Corona: Een week bij GGD Noord- en Oost-Gelderland

‘Voor wie doen wij dit nog?’

De medewerkers van de GGD in het Gelderse Warnsveld zijn doodmoe van het keiharde werken sinds het begin van de coronacrisis. En nu vragen zij zich af: hoeveel zin heeft ons werk als de rest van de samenleving er lustig op los blijft leven?

Artikelen in De Groene Amsterdammer over de coronacrisis zijn voor alle lezers gratis te lezen. Interesse om meer te lezen?

‘Iedereen heeft het over walkby-management, ik heb het liever over lie down-management.’ Ashis Brahma ligt languit op een bank in het pand van GGD Noord- en Oost-Gelderland. Naast zijn werk als arts infectieziekten draait hij ook diensten als forensisch arts, vannacht sliep hij slechts anderhalf uur. ‘Daarom werk ik vandaag liggend, mijn geest is scherp, maar mijn lichaam rust.’ De bank die de arts heeft uitgekozen staat naast het espresso-apparaat waar nieuw geworven bron- en contactonderzoekers hun koffie halen. In principe is hun werk vastgelegd in richtlijnen, maar voor de talloze afwijkende casussen en gevoelige uitbraken raadplegen zij nog altijd artsen. Naast de bank vormt zich een lange rij.

‘Ik heb net het verpleeghuis in de Achterhoek gesproken. Het aantal besmettingen gaat er maar door’, zegt een nieuwe medewerker. ‘Twintig nieuwe besmettingen gisteren, vandaag alweer 25. Er zijn al mensen overleden.’

‘Dat worden er sowieso meer’, zegt Brahma beslist. Hij besluit opnieuw dat iedereen preventief getest moet worden. De vragen daarna gaan over de uitbraak in een fysiotherapiepraktijk, een seksclub en een asielzoekerscentrum. Dan is het de beurt aan een verpleegkundige die is bijgesprongen als contactonderzoeker. Op een papiertje heeft ze het hoofdpijndossier van de dag samengevat: een verkouden jeugdzorgmedewerker is toch gaan werken in een instelling met veertig pubers én het is vrijdagmiddag. Over enkele uren zal iedereen op verlof naar huis gaan, terug de samenleving in. Terug naar ouders en misschien zelfs grootouders. ‘Ik ken die instelling’, zegt Brahma. ‘Het is er gemixt, jongens en meisjes. Die kinderen kruipen over elkaar heen, hebben veel contact. Het is geen gesloten afdeling, dus we kunnen niemand dwingen om op het terrein te blijven.’ Hij denkt even na. ‘We moeten de ouders proberen te overtuigen dat ze hun kinderen niet ophalen, kun je dat zelf aan?’

De nieuwe collega knikt, maar besluit het dan samen te gaan doen met Bo Visser, een ervaren verpleegkundige. De klok tikt, het zal lastig worden om al die kinderen uit veelal sociaal zwakke milieus te vertellen dat ze vlak voor het weekend toch niet naar huis moeten gaan.

Brahma ligt nog altijd languit, met zijn ene hand ondersteunt hij zijn hoofd, met de andere hand houdt hij een telefoon voor zijn gezicht waarop de directeur van een slachterij in de omgeving te zien is. Samen overleggen ze over hoe de directeur het beste zijn personeel kan testen. Als Brahma dat gesprek afrondt, staat de nieuwe coördinator van de covidafdeling voor hem. ‘Ashis, je zit niet op je plek… niet iedereen kan je vinden zo.’ Brahma wordt boos, legt nog eens uit wat lie down-management is en besluit nog even te blijven liggen. De coördinator beent weg, hier is het laatste woord nog niet over gezegd.

Ashis Brahma leest inmiddels een e-mail van Caroline Timmerman, een van de zeven epidemiologen van de ggd in Warnsveld. Het grafiekje dat ze heeft verstuurd krult spectaculair omhoog, het betreft het aantal besmettingen in de regio. Waar in augustus aarzelend de vraag werd gesteld of de rimpelingen een voorbode waren van een tweede golf, is het nu glashelder dat de tweede golf metershoog is. ‘We beginnen weer van voor af aan’, verzucht Brahma. ‘Wij lopen met besmettingen twee weken achter op Nijmegen en vijf weken op Amsterdam en Rotterdam. Dat is al de gehele crisis zo.’

