De anti-abortusbeweging in Nederland

‘Voor ons en natuurlijk dankzij de Here God’

Mars voor het Leven, Schreeuw om Leven, de ‘spijtpil’ – pro life is in Nederland springlevend. Christelijke partijen en organisaties boeken steeds meer succes in hun strijd tegen abortus. En daar maken ze, heel strategisch, niet te veel ophef over.

Tegenstanders van abortus bieden bij abortusklinieken vaak plastic foetussen aan © Robin Utrecht / ANP

‘Ik kom een pil ophalen’, zegt Aimee tegen de assistent in de Haagse apotheek. Ze noemt haar naam en geboortedatum. De medewerker loopt naar achter en komt even later terug met een papieren zakje. Driemaal daags twee pillen is het voorschrift van de huisarts. ‘Gedurende veertien dagen, en u moet ze vaginaal inbrengen.’ Aimee vraagt of de arts heeft vermeld waarvóór het recept is bedoeld. ‘Nee, dat staat er niet bij’, zegt de assistent. Het zijn pillen met het vrouwelijke geslachtshormoon progesteron. ‘Er zit trouwens ook geen verwijsbrief bij, zie ik nu. Zullen we de bijwerkingen nog even doornemen?’

Is het echt zo makkelijk? Gisteren nam Aimee een eerste abortuspil om haar zwangerschap af te breken. In de twijfel die haar kort daarna overviel, was één telefoontje naar een hulplijn genoeg om die in gang gezette abortus weer terug te draaien. Via een kleine christelijke hulporganisatie schreef een huisarts haar de progesteron voor. Buiten de apotheek haalt Aimee de bijsluiter uit het doosje. Daaruit blijkt dat de huisarts haar twee keer de maximaal toegestane dosering heeft voorgeschreven.

Het christelijk geloof in Nederland dooft langzaam uit. De protestantse kerk verliest gemiddeld honderdvijftig leden per dag. Het aantal Nederlanders dat zichzelf christelijk noemt zakte naar ruim een derde van de bevolking en ook daarvan komt een groot deel nauwelijks meer in de kerk. Eén op de vijf kerken heeft inmiddels een andere bestemming gekregen. In de Tweede Kamer blijven de drie christelijke partijen samen steken op achttien procent van de zetels; een schamele minderheid.

Gert-Jan Segers, lijsttrekker van de ChristenUnie, zegt zichzelf als christen een minderheid te voelen in eigen land. In het regeerakkoord werden naast lhbti’ers óók christenen als kwetsbare groep benoemd. Net als sgp en cda vindt de ChristenUnie dat de wereldwijde vervolging en onderdrukking van christenen wordt verzwegen. Belangrijke speerpunten van het geloof, zoals een verbod op abortus of euthanasie, zijn volgens de lijsttrekker van de sgp Kees van der Staaij ‘taboeonderwerpen’ geworden voor progressief links, die als voldongen feit moeten worden aangenomen. Dat er überhaupt gediscussieerd wordt over zaken als abortus is te danken aan een kleine groep volhardende demonstranten die bij de deur van de abortuskliniek aandacht vragen voor de ‘rechten van het ongeboren kind’.

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch Esther Chavannes, Marieke Rotman en Investico-hoofdredacteur Jeroen Trommelen over de strategie van de anti-abortusbeweging. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen

Maar dat beeld van onmacht in de marge is onjuist, blijkt uit onderzoek van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico voor De Groene Amsterdammer. We spraken met kopstukken en voetsoldaten uit de anti-abortusbeweging, volgden hun internationale netwerk en plozen initiatiefwetten uit. Wetten die in Nederland voorzichtig maar gestaag knagen aan het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen en het recht van de foetus hoger op de politieke agenda duwen. En we stuitten op een haast ondergrondse strijd die wordt gevoerd om vrouwen ertoe te bewegen hun abortus ongedaan te maken. Christelijke activisten kunnen bij dat alles rekenen op buitenlandse fondsen, politiek geschoolde strategen, een leger van vrijwilligers en een internationaal netwerk van juristen.

Verdrukt en gemarginaliseerd: dat is het beeld dat de christelijke minderheid graag over zichzelf schetst, en progressief Nederland gelooft maar al te graag dat ze zich ophouden in de kantlijn. Maar conservatief christelijk rechts in Nederland boekt in stilte wel degelijk successen, blijkt uit ons onderzoek. Een belangrijk onderdeel van dat succes is dat daar niet te veel ophef over wordt gemaakt.

‘Welkom bij de Mars voor het Leven 2020, al weer de 28ste keer dat we samenkomen voor het ongeboren leven. Dit jaar lopen we niet met tienduizenden door een stad, maar zijn we hier in het klein.’ Zo’n twintig mensen staan buiten in de kou, om Schreeuw om Leven-woordvoerder Chris Develing heen. ‘Pro-life is springlevend. Dankzij u, dankzij de sgp en de ChristenUnie die in de politiek de nek uitsteken voor ons en natuurlijk dankzij de Here God, die alles overziet, die alles leidt.’

Vanwege Covid wordt een gedeelte van het programma vandaag digitaal uitgezonden vanuit Nieuwspoort, via de zogenoemde Pro-Livestream. Een onherkenbaar in beeld gebrachte ‘vrouw met reformatorische achtergrond’ betuigt met vervormde stem spijt over haar abortus. Volgens de Amsterdamse advocaat Don Ceder, de eerste zwarte ChristenUnie-fractievoorzitter in de Amsterdamse gemeenteraad en nummer 4 op de landelijke kieslijst, kan het lijken ‘alsof iemand een weloverwogen keuze maakt’. Maar het zou volgens hem goed kunnen dat iemand in werkelijkheid onder druk gezet wordt door ‘een partner, ex-partner, een ouder of de abortusarts zelf’. Hulpverlener Arianne Vroegindeweij weidt verder uit over de ‘gevolgen van abortus’: ‘Angst, paniek, alcoholisme, nachtmerries, overal kinderen horen huilen, niet meer tegen de aanblik van een zwangere buik kunnen.’

