Verkrachting in Congo

Voor de verstotenen

Tienduizenden vrouwen zijn in Oost-Congo het slachtoffer van wrede verkrachtingen als gevolg van het voortdurende oorlogsgeweld. Herstel van de rechtsstaat is een eerste voorwaarde om de gruwelijkheden te stoppen.

‘Normaal als ik thuiskom, rennen mijn kinderen me tegemoet. Die dag was er niemand. Toen ik het huis binnenging, zag ik ze stil op de grond zitten, met hun hoofden naar beneden. Sommige zaten bij hun moeder, die op bed lag te huilen.’ Aan het woord is een Congolese man wiens vrouw het slachtoffer werd van verkrachting. Hij verstootte haar, omdat hij niet kon leven met een vrouw die met andere mannen seks had gehad. Na counseling van een lokale hulporganisatie zag hij in dat het niet de schuld van zijn vrouw was, en nam hij haar terug. Nu spreekt hij op bijeenkomsten over zijn ervaring en moedigt hij andere mannen aan hetzelfde te doen.

De Congolese man speelt een rol in de documentaire Fighting the Silence van Ilse en Femke van Velzen, over de gewelddadige verkrachtingen waarvan tienduizenden vrouwen in het oosten van Congo slachtoffer zijn geworden. Deze verkrachtingen zijn een direct gevolg van het voortdurende oorlogsgeweld in de regio. In de oostelijke provincies is het verschijnsel inmiddels endemisch geworden. Hele gemeenschappen worden erdoor ontworteld: verkrachte vrouwen worden bijna altijd verstoten door hun man en familie en blijven berooid achter met hun kroost.

Seksueel geweld in Congo is te beschouwen als een wapen. Het vermoeden bestaat dat militaire leiders het bewust inzetten om lokale samenlevingen te ontwrichten. Ilse van Velzen: ‘De vrouw is de wortel van de gemeenschap. Als je die wortel aantast, valt zo’n gemeenschap uit elkaar.’ Behalve verkracht worden de vrouwen vaak verminkt; familieleden worden gedwongen toe te kijken of elkaar te verkrachten. Amnesty International spreekt in een rapport uit 2004 zelfs van bataljons hiv-geïnfecteerde soldaten die in opdracht verkrachtingen uitvoeren. Deze geruchten zijn (nog) onbewezen. Ook in de oorlog in Bosnië werd het Servische leger verdacht van het gebruik van verkrachting als wapen, maar deze specifieke aanklacht werd door het Joegoslavië-tribunaal nooit bewezen geacht.

De man uit de film is een goed voorbeeld van wat educatie en gerichte hulp voor de slachtoffers van seksueel geweld kan betekenen. Het vorige week door minister Koenders gepresenteerde Nationaal Actieplan (nap) 1325 voorziet daarin. Het nap 1325 is een Nederlandse variant op VN-resolutie 1325, die opkomt voor vrouwenrechten in conflictsituaties. Het werd opgesteld in samenwerking met tientallen ngo’s en vrouwenorganisaties, waaronder Amnesty International Nederland, Cordaid en Oxfam Novib. Ook de ministeries van Buiten- en Binnenlandse Zaken sloten zich erbij aan. Het Nederlandse beleid is volgens een woordvoerder van Buitenlandse Zaken gericht op ‘een actieve lobby voor vrouwenrechten en (financiële) steun aan organisaties en projecten die zich inzetten voor vrouwenrechten’.

Niet alleen Nederland maakt zich sterk voor verandering in Congo. Een VN-vredesmacht (monuc) is sinds 1999 actief in het land. Deze ziet toe op de implementatie van het vredesakkoord van Lusaka en is verantwoordelijk voor de bescherming van burgers. Er is veel kritiek op de missie: het mandaat zou niet sterk genoeg zijn en de troepen onderbezet, waardoor er in de praktijk weinig terechtkomt van het beschermen van burgers tegen achtergebleven rebellen. Een belangrijke taak van monuc is het faciliteren van democratische verkiezingen. In juli 2006 vonden deze plaats, dankzij grote inspanningen van monuc en de VN – een goed verloop van de verkiezingen was immers belangrijk voor de legitimatie van de missie. Zittend president Joseph Kabila kwam als winnaar te voorschijn; ondanks beschuldigingen van ernstige onregelmatigheden erkende toenmalig VN-secretaris Kofi Annan zijn overwinning. Kabila wilde naar eigen zeggen graag beginnen met de wederopbouw van het land. Hij kreeg (en krijgt) het voordeel van de twijfel.

Anderhalf jaar later is het rechtssysteem in ieder geval nog niet hersteld, zoals Kabila vorige week in een speech zelf toegaf. En het goed functioneren daarvan is juist essentieel voor het stoppen van de verkrachtingen. Antropoloog Klaas de Jonge deed recentelijk onderzoek in Oost-Congo naar het seksueel geweld tegen vrouwen. Hij concludeert: ‘Er moet zo snel mogelijk een versterking komen van het staatsgezag, mét een sterk rechtsapparaat.’ Ook Ilse van Velzen benadrukt dat de straffeloosheid in Oost-Congo een van de voornaamste redenen is dat het verkrachten niet stopt: ‘Als deze mannen ongestraft door kunnen gaan met verkrachten, zullen ze dat blijven doen. Er zijn stappen in de goede richting, er is onlangs een nieuwe wet aangenomen die hoge straffen verbindt aan verkrachting. Nu moet die in de praktijk gebracht worden.’

