Voor de vrede willen we het vredespaleis wel verplaatsen

Vorige maand vierde de Wereld Federalisten Beweging Nederland haar vijftigste verjaardag. Ik ben er niet naartoe gegaan, al denk ik graag terug aan de tijd toen we, midden in de onideologische jaren vijftig, actie voerden voor een federale wereldregering die geweld en oorlog moest uitbannen. Eigenlijk was ik verbaasd te horen dat de WFBN nog altijd bestaat, want het streven naar één wereld (of géén, riepen we, want atoombommen waren er ook toen al) lijkt niet meer helemaal van deze wereld.

Of wel? Volgende week komt in Rome de wereldgemeenschap bij elkaar om vijf weken lang te confereren over de oprichting van een International Criminal Court, een permanent oorlogsmisdadentribunaal, dat in de toekomst misdaden tegen de mensheid zou kunnen bestraffen of zelfs helpen voorkomen.
Sinds het einde van de Koude Oorlog is de wereld niet alleen gewelddadiger geworden, maar ook onoverzichtelijker. Conflicten tussen en binnen staten breken plotseling uit, met onoverzienbare gevolgen. Eeuwenoude of recente emoties worden door plaatselijke machthebbers misbruikt om massaslachtingen te bedrijven, waarvan beloofd was dat die na de Tweede Wereldoorlog nooit meer zouden plaatsvinden. De wereldgemeenschap heeft daar meestal machteloos, vaak opportunistisch, heel vaak aarzelend en altijd te laat op gereageerd. De oorlog in Bosnië werd pas na jaren bloedige strijd beëindigd; de massaslachting in Rwanda werd eerder bevorderd door het terugtrekken van VN-militairen; over het Servische geweld in Kosovo roept men wel stoer dat het onaanvaardbaar is, maar hoe en door wie er effectief kan worden opgetreden is nog lang niet zeker.
Toch groeit door al deze ervaringen, en doordat de tv ons de gevolgen van al deze verschrikkingen zo hard inpepert, internationaal de overtuiging dat de wereld zulke misdaden niet kan laten passeren. Om de oorlogsmisdaden in het voormalige Joegoslavië te bestraffen is een Tribunaal opgericht dat actief en doelgericht aan het werk is. Om de slachting in Rwanda te bestraffen, is in Tanzania nog een tribunaal opgericht. Verrassend snel lijkt men het nu eens te kunnen worden over de oprichting van een Permanent Tribunaal dat flagrante misdrijven kan aanpakken.
Problemen zijn er nog genoeg. De Verenigde Staten zijn enerzijds de drijvende kracht achter de oprichting van een internationaal strafhof, maar schrikken ook terug voor de consequenties omdat zij als het erop aankomt meestal de kastanjes uit het vuur moeten halen. Derdewereldlanden verwijten de Verenigde Staten dat ze de werking van het hof zodanig willen beperken dat Amerikanen er niet bang voor hoeven zijn. Washington van zijn kant is - terecht - bang dat als er eenmaal een internationaal strafgerechtshof is, landen als Cuba en Libië ook wel eens Amerikanen ter verantwoording zouden kunnen roepen.
De enige oplossing is dat een onafhankelijke openbare aanklager besluit welke misdrijven voor het internationaal strafhof worden aangebracht. Maar de permanente leden van de Veiligheidsraad zullen liever een dikke vinger in de pap houden. Een belangrijke vraag is ook hoever de jurisdictie van het nieuwe hof zal gaan. Vallen daar alleen oorlogsmisdaden tussen staten onder of ook schendingen van mensenrechten binnen een staat? Waar eindigt het individuele moorden en begint een misdaad tegen de mensheid? Een oplossing is dat het hof alleen optreedt wanneer de nationale rechtspleging tekortschiet. Maar hoe lang kan een land zo'n proces rekken met schijnprocedures?
In Nederland blijven al deze problemen beperkt tot maar één punt van discussie: zal het nieuwe internationale hof in Den Haag worden gevestigd? Natuurlijk, verkondigen Nederlandse bewindslieden, is Den Haag de enige kandidaat. Daar staat immers al het Vredespaleis, daar zijn het Internationale Gerechtshof (voor interstatelijke conflicten) en het Joegoslavië-tribunaal gevestigd. Het lijkt mij de minst belangrijke zorg. Als het voor de internationale rechtspleging beter is het nieuwe hof in Rome, Praag of Calcutta te vestigen, laten we dan hartelijk aanbieden het hele Vredespaleis steen voor steen te verplaatsen.
Want stel eens dat Milosevic in het vervolg twee keer zou moeten nadenken voordat hij zijn (en onze) tanks naar Kosovo stuurt om dorpen te verbranden en burgers te vermoorden omdat hij na afloop ter verantwoording zal worden geroepen - dan zou de wereld toch een stapje verder zijn gekomen.