repertoire van zijn nieuwe cd Komm, lass uns einen kleinen Rumba tanzen bracht Raabe maar één lied, van Moïses Simons. Aan de reacties van het publiek was te merken dat men veel heviger meeging met (en applaudisseerde voor) Mein Gorilla hat ’ne Villa im Zoo, Dort tanzt Lu-Lu en Am Amazonas dan voor Cheek to Cheek of Singin’ in the Rain.

Het was aan Raabes stem te merken dat die door de succesjaren vermoeid geraakt is. Zanger en orkest houden er een moordend tourneetempo op na, en treden zes dagen per week op. Dat heeft op Raabes timbre sporen nagelaten. Niet dat zijn onmiskenbaar zoete klank verloren is, maar de intonatie wankelt, en de soepelheid van zijn voordracht wordt belemmerd. Desondanks bracht Raabe in Amsterdam onvergetelijke momenten, zoals het door een mannen-kwintet a capella gezongen Wir sind von Kopf bis Fuß auf Liebe eingestellt of Dein ist mein ganzes Herz. Dat laatste zingt Raabe bewust niet als grote tenor-knaller, maar als zwoele tango. Naast die van Richard Tauber de beste versie die ik persoonlijk ooit gehoord heb.

Max Raabe, Komm,

lass uns einen kleinen Rumba

tanzen, Warner Music Group,

www.palastorchester.de