Buiten, naast de Haagse Hofvijver, staat Tineke. Net als veel andere Schreeuw om Leven-vrijwilligers is Tineke ‘waker’ geweest. Wakers ‘informeren’ vrouwen voor de ingang van abortusklinieken over mogelijke alternatieven voor een abortus – dat doen ze met flyers, informatieboekjes en plastic ‘foetussen’. Maar het waken werd Tineke na verloop van tijd emotioneel te zwaar, vertelt ze. Nu is ze vooral betrokken achter de schermen. Het gesprek wordt even onderbroken door een man met een witte cowboyhoed die tegen Tineke zegt dat wij, onbekende journalisten, voor de geheime dienst werken. ‘Hij komt’, staat op zijn hoed. ‘Eerst stond er “Jezus komt”’, vertrouwt hij ons toe, ‘maar dan zijn minder mensen bereid het gesprek aan te gaan.’ ‘Amen’, zegt Tineke.

Buiten staat ook Hendrika, coördinator van de wakers. Wekelijks ontvangt ze nieuwe aanmeldingen, vertelt ze. Daarnaast is ze bestuurder van de paarse ‘Er-is-Hulp’-bus van Schreeuw om Leven waarmee ze dikwijls bij klinieken staat. Hendrika ‘informeert’ daar over de alternatieven voor abortus, bijvoorbeeld het nemen van een spijtpil. Hendrika noemt het de ‘abortuspilstopper’, een pil die je na de eerste abortuspil neemt als je spijt krijgt van je zwangerschapsafbreking. ‘Ze knallen dat hormoon erin en dan krijgt de baby echt een oppepper.’ En: ‘De kinderen zijn daarna altijd gezond.’ Met een glimlach vertelt ze dat er recent nog een vrouw is geweest, uit Irak of Iran, dat weet ze niet meer, die nauwelijks Nederlands sprak. Ze is door een waker overtuigd bij de kliniek om de abortuspilstopper te nemen en is nu nog steeds zwanger.

Een stille Mars voor het Leven. Utrecht, 16 november 2019 © Jaco Klamer / ANP

Toen Aimee koos voor een medicinale abortus, net als ruim achtduizend Nederlanders per jaar, moest ze een aantal stappen doorlopen. Eerst een gesprek bij de Haagse abortuskliniek, toen vijf dagen bedenktijd, waarna ze de eerste abortuspil innam in de kliniek. Die eerste pil stopt de aanmaak van het hormoon progesteron, waardoor het embryo door de baarmoeder wordt afgestoten. De tweede serie pillen, 48 uur later, wekt weeën op waardoor de vrucht wordt afgedreven. De ‘abortuspilstopper’ die ze na het telefoontje met de christelijke hulpverleners ophaalt bij de Haagse apotheek zou de werking van de eerste abortuspil tegengaan en ervoor zorgen dat het embryo zich weer in de baarmoeder nestelt. Daarom moet deze spijtpil zo snel mogelijk na de eerste abortuspil ingenomen worden.

De hulplijn van de spijtpil bracht haar direct in contact met een haar onbekende huisartsenpraktijk. Die kent haar medische geschiedenis niet, en de huisarts zelf kreeg ze niet te spreken. Desondanks werd meteen een spijtpil voorgeschreven. Nog geen twee uur na het telefoontje stond ze met die pil in haar hand.

Dertig jaar geleden riepen de felste abortusactivisten ‘babymoordenaars’, maar inmiddels is een groot deel van de anti-abortusbeweging overgegaan op een zachter ogende aanpak en heeft ze zichzelf omgedoopt tot ‘pro-life’. Als het even kan, zet de beweging alleen al in de naam een neutraal gezicht op. Zo is er de ‘Nederlandse Patiënten Vereniging’ (npv), die net als andere patiëntenverenigingen subsidie ontvangt en regelmatig aanschuift bij medisch-ethische adviestafels. ‘Onze wetenschappelijke afdeling leest zich een slag in de rondte, we hebben heel veel kennis in huis op dat gebied’, vertelt voorzitter Diederik van Dijk trots. Maar aan welke ziekte lijden de patiënt-leden van Van Dijks patiëntenvereniging? Een antwoord vinden we op de website. ‘Het leven is een gave van de schepper zelf: de npv komt op voor het mensenleven.’

Als sgp-senator met een uitvoerig politiek netwerk komt Van Dijk makkelijk aan tafel. ‘Het is eigenlijk een ons-kent-ons-wereldje. Formeel zet het ministerie een openbare uitnodiging uit en kan iedereen intekenen. In de praktijk wordt er even een telefoontje gepleegd en worden wij vaak gevraagd; we zijn op medisch-ethisch terrein een bekende partner.’

Aan het feit dat de npv niet om wille van patiëntenbelangen maar eigenlijk als religieuze organisatie aan tafel komt zitten, neemt schijnbaar niemand aanstoot. Het ministerie van Volksgezondheid erkent dat de npv ‘strikt genomen’ niet voldoet aan de subsidiecriteria voor patiëntenverenigingen, maar, zo zegt een woordvoerder, er is ‘coulance’ toegepast omdat de npv al ‘van oudsher’ subsidie krijgt. De tolerantie jegens ideologische organisaties werkt overigens niet twee kanten op. Toen het ministerie het Humanistisch Verbond vroeg de discussie te leiden over het ‘genezen van homoseksuelen met gebed’ wierpen de ChristenUnie en sgp onmiddellijk op dat het Verbond geen neutrale partij zou zijn. Wanneer de npv wordt gevraagd aan te zitten bij ‘de embryodialogen’ – minister Hugo de Jonge’s overleg over dna-onderzoek bij embryo’s – blijft het echter stil. Ook van de kant van seculiere en progressieve partijen.

