Voor zijn minnares

John Stubbs
Donne: The Reformed Soul
Viking, 565 blz.,€ 35,-

Wellicht is John Donne (_1572-1631) de ultieme _writer’s writer. Hemingway ontleende de titel van zijn For Whom the Bell Tolls aan zijn befaamde zeventiende Meditation. Josif Brodski leerde Engels om Donne te kunnen lezen, vertaalde diens werk en schreef een ruim tweehonderd strofen tellende Grote elegie voor John Donne. En al bij zijn leven gold Donne als Geheimtipp für Kenner, daar zijn in zijn jeugdjaren geschreven gedichten pas na zijn dood werden uitgegeven. Dat verhinderde echter niet dat zijn beeldrijke sonnetten en elegieën voor die tijd al circuleerden in geletterde kringen in en buiten Engeland. Zo vertaalde Constantijn Huygens al in 1630 enkele van Donne’s verzen.

Onder zijn tijdgenoten was zijn bekendheid vooral gebaseerd op zijn preken, die hij sinds 1615 als predikant en later als deken van St. Paul’s hield, en zijn andere religieuze geschriften. De vrome, diepzinnige, anglicaanse theoloog die hij op het eind van zijn leven was geworden, was van verre gekomen.

Want John Donne was niet alleen als katholiek geboren, waardoor hij slechts tot zijn zestiende kon studeren en nooit een overheidsbetrekking kon krijgen, ook had hij een avontuurlijk leven geleid. Zo vocht hij rond zijn 25ste bij Cadiz en de Azoren tegen de Spanjaarden en hield zich verder vooral bezig met literatuur, gokken, reizen en vrouwen. Zijn elegante, van metaforen duizelende poëzie was vaak uitgesproken erotisch. Beroemd is zijn elegie To His Mistress Going to Bed, waarin hij op weergaloze wijze beschrijft hoe zijn geliefde zich ontkleedt en waarbij hij het strelen van haar lichaam vergelijkt met de ontdekking van Amerika.

De jonge literatuurhistoricus John Stubbs heeft met Donne: The Reformed Soul een meeslepende biografie geschreven, waarin zowel leven als werk volledig tot zijn recht komt. Aangrijpend is zijn beschrijving van de transformatie van een lichtzinnige en ambitieuze jongeman, die zich halsoverkop in politieke en erotische avonturen stortte, tot een ongemeen fraai formulerende religieuze denker, die het menselijk lot diep heeft gepeild. Donne was een man met vele gezichten, die bijtende satires kon schrijven, maar ook niet te beroerd was om zijn vorst te vlijen, uit wiens pen prachtige liefdespoëzie vloeide, maar ook een (ongepubliceerd) traktaat waarin hij bestreed dat zelfmoord te allen tijde zondig was.

Wie deze biografie gelezen heeft, begrijpt het prachtige gedicht van Brodski, en diens fascinatie met Donne, veel beter:

Je zag de zeeën, alle verre landen.

Je zag de Hel, in je en om je heen.

Het Paradijs vol zon, maar ook met randen

waar altijd de droefgeestigheid door scheen.