Zomergasten #4: Maxim Februari

Voor humanisme vechten in een steeds killere toekomst

Maxim Februari hield als onvergetelijke Zomergast een betoog over schoonheid en zeggenschap in een wereld die te complex is om steriel te beschrijven. Wat dat betreft kon Silicon Valley nog wat leren van de bewoners van Finsterwolde.

© VPRO

Hoe hij zijn jeugd in het ‘gruwelijk lelijke’ Overvecht had overleefd? Je zag hem twijfelen, zich even generen, wellicht omdat zijn antwoord zo onvoorstelbaar elitair is. Vooruit dan maar, hij gaf antwoord: hij overleefde de grauwe naoorlogse flattenwijk door Bach te fluiten, onderweg naar vioolles. Waarmee hij schoonheid vond te midden van een doorgeslagen maakbaarheidsideaal.

Moeiteloos laveren tussen filosofische ernst en bevrijdende humor bleek wederom de kracht van filosoof Maxim Februari. Die na zwart-witbeelden van de zichtbaar gelukkige tapdanser Fred Astaire ontwapenend opmerkte geen idee te hebben waar het over ging. ‘Voor mij is dit de categorie kattenfilmpjes. Kijken naar wezens met een beter lichaam dan ik.’ Al was het natuurlijk toch meer dan dat. ‘Ik kan slechts navoelen hoe het moet zijn. Stiekem probeer ik van ze te jatten, te kijken of ik hun ritmes in de literatuur kan laten terugkomen.’

En zo zwierden we de avond door aan zijn hand, te beginnen in de gure weilanden van Noordoost-Groningen waar een postbode zich een weg baant richting een straat in het dorpje Finsterwolde. Vol kitscherige beelden, verloederde tuinen en identieke brievenbussen. Iedereen krijgt er dezelfde brief van de burgemeester, die schrijft dat het lang niet meer zo goed toeven is, hier aan de Middenweg. Iets wat de veelal apathische bewoners niet direct herkennen (‘Het is hier wel een dikke teringzooi. Maar de laatste tijd is het juist rustig.’) waardoor er een complex gesprek ontstaat met tal van perspectieven. Uiteindelijk neerkomend op de vraag of de overheid moet ingrijpen of dat de samenleving hier zelf wel uitkomt.

Overwegingen waar Februari eindeloos veel lagen in kon ontwaren. Stel dat de gemeente overal sensoren en camera’s had geïnstalleerd en zelf aan de hand van data-analyse tot een diagnose was gekomen? Dan was dit levendige debat tussen bewoners en de burgemeester nooit op gang gekomen, dan was er ver weg allang een besluit genomen. ‘Spreken en schrijven liggen ten grondslag aan elk democratisch gesprek’, zei hij. ‘Maar er zijn nu al Nederlandse steden waar je bijvoorbeeld automatisch wordt beloond als je de fiets pakt in plaats van de auto. Dat is manipulatie waarbij de tekst verloren is gegaan.’ Waarmee Februari terugkwam op zijn belangrijkste observatie in het filmpje: de burgemeestersbrief waarmee de documentaire was begonnen, dat was een belangrijke uitnodiging tot gesprek geweest.

Net toen de choreografie van de avond steeds meer leek te gaan draaien om hoe een alles overwoekerend datageloof de taal en politiek verdrong, kwam die abrupt tot een pauze toen presentator Janine Abbring zei dat het tijd was voor ‘dat ene fragment’.

‘Oh jee, is het al zover’, reageerde Februari niet bijster enthousiast. Zeven jaar geleden onderging de schrijver een geslachtsverandering. ‘Een privékwestie die je even in het openbaar moet aankaarten.’ Het is namelijk doorgaans vooral de omgeving die raar doet, zo bleek uit een fragment over de succesvolle pianist Sara Davis Buechner. Na haar transitie werd ze plots niet meer geboekt voor grote concerten en raakte ze werkeloos. Februari keek in zijn eigen leven nog altijd op van de stroom aan weldenkende mannen die hem plots impertinente vragen begonnen te stellen over de aanwezigheid van een penis. ‘Alsof ze er nog eentje hadden liggen.’

Hoewel Abbring dappere pogingen deed het gesprek te verdiepen – ‘Kom op Maxim, je hebt hier beter over nagedacht!’ – toonde Februari zich een dienstbaar rolmodel tegen wil en dank, om vervolgens plagend het onderwerp af te ronden met de opmerking: ‘Nog één vraag, daarna gaat het kastje weer dicht.’

Waarna hij zijn ritme hervond en terugkeerde naar het werkelijke thema van zijn avond: de relatie tussen de mens, zijn machines en zijn moraal. Huiveringwekkend geïllustreerd aan de hand van Amerikaanse drones en hun getroebleerde bestuurders, die vanachter hun computers onschuldige burgers neerschoten. Al waren volgens de systemen die kinderen toch écht terroristen geweest. Over die moorden kon je verontwaardigd doen, maar uiteindelijk zijn het de vruchten van een doorgeschoten verlichtingsgedachte, analyseerde Februari. ‘De pretentie dat we met data een complete greep op de werkelijkheid hebben, is volledig illusoir. Maar nu, in de 21ste eeuw, is er plots een breed gedragen overtuiging dat dat wél kan.’

De NRC-columnist schrijft gelukkig al te lang over het onderwerp om zich te verliezen in een nostalgisch terugverlangen. Dat bleek wel uit de scène die hij toonde uit de film La Grande Bellezza, waarin de Italiaanse elite met haar rug naar de toekomst zich verliest in verpletterende schoonheid, wijn en feest. Maar tegelijkertijd een diepe maar bij vlagen aantrekkelijke leegheid tentoonspreidt. Februari zag er vooral kritiek op Europa in terug, dat een benauwend openluchtmuseum dreigde te worden. ‘Hebben we nog een morele opdracht of kijken we alleen maar op het verleden terug?‘

De mystiek van het leven schuilt uiteindelijk in dat ene dansje, een simpel goocheltrucje, kunst, een glas wijn of die geneuriede melodie van Bach. Maar óók in het waarborgen van rechten van anderen. Iedereen heeft een mensenrecht tot schoonheid, zei de filosoof. Waarop Abbring de avond samenvatte door te stellen dat de romantische inborst van haar gast het had gewonnen van de rationale verlichtingsgeest die ook in hem huist.

Al zal Februari hebben gedacht dat je ze allebei nodig hebt. En dat het aan die tweede is om voor de romantiek te vechten – in de toekomst die voor ons ligt.