Maar de npv is er ook voor haar leden. Zo krijgt elk lid collectiviteitskorting bij Pro Life Zorgverzekering. Deze christelijke polis bestaat al sinds 1986. Onder het bewind van Abwin Luteijn, die er tot 2018 directeur was, vervijfvoudigde het aantal leden tot ruim honderdduizend en werd het een financieel bloeiend bedrijf. ‘Ach’, zegt hij, ‘christenen hebben vaak een behoudende levensstijl, wat de zorgkosten ten goede komt. En misschien is zo’n kind de trap op tillen goed voor je rug, zodat je minder fysio nodig hebt. Bovendien komen heel dure behandelingen voor bijvoorbeeld aids of geslachtsverandering in onze doelgroep eigenlijk niet voor.’

‘Ik kan me er geen voorstelling van maken hoe erg het is om mee te maken, maar ook bij verkrachting zijn wij tegen abortus’

Pro Life Zorgverzekering vergoedt geen abortus (een voornamelijk lege belofte, want in Nederland wordt abortus in de kliniek door de staat betaald) en ook geen euthanasie, koperspiraaltje, geslachtsverandering of ivf-behandeling waarbij ‘de zaadcellen niet van de wettige partner zijn’. Dat geldt uiteraard ook voor meeverzekerde kinderen. Opmerkelijk, omdat de meeste van deze behandelingen gewoon in het basispakket zitten dat elke verzekeraar wettelijk verplicht is te vergoeden. Maar bij het invoeren van het wettelijke basispakket in 2006 dienden sgp en ChristenUnie met succes een amendement in dat stelde dat ‘verplichte solidariteit voor prestaties die zo sterk omstreden zijn, ongewenst is’. Oftewel: deze behandelingen passen niet in de levensovertuiging van de achterban van deze partijen, dus hoeven ze er niet aan mee te betalen. Korte lijntjes tussen politiek en maatschappelijke instituties komen vaker voor in de anti-abortusbeweging. Siriz, een hulpverlener die ongewenst zwangere vrouwen chathulp en huisvesting biedt, werd in 2017 door Gert-Jan Segers een ‘partnerorganisatie van de ChristenUnie’ genoemd. Een jaar later raakte de organisatie in opspraak toen De Groene Amsterdammer onthulde dat zij in hun keuzehulpgesprekken met ongewenst zwangere vrouwen sturend handelden – terwijl ze subsidies ontvingen voor nadrukkelijk neutrale hulpverlening. De organisatie, opgericht door de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind, bleek daarnaast medische desinformatie te verspreiden en de Mars voor het Leven mede te organiseren.

In de Tweede Kamer werden vragen gesteld over Siriz’ jaarlijkse subsidie, die in 2013 dankzij een amendement van Van der Staaij (sgp) was verdrievoudigd tot ruim 1,5 miljoen euro. Op aandringen van pvda en GroenLinks beloofde ChristenUnie-staatssecretaris van Volksgezondheid Paul Blokhuis meer transparantie en scherpere kwaliteitscriteria voor organisaties als Siriz, maar hij beklaagde zich wel over ‘het toppunt van wantrouwen’ tegenover christelijke organisaties. Gewantrouwd of niet, Siriz kon in 2019 gewoon weer op 1,7 miljoen euro subsidie rekenen.

Onder leiding van ChristenUnie-staatssecretaris Blokhuis kreeg ‘pro-life’ meer politieke steuntjes in de rug, en werd zelfs het academisch debat daarvoor gebruikt. Binnen een jaar na zijn aantreden presenteerde hij een plan om vijftien miljoen euro te investeren in onderzoek naar de preventie en ondersteuning van onbedoelde zwangerschappen. Dat klinkt weinig controversieel: iedereen wil wel helpen bij preventie van onbedoelde zwangerschappen. Maar in de praktijk werd het belastinggeld deels ingezet voor onderzoek dat uitgaat van ernstige ‘psychische gevolgen’ van een onbedoelde zwangerschap. Een uitgangspunt dat past bij de ideologische achtergrond van de staatssecretaris, maar dat al was besproken in een eerder onderzoeksprogramma van zijn eigen ministerie. De conclusie daarvan was helder: een abortus leidt, in tegenstelling tot wat de waslijst van wetenschappelijk bedenkelijke kritiek van de sgp beweerde, níet tot psychische aandoeningen.

Jenneke van Ditzhuijzen, die het eerdere onderzoek deed, is verbaasd: ‘Van abortus is in elk geval bekend dat het het risico op psychische aandoeningen niet verhoogt. Ik ben uitgebreid in de media geweest en heb mijn bevindingen breed gedeeld met professionals en politici. Apart, dat hier toch weer aangenomen wordt dat het problematisch zou zijn.’ De gepensioneerde gynaecoloog-onderzoeker Douwe Verkuyl vergelijkt het nieuwe onderzoek van de staatssecretaris met alternatieve geneeskunde, waar men steeds maar blijft zoeken naar feiten die wél passen bij het eigen wereldbeeld.

‘Onderzoek’ is ook de basis voor een vaak herhaalde bewering van de christelijke en klein-rechtse partijen: ‘Jongeren worden steeds conservatiever’ was de boodschap in oktober 2019, van Radio 1 tot Hart van Nederland. Een studie door de Universiteit Tilburg had een trendbreuk opgemerkt in de progressiviteit van Nederlandse jongeren. Zij zouden nu negatiever staan tegenover zaken als abortus, homoseksualiteit en euthanasie dan voorheen. Kees van der Staaij noemt het onderzoek in een recent opiniestuk in NRC Handelsblad ‘een bemoedigende trendbreuk’. Maar dat was helemaal niet de conclusie, zegt socioloog Quita Muis die het onderzoek deed, bij navraag. ‘Jongeren zijn nu iets conservatiever dan ouderen. Maar de jongeren van nu zijn nog stééds progressiever dan de jongeren van dertig jaar geleden; de stijgende lijn blijft.’

