Sport

Voor-hoe-de

In de jaren tachtig had de voetbalclub Napoli een voorhoede die zo tot de verbeelding van de aanhang en andere liefhebbers sprak dat het drietal spitsen de koosnaam Ma-Gi-Ca kreeg. Het toverachtige aanvalsspel van Maradona, Giordano en Careca bracht Napoli zelfs meermalen het kampioenschap van de Italiaanse Serie A.

Wat je noemt een legendarische voorhoede.

Maradona scoorde in het seizoen 1989/90, het beste seizoen ooit voor Napoli, zestien doelpunten in de competitie. Samen kwamen de spitsen tot bijna veertig.

In Italië vonden ze dat indrukwekkend.

Vijftien jaar eerder zat ik op de eretribune van het Olympisch Stadion in Amsterdam te kijken naar mijn helden. De voorhoede van het Ajax van die tijd, het Ajax zoals dat nooit meer zou terug komen, bestond uit Sjaak Swart, Johan Cruijff en Piet Keizer. Legendarischer dan die Napoli-aanval, in elk geval in mijn her innering, maar niemand kwam op het idee van een mooie koosnaam voor de spitsen, zoiets als Swa-Cru-Kei.

De mooiste voorhoedes waren die met Tscheu La Ling erbij, als rechtsbuiten. Ling kon dingen met een bal die niemand anders kon, en soms deed hij ze ook. Hij was ietwat flegmatiek aangelegd («Wie vindt dat nou leuk, in zo’n kort broekie op zo’n koud veld?») en spande zich niet elke week even hard in. Maar de keren dat hij dat wél deed, toverde hij dingen te voorschijn die zelfs zijn medespelers verbaasden.

Ruud Geels bijvoorbeeld, de makkelijk scorende en onverbiddelijk kalende spits, vergat eens een bal in te koppen die Ling van rechts panklaar op zijn kruin had gedeponeerd. Het was tegen Manchester United, uit. De actie waarmee Ling zijn directe tegenstander in de luren legde, was namelijk van zo’n hemelse schoonheid dat Geels’ mond te ver open hing van verbijstering om nog te kunnen koppen.

Ling stond stil met de bal aan de voet, keek de back recht en rustig aan (hij had hem al een keer of tien vernederd) en wenkte met zijn wijsvinger: kom maar. Arroganter kon niet.

De back, na radeloos om zich heen te hebben gekeken voor advies, hapte uiteindelijk toe en ging op de bal af – voor Ling het teken om met een dubbele schaar de arme linksachter uit te spelen, naar de achterlijn te gaan en de bal voor te trekken.

Waar Ruud Geels vergat te scoren.

Maar dit terzijde.

Legendarische voorhoedes zijn er al een tijdje niet meer geweest. De tijd van Van Basten en Gullit is voorbij, en Kuyt, Van Nistelrooij en Castelen hebben net niet helemaal die grandeur die hen een spandoek met Kuy-Nis-Cas of zoiets zou kunnen opleveren.

Maar nu is er Sparta. De voorhoede van Sparta. Koevermans, Van den Bergh en Mustapha. Die mannen kunnen niet alleen voetballen, ze scoren ook nog. Van de 85 doelpunten die Sparta dit seizoen tot nu toe heeft gescoord, namen de drie aanvallers er respectievelijk 23, 22 en 21 voor hun rekening.

Volgend jaar spelen ze in de eredivisie. Het is te hopen dat het bestuur van Sparta begrijpt wat er aan de hand is, en ten eerste de mannen niet laat vertrekken, en ten tweede een heel groot spandoek laat maken met Ber-Mu-Koe. Of Mu-Koe-Ber. Of zoiets.