Martha Heesen, Toen Faas niet thuiskwam

Voor een stille lezer

Martha Heesen

Toen Faas niet thuiskwam

Querido, 84 blz., € 11,50

In een terugblik op het achter ons liggende jaar constateerde de kinder boekenrecensent van de Volkskrant Pjotr van Lenteren opgelucht dat «literair geneuzel uit is en lekker lezen met een uitdaging terug». Ter gelegenheid van de Kinderboekenweek had hij zich al kwaad gemaakt over de kindonvriendelijkheid van de jaarlijkse Griffel-bekroningen. Daarbij zette hij Toon Tellegen wat betreft waardering door kinderen als «tragisch dieptepunt» in de hoek en brak een lans voor de «Nieuwe Epiek», de middenweg tussen «ongelezen kunst proza en kitscherige bestsellers». Als ijkpunt voor deze epiek droeg hij het werk van Tonke Dragt aan, duidelijk het soort boeken dat ooit Van Lenterens eigen (kinder)boekenliefde deed ontbranden. En of de nieuwe Tonke maar snel wilde opstaan!

Ook op andere plaatsen waar zich wel eens iets van een discussie aftekent over het verschijnsel jeugdliteratuur klinkt gemor over de ontoegankelijkheid en het te hoge literaire gehalte van het huidige vaderlandse kinderboek. Luid is de roep om het grote en vooral spannende verhaal. Daarin speelt het wereldsucces van Harry Potter en zijn bedenkster uiteraard een rol. Maar het is in de kinderboekenwereld ook een eeuwig strijdpunt of je een boek waardeert op zijn literaire merites, op zijn mogelijke aantrekkelijkheid voor kinderen of omdat de lezer er een slimmer dan wel beter mens van zou kunnen worden. Of in de termen van Van Lenteren: «literair geneuzel», «lekker lezen» en «met een uitdaging». Na het wereldverbeterende kinderboek uit de jaren zeventig kregen we in de vorige eeuw vanaf midden jaren tachtig meer aandacht voor de literaire kant en nu zal de lezergerichtheid mogelijk weer de boventoon gaan voeren.

Zoals vaker met dit soort standpunt schermutselingen bestaat er ook een zekere vermenging van ideeën. Zo stelt Van Lenteren bij een boek waar hij brandhout van maakt tussen neus en lippen door vast dat het «overigens prachtig geschreven is». Zelf ben ik een lezer die primair gevoelig is voor zorgvuldigheid op het gebied van personages, taal en stijl, maar mocht ik een rasvertelster à la Tonke Dragt menen te ontwaren, dan zou ik dat direct van de daken schreeuwen. Een probleem is dat schrijvers niet op bestelling een beetje Tonke Dragt kunnen zijn. Binnen de jeugdliteratuur komt het al te vaak voor dat iemand zich vol goede bedoelingen over een gewild onderwerp buigt, om vervolgens 148 pagina’s kinderboek af te leveren. Het elke discussie overstijgende criterium blijft toch dat een verhaal is geschreven door iemand die het graag wilde en soms zelfs móest vertellen. En zo iemand heeft lak aan indeling, mode of stammenstrijd.

Zo’n schrijfster is Martha Heesen. Toen Faas niet thuiskwam is haar negende kinderboek in tien jaar tijd. Ze kreeg drie Zilveren Griffels, haar boeken zijn meestal zo’n honderd bladzijden dik en ze lijkt in geen velden of wegen op Tonke Dragt. Haar hoofdpersonen zijn gevoelige, in zichzelf gekeerde kinderen die worstelen met iets ingewikkelds in de gezinssfeer. Op een onnadrukkelijke manier laat de schrijfster zien dat bestaanshindernissen er zijn om te nemen en dat ook een kind dat voor elkaar kan krijgen. Ze is zuinig met haar woorden en wars van sentiment en vaak heeft ze een geheim in de aanbieding om het verhaal en de lezer gaande te houden.

De problematiek in Toen Faas niet thuiskwam is overal voelbaar, maar wordt nergens breed uitgemeten. Een aardig gezin opereert min of meer twee aan twee. De jongste zoon Faas is een wazige kunstenaar in de dop. Hij gaat geheel zijn eigen gang en is altijd zoek. Moeder staat onvoorwaardelijk achter hem en probeert Faas bij de rest van het gezin te houden. Vader is onhandig met zijn jongste zoon en heeft een bondje met de oudste, Petrus. Deze heeft een verfijnde antenne voor alle onuitgesproken codes in de familie en houdt zich daar braaf, maar met groeiend verzet aan.

De veertienjarige Petrus is degene die altijd weet waar hij Faas moet zoeken en zowel zijn broertje als zijn ouders gaan er stilzwijgend vanuit dat hij de verloren zoon wel weer veilig thuis zal brengen. Wanneer moeder plotseling verongelukt, raakt het wankel gezinsevenwicht verstoord en wordt de taak om zijn ontredderde vader en broertje bijeen te houden voor Petrus te zwaar. Na een doorwaakte nacht waarin Faas voor het eerst onvindbaar leek, probeert Petrus onder zijn verstikkende reddersrol uit te komen. Daarmee geeft hij tevens de positie van vaders beste vriendje op.

Heesen vertelt het kleine drama zonder ophef en misbaar, als iets wat nu eenmaal kan gebeuren tussen ouders en kinderen. Ze toont begrip voor alle vier haar verhaal figuren, maar legt haar hart vooral in het portret van de in tegenstrijdige gevoelens verstrikt rakende puber, de jongen van wie moeder misschien wel minder houdt dan van het rare broertje. Petrus is de toekijkende buitenstaander, met een groot verlangen erbij te horen. Hij heeft medelijden met zijn zwijgend treurende vader, maar is woedend over diens gebrek aan daadkracht en lef. Hij verwenst Faas om zijn idiote en levensgevaarlijke escapades, maar is tegelijkertijd gefascineerd door diens autonome gedrag en onaanraakbaarheid. En samen met Petrus houd je als lezer je adem in wanneer dat vermaledijde broertje weer eens op het dak zit, bijna in het moeras wegzakt of opgewonden boven een stroomversnelling balanceert. Dat alles omdat het zo’n interessant perspectief op de werkelijkheid zou opleveren.

Toen Faas niet thuiskwam zit strak in de vorm. Petrus is de verteller en zijn grote innerlijke strijd speelt zich af in de twaalf uur na de nacht dat Faas mogelijk verongelukt is. Het verslag van deze traag voortkruipende uren wordt elk hoofdstuk afgewisseld met flashbacks die de situatie omtrek en achtergrond geven. Dat resulteert in een gaaf klein verhaal, waarin elk woord ertoe doet. Het is het verhaal van een stil soort schrijfster en misschien is het ook vooral geschikt voor een stil soort lezer. En die bestaan, want het hardnekkigste misverstand in kinderboekenland is wel dat alle lezers hetzelfde zouden willen, uitsluitend en alleen omdat ze kind zijn.