Don Ceder van de ChristenUnie bij de vanwege corona kleinere Mars voor het Leven. Hofvijver, Den Haag, 14 november 2020 © Dirk Hol / ANP

We gaan online op zoek naar de spijtpil en vinden hem op de vrolijke felgroen en roze gekleurde website abortuspilstop.nl. Tussen de bloederige foto’s van ‘geaborteerde embryo’s’ door zien we dat het gaat om het middel Utrogestan, merknaam voor het synthetisch geproduceerde hormoon progesteron. De website zegt te kunnen helpen met het verkrijgen van de pil.

Dat de spijtpil in Nederland verkrijgbaar zou zijn is opmerkelijk. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen laat desgevraagd weten dat ‘dat medicijn niet als abortuspilstopper bij ons is geregistreerd’. En voegt daaraan toe: ‘Een medicamenteuze abortus bestaat uit twee medicijnen die men na elkaar moet innemen. Op basis van beperkte gegevens blijkt dat stoppen na inname van het eerste medicijn een ernstig effect kan hebben op zowel de vrouw als haar foetus. Dat is niet te voorkomen door het innemen van een zogenaamde “abortuspilstopper”.’ Het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik is ‘niet bekend met het gebruik van dit middel’.

In de VS ‘bewees’ een klinische studie met slechts zes vrouwen, gedaan door een ‘pro-life’-huisarts die deed alsof hij bij de Universiteit van San Diego werkte, dat de abortuspilstopper de zwangerschap ‘kon redden’. Een herhaalstudie eind 2019 vanuit de (daadwerkelijke) Universiteit van Californië moest voortijdig worden afgebroken omdat een kwart van de deelnemende vrouwen levensgevaarlijke bloedingen ontwikkelde. Voor conservatieve Amerikaanse politici in onder meer Arkansas, Idaho en Kentucky vormde dat geen beletsel om abortusartsen bij wet te verplichten vrouwen te wijzen op de pil, mochten ze nog spijt krijgen.

Kan het dan zijn dat Nederlandse artsen van christelijken huize dit middel ‘off-label’ voorschrijven? Zoiets mag in Nederland, ook zonder gedegen klinische studie, wanneer er genoeg bewijs uit de praktijk komt dat het middel helpt, en het ‘voor de patiënt op dat moment de best denkbare behandeling is’. Zo staat het in de richtlijn van het Nederlands Huisartsen Genootschap. Datzelfde Genootschap heeft echter ook nog nooit van de abortuspilstopper gehoord, ook niet als ‘off label’-toepassing.

‘Ik kan me er geen voorstelling van maken hoe erg het is om mee te maken, maar ook bij verkrachting zijn wij tegen abortus’, zegt Wilco Kodde vanuit zijn woonkamer in een aangeharkte straat ergens in de Drechtsteden. De voormalig mbo-docent is tegenwoordig regionaal directeur Benelux van ProLife Europe, een organisatie die zich inzet om een nieuwe, jonge generatie Europese anti-abortusactivisten op te leiden. ‘ProLife Europe is niet zo bezig met politiek’, vervolgt Kodde. ‘Wij zetten in op een cultuurverschuiving.’ Terwijl hij opstaat om koffie te zetten, gaan zijn dochtertje en zoontje aan de eettafel knutselen. Op een van onze mokken staat ‘Liefde doet Leven’.

Journalistiek onderzoek naar de anti-abortusbeweging focust veelal op schimmige geldstromen vanuit de VS, die door gebrekkige openbaarheidsregelingen zelden worden vastgesteld. ProLife Europe ontvangt Amerikaanse donaties, erkent Kodde (‘ik weet niet precies hoeveel’), maar ook zonder die steun kan de organisatie prima bestaan. Dat geldt ook voor zijn afdeling. Op eigen bodem is voor de anti-abortusbeweging ook genoeg te halen: Siriz en de Nederlandse Patiënten Vereniging, bijvoorbeeld, hebben in het afgelopen decennium meer dan vijftien miljoen euro aan subsidie ontvangen – van de Nederlandse staat, welteverstaan.

Conservatief-christelijk Europa redt het financieel simpelweg zelf steeds beter. Veel belangrijker dan geld is strategische raadgeving uit Amerika, blijkt uit ons onderzoek. De grote ‘denktank voor de Europese prolifebeweging’ Agenda Europe organiseert elk jaar een strategische top. Daar scholen activisten, juristen en politici elkaar bij met praktische adviezen in de strijd tegen de christelijk-conservatieve drie-eenheid van moreel verval: abortus, euthanasie en het homohuwelijk.

Aan de hand van een 140 pagina’s tellend manifest zet Agenda Europe in op een nieuwe strategie naar Amerikaans model: vermijd religieuze argumenten, gebruik de taal van mensenrechtenactivisten, presenteer christenen vooral als slachtoffer van discriminatie en sluis subsidies weg met legitiem ogende instituties. Een van de hoofdfinanciers van deze bijeenkomsten is de Europese politieke partij de European Christian Political Movement (ecpm), opgezet door de ChristenUnie. Dat blijkt uit geheime opnamen van een strategische top van Agenda Europe in handen van Investico.

‘Laten we niet vergeten onze gulle sponsoren te bedanken’, zegt de Duitse voorzitter op die opname in Warschau in 2016. ‘Allereerst Ordo Iuris’, de organisatie achter het recente Poolse abortusverbod. ‘Natuurlijk ook CitizenGo’, de Spaanse aanjager van handtekeningenacties tegen homorechten. ‘En als laatste, niet te vergeten, de ecpm.’ Een gezette, bebrilde man ontvangt het applaus met een lichte buiging.

Het is Leo van Doesburg, de stille kracht achter de kleine, christelijke Europese partij. Hij is verantwoordelijk voor de opmerkelijke ontstaansgeschiedenis van de partij, vijftien jaar geleden. Van Doesburg wist dat, om te kwalificeren als zelfstandige partij in het Europees Parlement, een beweging in minimaal een kwart van de EU-lidstaten parlementair vertegenwoordigd moet zijn. Alleen dan kun je ook aanspraak maken op Europese subsidies. In 2006, één jaar voor de uitbreiding van de EU naar het oosten, ging Van Doesburg daarom op pad met een politiek uiterst vernuftig plan.