Epidemioloog Timmerman ziet die trend inderdaad terug in haar cijfers, die pluist ze sinds het begin van de crisis uit. Zo zag zij hoe Nederland de afgelopen weken langzaam afstevende op een herhaling van zetten: capaciteitsproblemen bij zorginstellingen in de regio, overvolle ziekenhuizen en uiteindelijk een lockdown. Terug naar waar het allemaal begon.

Het is de grote frustratie bij vrijwel iedereen in het pand. Al sinds augustus waarschuwen ze voor oplopende cijfers en manen ze mensen om binnen te blijven. Maar daar wilde vakantie vierend Nederland niet aan en beleidsmakers in Den Haag eigenlijk ook niet. De minister trouwde, de economie moest blijven draaien en in plaats van maatregelen kwamen er ‘dringende adviezen’. Ondertussen transformeerde de ggd in Warnsveld, die De Groene Amsterdammer al een half jaar volgt, van een provisorische crisisorganisatie waar plakbriefjes aan de muren hingen en soldaten door de gangen liepen, in een geoliede machine. Het aantal bron- en contactonderzoekers vervijfvoudigde. Gedurende de dag wordt een niet-aflatende hoeveelheid ‘neus-swabs’ en ‘keel-swabs’ het pand in grote bruine dozen in- en uitgereden. Vanuit hier worden die gebracht naar teststraten in de regio, die zich uitstrekt van Harderwijk tot Winterswijk.

Het is glashelder dat de tweede golf metershoog is. ‘We beginnen weer van voor af aan’

Intussen leefde de samenleving er in absentie van maatregelen lustig op los en begon zo langzaam uit de pas te lopen met de opschalingsoperatie van de ggd: het aantal besmettingen nam sneller toe dan het aantal bron- en contactonderzoekers. Halverwege september zag Timmerman het echt misgaan, het aantal besmettingen in Noord- en Oost-Gelderland brak door de eerste signaalwaarde van vijftig besmettingen per honderdduizend inwoners heen. ‘Als dat in Duitsland gebeurt, treden er automatisch extra maatregelen in werking. Maar het vreemde is dat hier niets gebeurde. Er is wel een signaalwaarde bedacht, maar daar hangt geen plan of actie aan vast. Op het landelijke rivm-dashboard bleven wij groen, terwijl we inmiddels als een van de laatste plekken in Nederland de status van “zorgelijk” hadden bereikt.’

Timmerman besloot het ministerie te mailen om ze te wijzen op het verouderde beeld. Pas na twee weken kwam er antwoord, de status werd aangepast. ‘Het probleem is: wij zijn alweer door de volgende signaalwaarde gebroken, we zijn nu “ernstig”’, zegt de epidemioloog aarzelend. ‘Ik hoop dat het niet weer tien dagen duurt voor dat wordt aangepast, zo zijn we steeds te laat.’ Sinds de laatste persconferentie heeft Nederland een routekaart die ervoor moet zorgen dat op signalen sneller maatregelen volgen, Timmerman hoopt dat dat gaat werken. De kaart op haar beeldscherm kleurt inmiddels bijna volledig rood.

‘In alle eerlijkheid, ik maak mij meer zorgen over deze golf dan over de eerste’, zegt Jacqueline Baardman, directeur publieke gezondheid. ‘Niet zozeer over de ggd, wij staan er wel en hebben een grotere organisatie dan ooit. We hebben maximaal opgeschaald, maar er is een grens aan hoeveel wij kunnen doen. Wij zijn het einde van de pijplijn. Het begint aan de voorkant, het gedrag van mensen moet uiteindelijk tot minder besmettingen leiden. Ondertussen krijgen wij steeds minder zicht op het virus, we sturen steeds meer op grote risico’s.’

Het contrast met augustus is groot. Toen sprong het legertje van verveelde contactonderzoekers in Warnsveld nog bij toen het aantal besmettingen in Rotterdam overliep en gingen ze de uitbraken in het eigen gebied te lijf. ‘Dit was een uitbraak bij een voetbalvereniging, waar tijdens een feestje met 150 mensen het halve dorp werd besmet’, zegt Caroline Timmerman, wijzend naar een piekje in de grafiek van toen. ‘Met contactonderzoek, het sluiten van cafés en in samenwerking met de burgemeester hadden we het virus er zo onder. Binnen twee weken was het weg.’

