Vooral contractanten verdienden aan Afghanistan

Washington – Toen medio augustus duidelijk was dat de Taliban rap de macht zouden overnemen in Afghanistan corrigeerde de Democraat Jamaal Bowman de consensus dat de twintigjarige oorlog één grote verspilling was van mensenlevens en geld (de oorlog kostte de VS 2,26 biljoen dollar). Dat vond hij te genereus. ‘De werkelijkheid is dat militaire contractanten rijk zijn geworden van de oorlog’, verklaarde het Huis-lid. ‘We hebben dat geld niet alleen verspild – we hebben het toegeschoven naar mensen wier politieke donaties de campagnes van pro-oorlog-kandidaten financieren.’

Op de website van het blad n+1 haalde Suzanne Schneider Bowmans woorden aan. ‘Amerikaanse oorlogvoering in deze eeuw is een enorme opwaartse herverdeling van rijkdom, die ongekende stapels kapitaal overhevelt naar de defensie-industrie in het algemeen en naar particuliere militaire bedrijven (pmc’s) in het bijzonder’, schreef ze.

Het Amerikaanse buitenlandbeleid noemde Schneider in hetzelfde stuk ‘diep ondemocratisch’, wat alleen al zou blijken uit het feit dat het Congres sinds 1942 niet meer formeel de oorlog heeft verklaard. ‘Dat is niet alleen het resultaat van maatschappelijke desinteresse, maar ook van bewuste pogingen om de imperiale misstappen van het land – van de oorlog in Vietnam tot geheime operaties in Iran, Syrië en Latijns-Amerika – te beschermen tegen publieke zichtbaarheid.’

Waartoe dat onder meer leidt, verwoordde de speciale inspecteur-generaal voor de reconstructie van Afghanistan, John Sopko, al in 2019 in The New York Times. ‘De enige mensen die niet weten wat er gebeurt en hoe goed of slecht we het doen, zijn de mensen die ervoor betalen: de Amerikaanse belastingbetalers.’

De afgenomen publieke controle over militaire operaties houdt gelijke tred met de groei van de particuliere beveiligingsindustrie, wier agenten volgens Schneider ‘geknipt zijn voor oorlogvoering zonder democratische toestemming’. Ze haalt een veelzeggend feit aan: tot aan de recente terugtrekking waren er veel meer particuliere contractanten dan Amerikaanse troepen in Afghanistan. Uit cijfers van de Congressional Research Service blijkt dat de verhouding in 2020 zelfs 7 op 1 was: ongeveer 25.000 private contractanten tegen 2500 tot vierduizend reguliere troepen.

Schneider eindigt haar artikel met de vraag: zullen de VS het beleid van grenzeloze en voortdurende oorlog wijzigen? Ze denkt van niet. Door een onderscheid te maken tussen counter insurgency en contraterrorisme heeft de regering-Biden volgens haar de deur open gezet voor zowel het voorzetten van ‘de lange traditie van geheime operaties’ als het inzetten van drones en bommenwerpers.