Zomergasten #1: Floris Alkemade

Voorbij de bordjes ‘Verboden toegang’

‘Dingen doen die niet mochten, voorbij die bordjes “Verboden toegang” gaan, deed Alkemade als jonge jongen ook al, nieuwe werelden ontdekken, bukskogels en kersen stelen. Zijn ouders stuurden hem daarom naar de paters in België waar hij concentratie vond en leren leuk bleek te vinden.’

© VPRO

Het was een prachtige aftrap van de nieuwe serie Zomergasten. Floris Alkemade, architect en Rijksbouwmeester, had de avond zorgvuldig ontworpen, aan de hand van gevarieerde fragmenten schetste hij de contouren van verandering. Telkens wist hij weer terug te komen op de rode draad van de avond: het creëren van een verlangen naar verandering, omdat het noodzakelijk is. De urgentie werd kracht bijgezet door het voorafgaande achtuurjournaal van de NOS met daarin de overstromingen in Duitsland, België en Nederland én de extreme hitte in het westen van de Verenigde Staten. Janine Abbring, die de avond strak en soepel leidde, legde direct het verband met klimaatverandering en het thema van deze avond.

Alkemade werkte achttien jaar bij OMA, het bureau van Rem Koolhaas, door wie hij ook is opgeleid. Het denken in verandering, de kunst van het loslaten van gewoontes, ‘voorbij de bordjes “Verboden toegang” denken’, zoals hij zelf zegt, leerde hij van hem. Maar het was iets wat hij ook zelf al in zich had, zo liet hij met het eerste, hilarische fragment zien: een YouTube-filmpje gemaakt door drie jongens uit Almere die stiekem door hekken kruipen – ‘bro, what the fuck, een hond’ – om een onafgebouwd ‘kasteel’ binnen te gaan. Toen Alkemade in 1994 de prijsvraag won met het bureau OMA om het stadscentrum van Almere te bouwen, wilde de wethouder een kasteel uit Tsjechië kopen. Uiteindelijk werd besloten een kasteel uit België na te bouwen, maar dat is nooit afgekomen. Nu staat er al jaren een echte ruïne waar niemand mag komen.

Dingen doen die niet mochten, voorbij die bordjes ‘Verboden toegang’ gaan, deed Alkemade als jonge jongen ook al, nieuwe werelden ontdekken, bukskogels en kersen stelen. Zijn ouders stuurden hem daarom naar de paters in België waar hij concentratie vond en leren leuk bleek te vinden.

‘Waar verlangen we naar?’ zegt hij in reactie op de wens van de wethouder naar zijn dertiende-eeuwse kasteel. Wat willen we nu eigenlijk? De eigen tijd is complex, daardoor ontstaat een verlangen naar het verleden, naar samenhang en overzichtelijkheid, dat de dingen kloppen. ‘Er is maar één weg, en dat is vooruit. We moeten een toekomst vormgeven waar je naar kunt verlangen.’ De rest van de avond zou hij vullen met voorbeelden voor die toekomst.

Eerst kwam de heikele kwestie op tafel: de verbouwing van het Tweede Kamer gebouw – een echt dertiende-eeuws kasteel, een voormalig jachtslot, zoals hij even subtiel opmerkte. Als Rijksbouwmeester adviseert hij over deze ingrijpende verbouwing, die omvangrijker was dan in eerste instantie gepland, en ook duurder. In het door hem gekozen fragment bekritiseert SP-Kamerlid Sandra Beckerman de plannen en de budgetoverschrijdingen. Het Binnenhof werd volgens haar, en vele andere Kamerleden, door de architecten bedreigd.

Het politieke verzet leidde uiteindelijk tot ontslag van twee architecten. ‘Een groot onrecht’, vindt Alkemade nog steeds. Hij had de plannen beter moeten uitleggen, denkt hij achteraf. ‘We gingen het juist terugbrengen naar waarachtigheid. Niets is wat het lijkt in het gebouw van de Tweede Kamer. Dat is een mooie afspiegeling van de politiek.’ Het gaat volgens hem over de kunst je een beeld te kunnen vormen van de verandering in de toekomst, die omarmen en er iets moois van maken. ‘De twaalf architectenbureaus waren allemaal begeesterd door deze mooie opdracht, de politici deden alsof ze een bord zand leeg moesten eten.’

Hij laat fragmenten zien van strijders voor verandering: Tamika Mallory die in een vlammend betoog verandering eist na de dood van George Floyd en Simone de Beauvoir die datzelfde doet voor de positie van vrouwen. ‘Verandering is hardnekkig’, zegt Alkemade. ‘Haar boek De tweede sekse uit 1949 werd neergesabeld en nu zijn we nog steeds niet op dat niveau.’

Hoe hij dat zelf doet in zijn privéleven, vroeg Abbring. Zijn moeder was net als zijn vader huisarts, bijzonder in die tijd, maar draaide daarnaast ook het huishouden en zorgde voor de opvoeding van vijf kinderen. ‘Ik vrees als vader het gesprek met De Beauvoir als het erop aankomt’, antwoordt hij schuldbewust – waarmee hij ongewild laat zien hoe moeilijk het is een systeem te veranderen.

‘We moeten leren om in plaats van in stilstand in beweging te denken’, besluit Alkemade zijn pleidooi voor de noodzaak tot veranderen aan de hand van het videowerk Big Bang van Ori Gersht, waarin een zeventiende-eeuws stilleven van een bloemenvaas wordt opgeblazen, die vervolgens in fragmenten uiteenvalt. ‘Wat is er erg aan blijven stilstaan?’ vraagt Abbring. ‘Dan gaan vorm en inhoud uit elkaar lopen. Kijk naar de speech van Mallory, het systeem klopt niet, er is geen gelijkheid.’ Het kasteel in Almere, De Beauvoir, het Binnenhof – dingen zijn in beweging. Waar het om gaat, is schetsen waar het naartoe gaat. Zo komt hij bij de Franse schrijver Michel Houellebecq die in een interview poëzie beschrijft als ‘geluk schilderen met woorden die ergens anders voor bedoeld zijn’. Volgens Alkemade is dat waar we nu voor staan: een taal vinden voor de veranderingen die gaan komen. ‘Zodat we er zin in krijgen.’

Of het nu het Nieuw Babylon is van Constant Nieuwenhuys – te zien in een schitterend fragment met Simon Vinkenoog uit 1962 – of de Europese Green Deal van Frans Timmermans: verbeelding kan verlangen naar verandering oproepen. Wetenschappers en kunstenaars dicht hij daarbij een cruciale rol toe. Verandering is moeilijk, net zoals Die Zauberflöte van Mozart zingen, maar ‘het plezier van tot het uiterste gaan is de houding die we nodig hebben’, zo besluit Alkemade een fabuleuze avond.