De voormalige Oostbloklanden die Van Doesburg bezocht, hadden veelal parlementaire regels om representatie van etnische minderheden te verzekeren. Zo is er bijvoorbeeld een politieke partij van Hongaren in Slovenië of juist weer van Bulgaren in Roemenië. Zij kunnen standaard aanspraak maken op een gereserveerde zetel in het nationale parlement. Van Doesburg trok daarom van de Balkan over de Karpaten tot aan de Baltische Zee om precies die zetels bij elkaar te sprokkelen. Met succes: in 2010 werd de ecpm officieel een Europese partij, met bijna driekwart van haar lidpartijen in voormalige Oostbloklanden.

Podcast Investico

Undercover als ‘vrouw met spijt’: in deze aflevering van Speurwerk vertellen Investico-onderzoekers over de successen van conservatief-christelijk rechts - en hoe ze daar onderzoek naar deden.
Luister naar de nieuwe aflevering van Speurwerk.

Soms hoeft de SGP niet af te kijken bij haar Amerikaanse ideologische broeders, dan wordt ze zomaar geholpen door een nietsvermoedend D66

Inmiddels strijken de ECPM en haar stichting, waarvan Gert-Jan Segers in 2011 nog penningmeester was, jaarlijks meer dan een miljoen euro subsidie op. Volgens Europese wetgeving staat het ze vrij dit uit te geven aan evenementen en campagnes die stroken met hun missie. De ecpm, die ondanks herhaaldelijke verzoeken weigert ons te woord te staan, spendeert het geld onder meer aan internationale conferenties zoals Agenda Europe, een vergelijkbare bijeenkomst met evangelisten en ultra-katholieken in Colombia, en aan een cursus homobekeringstherapie in Slowakije.

Zo laten de Nederlandse partijen in Brussel hun ware gezicht zien, bevestigt D66-europarlementariër Sophie in ’t Veld. Europese politici beginnen weliswaar langzaam te begrijpen hoe de beweging te werk gaat, ‘maar bij onze collega’s in Den Haag zie je nog weinig besef. Iedereen weet dat de sgp vrij radicaal tegen abortus is, maar ook de ChristenUnie is veel reactionairder dan mensen denken.’ In de contactenlijst van Agenda Europe staat in 2016 één jurist uit Nederland: Don Ceder, aspirant-Kamerlid voor de ChristenUnie, gespecialiseerd in de bescherming van het ongeboren leven, die we eerder tegenkwamen in de Pro-Livestream van de Mars voor het Leven. Ceder zegt bij navraag het e-mailadres in de contactenlijst niet meer te gebruiken. ‘Zover ik weet, heb ik me hier niet zelf voor aangemeld.’

Agenda Europe zet ook in op juridische strijd. De Amerikaanse Alliance Defending Freedom, sinds 2010 in Europa actief, leidt rechters en juristen op voor de strijd tegen abortus en rechten voor vrouwen en lhbti’ers. De grootste extremisme-waakhond in de VS heeft adf aangewezen als ‘hate group’, in hetzelfde rijtje als de Ku Klux Klan. In Europa behaalt adf overwinningen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Uit ons onderzoek blijkt dat de organisatie al in zeker 26 zaken bij het Europees Hof juridische steun verleend heeft.

Ook Nederlandse anti-abortusactivisten weten de weg naar het Europees Hof inmiddels te vinden. De eerste zaak betreft demonstratiebeperkingen rondom abortusklinieken die de gemeente Heemstede oplegde aan een Duitse partnerorganisatie van de katholieke anti-abortusclub Stirezo. ‘De organisatie kwam naar mij toe’, vertelt advocaat Max Vermeij, die in januari de zaak in Straatsburg aanmeldde. Hij staat wel vaker anti-abortusdemonstranten in Nederland bij, maar ‘het kost nogal wat om een zaak voor het Europees Hof te brengen, en niet iedere organisatie heeft daar zin in en geld voor’.

‘Ik ben mensenrechtenactivist.’ Salome van der Wende is de oprichter van abortuspilstop.nl en AbortusInformatie.nl, de Nederlandse tak van het Amerikaanse Center for Bio-ethical Reform. De organisatie demonstreert in de VS door uitvergrote foto’s van bloederige stukjes foetus te vertonen op drukke locaties. Tegen journalisten en critici die wijzen op de medische onjuistheid van die beelden dreigt de organisatie met juridische actie. In Europa ondersteunen ze een netwerk van zusterorganisaties met materialen en juridisch advies. Zo werd Salome ook benaderd om een Nederlandse tak op te zetten: ‘Alles wat ik doe, doe ik omdat ik gevraagd ben.’ Ze kan bij het Amerikaanse hoofdkantoor terecht voor advies bij zaken zoals een recent ‘akkefietje’ met de gemeente Zwolle, die bepaalde dat zij in het openbaar ‘geen aanstootgevende beelden’ mocht tonen.

Salome wil vrouwen slechts ‘alle informatie geven’ over abortus, legt ze uit terwijl ze een aantal Tupperware-doosjes uit haar tas haalt en voor zich op tafel zet. ‘De keuze is aan de vrouw zelf.’ Al weer lang geleden heeft Salome zelf een abortus gehad, maar ze kreeg later spijt. Met de informatie van nu zou ze anders hebben besloten, zegt ze.

Uit de Tupperwares komen boterhamzakjes met siliconen foetusmodelletjes, één voor elke tweede week van de zwangerschap. Gewoon op internet te bestellen; volgens Salome zijn sommige echte medische modellen. Het model van een embryo van zes weken oud – in werkelijkheid ongeveer zo groot als een pompoenpit – meet enkele centimeters. De laatste foetus zit los in haar tas: 24 weken, de wettelijke grens voor abortus, aangekleed en met een blauw mutsje, toegestopt in een poppenwiegje.

