De schraalheid van IJburg

Voorheen droomwijk

Het nieuwe eilandenrijk IJburg in Amsterdam moest een unieke stadswijk worden, bruisend en dynamisch, met hoogstaande architectuur. Maar het liep anders. ‘Het is toch maar gewoon een nieuwbouwwijk.’

HET IS een zonnige dinsdagochtend en de IJburglaan ligt er verlaten bij. De honderden auto’s die hier elke ochtend in de file staan op de smalle Enneüs Heermabrug om het eiland af te komen, hebben de overkant van het water inmiddels bereikt. Het is dan ook negen uur en de werkende IJburger is op zijn werk. Of, zoals Liesbeth Ronden, aan een groot bureau in een ruime, lichte werkruimte aan huis. Ze maakt zich voor de gelegenheid een uurtje los van haar iMac, maar daarna moet ze echt weer aan de slag. Want aan opdrachten geen tekort. Liesbeth is grafisch ontwerper, zzp'er en moeder. Samen met haar man en twee kinderen woont ze in een luxe twee-onder-één-kapwoning aan de Zwanebloemlaan, het pioniersbolwerk van IJburg. Hier werden in november 2002 de eerste woningen van het splinternieuwe eilandenrijk opgeleverd. Toen Liesbeth de woning met man en toen nog één kind betrok, stond het te midden van een eindeloze zandvlakte. Buurtgenoten waren er nog nauwelijks, bouwmannen des te meer. ‘De straat aan de voorkant was alleen nog maar zand, de gracht aan de achterkant van het huis was nog niet uitgegraven. Overal stonden hijskranen en reed bouwverkeer rond. En wij zaten daar tussen met een pasgeboren baby.’
Inmiddels is de eerste fase van IJburg grotendeels voltooid. Het Haveneiland, Steigereiland en de Rieteilanden zijn nagenoeg af en worden inmiddels bewoond door ruim 15.500 bewoners. Volgens de oorspronkelijke plannen volgt nog een tweede fase met Centrumeiland, Buiteneiland, Strandeiland en Middeneiland. De zes eilanden samen moeten uiteindelijk huisvesting bieden aan 45.000 inwoners, verspreid over 18.000 woningen.
Een relatief klein deel daarvan bevindt zich op de Rieteilanden, waar ook Liesbeth woont. Het is het suburbane gedeelte van de Amsterdamse Vinex-wijk, met eengezinswoningen, soms in een rijtje, soms met twee-onder-één-kap, af en toe bijna vrijstaand en een enkele keer los van alles, in villavorm. Een ideaal alternatief voor hoogopgeleiden met kinderen die dezelfde ruimte en luxe in de binnenstad niet kunnen betalen, maar die gruwen van het idee naar Almere te moeten verhuizen. 'Wij woonden op het Oostelijk Havengebied in een huis waar we op zich ruimte hadden voor één kind. Maar toen ik zwanger raakte, hebben we ervoor gekozen om meteen een huis te zoeken waar we langer zouden kunnen blijven. Dus waar we ook met een tweede en eventueel derde kind fijn zouden kunnen wonen.’
Er volgde een zoektocht in dorpen als Naarden en Broek in Waterland. 'Maar dat vonden we zo truttig, zo burgerlijk. Op een gegeven moment kwam onze makelaar met dit huis op IJburg. Het voldeed aan al onze eisen. Dicht bij de stad maar toch met veel ruimte.’ Bijna tweehonderd vierkante meter, vier slaapkamers, een tuin en twee eigen parkeerplaatsen. 'De kinderen kunnen op straat spelen en lopen naar school. Je voelt hier het water en de rust. In de plannen stond heel duidelijk dat IJburg juist niet dorps en burgerlijk moest worden, maar een echte stedelijke wijk. Hij zei dat we gek waren als we het niet kochten.’
Een bijkomend voordeel was de prijs. Omdat bijna niemand het in die beginperiode aandurfde om geld neer te tellen voor een duur huis op een nog lege zandvlakte werden de woningen met flinke korting aangeboden. 'Dat was wel prettig. We hebben het echt voor een bodemprijs kunnen kopen. Inmiddels is het huis tussen de zeven en acht ton waard.’ Bijna twee keer zo veel als de aankoopprijs.

