Voor mijn dochter

Marja en haar dochter en de nieuwe Heleen van Royen.
Ik lees de nieuwe Van Royen. Geheel tegen mijn gewoonte in kijk ik eerst op de laatste bladzijde. Niet om te zien hoe het afloopt, maar om te kijken of ze iemand bedankt.

Ik weet niet waarom, maar ik vind die bedankjes altijd iets ijdels hebben. Er spreekt iets uit als: zonder jullie had ik dit geweldige, grootse werk nooit voor elkaar kunnen krijgen. Tegelijkertijd vind ik ze machtig interessant. Vooral omdat iedereen altijd zo zijn methode heeft om hiërarchie aan te brengen in de bedankjes. Heleen heeft er een drietrapsraket van gemaakt: Met dank aan – Met speciale dank aan – Met zeer speciale dank aan. In de laatste categorie vallen ook man en zoon. Hè, maar waar is de dochter dan gebleven? Dan sla ik het boek gewoon bij het begin open. Aha, het boek is opgedragen aan de dochter. De laatste zin van die opdracht luidt: ‘Duizend boeken zijn niet genoeg om te vertellen hoeveel ik van je houd.’
Jeetje, denk ik.
In een vage zucht naar vanzelfsprekende gemeenschappelijkheid zeg ik tegen mijn dochter: moet je kijken, die opdracht. Misschien moet ik er eerst bij zeggen dat eerder op die dag mijn dochter al wat had verteld over de glamourous presentatie van het boek, waarvan beelden te zien waren geweest bij RTL Boulevard. Vooral de zoon had grote indruk gemaakt op mijn dochter. Ze had nagedaan hoe hij op het podium het applaus mede in ontvangst had genomen. Maar ze deed dat ook een beetje spottend. Dacht ik.
Aandachtig leest mijn dochter de opdracht.
‘Ik vind het wel mooi’, zegt ze dan.
‘Echt?’ vraag ik, op slag onzeker.
‘Ja’, zegt ze. ‘Die dochter heeft een heel zwaar jaar gehad.’
‘O?’
‘Ze is van haar paard gevallen, en daardoor heeft ze een tijdlang niks voor school kunnen doen. Maar ze is toch over gegaan.’
Jeetje, denk ik nog maar een keer.
‘Wat heb jij er op tegen dan?’ vraagt ze.
Ik wil iets zeggen over dingen die je niet hoeft te proberen uit te drukken, dat ze er alleen maar kleiner van lijken te worden, maar kom niet verder dan wat gestotter. En voel me een heks bovendien.