Economie

Voor niets

Hulpdiensten klappen voor zorgverleners bij het Maastricht UMC+ © MARCEL VAN HOORN / ANP

Wat deed hij toen hij in het ziekenhuis wachtte op de geboorte van zijn dochtertje? Hij hackte het ziekenhuis, vertelde de sympathieke cybersecurity-expert vorige week in Nieuwsuur. Aanleiding was de software-gijzeling vanuit (waarschijnlijk) Rusland. Na een digitale inbraak bij het Amerikaanse technologiebedrijf Kaseya werden tientallen bedrijven platgelegd en werd zeventig miljoen dollar losgeld geëist.

De jonge vader is lid van het Dutch Institute for Vulnerability Disclosure (DIVD), een in oktober 2019 opgericht onderzoeksplatform. Specialisten uit de ICT, allen vrijwilliger, proberen er schurken te slim af te zijn door het internet af te schuimen op zoek naar kwetsbaarheden. Ze hadden Kaseya al gewaarschuwd, maar nog niet het probleem gevonden en opgelost. Was dat gelukt, dan hadden de Nederlandse nerds het grootbedrijf zomaar zeventig miljoen dollar bespaard. En het gekke is: ze hadden daar dan niets voor hoeven hebben.

Ook belastingconsulenten en bedrijfsadvocaten besparen multinationals miljoenen aan belastinggeld en claims, maar zij laten zich er dik voor betalen. De advocaat die vluchtelingen of bijstandsmoeders bijstaat moet sappelen, want van een kale kip kun je niet plukken. De Zuidas-advocaat rijdt een Tesla. Dit begrijpen economen. Maar het DIVD levert schaarse diensten voor niets aan bedrijven met miljoenenwinsten. Het tart de logica van de arbeidsmarkt.

Op de DIVD-site zie ik dat dertig ethische hackers naast hun baan voor de organisatie werken, onder vaak intrigerende titels als CSIRT Handler, Unique Intelligence, Ethical Conscience, of gewoon Researcher. Waarom doen ze dit? vraag ik later telefonisch aan Eveline Meijer, een ICT-journaliste die voor AG Connect over het DIVD schreef. Uit intrinsieke motivatie, is het antwoord. En ook: ze vinden het belangrijk de digitale veiligheid te vergroten.

Ethische hackers zijn op jacht, naar lekken en achterdeurtjes

Ik begin het te snappen. Het DIVD moet je niet vergelijken met advocaten, maar met jagers. Ook vrijwilligers, die uit intrinsieke motivatie op een zaterdagmorgen in de mist staan te speuren naar een haas. Jagers vragen geen vergoeding (ze betalen juist voor jachtrecht), hoewel de kosten die ze besparen toch aanzienlijk zijn. Een mix van arbeidsvreugde en missiebesef is voldoende vergoeding. Ik kan er best inkomen. De Nederlandse wildstand beheren door in de vrije natuur met vuurwapens te spelen: zelfs Esther Ouwehand zal de aantrekkingskracht ervan voelen.

Ethische hackers zijn ook op jacht, naar lekken en achterdeurtjes en het begin van een uitslaande brand. Het plezier van de jacht en het besef te helpen is ook voor hen genoeg. Als ze geld willen, hebben ze een uitstekende onderhandelingspositie, want hun vaardigheden zijn waardevol en schaars. Toch hebben ze nog nooit gestaakt.

Ze zijn de enigen niet. Als ze nou eens zouden staken, verzuchtte een zorgmanager eerder dit jaar tegen me, dan was het zo gepiept. We hadden het over de hardnekkig bescheiden beloningen in de zorg. Ook verpleegkundigen zijn essentiële werkers die genoegen nemen met hartjes, applaus en een eenmalige bonus. Ze lijken wel gek, zou een arbeidsmarkteconoom misschien zeggen.

Maar ze zijn niet gek, ze houden van hun werk. Gek, dat is de logica van de markt die zulke mensen voor gek verklaart. Een arbeidsmarktmodel dat beter past bij ‘bullshit jobs’, zoals David Graeber ze oneerbiedig noemde: frontdeskmedewerkers, formulierschrijvers, polisverkopers, verandermanagers, telefonische verkopers, tussenlaagmanagers, pr-specialisten – beroepen met lage niveaus van arbeidsbevrediging, een enkeling uitgezonderd. Die moet je betalen, anders lopen ze weg.

Dat doen ze niet in de zorg en andere essentiële beroepen, ook niet als ze na een intensief coronajaar best wat extra vakantie kunnen gebruiken. ‘De kinderen hebben zó slecht les gehad’, hoorde ik gisteren nog van een docent in het middelbaar onderwijs, ‘nu moet er waar mogelijk bijgewerkt en ingehaald worden.’ Dan ga je niet weg.

In de leerboeken economie is vrije tijd nog steeds een ‘goed’, iets waar je altijd meer van wilt, en werk ‘slecht’, iets waar je voor betaald moet worden. Het is een model dat klopt voor slopend fysiek werk, voor lopende banden en bullshit jobs. Wat erin mist, is voldoening en missiebesef. Dat verklaart waarom op veel werkplekken de geleverde bijdrage in geen verhouding staat tot het bescheiden salaris, met de vrijwilligers als voorhoede. Ze besparen tientallen miljoenen door een cyberaanval te voorkomen, of door ’s avonds nog even de digitale veiligheid van een ziekenhuis te testen. Voor niets.