toneel: Speeldrift

Voorbij het medelijden

Het is een oude vertelwet en ze werkt altijd: mensen opvoeren die ánders ogen en daarin sympathie opwekken, vervolgens het publiek met die mensen opsluiten in een tunnel vol griezelig doodlopende-steeg-gedrag en dan kijken wat er gebeurt. Dat is ongeveer wat de Duitse jurist en schrijver Juli Zeh (1974) in 2004 deed in haar roman Spieltrieb.

En wat schrijver Rik van den Bos (1982) en regisseur Casper Vandeputte (1985) doen in hun toneelbewerking van dat boek, Speeldrift. De sympathieke mensen­kinderen in het centrum van de handeling zijn de merkwaardige pubers Ada en Alev. Ada’s intelligente mensenschuwheid vindt haar oorsprong in een licht geposeerde schaamte over het permanent onvolwassen en genante gedrag van haar moeder. Alev heeft vijf talen bestudeerd maar beheerst er niet een echt goed, hij koketteert met zijn impotentie en jongleert met zijn retorische alertheid. Ze zitten beiden op een gymnasium van naam faam, ‘met leerlingen die overal zijn weggestuurd en hier een laatste gelegenheid zoeken om tot rust te komen’ (Juli Zeh). Hun favoriete leraar is de scepticus en cynische geschiedenisleraar Höfling, bijnaam Höfi, die in zijn stoïcijnse geestverwantschappelijkheid iets van intellectuele hoop vertegenwoordigt. Ware het niet dat hij in een vroeg stadium van de handeling vrijwillig de dood zoekt om redenen die we hier niet verklappen. Het favoriete slachtoffer van Ada en Alev is vervolgens de Pools-Duitse sportleraar Smutek (Pools voor: treurige sukkel) die door het duo in een psycho-terroristische houdgreep wordt genomen. Een affaire die in ieder geval voor Alev slecht afloopt. Het boek is een raamvertelling waarin Smutek voor het gerecht ter verantwoording wordt geroepen voor zijn gewelddadig gedrag. De voorstelling maakt ons, publiek, tot jury zonder oordeelsbevraging. De vertelling is eigenlijk een morele en emotionele casus op zichzelf.

Speeldrift levert intrigerend toneel over een ogenschijnlijk normloos speelveld waarin de spelregels voor intermenselijk gedrag ook nog eens rigoureus zijn herschreven en wij getuige zijn van de onttakeling die dat teweegbrengt in het bewustzijn van de spelers. Anders gezegd: een ongemeen intelligente speurtocht in de jungle die ligt in het gebied achter het medelijden, waar compassie althans tijdelijk lijkt te zijn afgeschaft. Er wordt groots, on-virtuoos, helder, on-spectaculair mooi toneel gespeeld. Waarbij Tamar van den Dop rustig heen en weer schakelt tussen de moeder, een mede-leerling die door Ada wordt ontmaagd en de scherp neergezette bochelaar en geschiedenisdocent Höfi. Stefan de Walle maakt van de sportleraar en zijn ontreddering een fijnmazig portret van iemand die de riskante aspecten van een dubbele moraal over het hoofd ziet omdat-ie zijn hoofd verliest bij een veertienjarig meisje. Vincent van der Valk en Mariana Aparicio Torres spelen Alev en Ada zodanig goed dat je zowel mateloos kunt huiveren als geïntrigeerd blijft kijken naar zoveel duivels plezier met doodsverachting achter de oogbollen. Het decor van Pascal Leboucq vertelt een eigen verhaal van het stoelenlabyrint dat zich tegen zijn ingezetenen verheft en onder hun agressie moet lijden. Rik van den Bos, die vorig seizoen al overtuigde met de mooie Ibsen-bewerking Solness, heeft gaaf werk afgeleverd. En dat Casper Vandeputte het team van het Nationale Toneel gaat versterken, is een goed teken des tijds.

Hij is er volgens mij helemaal klaar voor.


Speeldrift is nog t/m 8 maart te zien in Den Haag, Arnhem, Nijmegen, Maastricht, Eindhoven en Groningen. Begin volgend seizoen terug in Haarlem, Den Haag en Amsterdam. Inlichtingen: www.hetnationaletoneel.nl en www.toneelschuurprodukties.nl