Voor ted troost

Ooit had ik grote last van zweethanden. Die waren telkens, als ik de medemens ontmoette, zo klam dat ik uiteindelijk meer vijanden dan vrienden had. Daar word je mensenschuw van, zonder dat dit helpt, want in een klein land als het onze loop je elkaar de hele dag voor de voeten.

Op een dag, dertig jaar geleden, rende ik weer eens weg voor zo'n uitgestoken hand. Plotseling hoorde ik een innerlijke stem: ‘Stop! Ga zo niet verder! Ga de confrontatie aan! Een ontmoeting is het mooiste wat er is.’ Ik maakte rechtsomkeert en vloog de onbekende om de hals. Hoe vaak ik de man op de wangen heb gekust, weet ik niet meer. Het leerde mij in elk geval: de emotionele aanval is de beste verdediging.
U begrijpt wel, een echte handenschudder was ik nog altijd niet. Maar intimiteiten ging ik in het vervolg met graagte aan. Tot mijn genoegen kwam ik tot de ontdekking dat mijn landgenoten - betast, afgelebberd en familiair op de schouders gemept - ter plekke veranderden in Houten Klazen.
Daar valt een centje aan te verdienen, dacht ik en ik liet een stapel visitekaartjes drukken. 'U boft, meneer, dat u in de handen van een bekwaam haptonoom bent gevallen’, sprak ik bij gelegenheid, 'belt u mij gerust voor een afspraak.’
Inmiddels heeft mijn methode school gemaakt, en als ik de medewerkers van mijn Instituut vertel dat ik ooit onder zweethanden zuchtte, is er geen mens die mij gelooft.