Salome heeft ook de abortuspilstopper naar Nederland gehaald, vertelt ze. ‘Ik kende de behandeling uit Amerika. Je had er alleen een lokale arts voor nodig.’ Na jaren proberen vond ze vier jaar geleden eindelijk animo voor het concept bij het ‘Nederlands Artsenverbond’, op Urk. ‘Daar waren enkele artsen bereid het voor te schrijven, met hen besprak ik de veiligheid.’

Amsterdam, 25 februari. Anti-abortus­campagne van AbortusInformatie.nl © Robin Utrecht / ANP

De belangrijkste organisatie in Nederland die informatie verstrekt over de spijtpil is het evangelische Er is Hulp, onderdeel van de stichting Schreeuw om Leven. Volgens haar website is het simpel: ‘Na het innemen van de eerste abortuspil kun je in veel gevallen nog terug!’ De stichting biedt aan om voor vrouwen met spijt de abortuspilstopper te regelen. We mailen woordvoerder Chris Develing, maar die wil geen vragen beantwoorden. ‘De Groene Amsterdammer is pro-choice en derhalve niet neutraal.’

Nadat Develing de deur heeft dichtgegooid zit er weinig anders op dan de procedure zelf te doorlopen om te achterhalen of en hoe de spijtpil in de praktijk wordt voorgeschreven. Dat doen we als de fictieve, zwangere ‘Aimee’. Vanaf de redactie bellen we Er is Hulp en ‘Aimee’ vertelt dat ze de eerste abortuspil een dag eerder in de abortuskliniek heeft ingenomen en het effect daarvan ongedaan wil maken.

Een begripvolle vrouw van de hulplijn zegt te gaan overleggen. Daar is haast bij: de abortuspilstopper werkt alleen binnen 48 uur na de eerste abortuspil. Een half uur later volgt spijtig nieuws: de dokter is dood. Peter Hildering, een christelijke huisarts op Urk, was de enige arts in Nederland die de spijtpil wilde voorschrijven. Dat deed hij zo’n vijftien keer per jaar, vertelt hij in een interview tijdens de Mars voor het Leven 2020. Twee weken voordat we bellen, is hij echter overleden aan de gevolgen van Covid. Het enige wat we kunnen proberen, zegt de vrouw, is de praktijk van Hildering bellen om te vragen of iemand anders het middel kan voorschrijven.

‘Wij schrijven de abortuspilstopper nog steeds voor’, verzekert een assistent van de Urker huisartsenpraktijk terwijl ze Aimee’s gegevens noteert. Op de valreep wordt gevraagd hoe lang ze eigenlijk zwanger is. De overgebleven abortuspillen moet Aimee ‘gewoon weggooien’. En hoe zit het met de gezondheidsrisico’s? De pil is ‘volkomen veilig’, zegt ze stellig. Ze zullen binnen een uur klaarliggen bij een apotheek bij Aimee in de buurt. Vlak voordat we de telefoon ophangen, komt er nog een vraag: ‘Zouden we je mogen volgen? We schrijven dit middel niet zo vaak voor en houden graag even contact.’

Het gaat om kleine stapjes, weet de sgp. Zo heeft de partij sinds 2019 een initiatiefwet op de plank liggen om de Wet afbreking zwangerschap aan te passen. Op het oog valt de wetswijziging het recht op abortus niet aan: er worden slechts eisen gesteld aan de informatieverstrekking door artsen. Naast basale informatie over abortus zal de arts ook alternatieven moeten bieden en checken of de vrouw haar besluit neemt ‘in het besef van haar verantwoordelijkheid voor het ongeboren leven’.

Hiermee trekt de wet echter twee zaken in twijfel: de beslissingsbekwaamheid van de vrouw en de betrouwbaarheid van de arts. De indirecte aanpak spiegelt zich aan de VS, waar de anti-abortusstrijd al vijftig jaar in kleine stappen successen boekt. Er is nooit voldoende steun geweest om het in 1973 verworven recht op een veilige abortus terug te draaien. Wél heeft een conservatief hooggerechtshof sindsdien bepaald dat er restricties aan dit recht mogen worden opgelegd. Inmiddels hebben wetgevers in tientallen Amerikaanse staten wetten ontworpen om ja te zeggen en nee te doen: verplichte wachttijden, verplichte keuzebegeleiding en verplichte verschaffing van medische desinformatie over risico’s als borstkanker en depressie. Ook wordt het bestaan van de abortuspilstopper verplicht vermeld. Dit alles in het kader van ‘de veiligheid van de vrouw’.

Maar soms hoeft de sgp niet af te kijken bij haar Amerikaanse ideologische broeders, dan worden de Staatkundig Gereformeerden zomaar geholpen door een nietsvermoedend D66. Voor ouders die ooit tijdens de zwangerschap of bij de geboorte een kind hadden verloren was het een hartverwarmend moment: met ingang van februari 2019 kregen ze dankzij een initiatiefwet van D66-Kamerlid Vera Bergkamp de mogelijkheid om een doodgeboren kind alsnog een naam te geven, en in te schrijven bij het bevolkingsregister. Ongeveer één op de honderd kinderen overlijdt aan complicaties tijdens de zwangerschap of rond de bevalling. Veel ouders voelen na die traumatische gebeurtenis de behoefte dat kind alsnog te erkennen met een naam. De petitie ‘Ik wil ook in het brp!’ werd door meer dan 82.000 mensen getekend.

Hoewel de initiatiefwet komt van D66, en het parlement afspreekt de wet als ‘hamerstuk’ aan te nemen en niet te bediscussiëren, neemt sgp-Kamerlid Roelof Bisschop tijdens de Kamerbehandeling tóch het woord. ‘Deze wet raakt nadrukkelijk aan de erkenning van de waarden van het ongeboren kind’, zegt hij. ‘Dat zeg ik niet om wille van de politieke discussie, maar om het historische moment te benadrukken.’ Staatssecretaris Knops (cda) rondt het geruststellend af: ‘Hier gaat niemand misbruik van maken.’