Zoiets zou nu nog maar lastig gaan. Het virus is zo wijdverspreid dat de ggd het bron- en contactonderzoek heeft teruggeschroefd. Niet elk contact wordt meer nageplozen. Mensen die besmet zijn krijgen slechts de waarschuwing om zelf hun naasten te informeren en om standaardbrieven door te sturen. Het beeld van hoe het virus zich verder verspreidt wordt daarmee troebeler. De ggd blust nog wel brandjes, maar moet zichzelf keer op keer afvragen welk brandje prioriteit heeft. ‘Wij zien grote clusters van besmettingen op scholen, bij sportclubs en in verpleeghuizen. Per dag zien we ongeveer zestien besmette docenten terug in de cijfers. We weten zeker dat dit soort clusters ook in bedrijven bestaan, al zien we die niet terug in de cijfers. Zij testen steeds vaker commercieel, omdat dat sneller is, maar die testbureaus houden zich niet altijd aan de meldplicht waardoor wij niet precies weten wat daar gebeurt.’

Keer op keer blijkt dat landelijke cijfers een onderrapportage zijn. Ook als het gaat om het aantal corona-overledenen. ‘Soms bel je iemand op die al overleden blijkt te zijn. Dat is echt naar’, zegt een contactonderzoeker die al enkele weken meedraait.

Jongeren tussen de 18 en 27 jaar lijden meer dan andere leeftijdsgroepen aan alleen zijn

‘Ik maak me op dit moment erg druk om de sterftecijfers’, zegt Timmerman. ‘Bij de eerste golf testten we heel laat in het ziekteproces en lagen positief testen en overlijden dichter bij elkaar. Nu testen wij mensen bij de eerste snottebel, het kan goed zijn dat die mensen na een week doodgaan. Wij hebben als ggd dan geen contact meer. De kans dat wij terughoren of iemand in het ziekenhuis is komen te liggen of zelfs is overleden, is heel klein.’

Sommige instellingen laten dat wel weten, andere niet. Het probleem dat zich hier volgens Timmerman wreekt is dat er wel een wettelijke plicht is om coronabesmettingen te melden – die komen bij de ggd binnen – maar dat zo’n meldplicht niet bestaat voor ziekenhuisopname of coronasterfte. ‘Wij krijgen steeds de schuld dat dat dodental, dat elke dag op nieuwswebsites staat, niet klopt. Maar wij kunnen dat getal niet bijhouden.’

Andere kritiek die de GGD veel krijgt is dat ze nog altijd te weinig contactonderzoekers hebben aangenomen. Maar het is een illusie te denken dat je dit zomaar oplost met nog meer uitzendkrachten, zegt arts infectieziekten Marieke Dimmendaal. In de hoek van het pand vertelt ze verslagen hoe ze opziet tegen de tweede golf, aan de andere kant van de hal wordt het zoveelste klasje enthousiaste nieuwe collega’s opgeleid. ‘Ook daarmee red je het niet. Je kunt wel een extra lap op een drijfnatte vloer gooien, maar de kraan moet gewoon dicht. Die knop hebben wij niet, die heeft de samenleving. Wij zijn nu even niet meer de oplossing. Begrijp me niet verkeerd, iedereen blijft hier hard werken, wij blijven echt wel dweilen, maar soms vraag ik mij af: voor wie doen wij dit nog?’

Dimmendaal zegt dit enkele uren voordat premier Mark Rutte en minister Hugo de Jonge een gedeeltelijke lockdown afkondigen. De verwachting is dat ‘de kraan’ stevig wordt dichtgedraaid, al weten ze bij de ggd als geen ander dat maatregelen óók negatieve impact hebben op de samenleving. Epidemioloog Caroline Timmerman en haar collega’s onderzoeken al sinds de eerste golf ‘de gezondheid en het welbevinden’ van de meer dan achthonderdduizend mensen die wonen in de regio Noord- en Oost-Gelderland. In een onderzoek dat deze week verschijnt beschrijven ze hoe de meest kwetsbaren de hardste klappen krijgen. ‘Denk aan groepen die al kwetsbaar waren vóór de coronacrisis of groepen die kwetsbaar zijn geworden door de economische gevolgen van de crisis.’