DE RIETEILANDEN zijn misschien wel de grootste trekpleister van IJburg. Aangename woningen voor goedverdienende jonge gezinnen. Achter de grote ramen in de voorgevels prijken stijlvolle, strakke keukens en lange houten keukentafels. Voor de deur dure auto’s en bakfietsen, het statussymbool voor welgestelde Amsterdamse gezinnen. Precies zoals de planmakers het voor ogen hadden.
In de jaren negentig werd duidelijk dat na tientallen jaren de stad eindelijk weer in trek raakte bij deze zelfde gezinnen. Decennialang was het niet meer dan vanzelfsprekend geweest dat Amsterdammers na het eerste, of anders zeker na het tweede kind de stad ontvluchtten om zich te vestigen in groeikernen als Purmerend, Hoofddorp of Almere. Maar met de stijgende welvaart raakte de stad weer in trek. Voor Amsterdam werd die ontwikkeling voor het eerst echt duidelijk na de oplevering van het Oostelijk Havengebied. De nieuwe stadswijk was gebouwd voor yuppen zonder kinderen, of met hoogstens een eerste kind, maar in plaats daarvan bleek het volwaardige gezinnen aan te trekken. IJburg was daarom een logische volgende stap om deze groep, die economisch belangrijk is voor de stad, te behouden. In 1996 stemde de gemeenteraad in met de aanleg van de eilanden in het IJmeer. Een jaar eerder werd in de Startnota IJburg al vastgesteld dat het geen slaapstad zou worden, dus geen tweede Almere, maar een stedelijke Amsterdamse wijk. Bij een Amsterdamse wijk hoorde volgens de gemeente een Amsterdamse bevolkingsopbouw. Dus jong en oud, arm en rijk, autochtoon en allochtoon, gezinnen en singles door elkaar. Bovendien moest ook de bebouwing stedelijkheid uitstralen. Dat werd bij voorbaat al gegarandeerd door de dichtheid van zestig woningen per hectare, twee keer zo veel als op de meeste Vinex-locaties. Vergelijkbaar met de Jordaan en een unicum voor een Nederlandse naoorlogse wijk. Op de Rieteilanden en het Steigereiland werd ruimte vrijgemaakt voor eengezinswoningen, maar op Haveneiland, het grootste deel van IJburg, was alleen plek voor grote appartementencomplexen. Lekker strak, lekker stedelijk.
'We hadden hier heel elitaire villa-eilanden van kunnen maken met allemaal easy boerderettes. Van die vrijstaande nieuwbouwboerderijen met een rieten dak’, blikt architect Felix Claus terug. Samen met Frits van Dongen en Ton Schaap ontwierp hij het stedenbouwkundig plan van de eerste 3600 woningen van IJburg: 'Dat zou echt goud geld hebben opgeleverd. Voor de stad en de projectontwikkelaars. Maar dat was juist niet de bedoeling. Dat is niet stedelijk. En niet Amsterdams. Klaas de Boer, toen directeur van de Dienst Ruimtelijke Ordening, heeft daarom verboden dat er schuine daken kwamen. Dat vond hij het symbool van provinciaalsheid. Dat kon gewoon echt niet.’ Vanwege dezelfde angst voor truttigheid vaardigde de DRO een verbod op balkons aan de voorgevel af.
Al in de plannen was duidelijk dat het suburbane en het stedelijke milieu van elkaar zouden worden gescheiden door de IJburglaan. Een brede straat met kleine bomen met volop ruimte voor wonen, winkels, auto’s, de tram, fietsers en voetgangers. Het is helaas totaal verlaten. Het leven aan de overkant van de laan is een wereld van verschil met het woonmilieu van Liesbeth. Hier bestaat de bebouwing uit rechthoekige woonblokken, allemaal gemaakt van dezelfde donkerbruine baksteen. Balkons zijn er niet en de blokken zijn naar binnen gekeerd. Geen geveltuintjes en bankjes, want dat zou truttig zijn, maar grote gezamenlijke binnenplaatsen die vaak vanaf de straat niet zichtbaar zijn. Of het inderdaad stedelijk is? Het straatleven niet, maar de bevolkingssamenstelling wel. In veel complexen zijn sociale huurwoningen gemengd met koopwoningen.