Nog geen twee maanden later wordt ChristenUnie-politicus Don Ceder, die van de Pro-Livestream, door de anti-abortusbeweging Schreeuw om Leven gevraagd om een vrouw te helpen haar geaborteerde foetus in te schrijven in het persoonsregister. De wetswijziging biedt daar ruimte voor, zag ook advocaat Ceder, want daarin staat dat de duur van de zwangerschap er niet toe doet: een toevoeging van de ChristenUnie. Zo krijgt de foetus een naam en ‘heeft het bestaan’ – precies zoals ChristenUnie en sgp het principieel zien. Ook voor Ceder is het een principekwestie. We moeten ons afvragen, zegt Ceder, of abortus zoals het nu in de wet staat ‘nog wel past in onze samenleving’.

‘O wee als jullie de praktijk nog een keer benaderen, dan gaan jullie aan de hoogste galg!’ briest de anti-abortushuisarts

‘Deze inschrijving is de eerste in het land. Misschien ook wel van de wereld, want in veel landen kan dit niet; dus Nederland is daarin trendsettend’, zegt Ceder. Het is niet bij dat ene geval gebleven. Sindsdien heeft hij nog een vrouw na haar abortus geholpen met een inschrijving in het brp, vertelt hij desgevraagd.

De sgp ziet de wetswijziging als een succes. ‘We hebben dat bewust stilgehouden. We wilden geen slapende honden wakker maken, maar hadden altijd onze abortusagenda in het achterhoofd’, zegt Ardjan Boersma, beleidsmedewerker zorg en medische ethiek van de sgp. Dat bleek ook twee weken geleden. Toen dienden de sgp-senatoren Diederik van Dijk en Peter Schalk een motie in met het verzoek om abortus bij gehandicapte embryo’s te verbieden, met als argument dat de brp-wetswijziging ‘de bescherming van hun menselijke waardigheid onderstreept’.

Dat alles dankzij de initiatiefwet van Bergkamp, bij deze Kamerverkiezingen als derde geplaatst op de kandidatenlijst van D66. Erkenning van een kind in het bevolkingsregister heeft volgens haar geen juridische of medische consequenties, zegt ze in de EO-documentaire NieuwLicht. ‘De wetten hebben niets met elkaar te maken. Sterker, abortus is niet eens ter sprake gekomen in de Kamer.’ Maar was dat niet naïef? Had ze het niet moeten voorzien, bijvoorbeeld door de wettelijke termijn voor abortus in het voorstel op te nemen? Dat christelijke partijen het debat gebruikten om de rechten van het ongeboren leven te benadrukken, had een waarschuwing kunnen zijn. Maar Bergkamp wil er niet over praten. Na weken bedenktijd zegt ze ‘geen tijd’ te hebben om vragen te beantwoorden.

Maar Bergkamps wetswijziging heeft wel degelijk gevolgen voor de juridische status van de foetus, zegt Nicole Withuis, advocaat familierecht. ‘Ik schrik hiervan’, zegt ze terwijl ze door haar wetbundel bladert. ‘Voor de Nederlandse wet heeft een doodgeboren vrucht niet bestaan. Volgens deze initiatiefwet nu wel.’

In het Nederlandse recht staan nu tegenstrijdige duidingen van de juridische status van een doodgeboren foetus. Jurist Lisette ten Haaf promoveert aan de VU op de juridische status van het toekomstige kind. ‘De wetswijziging draagt eraan bij dat het juridisch begrip van het “bestaan” van een foetus paradoxaal is geworden’, zegt ze. Abortus is in Nederland mogelijk omdat een foetus niet als een ‘juridische persoon’ wordt aangemerkt, maar door deze registratie in het persoonsregister wordt er wél een stukje persoonlijkheid erkend. ‘Zo raakt de juridische status van ongeboren leven steeds meer gefragmenteerd.’

Ook op andere vlakken lijkt er een recht van het ongeboren leven te ontstaan. De in januari 2020 ingevoerde Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) is in de toelichting expliciet over de bescherming van ongeborenen: op grond van deze wet kan een zwangere vrouw gedwongen ggz worden opgelegd als zij door een psychische stoornis een ernstig nadeel kan toebrengen aan zichzelf of een ander. En na jaren pleiten door cda-Kamerleden behandelt deze wet een embryo vanaf dag één nu ook als ‘een ander’ en dus als beschermwaardig.

Bovendien geldt de nieuwe wet niet alleen bij een psychische stoornis maar ook bij verslaving aan drugs, alcohol of medicijnen. De verslaving kan mede een reden zijn voor verplichte zorg of opname van een zwangere vrouw. Een foetus in je buik kan daarmee grond zijn voor dwangopname, vanaf het moment van conceptie. Hoewel een vrouw tijdens haar opname nog altijd mag kiezen voor een abortus, kan de gedwongen-opname-maatregel overlappen met de 24-weken-abortustermijn.

Rebecca Gomperts is een icoon van de internationale abortusbeweging. Ze is arts en directeur van de organisatie Women on Waves, die vrouwen helpt met toegang tot veilige abortus. Time Magazine riep haar in 2020 uit tot een van de honderd meest invloedrijke mensen ter wereld. Maar ook Gomperts was de stille uitbreiding van ongeboren-jeugdrechten in Nederland ontgaan. ‘Ik ben erg geschrokken dat dit aan mijn aandacht was ontsnapt. Dat ik dit niet heb gezien toen het wetsvoorstel speelde’, zegt ze. ‘Dit grijpt heel ver in in de rechten van de zwangere vrouw.’

Ze herkent de nadruk die christelijke partijen leggen op de ‘spijt’ die vrouwen zouden hebben na een abortus. ‘Dat is absoluut een strategie. Het doel is om de beslissingsbekwaamheid van de vrouw om over haar eigen leven te beschikken in twijfel te trekken.’

