De angst van Roeland Schweitzer

Voordelen van een nadeel

«Fear is a man’s best friend», zong John Cale rond 1975. Op angst kun je het lang volhouden. Cale maakt nog steeds bijzondere muziek. Toen vond ik dat geen leuke titel. Wat wist Cale dat ik niet wist? Of had hij ongelijk? Nu ken ik de moderne praat wel. «Angst moet je loslaten», zo leerden goeroes mij.

Een poosje terug was ik werkloos. Het banksaldo gierde naar onder nul. De door mij ontworpen stropdassen konden geen fabrikant bekoren. Krantenjongen op leeftijd? De vleesafdeling in de supermarkt? Pakketjes rondbrengen op de fiets? Meneer, u bent te oud. Slapeloos nagedacht over ons huis en de bank. Het leek opeens rustgevend, een flatje van de sociale dienst, maar waar moest de piano heen én de grafiek collectie? De kippen zou ik ook missen.

Twee hikkende en haperende weken waren genoeg. Halfdood van angst, geen flikker gedaan. Ruzie met mijn lief. Terug in de goot? Mijn lief wilde ik niet kwijt. Ook angst natuurlijk om die te verliezen. Ik sprak mijzelf toe. Het wonder naast jou, daar ga je je niet op afreageren. Werkloos, stronteigenwijs, prima, maar val er een ander niet mee lastig. Ga bolletjes in de tuin zetten, het kippenhok schoonmaken, sporten in plaats van mailen. De tijd voor een list is voorbij. Je bent geen beroemd ontwerper geworden. Je bent helemaal niets belangrijks geworden.

Eindelijk begon ik ook eens te koken. Zowaar deed ik iets in het huishouden én boodschappen. Langzaam begon ik twintig jaar gewichtigheid op te ruimen. Van arrogante klootzak naar pakweg aardig mens, was dat nog een optie? Ik besloot weer eens een tekening te maken. Geen werk, geen inkomsten. Maar één tekening, of twee, drie, dat kwartiertje van niet vrezen, moest ik toch kunnen. De mooiste tekeningen kopieerde ik bij de buurman, in ruil voor blad harken. Het werd de kerstkaart 2001. Links en rechts verzond ik hem, naar van wie ik nog een kaartje of adres kon vinden.

Ik was nog postzegels aan het plakken toen de telefoon ging. Of ik misschien wat tijd had? Een klusje, beetje saai misschien, beetje lastig misschien, betaalde niet helemaal top misschien, maar ja. Ik erheen, zelf ontworpen stropdas aan, billen strak, brillantine in de resterende haren. Wel mijn waardigheid behouden, natuurlijk. Niet te hoog met de prijs en ook niet te laag. Zou ik garantie bieden? Nee, heren, er ontstaan geen meerkosten. Absoluut niet. Ik kreeg de klus, tijdelijk, op proef. Geld geleend bij de buurman voor wat nieuwe kleren.

Nog steeds geen pensioenopbouw, maar wel van de straat. Nog steeds angst, soms althans. Mag dat wel, deze simpelheid? Mijn hart klopt weer in mijn keel. Kan ik dit zo wel zeggen? Heb ik niet de mazzel van goed opgeleid in een redelijk beschaafd land? Misschien biedt angst wel voordelen.

Roeland Schweitzer is auteur van Nooit meer verlegen (1993)