Zo ook in Blok 37, waar Geja Tas sinds 2008 op de bovenste verdieping woont. Inmiddels samen met haar vriend Jeroen Heimans en hun zoon van ruim een jaar. Het appartement van 85 vierkante meter biedt een prachtig uitzicht over het IJmeer en het pittoreske Durgerdam aan de andere kant van het water. Toch staat de galerijwoning met fraaie binnentuin inmiddels negen maanden te koop. Geja en Jeroen zijn IJburg zat: 'We willen naar een dorp, Abcoude of Ouderkerk aan de Amstel bijvoorbeeld. Maar met de huidige crisis lukt het nog niet om het huis te verkopen.’
Voorlopig zijn ze daarom gedwongen de overlast in het complex te verduren, die grotendeels wordt veroorzaakt door grote sociaal zwakkere gezinnen op de onderste verdieping. Veel urgentiegevallen afkomstig uit de Bijlmer en andere stadsvernieuwingsbuurten. 'Er zitten ook twee of drie probleemgezinnen tussen.’ De menging van de koopwoningen en sociale huurwoningen was een paradepaardje van de gemeente, maar blijkt soms erg problematisch. 'Het is echt een drama. We hebben een keer twee jongens op heterdaad betrapt in de parkeergarage die een scooter aan het jatten waren. In het pand is een wietplantage opgerold en er zijn geregeld invallen bij sommige huurwoningen. Verder is er al een keer of tien ingebroken in een aantal huurwoningen zonder sporen van braak. Ze vermoeden dat er sleutels in omloop zijn.’
En dan zijn er nog de meer alledaagse ergernissen zoals vuilnisresten in de lift en stankoverlast. Daarnaast is er de angst dat het niet zal lukken om voor hun zoon een plek te bemachtigen op een van populaire witte scholen. Verhalen die aansluiten bij de berichten in de media, vooral Het Parool, waarin vaak wordt geschreven over overlast, inbraken en de vele overvallen op plaatselijke ondernemers.
Igor Roovers, gemeentelijk projectleider van IJburg, erkent dat er ongewenste problemen zijn in een aantal blokken: 'Maar wij willen een ongedeelde stad maken. Dat is een typisch Amsterdams principe van stadsontwikkeling. Wij willen dat ook op IJburg mensen met een laag inkomen kunnen wonen.’ Met dertig procent sociale huur stelt de stad zich een grote ambitie. Het percentage is vele malen hoger dan bij andere Vinex-locaties. 'Natuurlijk hadden we ervoor kunnen kiezen om alle dertig procent bij elkaar te zetten met een poortje ervoor’, zegt Roovers, 'maar dat wilden we uitdrukkelijk niet. We willen een gemengde wijk maken. Niet elitair, maar ook geen negentig procent sociale huur zoals in de Bijlmer.’
Aan de buitenkant van de appartementengebouwen, zoals die van Geja en Jeroen, zie je niet dat er zowel koopwoningen als sociale huurwoningen achter de gevel schuilgaan. Tot binnen de blokken is diversiteit naar soort woning en prijsklasse ingevoerd. Een idee van de gemeente dat, dat is inmiddels duidelijk, tot ongewenste taferelen leidt. Duco Stadig was van 1994 tot 2006 wethouder Stedelijke Ontwikkeling en verantwoordelijk voor IJburg. Hij zegt: 'Er is binnen de blokken in huur en koop afgewisseld. Dat komt nog uit de tijd van de maakbare samenleving. Bij de Dienst Wonen werkten nogal wat getallenfetisjisten, zij vonden dat mengen op blokniveau en op portiekniveau moest gebeuren. Mengen binnen één gebouw is een heel slecht idee gebleken.’
Tot die conclusie komt ook de Vrom Raad. In het vorig jaar verschenen rapport Wonen in ruimte en tijd beschrijven zij dat de behoefte aan wonen onder gelijkgestemden een betekenisvolle trend is, die in de toekomst zal doorzetten. Leefstijlen moeten bij elkaar passen, is hun conclusie. Toch vindt Roovers dat we menging niet zomaar overboord moeten zetten. Wel zegt hij dat in de latere bouw rondom het Van Goghpark op Haveneiland Oost de eenheden sociale huur groter zijn geworden.
