Voor de Braziliaanse elite bestaat de slavernij nog

Rio de Janeiro – Een witte mevrouw staat met haar poedel voor de supermarkt in de rijke flatwijk waar straks het Olympisch strandvolley gespeeld gaat worden. Het beest mag er niet in.

Geërgerd laat de mevrouw de manager roepen. ‘Moço, jongen’, zegt ze tegen de oudere zwarte man die in de deur verschijnt. ‘Ga die boodschappen even voor me halen, en breng ze hier.’ De manager antwoordt dat hij daarvoor niet is aangenomen. Mevrouw wordt kribbig: ‘Wat hébben we nou aan jullie’, blaast ze. ‘Nietsnut. Ga toch terug naar je slavenstallen!’

Voor de Braziliaanse elite is de slavernij nooit afgeschaft. Officieel is Brazilië een ‘regenboognatie’ met alle kleurschakeringen vrolijk door elkaar heen. Toch is deze scène in Rio dagelijks brood. ‘Zij zijn nou eenmaal slechter opgevoed dan wij’, verdedigt de directrice van de chique Country Club bijvoorbeeld haar verbod voor kindermeisjes om de toiletten van de club te gebruiken. Een andere wc voor de vrouwen die voor de rijke witte kindertjes zorgen, is er niet.

‘Ik heb geen vooroordelen’, zegt de directrice. ‘Maar er moet nu eenmaal orde en discipline zijn.’ Daarom ook moeten de nannies een uniform aan. Niet alleen in de clubs, maar ook als ze de kindjes meenemen naar de luchtgekoelde shoppingcentra: een zwarte in wit territorium moet ‘professioneel herkenbaar’ zijn.

Zo heeft ook elke flat in Rio twee voordeuren: een voor het ‘personeel’ en een voor de donos, de bazen. De deur van het personeel komt uit in het slavenkwartier: de keuken en een kamertje zonder ramen. Strikt gescheiden van de rest van het appartement. Hoe klein het flatje ook is: de twee toegangsdeuren en de cel voor de huisbediende zitten erin.

En toch, welke Braziliaan je het ook vraagt, hij zal zeggen: racisme bestaat hier niet. ‘Het gaat om je adres’, weten mijn buren uit de favela. En ze hebben gelijk. Ze zijn blank en zwart en alles ertussenin. Het enige wat ze níet zijn is ‘burger’. Toen Google Maps de sloppenwijken van Rio op de kaart zette, protesteerde de gemeente net zo lang tot ze weer werden verwijderd. Armen bestaan niet. Zestigduizend moorden per jaar, van vooral zwarte armen. Een kwart van de slachtoffers door de politie. Alleen in Syrië ligt het dodental hoger. ‘Beter zo’, schreef een Braziliaans juffie met een doctorstitel op mijn Facebook. ‘Ze zijn onbeschaafd en maken veel te veel kinderen.’ Zij en wij in Brazilië is nog ouderwets: de blanke elite tegen de rest.