Toneel

‘Voor u is deze droom nu afgelopen’

TONEEL Midzomernachtdroom

A Midsummer Night’s Dream (1592) van Shakespeare is een populair maar allerminst eenvoudig toneelstuk. Er worden drie verhalen verteld. Allereerst zijn daar de turbulente liefdesperikelen tussen vier jongelui uit de Atheense adel. Hermia is door haar vader beloofd aan Demetrius, maar zij begeert Lysander en dat is wederzijds. Helena houdt van Demetrius en dat is allerminst wederzijds. De vier minnaars belanden in een bos waar – tweede verhaal – een oorlog is uitgebroken tussen Oberon en Titania, de koning en de koningin der elfen. Door met name de toverkunsten van Oberon en zijn knecht Puck is het Athener woud behekst en daar krijgt op den duur iedereen mee te maken, zelfs de elfenkoningin. Ook de werklui in het derde verhaal van het stuk vallen ten prooi aan het elfengegoochel. Het betreft hier een troep amateurtoneelspelers die in het bos repeteren aan ‘een korte langdradige eenakter over de jonge Pyramus en zijn geliefde Thisbe, diep tragisch amusement’, zulks ter opluistering van het huwelijksfeest van de Atheense koning Theseus en zijn geliefde Hippolyta.

De drie verhalen zijn los door elkaar geborduurd en daar ligt ook de valkuil van het stuk. Ruziënde minnaars komen op en gaan ruziënd weer af. Zelfbenoemde magiërs doen iets met sapjes en gaan giechelend weer af. Toneelspelende klunzen putten zich uit in toneelspelersgekluns en gaan klunzend weer af. Dat is de dramaturgie-van-de-leukste-thuis die onvermijdelijk leidt tot geeuwen en gapen.

Regisseur Frances Sanders en (medevertaler/bewerker) Martine Vosmaer zijn niet in die val getrapt. Ze zetten een drietrapsraket aan toneelmiddelen in. Om te beginnen: voor dit stuk heb je eigenlijk twintig toneelspelers nodig. Hier spelen ze het stuk met z’n tienen. Van de razendsnel volvoerde verkleedpartijen en dubbelingen merk je eigenlijk niets. Een klein ensemble dat zichzelf tot een veelvoud van dat ensemble tovert. Geweldig!

Tweede ingreep: de muziek. Er is voor de voorstelling rijkelijk gewinkeld bij Henry Purcell, uit zijn zangspel-met-toneeleffecten The Fairy Queen (1692), in feite gebaseerd op A Midsummer Night’s Dream. De muziek is een ijzersterk bindmiddel in de voorstelling. Componist en arrangeur Alberto Klein Goldewijk heeft zich laten verleiden tot het creëren van een fraaie mix van Purcell en citaten uit de popmuziek. Er wordt allemachtig prachtig gezongen in heerlijke duetten, geweldige soli, voorbeeldige samenzang van het ensemble.

Derde ingreep: Sanders en Vosmaer hebben flink huisgehouden in Shakespeares dramaturgie. Scènes zijn uit elkaar getrokken, andere scènes in elkaar geschoven. Alles ten dienste van de snelheid van de vertelling. En van het spelplezier. Als de troep van amateurtoneelspelers uiteindelijk hun ‘diep tragisch amusement’ mogen tonen aan het hof, dan is het klunzig acteren minstens zo geestig als de tekstloze slapstick eromheen – let op de man-in-de-maan die wanhopig zijn hond zoekt.

Hulde voor het magisch licht van Reier Pos op het mooie speelvlak van Stans Lutz. Maarten Wansink, die koning Theseus én de elfenknecht Puck speelt, zegt desgevraagd in het programma/tekstboek: ‘Het Bos, dan ben je bijna bij The Globe.’ En zo is het maar net. Het kan niet genoeg gezegd of geschreven worden. Dit theater komt heel dicht in de buurt van wat Shakespeare in zijn theater The Globe beoogde. Volkstheater zonder ranzige concessies. Maarten Wansink speelt Puck als een lichtelijk vermoeide tovenaarsknecht die na iedere opdracht van supertovenaar Oberon lijkt te zuchten: ‘Oké, we doen het kunstje nog eens, maar mag het één keertje op míjn manier?’

Tegen het eind stuurt Puck ons naar huis: ‘Tijd om te gaan/ voor wie niet verstrikt wil raken/ in de waan en waanzin van de nacht/ Voor u is deze droom nu afgelopen.’

Theater Het Amsterdamse Bos, Midzomernachtdroom_, t/m 8 september, www.bostheater.nl_