Makelaar Geraldine Hallie, vanaf het prille begin betrokken bij de verkoop op IJburg, noemt de klachten over de overlast onzin: 'Het zijn problemen die nu eenmaal bij de stad horen. Als mensen daar niet tegen kunnen, moeten ze maar in een hutje op de hei gaan wonen.’ Ze zegt het een beetje stoer, omdat ze de overdadige aandacht voor het onderwerp beu is. De media vinden het heerlijk om hierover te schrijven en dat draagt niet bij aan het imago van haar geliefde wijk. 'Als je een stedelijke wijk wilt bouwen, voor alle Amsterdammers, waarin verschillende mensen van verschillende soorten samen wonen, dan krijg je dit soort botsingen. Asociale buren kun je ook hebben in populaire oude wijken van de stad. En wachtlijsten bij goede scholen zijn daar ook een probleem. Maar daar weten mensen het van tevoren als ze er een huis kopen. Het hoort bij het pakket. Hier lijkt het er soms op alsof mensen niet verwacht hadden dat in een nieuwbouwwijk dezelfde overlast kan voorkomen.’

EEN VERKLARING die aansluit bij de ervaringen van bewoners als Myrthe (15), aan het woord in het lokale krantje De Brug. Een buurtbewoner plaatste een bordje met 'verboden te zwemmen’ op een plek waar zij en haar vrienden dat juist graag deden. Als ze met een groepje vrienden buiten staat te praten, klagen de buren over geluidsoverlast en komen de straatcoaches direct poolshoogte nemen. 'We deden niks, we hadden gewoon lol. Ik snap wel dat het niet te lawaaiig moet worden. Maar niet te veel zeuren hoor, mensen.’
Met de feitelijke problemen blijkt het namelijk allemaal wel mee te vallen. De scores op de veiligheidsindex van Amsterdam zijn goed te noemen. Wel opvallend is dat het aantal grote gezinnen met meer dan drie kinderen dat huurt op IJburg met 22 procent ver boven de gemiddelde zes procent van Amsterdam ligt. Dit komt doordat er domweg veel grote woningen op IJburg zijn gebouwd, ook veel huur.
Makelaar Hallie kan zich wel vinden in klachten over het gebrek aan parkeerruimte. Omdat IJburg een autoluwe en ecovriendelijke wijk moest worden, is er per huishouden maar parkeerruimte voor 1,25 auto. Want, zo was de gedachte van de gemeente, op die manier worden bewoners gestimuleerd om met de fiets en het openbaar vervoer te reizen. Daarom werd de tram naar het Centraal Station al in de eerste fase aangelegd en werd bij het GVB bedongen dat in de tram ruim plek zou zijn voor fietsen. Op die manier zouden bewoners in een kwartier met fiets en al in de stad kunnen zijn. Ook werd IJburg via een fiets- en voetgangersbrug verbonden met de Watergraafsmeer. Maar de ruimte in de tram werd door het GVB uiteindelijk beperkt tot maximaal twee fietsen per keer en de fietsroute naar de stad blijkt een flinke kluif. Met als gevolg meer auto’s, veel meer autogebruik dan verwacht, parkeerproblemen en lange files in de spits om het eiland op en af te komen. 'Ik sta helemaal achter de ambitie om van IJburg een autoluwe wijk te maken’, zegt Hallie, 'maar dan kan het niet zo zijn dat het GVB maar twee fietsen per keer toelaat. Je hebt echt regelmatig dat mensen daardoor niet naar binnen mogen en op een volgende tram moeten wachten. Dat moet anders.’
Het neemt niet weg dat de woningmarkt op IJburg het zwaar heeft. Maar liefst ruim twaalf procent van de woningen staat te koop, blijkt uit cijfers van Onderzoek en Statistiek en Funda. Bijna twee keer zo veel als in Amsterdam als geheel. Overal in de wijk zie je bordjes 'Te koop’ staan. Sommige mensen spreken zelfs van een witte vlucht.
Afgezien van de vraag of de bewoners de stedelijke problemen voor lief moeten nemen, is duidelijk dat IJburg nog niet de droomwijk is die men ooit voor ogen had. Volgens Frank Bijdendijk, destijds algemeen directeur van woningbouwcorporatie het Oosten, nu bestuurder van Stadgenoot, moest IJburg 'de mooiste nieuwbouwwijk van Nederland’ worden. In de startnota IJburg werd de wijk vergeleken met Oud-Zuid en de Watergraafsmeer en volgens het stedenbouwkundig plan heeft het raakvlakken met de Jordaan, de zeventiende-eeuwse grachtengordel, Manhattan, het Londense West-End en het Oostelijk Havengebied.
