Thomas Rosenboom, De rode loper

Voor een vlotte look

Voor zijn twee romans in de jaren negentig won Thomas Rosenboom twee keer de Libris Literatuurprijs, iets wat nog geen schrijver hem heeft nagedaan. Gewassen vlees (1994) speelde zich af tijdens het Pachtersoproer in Friesland, tijdens het bewind van stadhouder Willem IV; Publieke werken (1999) in de slotdecennia van de negentiende eeuw, waarin het provinciale leven steeds meer met het grootstedelijke werd verbonden.

Het waren twee monumentale romans, die zijn naam maakten. Sindsdien schuift hij langzaam op naar de moderne tijd, naar het naoorlogse, provinciale Nederland via het nostalgische Zoete mond (2009) en nu naar Arnhem en omstreken van de jaren zeventig in De rode loper. Het is het verhaal van de wat norse Lou Baljon die na zijn middelbareschooltijd besluit de bijstand in te gaan (toen mocht dat nog) en roadie te worden van de beste rockband die Arnhem rijk is, Shout. Hij beleeft met de band succesvolle en armzalige avonden, raakt arbeidsongeschikt en opent een opnamestudio, maar de leden van Shout hebben geen tijd meer; gezinnen en carrières roepen. De dagen worden gevuld met het opnemen van carnavalskrakers en achtergrondmuziek voor visrestaurant De Lekkerbek. Gedesillusioneerd begint hij een amateuristisch filmhuis, dat een groter succes wordt dan waar hij raad mee weet.

Voor zijn doen is De rode loper een licht boek, waarin Rosenboom met zichtbaar plezier het amateurisme van Lou en zijn kompanen schetst in een hele reeks grappen en grollen die naar gelang je persoonlijke smaak wel/niet oubollig overkomen. Maar het meest opmerkelijke is Rosenbooms vreemde keuze voor het perspectief van de roman: het is een hij-vorm die zich vooral bezighoudt met Lou (met kleine uitstapjes naar andere personages), zonder dat je daadwerkelijk leest vanuit de ogen van Lou. Bijvoorbeeld wanneer de band wordt beschreven: ‘De gitarist was verreweg de beste in de band; Ronnie kon moeiteloos de akkoordenschema’s van de covers herleiden, en hij was het die uiteindelijk met drie eigen nummers kwam; “Ladyshave”, een blues in a over een vrouw die zich kaal scheert, “Gigs ’n Chicks”, een blues in e over het bandleven, en “Shout It Out”, een afgemeten, energiek rockende meezinger die wel iets leek op “Whatever You Want” van Status Quo, daar welbeschouwd verdomd veel van weg had.’

Het is niet Lou die Ronnie de beste van de band vindt, en het is ook niet Lou die ‘Shout It Out’ welbeschouwd verdomd veel van ‘What­ever You Want’ weg vindt hebben. Het is Rosenboom. De auteur staat tussen zijn personages en de tekst in, waardoor je wanneer hij weer eens iets lulligs over de band schrijft – de zanger maakt zijn haar nat en föhnt het dan, voor een vlotte look! De zanger giet bier over zijn haar, voor meer volume! – een gek gevoel krijgt. Want is het niet oneerlijk dat de auteur de personages beschimpt die hij zelf heeft bedacht? Het zijn zijn personages, ze kunnen zich niet verweren! Als het de scherpe blik van Lou was geweest, had het de vertelling een soort urgentie gegeven; nu creëert het afstand, waardoor het verhaal, een aaneenschakeling van niet heel spannende gebeurtenissen, slechts sporadisch het anekdotische weet te overstijgen.

De roman is in zijn pogingen vermakelijk te zijn niet zonder merites; zo is er de ijdeltuiterige wethouder Vonk (categorie: wethouder Hekking), aartslui, die zijn blijdschap moet maskeren als Lou een leegstaande garage wil kraken en tot ‘undergroundbioscoop’ wil verbouwen, waardoor hij er geen culturele bestemming voor hoeft te verzinnen. Geweldig is de scène waarin Vonk Lou een subsidie aan probeert te praten zonder dat hij daadwerkelijk het woord subsidie mag laten vallen, want ja, kraken is nu eenmaal niet legaal. Het is een geweldige scène omdat het ongeveer voor het eerst is dat er een spanningsveld is tussen wat iemand denkt en wat iemand doet, iets wat het kabbelende karakter van de roman doorbreekt. Of om het in rock­termen te zeggen: het is alsof Rosenboom hier eindelijk eens de versterker heeft aangezet.

De roman eindigt in het nu, waarin Lou een plannetje bedenkt waar bezoekers zelf de hoofdrol op het witte doek spelen. Er wordt nog wat verwezen naar Facebook, naar Idols, naar X-Factor, naar het toenemende narcisme in de wereld van vandaag. Scherp of origineel is die visie op de wereld van vandaag niet, maar je krijgt ook niet het idee dat Lou daar echt in geïnteresseerd is. En Rosenboom ook niet.


Thomas Rosenboom

De rode loper

Querido, 252 blz., € 19,95