Voorheen enfant terrible muziek

Wijsheid komt met de jaren, zo luidt het gezegde. Voor veel kunstenaars geldt inderdaad dat zij in de loop der jaren de wilde haren kwijtraken en op zoek gaan naar een zekere verdieping. Zo spreken we van de ‘late Beethoven’ en de ‘late Liszt’ - twee componisten die aan het eind van hun leven bravoure inruilden voor verstilling en verinnerlijking. Maar denk ook aan Verdi, die zich pas op 77-jarige leeftijd rijp achtte voor het genre komedie en Falstaff op muziek zette. Of Stravinsky, die zich pas laat in zijn carrière in de twaalftoonsmuziek verdiepte.

Des te teleurstellender is het als een kunstenaar vervalt in een soort gezapigheid. Richard Strauss maakte zo'n onbegrijpelijke ontwikkeling door: hoe is het mogelijk om na revolutionaire werken als Salome en Elektra terug te keren naar een conventioneel idioom als in Der Rosenkavalier? Hetzelfde geldt voor George Antheil die in zijn jonge jaren de reputatie van enfant terrible verwierf, maar zich op zeker moment verloor in een negentiende-eeuwse romantische stijl waarin slechts een dissonant akkoord hier en daar doet denken aan de Antheil van weleer.
De in 1900 geboren Amerikaan was een kleurrijk figuur. Begin jaren twintig kwam hij naar Europa en al snel had hij de Parijse avantgarde aan zijn voeten met ultramoderne stukken als Airplane sonata, Sonata sauvage en Jazz sonata. Pièce de résistance in het oeuvre van Antheil is echter het Ballet mécanique uit 1925, muziek die oorspronkelijk bedoeld was bij een film van Fernand Léger maar door synchroniteitsproblemen nooit als zodanig gebruikt is. De concertbewerking die Antheil voor ogen stond, schreef een bezetting voor van zestien pianola’s aangestuurd door één centraal instrument. Wederom pootje gehaakt door technische onmogelijkheden deed hij een compromis: één pianola, acht vleugels en slagwerk, uitgebreid met een grote vliegtuigpropeller, deurbellen en sirenes.
De Parijse kranten lieten dit spektakel, aangekondigd als ‘De toekomstmuziek van gisteravond’, niet ongemerkt voorbijgaan. In spotprenten werd Antheil afgebeeld als een monteur gekleed in overall naast een vleugel, waar een stoommachine op aangesloten was. En vele jaren later schreef Ezra Pound in een biografie over de componist: 'Antheil is de eerste kunstenaar die de machine, de werkelijk moderne machine zonder laatdunkendheid en zonder vals pathos weet in te zetten.’
Halverwege de jaren dertig verhuist Antheil naar Hollywood en deze stap doet hem artistiek de das om. Niet omdat hij zich in leven moet houden met het schrijven van een rubriek voor liefdesproblemen en van filmmuziek, maar omdat hij van nu af aan melodramatische partituren aflevert. Neem zijn Fifth Symphony, bijgenaamd 'Joyous’, waar zowel Bruckner, Mahler als de revue van Las Vegas op de loer liggen. Muziek van het brede, sentimentele gebaar met schetterend koper, uitbundig slagwerk, engelachtige klokjes, hemelse harpen en een briljant vuurwerk tot slot. Of het ballet Capital of the World, naar een kort verhaal van Ernest Hemingway over - hoe kan het ook anders - een stierengevecht. Antheil heeft dit muzikale gedicht geheel in Spaanse stijl getoonzet, maar ondanks alle virtuositeit en dramatiek mist zijn muziek de ijzeren ritmische greep van bijvoorbeeld Manuel de Falla.
George Antheil is in de annalen terechtgekomen als the bad boy of music, maar die geuzennaam doet de geschiedenis wel wat geweld aan.

  • Begonnen uit liefhebberij heeft de New Concert Big Band van Henk Meutgeert zich tot een doorslaggevend succes ontwikkeld. Om de week treedt hij zondagavond in het Amsterdamse Bimhuis op met steeds weer een andere solist. De eer is ditmaal aan Misha Mengelberg en Piet Noordijk, die in de jaren zestig een legendarisch kwartet vormden. Zondag 13 december.