EXPOSITIE Vodou

Voodoo in Amsterdam

Een penetrante wierooklucht kwam me tegemoet bij het betreden van de tentoonstelling in het Tropenmuseum over vodou, de Haïtiaanse variant van voodoo. Waar kende ik die lucht van? Opeens wist ik het: mijn vroegere Antilliaanse buurman! Om de zoveel tijd besprenkelde hij de trap met bier en stak hij zijn huis in de fik, althans, dat dacht ik, het bleek om wierook te gaan. Hij had lange tijd samengeleefd met een Dominicaanse vrouw. ‘Ze was mooi’, verzuchtte hij, ‘maar moeilijk.’ Nu had hij een Hollandse vrouw, ze woonde een paar straten verderop. Deze was een stuk makkelijker in de omgang, zo vertrouwde hij me toe. Maar echt vrolijk keek hij er niet bij. Nu begrijp ik waar mijn Antilliaanse buurman mee bezig was geweest: vodou. Misschien hoopte hij zo zijn Dominicaanse terug te winnen.
Want, zo leert de tentoonstelling, vodou is in principe een vredelievende godsdienst. De goden worden aangeroepen voor positieve dingen, om wensen in vervulling te laten gaan. Met de zombies en speldenprikkerij uit Hollywoodfilms heeft vodou weinig van doen. Ook dient het niet verward te worden met voodoo uit de Amerikaanse staat Louisiana, al zijn beide religies wel aan elkaar verwant. Net als het Amerikaanse voodoo, het Surinaamse winti en het Braziliaanse candomblé is vodou voortgekomen uit de West-Afrikaanse religies die de slaven met zich meebrachten en die vervolgens vermengd werden met indiaanse tradities en het katholicisme van de koloniale overheersers.
Het Tropenmuseum had misschien ooit een nogal folkloristisch karakter, met exposities van batikkunst en Javaanse krissen, niks voor de serieuze cultuurliefhebber, maar Vodou is een zeer interessante en inventief georganiseerde tentoonstelling. Ten eerste is er de mooie collectie van ruim 250 kunst- en gebruiksvoorwerpen, afkomstig van de Zwitserse Marianne Lehman, die al jaren op Haïti woont. Sommige objecten, zoals de bijna abstracte stoffen poppen, zouden niet misstaan in een museum voor moderne kunst. Verder is de expositie bijzonder goed gedocumenteerd. Zo valt te lezen hoe vodou een rol speelde bij de slavenopstanden die in 1804 een einde maakten aan het Franse koloniale regime en de slavernij op Haïti. Ontsnapte slaven hadden in de bergen geheime vodou-genootschappen opgericht, die zeer goed georganiseerd waren en van waaruit de strijd werd gecoördineerd. Bovendien geloofden de slecht bewapende opstandelingen dat vodou hun kracht gaf. En ja, in tijden van oorlog kon vodou wel degelijk worden aangewend om de vijand schade toe te brengen en dat deden deze geheime genootschappen dan ook tijdens middernachtelijke rituelen.
Nadat je de poppen bij de ingang bewonderd hebt, de altaars en films gezien en de panelen gelezen, word je door een gang met gebruiksvoorwerpen naar een donker vertrek geleid waar levensgrote rood-zwarte poppen met doodshoofden je aangrijnzen. De poppen zijn afkomstig van het geheime Bizango-genootschap, dat teruggaat tot de slavenopstanden. Er is weinig fantasie voor nodig om de bloeddorstige poppen te zien als een reflectie van de wreedheden die de makers en hun voorouders zijn aangedaan. Uiteindelijk kom je in een kamer met achttiende-eeuws aandoende spiegels die opgetuigd zijn met schedels en andere griezeligheden. Daar sta je dan als witte cultuurliefhebber en afstammeling van de koloniale overheersers oog in oog met het grootste monster van de tentoonstelling: jezelf.

Vodou, kunst & mystiek uit Haïti. Tropenmuseum Amsterdam, t/m 5 mei; www.vodou.nl