Dat is lastig, erkent ook Van Velzen: ‘Congo is een uitgestrekt land en veel oud-rebellen zitten nu in de regering. Die hebben geen behoefte aan het veroordelen van soldaten voor misdaden die ze zelf waarschijnlijk ook begaan hebben. Daarom is het nu zo belangrijk dat andere landen druk uitoefenen op Congo. Minister Koenders zegt dat hij het verschrikkelijk vindt wat er gebeurt in Congo en dat hij daar iets aan wil doen. Ik ben dan wel benieuwd hoe ver hij wil gaan. Het blijft toch vaak bij een beetje prikken.’

Fighting the Silence werd tijdens de presentatie van het nap 1325 getoond. Van Velzen is positief over het plan: ‘Ik vind het heel goed dat het ministerie samenwerkt met maatschappelijke organisaties. Op die manier zitten ze meteen op één lijn, en voorkom je dat allerlei hulpverleners elkaar in de weg gaan zitten.’ Wat aan het plan ontbreekt, zijn middelen om druk uit te oefenen op de regering in Congo. Klaas de Jonge: ‘Het is fantastisch om hulp te bieden aan lokale organisaties die vrouwen in nood opvangen, maar de machthebbers in Congo moeten ook onder druk gezet worden om veranderingen te bewerkstelligen. En dat is typisch het terrein van regeringen. Nederland is maar een klein landje, andere landen moeten daarbij helpen.’

Meer internationale druk op de regering-Kabila kan helpen bij de verbetering van het rechtssysteem. Een tweede aspect is herintegratie: van de slachtoffers, maar ook van de vele daders die zich nog ophouden in de jungle en zichzelf in leven houden door het plunderen en terroriseren van de plaatselijke bevolking. Volgens De Jonge is armoedebestrijding hierbij het belangrijkst: ‘Als je die vrouwen wilt herintegreren moet je ze economische perspectieven bieden, want ze zijn na een verkrachting alles kwijt en kunnen zichzelf en hun kinderen niet of nauwelijks onderhouden. Het Westen zou daar met financiële steun een rol in kunnen spelen.’

Educatie is minstens even dringend nodig. Ilse van Velzen: ‘Het is heel belangrijk dat mannen voorlichting krijgen over verkrachting. In onze film veroordelen we de mannen die hun vrouw verstoten ook niet, want ze zijn vaak onwetend. De gedachtegang van deze mannen moet veranderen van “mijn vrouw is verkracht, dat wilde ze, ik verstoot haar” naar “hoe kan ik haar ondersteunen en er bovenop helpen?” Daarnaast denk ik dat moeders een grote rol kunnen spelen, die zijn vaak heilig in deze culturen. Zij moeten hun zoons leren wat verkrachting doet met een vrouw. Elke man moet zich voorstellen dat het zijn moeder had kunnen zijn die hij verkracht.’

De herintegratie van de daders in de gemeenschap is een nog heikeler probleem. Veel van hen houden zich schuil. Van Velzen: ‘Er zitten nog duizenden van die mannen in de bossen. Je moet je ook voorstellen hoe moeilijk zij het geestelijk hebben. Ik wil op geen enkele manier goedpraten wat ze gedaan hebben, maar als je terug moet keren naar je gemeenschap nadat je wellicht onder dwang vreselijke dingen hebt gedaan, is dat psychisch heel zwaar. Maar ze moeten wel herintegreren, anders houdt het nooit op. Veel stammen hebben traditionele rituelen voor deze herintegratie.’

Ook Klaas de Jonge ziet het belang daarvan: ‘Het is goed mogelijk om samen met genezers en stamhoofden bepaalde reinigingsrituelen te ontwerpen die zowel verkrachte vrouwen als daders verlossen van hun last en het mogelijk maken voor deze mensen om verder te gaan met hun leven. Tijdens die rituelen wordt gebeden tot voorouders en tot God, om te zorgen dat wat gebeurt is zich niet zal herhalen. Daarna vinden er reinigingsrituelen plaats, die per stam verschillen. Ik denk dat dit soort gebruiken vaak beter werkt dan (westerse) psychologische hulp, maar helaas wordt het nut ervan vaak door hulpverleners over het hoofd gezien of onderschat.’

Het nap 1325 kan bij dit deel van de oplossing een rol spelen. Zonder het herstel van de rechtsstaat heeft dat echter geen zin, en vooralsnog blijven resultaten uit. Vanuit Kinshasa gezien is Oost-Congo nu eenmaal ver weg. Minister Koenders liet weten (in antwoord op vragen van het GroenLinks-kamerlid Mariko Peters) niet van plan te zijn de verlening van Nederlandse hulp afhankelijk te maken van dat herstel. Een internationaal verbond om druk uit te oefenen op Congo zal er niet komen.