Voorgeprogrammeerd

Het zal ter gelegenheid van de recente oplevering van een aantal gebouwen zijn geweest dat de cultuurzender Amsterdam C de Franse architect Jean Nouvel afgelopen zondag onder de aandacht bracht. En wel de Jean Nouvel van 1988. In dat jaar schoot de videokunstenaar Marie Jo Lafontaine een groot aantal beelden van een in het zwart geklede ster, in actie aan de Rive Gauche. Ik zeg het zo neutraal mogelijk: ze schoot beelden. Want de film vertoont slechts de samenhang van een tape die nu eenmaal binnen 23 minuten door een afspeelapparaat moet. In Lafontaine’s Portrait vole d'un voyeur zit verder geen enkele lijn, geen verhaal en geen thema. Het is een en al sfeer dat men proeft.

Ik kende de film al langer, hij werd wereldwijd vertoond op alle Nouvel-exposities, Nouvel-seminars en Nouvel-excursies. Hij maakte deel uit van een mediacampagne die de architect deed uitgroeien tot een cultfiguur, een ziener. Lafontaine portretteert Nouvel als een nachtvlinder, rusteloos op zoek naar het sublieme…
De wereld is wel mooi en ook wel lelijk. Nouvel in duistere parkeergarage; Nouvel rijdend door nachtelijk Parijs; Nouvel in het middelpunt van de belangstelling in een nachtclub vol Brian Ferry’s, hij kent iedereen; Nouvel wachtend in zijn zwarte BMW, spannende minuten tussen de grijpers van de Carwash; Nouvel vijf uur ’s-ochtends, existentieel, aan de kade langs de Seine; Paris s'eveille maar de architect is nog niet eens naar bed. Zo gaat het door. Een zwarte schicht, sigaretten rokend, peinzend, of juist met vaste tred. Deze man leeft.
En de stad ook. Zijn natuurlijke habitat is doordrenkt van het geluid van bonkende metro’s op ijzeren bruggen. Het prettige ritme van een richtingaanwijzer. Flarden muziek, flarden stemgeluid. Flarden van alles eigenlijk. Het leven in de metropool van het licht is hectisch, kent geen ophouden. En ook de architect is altijd wakker, de vinger aan de polsklop van de tijd, actueel, superhedendaags, permanent ‘in paniek bij de gedachte niet de mogelijkheden van zijn tijd te benutten’. Maar kun je in die paniek ook nog iets maken?
Toen ik Lafontaine’s film voor het eerst zag, kon ik nauwelijks geloven dat deze de zaak van de architect goed zou doen. Alle gebouwen die erin werden getoond, op vage schetsen op zijn bureau, op A3-vellen die door de kopieermachine worden uitgespuugd, en verder in vage flitsen op locatie, blijven steken in de suggestie van architectuur. Het documentaire niveau van de film is nihil, niets wordt echt duidelijk. Nouvel noch Lafontaine spreken zich over iets uit. Het leven glijdt voorbij en wie begint met begrip, wordt misschien ooit wel verlicht, maar diskwalificeert zich definitief als levende.
Het meest uitgebreid komt nog het toen net geopende Institut du Monde Arabe (IMA) in beeld. We zien de omloop rond de archieftoren, de donkere catacomben, en natuurlijk de wereldberoemde diafragma-gevel, waar de lichtinval computergestuurd de prachtigste oosterse tapijtmotieven op de vloeren en wanden tovert. Eigenlijk is dit het enige detail dat als zodanig in beeld komt, en niet zonder reden. Want juist hier toont Nouvel dat het hem helemaal niet om de materialisering van een programma gaat. Het gaat hem vooral om de enscenering. Het tapijtmotief is in feite een levensgroot cliche, maar dit cliche is zo zelfbewust en suggestief vormgegeven dat ieder oordeel over het gebouw plaats moet maken voor een ondergaan van de sfeer. Hoe transparant en open deze architectuur ook is, de ervaring is totalitair geprogrammeerd.
Nu, bij hernieuwde kennismaking, begrijp ik beter wat Lafontaine met Nouvel heeft gedaan. Hoewel de film al weer zes jaar oud is en bij een onderwerp als dit bij voorbaat al hopeloos gedateerd, en hoewel Nouvel zich inmiddels heeft ontpopt als een onvervalste realistische Macher, heeft Lafontaine met haar impressionisme de nouvelistische strategie in de kern geraakt. Veel meer dan het in beeld brengen van een producent van gebouwen, is hier de regisseur van (onder andere) gebouwen geschetst. De film toont geen bijzonder personage. In feite lijkt hij op een willekeurige ander die het druk heeft. Maar het is Nouvel die het auteursrecht op deze sfeer heeft. Dat is al wat telt.