Voor ritzen geen pretourtje meer

Onderwijsminister Ritzen onderhandelt nu al maanden met de openbaar-vervoersbedrijven over een nieuwe OV-kaart voor studenten. Daar heeft hij maar 400 miljoen gulden per jaar voor over, terwijl de huidige kaart, waarbij studenten mogen kiezen tussen een week- of een weekend-OV, 900 miljoen kost. Als Ritzen zijn zin krijgt, mogen de studenten niet meer kiezen. Thuiswonenden krijgen een weekkaart, uitwonenden een weekendkaart. Maar de OV-bedrijven eisen tientallen miljoenen meer dan de minister biedt, dus zit het overleg muurvast.

Inmiddels heeft de Tweede Kamer opheldering gevraagd over Ritzens gestuntel. Dat ontlokte Kok de opmerking dat het parlement moest meedenken en de minister rugdekking bieden in plaats van slechts kritiek te leveren. Hopelijk doen de parlementariërs alsof ze deze merkwaardige uitspraak niet hebben gehoord, want Ritzen verdient het serieus aan de tand te worden gevoeld over zijn OV-jaarkaartbeleid.
De invoering van de kaart in 1991 werd gezien als een briljante vondst die de ingewikkelde reiskostenvergoeding overbodig maakte. De studenten zouden driekwart van de kosten zelf moeten betalen. Er werd 362,50 ingehouden op de basisbeurs voor uitwonenden, twee tientjes minder op die voor thuiswonenden.
Briljant? Eerder sluw. De deal kon de NS, toen nog niet geprivatiseerd, door de strot worden geduwd, dus leverde de kaart een flinke bezuiniging op. Eenmaal ingevoerd ging de kaart steeds meer geld kosten, geld dat zonder omhaal op de basisbeurs in mindering werd gebracht. Momenteel betaalt een uitwonende student 394,- per maand voor een beperkt geldige kaart. En dat terwijl de basisbeurzen in de loop der jaren zo'n dertig procent zijn gekort, het recht op studiefinanciering nog maar vier jaar geldt, een student er vanaf zijn zevenentwintigste geen recht meer op heeft, en de beurs geen gift meer is, maar een lening die moet worden terugbetaald als niet elk jaar de helft van de studiepunten wordt gehaald. Van de huidige basisbeurs kan een uitwonende student nog maar net de huur betalen.
Wat als de kaart er niet komt? Dan neemt het aantal (dure) uitwonenden-beurzen toe (dat scheelt jaarlijks zo'n 229 miljoen), evenals het aantal autokilometers in voornamelijk oude, onveilige auto’s (geschatte toename: 1,6 miljard kilometer). En Ritzen moet de studenten hun maandelijkse OV-vergoeding terugbetalen.
Komt de kaart er wel, dan zijn duizenden studenten die zelfstandig wonen buiten hun studiestad de klos. Zij krijgen een waardeloze weekendkaart. En het bedrag dat Ritzen voor de nieuwe kaart overheeft, is zo'n 100 miljoen lager dan wat de studenten nu aan de kaart bijdragen. Ze zouden dus niet alleen hun reiskosten helemaal zelf gaan betalen, het ministerie zou er nog winst op maken ook.
Nogal wiedes dat Kok zich ermee bemoeit, want PvdA-minister Ritzen staat op het punt onderuit te gaan. Onder meer VVD en D66 zien zijn plannen niet zitten. Ook de rest van de Kamer hoort ze niet te slikken. De minister is wettelijk verplicht de bereikbaarheid van de onderwijsinstellingen te waarborgen. Het is onaanvaardbaar dat dat gebeurt over de rug van de toch al volledig kaalgeplukte student.