Voor vorsers en stoere jongens

Het beste poëziedebuut was wat mij betreft Zo vliegen de walvissen van Laura Demelza Bosma. Zoals de meeste eerstelingen is het boek slechts deels geslaagd, maar Demelza Bosma schrijft bij vlagen huiveringwekkend: ‘Ze is alleen niet bang voor botten/ die spaart ze:/ die zijn wit en schoon en stil’.
Tjitske Jansens debuut Het moest maar eens gaan sneeuwen bleek bij een exorbitant aantal lezers een snaar te raken en het wachten was dan ook op de opvolger, die onlangs verscheen: Koerikoeloem. Gedichten waarvoor ik een weerstand moest overwinnen, omdat het meisjesrelaasjes zijn en ik een stoere jongen ben die vlotten bouwt en lisdodden rookt en een lavachequirit deel met mijn buurmeisje van wie ik niet de vraag wens voorgelegd te krijgen wie ik ben want dan moet ik zeggen wie ik ben, en zo ga ik dus in de sfeer van de bundel staan raaskallen, wat betekent dat deze ontegenzeglijk indruk maakt, maar de verhulde bekentenissen maakten me ook tot een voyeur.

Twee piepjes van F. van Dixhoorn is een leeservaring die je niet in een quootje kunt uitdrukken. Dix is een dichter die met recht serieus wordt genomen door vorsers met een hoornen bril, maar zijn poëzie is ook uiterst amusant. Dit is de nu al klassieke ouverture van de bundel: ‘de wat/ de wat/ de wat/ de wat/ de wat/ de wat/ de wat/ de wat/ de wat/ de wat/ de wat/ de wat/ de wat/ de wat/ de wat/ de wat’. En op de volgende pagina staat dan: ‘hoed’. Nog even en hij publiceert een dichtbundel bestaande uit één enkel woord, bijvoorbeeld: ‘soep’. Het is niet te hopen dat ik dan ook volschiet.

In 1511 schreef de toenmalige stadsdichter van Brussel, Jan Smeken, het lange gedicht d’Wonder dat in die stat van Bruesel ghemaect was van claren ijse en snee, die wel gheraect was, ten tijde van een sneeuwpoppenfestival dat toentertijd plaatshad. Rick de Leeuw vertaalde het gedicht frank, vrij en onbevooroordeeld. ‘De dood smelt ons met eenen miste./ Hoe stercken ijs dat men noyt vant,/ Het moet smelten ende water werden./ So worden wi asschen doer de doot met liste,/ Hoe sterck, hoe stijf, dat wi hier terden’ werd: ‘De dood lost ons op uit ons aller bestaan/ Zelfs het sterkste ijs zal de dooi ooit verslaan/ Hoe sterk we ook waren, ze krijgen ons klein/ Zo worden wij as, als ons werk is gedaan/ Precies zoals ijs straks weer water zal zijn’. Pakweg vijf eeuwen lijken in een handomdraai te overbruggen. Vanzelfsprekend onopgemerkt gebleven in Akoprijsgek Nederland, maar De Leeuw heeft virtuoos vakwerk verricht.

Laura Demelza Bosma
Zo vliegen de walvissen
Holland, De Windroos,
32 blz., € 5,95

F. van Dixhoorn
Twee piepjes
De Bezige Bij, 36 blz.,
€ 12,90

Tjitske Jansen
Koerikoeloem
Podium, 54 blz., € 16,50

Rick de Leeuw,
Anna Luyten,
Remco Sleiderink
Rederijkerskamer
’t Mariacranske
500 jaar aan het woord. Roularta, 120 blz., € 24,90