FILM

Voor westerse ogen

Departures

De Britse criticus Tony Rayns gruwt van Departures, dat dit jaar de Oscar voor beste buitenlandse film kreeg. ‘Het rammelende script is gênant’, schrijft Rayns in Film Comment, ‘en de leegte van het werk zelf is pijnlijk duidelijk.’ Van de Japanse regisseur Yojiro Takita heeft hij geen hoge pet op. Die ‘blonk al eerder uit als maker van zachte porno en als iemand die nooit eigen ideeën in een script kon verwerken’. Rayns’ opmerkingen zijn veelbetekenend, omdat hij een bekende, gerespecteerde schrijver over de Aziatische cinema is. Vraag is wel of hij goed gekeken heeft, en indien wél, hoe het dan mogelijk is dat de film zulke tegengestelde reacties buiten Japan oproept. Want er spelen vaak complexe motieven bij de kritische ontvangst van Aziatische films die als Departures een brede release in het Westen krijgen. De mogelijkheid bestaat namelijk dat dit soort films de eigen, plaatselijke werkelijkheid verdraait, verfraait als het ware, om die verteerbaar te maken voor westerse ogen.
In Departures zit een cellist, Daigo (Masahiro Motoki), zonder werk als zijn orkest wordt opgedoekt. Hij vertrekt vervolgens met zijn vrouw, Mika (Ryoko Hirosue), naar zijn geboortedorp ergens op het platteland. De enige baan die hij daar kan vinden is een betrekking bij een uitvaartbedrijf. Zijn taak: het uitvoeren van het Japanse ritueel noukan, dat wil zeggen het gereedmaken van een lijk voor plaatsing in de kist. Aanvankelijk schaamt Daigo zich voor zijn nieuwe werk en houdt hij dat geheim voor zijn vrouw. Langzaam wordt duidelijk dat Daigo met demonen uit zijn verleden worstelt, ingegeven door zijn vader, die het gezin in de steek liet toen Daigo nog een jongetje was.
De sterkste scènes zijn die rond de noukan: in aanwezigheid van de treurende familie scheert Daigo het gezicht van de overledene, wast het lichaam en kleedt het aan, en brengt hij make-up aan opdat de rouwenden een mooie, laatste indruk van hun geliefde kunnen krijgen. Daigo voert deze handelingen uit alsof hij zijn cello bespeelt, gracieus en geconcentreerd. Ondertussen klinkt muziek gekozen door de regisseur, en dán begint de schoen te wringen. De piano- en vioolcomposities zijn tenenkrommend oppervlakkig en sentimenteel, waardoor de emotionele kracht van de noukan bijna teniet wordt gedaan. Bovendien kiest regisseur Takita voor beelden van opvliegende ganzen (of zoiets) die het vertrekken van de overledenen naar andere sferen zouden moeten voorstellen. Zo lijkt de film gemaakt voor een westers publiek: Japanse cultuur aangenaam verpakt in herkenbaar melodrama.
Rayns heeft dus deels gelijk: Departures is een sentimentele en vaak voorspelbare film. Toch is het werk niet zonder aantrekkingskracht – en hierin schuilt die confronterende kwestie rond het kijken met westerse ogen naar zo’n toegankelijk Aziatisch werk. Departures blijft je bij als je hem gezien hebt: het verdriet van Daigo, zijn mislukking als cellist en echtgenoot, is deel van een diepere bespiegeling over verlies en herinnering. Ook mooi is de ironie dat hij door zijn werk iets doods (het verleden) tot leven wil wekken. Toch blijf ik me afvragen of wat ik interessant vind aan Departures wel het resultaat is van artistieke diepgang in het werk zelf. Of reageer ik alleen maar instinctmatig op geconstrueerde clichés en stereotypen, waardoor mijn positieve reactie, hoe gematigd ook, eigenlijk fout is? Het zijn vragen die de leden van de Academy zichzelf ook gesteld zouden moeten hebben toen ze het beeldje aan Departures gaven.

Te zien vanaf 28 mei