Ook dat heeft de Nederlandse anti-abortusbeweging geleend uit de Verenigde Staten. Norma McCorvey, de zwangere vrouw van wie het verhaal centraal stond in de Amerikaanse abortuswetgeving in de baanbrekende rechtszaak Roe versus Wade, heeft kort voor haar dood toegegeven dat ze na de zaak decennialang is betaald door de anti-abortusbeweging om zich tegen abortus te keren. De Nederlandse pro-lifebeweging maakt ook dankbaar gebruik van het argument van berouw, terwijl wetenschappelijk onderzoek consequent aantoont dat spijt nauwelijks voorkomt na abortus.

Nadat we als Aimee de spijtpil hebben opgehaald, bellen we de apothekersvereniging knmp. Wat vinden zij van deze hoge dosis Utrogestan, de manier van voorschrijven en het gebrek aan wetenschappelijk onderzoek naar deze toepassing van het middel? ‘Echt schandalig’, zegt Annemieke Horikx van de knmp. ‘Zonder goed onderzoek is dit geen middel dat zomaar in het veld op deze vrouwen losgelaten mag worden.’

Ze kijkt in de receptengeschiedenis: ‘Ik zie nergens voorgeschreven doseringen hoger dan 800 milligram.’ Dat is ongeveer de helft van het recept uit Urk. ‘Met de wetenschap dat bijwerkingen als bloedingen kunnen optreden, kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan wanneer vrouwen dit thuis in hun eentje gaan innemen.’ Bij zo’n hoge dosering had volgens Horikx ook bij de apotheek een belletje moeten gaan rinkelen.

Op het doosje van de spijtpil staat een code die begint met de eerste vier letters van de naam van de overleden huisarts Peter Hildering. We bellen de Haagse apotheek waar we de pillen ophaalden, en die bevestigt dat de medicatie is voorgeschreven door dokter Hildering, voorletters P.C., van huisartsenpraktijk Steenbank. Dat is een wonder, want Hildering was al overleden toen de huisartsenpraktijk het recept naar de apotheek stuurde. Het betekent dat iemand anders het middel op Hilderings code heeft voorgeschreven. ‘Dat is strafbaar’, zegt Horikx van de apothekersvereniging. ‘Niemand, ook niet een arts, mag voorschrijven onder de naam van een andere arts.’

Inmiddels is Wilco Bloed waarnemend huisarts in de Urker praktijk. Hij wil geen enkele vraag beantwoorden en wordt woedend als we vragen hoe het bewuste middel door een inmiddels overleden collega kan zijn voorgeschreven. ‘En wat is daarmee je probleem?’ Ook in vragen over de te hoge dosering van het middel heeft hij ‘geen zin’ en een verdere toelichting zit er niet in. ‘En o wee als jullie de praktijk nog een keer benaderen, dan gaan jullie aan de hoogste galg!’ briest de huisarts.

Zo’n uitbarsting hoor je niet vaak. Als de anti-abortusbeweging de afgelopen jaren íets heeft geleerd, dan is het wel dat ze het best opereert in stilte. De buitenwereld mag denken dat de strijd om het zelfbeschikkingsrecht van wie ongewenst zwanger is al lang geleden is beslecht – zij die dat anders zien, werken in alle rust aan hun eigen ideaal. Met tientallen kleine overwinningen, weten de ‘pro-lifers’, kom je uiteindelijk heel ver.

Bescheidenheid is ook het motto van de ChristenUnie. Vier jaar geleden trad ze toe tot de regering met een voorzichtige houding in medisch-ethische kwesties, maar wist wel met D66 een geheime bevriezing van de discussie over euthanasiewetgeving tijdens de kabinetsperiode uit te onderhandelen. Ondertussen leest het huidige verkiezingsprogramma anders, met een nieuwe, hardere toon over abortus (‘hartverscheurend’) en euthanasie (‘niet normaal’).

Toch komen die verscherpte standpunten vrijwel niet aan bod in de vele politieke interviews die lijsttrekker Gert-Jan Segers dit jaar heeft gegeven. Dat terwijl de ChristenUnie uit is op grotere overwinningen in een tweede regeerperiode, gesterkt door een voorspelde zetelwinst in de peilingen. Segers blikte er op zijn partijcongres in november al op vooruit: ‘Links heeft ons nodig, rechts zoekt onze hulp.’

Met jonge politieke talenten als Don Ceder, en welgemeende empathie voor vluchtelingen en andere achtergestelde groepen, benadrukt de partij een imago dat ook aantrekkelijk kan zijn voor progressieve en liberale kiezers. Overwinningen om een geaborteerde foetus geregistreerd te krijgen in het bevolkingsregister kunnen dan beter geluidloos worden gevierd.

‘Als ik op allerlei terreinen heel moeilijke compromissen moet sluiten, wil ik wel ongeveer weten wat de prijs is’, was Segers’ toelichting in een interview met de Volkskrant. Aan zijn eigen partijcongres beloofde hij dat die prijs zal stijgen: ‘Als een toekomstige coalitie onze zetels wil, dan krijgen ze onze idealen erbij.’


Met een bijdrage van Karlijn Kuijpers

Over het onderzoek

Voor dit onderzoek zijn gesprekken gevoerd met tientallen tegenstanders van abortus; van demonstranten tot ondernemers en politici. De samenvatting van die gesprekken is aan hen voorgelegd, waarna zij hun uitspraken op feitelijke onjuistheden konden controleren. In één geval hebben verslaggevers zich niet direct voorgesteld als journalisten: bij het verkrijgen van de ‘spijtpil’ waarover hulporganisatie Schreeuw om Leven geen informatie wilde verstrekken. Na het verkrijgen van de pil maakten de verslaggevers zich alsnog bekend en kregen ze een reactie. Het onderzoeksproject is uitgevoerd door de Masterclass 2020/2021 van Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico, begeleid door Thomas Muntz en Jeroen Trommelen. De redacteuren ontvingen een beurs vanuit de Beurs Expertisebevordering van het Fonds BJP.