Het nieuwe eilandenrijk moest een unieke stadswijk worden, bruisend en dynamisch, met hoogstaande architectuur van de beste ontwerpers. Op de plaatjes van het promotieboekje IJburg, Haveneiland en Rieteilanden West wordt er gezwommen, gespeeld en gebarbecued bij het water, er zijn drukke straten en weelderige plantsoenen te zien, gevuld met een bonte verzameling van voetgangers, fietsers en picknickende gezinnen. Geen gebouw is hetzelfde. Maar de werkelijkheid is anders. Drukke straten zijn een zeldzaamheid op IJburg en de bebouwing op Haveneiland is eentonig.
De IJburglaan is hiervan misschien wel het beste voorbeeld. Want hoewel Hallie het vergelijkt met de boulevard van Parijs en ontwerper Schaap er de avenues van Manhattan in terugziet, ervaren velen hem als kil. Ondanks de grand cafés, lunchrooms, restaurants en winkeltjes. 'Als ik de brug overkom en ik zie de IJburglaan liggen, denk ik nou niet direct: wat een gezellige straat’, vertelt Liesbeth. 'Ik denk dan vooral: o jee de winter komt er weer aan, het wordt nog guurder en kouder dan het er vaak al is.’ Of, zoals Duco Stadig het verwoordt: 'Je vraagt je er soms af of je in het Oostblok bent beland.’ Zelfs Claus, ontwerpcollega van Schaap, wordt niet warm van de ader van IJburg: 'Ik kan me zelfs wel voorstellen dat mensen het kil vinden. Dat ligt niet aan het ontwerp van de straat, want dat klopt wel. Er is veel ruimte voor horeca, voor winkels, voor kantoren. Voor een druk straatleven. Maar omdat er nog te weinig bewoners zijn en ook veel winkelpanden leegstaan, is dat er nog niet.’ Hij vervolgt: 'Misschien nog wel dominanter is de teleurstellende bebouwing, die veel grover is dan op de plaatjes. Schraal, banaal. Je ziet dat architecten het druk hadden, dat corporaties makkelijk geld wilden verdienen en dat de rechthoekige bouw in Nederland erg populair is. Noem het stedelijk, noem het modernistisch, in de praktijk is het vooral functioneel en goedkoop.’
Uitzonderingen op de architectonische schraalheid zijn er wel. Zoals de robuuste hoogbouw rondom de jachthaven, de losstaande villa’s op Rieteiland, het prijswinnende blok 4, het statige Solid-gebouw bij de entree van Haveneiland, waar huurders volledig vrij zijn in het gebruik van de ruimte. Wonen, ondernemen of een combinatie. Het experiment is de trots van Frank Bijdendijk en zijn Stadgenoot. Of Steigereiland, het meest opzienbarende stukje IJburg. Kavels in de smalle straten werden hier los verkocht en mochten door de kopers geheel naar eigen inzicht worden bebouwd. De bouwers moesten zich alleen houden aan de wettelijke bouwkundige eisen en de minimum- en maximummaten. Het eindresultaat is een zeldzame verzameling van de meest uiteenlopende stijlen, vormen, materialen en kleuren. Niet strak, niet rechthoekig, maar zeker stedelijk. Niet voor niets vestigde zich op Steigereiland een flink aantal architecten en het designwarenhuis 020, een van de grootste trekpleisters van de wijk. Een aantal kleinere ontwerpers en het winkeltje Store without a Home, dat je eerder zou verwachten in de Pijp of de Jordaan, volgden. Een echte designbuurt lijkt geboren. 'Was er maar veel meer zoals Steigereiland op IJburg’, verzucht Claus.
