Vooral zielig

LERNERT ENGELBERTS
ECHTE SLECHTE MENSEN
De Harmonie, 241 blz., € 15,-

Voor de Selexyz Debutantenprijs die vorige week werd uitgereikt, stonden 45 titels op de longlist. Minstens 45 debutanten dus. Hoe zorg je ervoor dat je als beginneling, naam- en reputatieloos, daartussen opvalt? Lernert Engelberts bedacht een list. Zijn debuut Echte slechte mensen gaat vergezeld van een bladwijzer waar hij zelf, in vol ornaat, in adamskostuum op staat.
Nou, gefeliciteerd.
Verder is het boek – straight to pocket staat er binnenin – op roze papier gedrukt en een foto van de auteur is in reliëf op de kaft gedrukt. Leuke spielerei van Engelberts (1977), maar niet eens noodzakelijk, want zijn boek zou zonder al dat uiterlijk vertoon ook wel zijn opgevallen. Echte slechte mensen is namelijk een hoogst originele verhalenbundel over het moderne leven.
Hoe slecht zijn die mensen van Engelberts eigenlijk? Het valt wel mee, ze zijn vooral zielig. Doodongelukkig word je van het verhaal Off the Record, over een man die zo onderdanig is aan zijn succesvolle bikkelharde vrouw dat hij ergens blij is als hij kanker lijkt te hebben; dan zal ze eindelijk eens aandacht aan hem moeten schenken. Of van Een gewoon meisje, waarin de dochter des huizes bij monde van haar familieleden door de mangel wordt gehaald: ‘Moeder: Ze wilde een verhaal schrijven over een meisje met hippieouders. En dat ze dan allemaal spannende avonturen zouden beleven. Nou, daar is ze mee begonnen, maar volgens mij is ze heel snel verdergegaan met de krant overtypen.’
De rode lijn die door de verhalen loopt, is vooral vervreemding van je eigen thuis. Met gevoel voor detail zet Engelberts zijn permanent ontheemde karakters op papier en plaatst ze in omgevingen waar je je vanzelf gaat afvragen hoe die mensen daar ooit beland zijn. Het titelverhaal over een stoïcijnse bankdirecteur die ontspoort, nadat hij uit de grote stad is verhuisd, is uitmuntend.
Toch leunt het boek – net als de kaft en de bladwijzer – naar mijn smaak iets te veel op gimmicks. In Buren stellen bewoners van een flat zich in korte monologen voor, Samen doodgaan zoekt een wankele balans tussen script en proza. Natuurlijk hoeft proza niet één vaste vorm te hebben, natuurlijk niet, maar dit oogt soms als chaos. Het best komt Engelberts tot zijn recht als hij zijn tijd neemt, zijn karakters in hun habitat beschrijft, en dan wordt het al snel duidelijk waar het in hun leven wringt. Het is dat ze het niet zelf kunnen lezen, anders was het zalvende therapie geweest.