De mensen over wie de ggd zich nu het meeste zorgen maakt zijn jongeren tot 27 jaar, laagopgeleiden en psychisch kwetsbaren. ‘Over scholieren maakten wij ons ook zorgen’, zegt jeugdarts Marjolein van der Laan. De tijd die men naar een schermpje kijkt nam tijdens de schoolsluiting in de eerste golf onder deze groep spectaculair toe, net als gamen. Het plezier in school daalde van 56 naar 23 procent. Eenzaamheid steeg. ‘Wat de langetermijneffecten zullen zijn op deze groep moeten we nog zien, maar zodra zij weer terug naar school gingen kregen zij in ieder geval hun structuur en vrienden terug. Ik hoop van harte dat er alles aan wordt gedaan om scholen niet meer te sluiten.’ Al geldt niet voor alle kinderen dat ze inmiddels terug zijn. ‘Je ziet dat sommige ouders hun kinderen thuishouden omdat ze tot kwetsbare groepen behoren of zelf bang zijn voor het virus. Die krijgen nog altijd thuisonderwijs en worden sociaal geïsoleerd. Heel begrijpelijk, maar over de ontwikkeling van kinderen maken we ons grote zorgen.’

Uiteindelijk, zo leggen Timmerman en Van der Laan uit, komt het neer op ‘veerkracht’. Bij jongeren tussen de achttien en de 27 die net hun leven aan het inrichten waren is die veerkracht minder aanwezig, zij lijden volgens het ggd-onderzoek ook meer dan andere leeftijdsgroepen aan alleen zijn en economische onzekerheid. 67 procent maakt zich zorgen over de eigen toekomst, terwijl dat bij andere groepen veel lager ligt. ‘Het is opvallend dat we het veel over ouderen hebben, terwijl die veerkrachtiger zijn’, zegt Timmerman. ‘Misschien komt dat door meer zekerheid en levenservaring.’

Laagopgeleiden kampen met soortgelijke problemen en zijn opvallend vaak bang. Zij krijgen overheidscommunicatie slecht mee, kunnen in veel gevallen lastiger thuiswerken en waren voor de crisis ook al kwetsbaarder. De allerarmsten onder hen kampen nu met hogere stookkosten en legere voedselbanken.

Al die facetten – onzekerheid, verveling, angst en eenzaamheid – namen het meest toe onder psychisch kwetsbaren. Hun professionele hulp kwam op afstand te staan, werd minder persoonlijk of verdween. In heel Nederland nam sinds het begin van de coronaperiode het aantal verwarde personen op straat toe, de ggz waarschuwde deze maand voor meer zelfverminking en suïcidaliteit. ‘Het is moeilijk om een vertrouwensband met hen op te bouwen’, schrijft de ggd in Warnsveld in het onderzoek van deze week. ‘Mensen waren minder open, raakten sneller afgeleid en hadden angst voor hun privacy.’ Tegelijkertijd zitten in deze groep ook de mensen die afhankelijk zijn van de instellingen waar de ene brandhaard na de andere ontstaat. Zij lijden dus onder maatregelen én het virus.

De woorden ‘duivels dilemma’ vallen vaak bij de ggd. In essentie gaat elk coronabesluit over de vraag wie wel en wie niet de prijs betaalt van deze crisis. ‘Het is frustrerend dat we de klappen opnieuw zien in de hoek waar we ze eerder ook zagen’, zegt Jacqueline Baardman. ‘Als je kijkt naar de verpleeghuiszorg, de thuiszorg, de gehandicaptenzorg en de psychiatrie in onze regio, dan zie je toegenomen ziekteverzuim. Zij hadden altijd al krapte, die is er altijd geweest, maar die wordt door de coronacrisis nog zichtbaarder. Medewerkers moeten constant in quarantaine en raken zelf besmet. Je kunt wel je personeel afschalen, maar die mensen wonen bij je.’

‘Nu niemand wat met onze waarschuwing heeft gedaan, zijn wij als GGD even uitgespeeld’

‘Heb je het een beetje naar je zin bij de seksclubs?’ vraagt Ashis Brahma plagerig aan een collega-arts infectieziekten als ze even bijpraten op de gang. De afdeling infectieziekten – in een tijd die als lang geleden voelt goed voor ongeveer vijf fulltime banen – hield zich voorheen bezig met volksziekten zoals de griep, seksueel overdraagbare aandoeningen en inentingsprogramma’s, maar komt aan die zaken nu minder toe. Met een grote syfilisuitbraak als gevolg.

‘Het is tijdens de eerste lockdown te lang onder de radar gebleven en gaat nu gewoon rond’, zegt de collega van Brahma. ‘Het gaat om een circuit van swingersclubs waarvan de mensen in normale tijden gewoon waren getest, maar dat kon niet omdat onze soa-polies dichtgingen toen wij moesten opschalen. Alleen hoog-risicogevallen kwamen via de huisartsen en dermatologen nog binnen. Maar veel mensen meden ons, ze waren bang om tijdens een pandemie naar een afdeling infectieziekten te gaan.’ Weer anderen schaamden zich ervoor dat ze stiekem toch contact hadden gehad met anderen en bleven om die reden weg.

Het tekent de krapte die ook bij de ggd zelf aanwezig is. Volgens de artsen worden uitgestelde jeugd- en reizigersvaccinaties het volgende probleem. De bron- en contactonderzoekers die nu het gebouw domineren zouden in theorie eindeloos via uitzendbureaus kunnen worden aangenomen, maar dat geldt niet voor het kernteam van vijf infectieartsen. Die ggd-vacature is in heel Nederland al moeilijk te vullen, laat staan in deze weidse plattelandsregio zonder universiteitssteden. Medewerkers van andere afdelingen hebben zich inmiddels omgeschoold tot gespecialiseerd verpleegkundige, maar de kleine kern blijft kwetsbaar. Er viel tijdens de eerste golf al eens een arts uit door een coronasterfgeval in zijn eigen familie en verpleegkundige Bo Visser werkte in maart en april zo hard dat ze overspannen thuis kwam te zitten.

In een zijkamertje op de flink uitgedijde afdeling infectieziekten overlegt zij met Brahma over hoe ze het deze keer gaan volhouden. ‘Nu zijn we gelukkig sterker, we hebben extra krachten, maar er hoeft maar iets te gebeuren, zoals een zieke arts, en…’ – ze knipt met haar vingers – ‘we staan weer onder druk.’ Brahma ziet er voor het eerst in maanden echt moe uit. Zijn ogen zijn donker, waterig en lichtrood. Zijn gesprek met de verpleegkundige wordt constant onderbroken door huisartsen die inbellen op een van de drie telefoons die voor hem op tafel liggen.

Er wordt op de deur geklopt, de nieuwe coördinator steekt haar hoofd om de hoek om te zeggen dat Brahma toch echt naar zijn plek moet: ‘Ashis, we moeten praten.’

Hij explodeert. ‘Wat is dit voor behandeling! Ik ben toch aan het werk? Ik heb niet eens gegeten vandaag! En nu is het probleem dat ik niet op mijn stoel zit. Ik wil niet meer met jou praten.’

‘Niet zo tegen mij spreken, wij hebben zo een gesprek.’ De coördinator slaat de deur dicht en loopt weg.

Dit soort spanningen komen de laatste tijd vaker voor, zegt het hoofd van de covid-afdeling enkele dagen later. Er kruipt chagrijn in de organisatie, mensen van het eerste uur zijn moe gestreden en moedeloos. Ze voelen zich genegeerd, hun signalen zijn gemist. Nederland schoot pas in actie toen de ziekenhuiscijfers opliepen, maar dat was eigenlijk te laat. ‘De mensen hier zijn een half jaar lang gedreven door het gevoel “we fixen het samen”. Ik geloof dat mensen heel hard kunnen werken, zeker in de zorg. Maar niet aan je werk toekomen doet iets met je. Dat ze niet meer volwaardig contactonderzoek uitvoeren… dat is haast heilig hier’, zegt ze. ‘Wij moeten nu langzaam gaan inzien dat wij als ggd heel veel kunnen in de voorfase, als we de golf zien aankomen kunnen we waarschuwen, maar nu die er eenmaal is en niemand wat met die waarschuwing heeft gedaan, zijn wij even uitgespeeld. Dat heeft grote impact op onze mensen.’

Brahma is inmiddels uitgetierd en heeft een besluit genomen. Resoluut staat hij op en loopt het kamertje uit, door de draaideuren van het pand naar buiten, het pleintje over, de bloemenzaak in. De winkelier herkent hem, dit is zeker niet de eerste keer dat hij hier is. Samen zoeken ze zeventig gerbera’s uit in verschillende kleuren die hij in een groot bruin papier mee terugneemt. Eenmaal binnen deelt hij ze een voor een uit aan de nieuwe bron- en contactonderzoekers. Ook de coördinator waarmee hij net nog ruzie had krijgt een bloem, die ze dankbaar in ontvangst neemt.

Hij zegt sorry. Ze lachen.