Het zijn lichtpunten voor de echte IJburgliefhebbers, de betrokken bestuurders en corporaties, ondernemers en bewoners die blijven geloven in de kwaliteit en de mogelijkheden van de nieuwe wijk. Zoals Ton Schaap, Frank Bijdendijk en Geraldine Hallie, die niet uigepraat raakt over de schoonheid van de nieuwe wijk: 'Kijk nou toch om je heen. Het is toch prachtig. Die ruimte, het licht, de strakke straten. Dat is toch even wat anders dan het gepriegel in de binnenstad.’ Maar af is het volgens haar nog niet: 'Er is te weinig dynamiek, het bruist nog niet. Terwijl daar alle ruimte voor is, zeker nu er veel grond braak ligt. Er zouden nu wat creatieve ondernemers moeten komen die iets op poten zetten. Ik denk aan een mooi hotel, een culturele instelling, iets in die richting. Zodat er ook andere mensen dan de bewoners komen.’ Stiekem heeft ze een grote droom: 'De Parade. Die zou ik naar IJburg willen halen.’ Om er fel aan toe te voegen: 'Het is hier toch veel mooier dan in dat regenachtige Martin Luther Kingpark.’

TOT DE ECHTE liefhebbers behoort ook een deel van hoogopgeleide, welgestelde pioniers. Ze doen er alles aan om de negatieve beeldvorming tegen te gaan en hun liefde voor IJburg te verspreiden. De bewonerscommissie draait op volle toeren en boekjes over het leven in de wijk zijn er inmiddels in overvloed. Dat onder de pioniers veel creatieven zijn, boordevol organisatietalent, is te merken. Journaliste Linda van den Dobbelsteen en haar man Martijn maken samen het krantje en de website De Brug, over het wel en wee op IJburg. Collega’s van website IJbrug.nl brengen het laatste nieuws over cursussen zwangerschapsyoga, kinderyoga en mindfulness en Volkskrant-redacteur Toine Heijmans bericht in zijn wekelijkse column regelmatig over de hoogte- en dieptepunten van het bestaan in de Amsterdamse Vinex-wijk. Ze voelen zich echte IJburgers, zoals ook hun buurvrouw Liesbeth dat voelt. 'Dat gevoel komt denk ik omdat we hier al zo veel hebben meegemaakt. In het begin woonden we op een verlaten eiland en hadden we alleen elkaar. We deelden heel veel. Dachten samen na over de inrichting van het huis, zochten samen naar oplossingen voor problemen en kletsten met elkaar bij de gezamenlijke barbecue. Dat schept een band. Met de wijk en met elkaar. Daarom probeer je ook iets extra’s te doen om IJburg verder te helpen. Ik probeer zo veel mogelijk te kopen bij de kleinere ondernemers. Die hebben het zwaar. Terwijl het juist zo leuk is als er niet alleen maar grote ketens als Albert Heijn en de Etos zijn. Maar de leuke kinderkledingwinkel hier om de hoek waar ik vaak kleren kocht heeft het toch niet gered. Net zoals zo veel winkeltjes is ze failliet gegaan.’
In de stad komt ze nog zo nu en dan, om af te spreken met vriendinnen of te winkelen. 'En een enkele keer neem ik de kinderen mee. Bijvoorbeeld naar de nieuwe bibliotheek.’ Maar het leven van haar gezin speelt zich vooral af op IJburg. 'We hebben het er gewoon erg goed. De kinderen hebben allemaal vriendjes en vriendinnetjes, kunnen in de zomer achter het huis zwemmen en in de winter schaatsen. Ze gaan om de hoek naar school en kunnen in de toekomst naar het IJburg College. En ons huis bevalt nog steeds prima. Het is wel jammer dat er voor ons geen doorstroommogelijkheden zijn, want dan zouden we meteen naar een villa van meer dan een miljoen moeten. Dat kunnen we niet betalen. Maar binnenkort komt er een uitbouw op het dak. Ook leuk.’
Toch kijkt ze met weemoed terug op de eerste avontuurlijke jaren. Want hoewel de band met de andere bewoners van het eerste uur nog steeds goed is, wordt de band met IJburg minder sterk. 'Weet je wat gek is? Als je de enige bent en er is nog maar één straat, en daarna twee straten en daarna een heel buurtje, dan ben je heel betrokken. In die eerste tijd was het net een dorp. Maar nu is het zo groot en wonen er zo veel mensen. Met de mensen aan de andere kant van de IJburglaan heb ik helemaal niets. Dat is gek om te merken. En heel jammer. Want die eerste periode was prachtig. Nu is het toch maar gewoon een nieuwbouwwijk.’

Dit is het eerste deel van een tweeluik. Deel 2 verschijnt volgende week. Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten