Voor eeuwig de bom

Moet het non-profilatieverdrag voor onbepaalde tijd worden verlengd? Vergroot dat de kans op spreiding van kernwapens of verkleint het die juist? En wanneer kunnen we de eerste atoomterreurdaad verwachten?
SINDS DE ONTWIKKELING van de eerste atoombom is het slechts twee maal gelukt om het bezit van kernwapens terug te dringen. In het eerste geval ging het om de Start-verdragen, waarin de Verenigde Staten en Rusland vastlegden dat zij hun bestand aan lange-afstandskernwapens met zestig procent zouden terugbrengen. In het tweede geval ging het om het apartheidsregime in Zuid-Afrika, dat aan het begin van de jaren negentig besloot om zijn kernwapenprogramma te beëindigen en zijn nucleaire arsenaal te ontmantelen. Beide malen stond de beslissing geheel los van het non- proliferatieverdrag (NPV), waarover nu in New York wordt vergaderd. De Start-verdragen werden mogelijk door de uitputting en ineenstorting van de Sovjetunie, alsmede de Amerikaanse wens om meer aandacht en geld te besteden aan binnenlandse problemen. De Zuidafrikaanse beslissing werd ingegeven door de angst voor een machtsovername door het ANC, dat zodoende in bezit zou komen van een ‘zwarte bom’, en door het verlangen van Pretoria om het internationale isolement te doorbreken.

Als het gaat om het terugdringen van kernwapens is de balans van het NPV dus weinig hoopgevend. In hoeverre het verdrag de uitbreiding van het aantal kernwapenstaten heeft afgeremd, is niet te beoordelen. Volgens sommigen heeft het NPV voorkomen dat de wereld nu dertig tot veertig van zulke staten kent - een schrikbeeld waarnaar John F. Kennedy in de aanloop naar het verdrag steevast verwees - maar volgens anderen is het zo lek als een mandje. Vast staat dat de niet-leden Pakistan, India en Israël en het recent lid geworden Zuid-Afrika een eigen bom hebben ontwikkeld, terwijl landen als Irak, Iran, Noord-Korea (alle drie NPV-lid) en Brazilië (niet-lid) er heel dicht bij kwamen. En dat alles met royale hulp van een groot aantal ondertekenaars van het NPV. Het wekte dan ook verbazing onder de gedelegeerden dat de Amerikaanse president aan de vooravond van de conferentie verwoede pogingen deed om zo veel mogelijk landen te verenigen in een coalitie voor onbeperkte verlenging van het verdrag. Beschouwt Clinton een onbeperkte verlenging terecht als ‘de beste verzekering die wij voor de toekomst van onze kinderen kunnen afsluiten?’
HET NPV WERD in 1970 van kracht voor de duur van vijfentwintig jaar. Nu het afloopt, beschikken de ondertekenaars over twee mogelijkheden: een verlenging met nog eens vijfentwintig jaar, of een verlenging van onbeperkte duur. Naast de Verenigde Staten zijn de Europese Unie en een aantal andere industrielanden voorstanders van het laatste. In zijn toespraak tot de conferentie maakte vice-president Al Gore gewag van een 'gouden kans ’ om de verspreiding van kernwapens een halt toe te roepen. Sinds 1970 hebben honderdvijfenzeventig van de honderdvijfentachtig VN-lidstaten zich bij het NPV aangesloten. Als deze landen nu besluiten om het verdrag voor nog eens vijfentwintig jaar te verlengen, zou een aantal van hen weleens in de verleiding kunnen komen om toch een kernwapenprogramma op te zetten met het oog op de situatie na 2020, aldus Gore. Als de deelnemers daarentegen besluiten om het verdrag 'voor eeuwig ’ te verlengen, zou dat gevaar bezworen zijn.
Uiteraard is de voornaamste Amerikaanse overweging van strategische aard. In het tweemaandelijkse blad Foreign Affairs zet de Amerikaanse buitenland-expert Michael Mandelbaum, hoogleraar aan de John Hopkins Universiteit en lid van de invloedrijke Council of Foreign Relations, uiteen wat de grootste vrees van de Amerikanen is: 'Zelfs als ze nooit worden gebruikt, zou een handvol kernwapens in het bezit van een vijandig gezind land een regionaal machtsevenwicht kunnen laten omslaan in het na- deel van de Verenigde Staten. De grootste militaire dreiging waaraan de Verenigde Staten in de postcommunistische wereld het hoofd moeten bieden, is dus niet een bepaald land, maar een ontwikkeling: nucleaire proliferatie.’
Wat goed is voor Amerika, is in dit geval ook goed voor de rest van de wereld. Maar is de noodzaak tot verlenging van het verdrag in zijn huidige vorm daarmee bewezen? Het antwoord hangt voornamelijk af van de symboolwaarde die je eraan toekent. Oppervlakkig gezien is het voorstel van Gore inderdaad een verbetering en het wekt geen verwondering dat het krachtige tegenstand oproept van landen als Syrië, Venezuela en Maleisië, die met het oog op mogelijke confrontaties met hun naaste buurlanden graag een nucleaire optie behouden. Maar het mes van de onbeperkte verlenging snijdt aan twee kanten. Een groep van derde-wereldlanden is vooral bevreesd dat onbeperkte verlenging neerkomt op een vereeuwiging van het kernwapenmonopolie van de vijf erkende bezitters (Rusland, China, de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië) omdat die zich niet langer genoodzaakt zullen voelen om hun arsenalen te verminderen en op den duur te ontmantelen. Sommige landen stellen als voorwaarde voor ondertekening zelfs de eis dat de grootmachten eerst een kernstopverdrag overeenkomen. Maar de conferentie duurt nog tot 12 mei en voorlopig tekent zich geen duidelijke meerderheid af.
De diplomaten van de nucleaire havenots zijn niet de enige critici die zich roeren. Deskundige waarnemers wijzen erop dat sommige kernmogendheden en hun bondgenoten nog een ander motief hebben: ze willen het verdrag vereeuwigen om nooit meer over de inhoud te hoeven onderhandelen. De huidige verdragstekst is in hun handen een geducht wapen gebleken tegen vijanden met nucleaire ambities (voor de Amerikanen zijn dat vooral de outlaws Irak, Iran en Noord-Korea), terwijl de kleine lettertjes voldoende uitwijkmogelijkheden bieden om bevriende naties van alle nucleaire gemakken te voorzien.
De meest gebruikte sluiproute is de vreedzame handel in splijtstoffen, nucleaire installaties en expertise. Hans Blix, de directeur van het eveneens in 1970 opgerichte controle-orgaan, het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA), benadrukte al bij de opening van de vergadering het ge- vaar van proliferatie door middel van de verkoop van kerncentrales. De meeste verdragsstaten onderschrijven de noodzaak van scherpere controles, maar niet als het gaat om hun eigen installaties of die van hun nucleaire handelspartners. De Chinese vertegenwoordiger vertoonde nog dezelfde dag een fraai staaltje van deze hypocrisie. Hij weigerde namens zijn regering om af te zien van de levering van twee kerncentrales aan Iran, terwijl de controle op het vreedzame gebruik ervan niet door het IAEA kan worden gegarandeerd. 'Er zijn geen internationale regels of overeenkomsten die de samenwerking voor het vreedzaam gebruik van kernenergie verbieden ’, zei de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Qian Qichen. Regels of overeenkomsten die een strengere inspectie kunnen afdwingen zijn er evenmin, en dat houden de Chinezen graag zo.
AFGEZIEN VAN een groep Greenpeaceactivisten die het conferentiegebouw bestormde, timmerden ook andere buitenstaanders aan de weg. In een brief pleitten de International Physicians for the Prevention of Nuclear War tegen verlenging van het NPV. Deze artsenvereniging, die zich sinds 1981 inzet voor atomaire ontwapening en in 1985 de Nobelprijs voor de vrede kreeg, vindt dat het verdrag in zijn voornaamste opzet heeft gefaald. Artikel VI spreekt zich weliswaar uit voor een 'zo spoedig mogelijke beëindiging van de wapenwedloop, alsmede voor nucleaire ontwapening’, maar alsof dat artikel in het geheel niet terzake deed, is de proliferatie sedert 1970 hand over hand toegenomen. In de brief worden in het bijzonder de grote kernmogendheden op hun verantwoordelijkheid gewezen: 'De nucleaire bewapening bedreigt de mensheid, medische opvang is niet voorhanden, het aantal atoomwapens zal in steeds meer landen blijven stijgen, het gevaar van proliferatie naar terroristische organisaties is levensgroot, en het voortdurend testen van nieuwe atoom wapens door de grootmachten schaadt niet alleen het milieu, maar zet ook andere landen aan tot vergelijkbaar gedrag. Daarom eisen wij dat het NPV alleen wordt verlengd als de kernwapenmachten zich schriftelijk verplichten om voor het jaar 2000 met een afgerond verdrag voor de definitieve afschaffing van alle atoomwapens te komen. ’
Hans van Mierlo nam in zijn toespraak een tussenpositie in. Ondanks alle feilen acht hij het NPV 'het meest succesvolle mondiale veiligheidsverdrag sinds het begin van het nucleaire tijdperk ’. En wat ligt er meer voor de hand dan aan te knopen bij dat succes? Onbeperkte verlenging kan dienen als opstap naar nieuwe verdragen, waarvoor de huidige luwte in de wapen- wedloop naar zijn mening goede kansen biedt. Hij doelt onder andere op een algeheel verbod op kernproeven, een verbod op de produktie van splijtstof voor militaire doeleinden en een verruiming van de nucleaire inspecties. Maar het uiteindelijke doel moet complete nucleaire ontwapening zijn, aldus Van Mierlo, anders zullen 'drempellanden’ als Iran, Pakistan en India zich nooit van een eigen atoomwapen laten afhouden. In vaktermen uitgedrukt: de verticale proliferatie (de verbetering van het arsenaal van de kernmachten) werkt de horizontale proliferatie (de vergroting van het aantal kernmachten) in de hand.
DEZE NADRUK OP proliferatie onder soevereine staten lijkt eenzijdig, maar in tegenstelling tot de publieke opinie maakt de conferentie zich niet erg druk over het risico van proliferatie in terroristische kringen. En niet alleen omdat de beruchte Russisch-Duitse atoomsmokkel van augustus vorig aar een eigen doelpunt van de Bundesnachrichtendienst blijkt te zijn. Onder experts overheerst de mening dat atoombommen ongeschikt zijn als wapen voor terroristen: te duur, te bewerkelijk en te moeilijk naar het doel te brengen. De gifgasaanslag in Tokio en de diesel/kunstmestbom in Oklahoma bewijzen dat er veel eenvoudiger middelen zijn om terreur te plegen. Wat deskundigen het meest zorgen baart, is de grootscheepse proliferatie door toedoen van uitgerekend de erkende kernmachten.
Het resultaat van hun nucleaire Realpolitik wreekt zich vooral in het Midden-Oosten, waar diverse landen door westers en Russisch toedoen bijna of helemaal in staat waren een atoombom te produceren. De Fransen (die het NPV pas in 1992 ondertekenden) hielpen eerst Israël aan de bom, waarna dat land met Amerikaanse en Duitse ondersteuning de produktie van de Zuidafrikaanse bom mogelijk maakte. In de jaren zeventig bouwden de Fransen voor Saddam Hoessein de kerncentrale in Osirak met de uitdrukkelijke bedoeling om Irak een 'Arabische bom’ te bezorgen. De toenmalige premier Chirac - dezelfde - hield er de bijnaam O, Chirac aan over. Tijdens de Golfoorlog met Iran kon Saddam zijn kernwapenprogramma voortzetten dank zij frauduleuze Amerikaanse landbouwleningen. Nu Saddam is uitgeschakeld en de Amerikanen nog altijd bereid blijken om de Israelische bom door de vingers te zien - ondanks hevige protesten van onder meer Egypte - kan Iran zich als nucleaire kampioen van het antizionisme opwerpen en zelf aan een bom werken, waarvoor het weer onbeperkt kan winkelen in Rusland en China. En zo verder en zo voort. Als zelfs de machtigste ondertekenaars uit politieke en commerciële motieven het verdrag aan hun laars lappen, waar zetelt dan het gezond verstand dat een nucleaire holocaust moet voorkomen?
IN HET LICHT van zoveel calculated risks, die bij nader inzien toch altijd onberekenbaar blijken te zijn, is het moeilijk om een standpunt te bepalen over het NPV: tekenen (al dan niet onder voorwaarden) of principieel afwijzen? Zelfs hardnekkige vredesactivisten die ooit harde verwijten uitten aan het adres van kernfysici, gaan nu bij diezelfde wetenschappers te rade. Zo verzamelde zich vorige week woensdag een kleine groep toehoorders in een zaal in Frankfurt in de hoop een verlossend woord te vernemen van Edward Teller, de inmiddels 87-jarige ,vader’ van de Amerikaanse waterstofbom. Teller heeft nooit bedenkingen geuit tegen de ontwikkeling van nieuwe wapens, mits zij in handen kwamen van democratisch gekozen leiders. Hij omarmde elk Amerikaans initiatief op wapengebied, inclusief de neutronenbom en het StarWars-programma van Ronald Reagan, maar de laatste tijd betwijfelt hij openlijk of het wel juist was om de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki af te werpen; misschien was het beter geweest om een bom boven de baai van Tokio te laten ontploffen, op veilige afstand van de burgerbevolking en toch dichtbij genoeg om de Japanners van de verwoestende kracht ervan te doordringen. Beschikt hij, tot inkeer gekomen, over de steen der wijzen?
Ook Teller kwam in zijn lezing niet verder dan de constatering dat verdragen geduldig zijn, maar ambitieuze leiders en wetenschappers niet. In de toekomst zullen er telkens weer nieuwe wapens worden ontwikkeld en verspreid, ongeacht alle verdragen voor wapenbeheersing, non-proliferatie en internationale controle. 'Alleen door internationale samenwerking kan de vrede op een zodanig stabiel niveau worden gebracht dat zij onaanvechtbaar wordt’, aldus Teller. Dat standpunt lijkt onhaalbaar, onwezenlijk, een illusie. Maar het is waarschijnlijk waar, en dus doet Van Mierlo er goed aan om straks te tekenen voor onbeperkte verlenging. Bij wijze van voorschot op een betere internationale verstandhouding.