Voorheen nederland

De Nieuwe Kaart van Nederland, onlangs met fanfare gepresenteerd, laat goed zien dat in Nederland de locale bouwwoedes allemaal met elkaar te maken hebben. Ze maken deel uit van een grootschalige modernisering van het land. Je kunt die modernisering ook privatisering noemen, dat is ongeveer hetzelfde. Het beeld van fragmentatie dat de kaart laat zien, is een gevolg van de versplintering van belangen, talent en investeringen. Een onoverzichtelijk veld van overheden, natuurbeschermers, ambtenaren van Verkeer en Waterstaat en projectontwikkelaars is Nederland aan het verdelen. Grenzen tussen de gebieden waarover elk van hen de belangrijkste zeggenschap hebben, worden steeds harder.

‘Not in my backyard’ en 'just in my backyard’ gaan hand in hand. Alles hangt dus samen in onsamenhangendheid en dat beeld bestaat ook in Europees verband. Natuurbeleid, industriebeleid en woningbouwbeleid op internationale schaal zou allang geen luxe meer zijn, maar ook hier is het ieder voor zich. Zelfs de voor de hand liggende coördinatie van de infrastructuurontwikkeling gaat uiterst moeizaam. Maar deze internationale context wordt op de Kaart van Nederland niet zichtbaar. Integendeel, door de keuze voor de vertrouwde contouren van dit land is teruggegrepen op een beproefd middel dat iedereen van Roodeschool tot Cadzand herkent. Maar de vraag die de kaart stelt, is juist of Roodeschool en Cadzand er nog toe doen. Oftewel: is Nederland als eenheid nog wel met een kaart te verbeelden?
Deze vraag strekt nog veel verder. De Kaart van Nederland, met haar strakke grenzen naar een maagdelijk niemandsland, veronderstelt een identiteit, een staat, met een eigen natie die haar bewoont. Daarmee verbeeldt de kaart ook een zelfstandig territorium, een ruimte die Nederland heet. En als dat zo is, dan is die ruimte natuurlijk ook een publieke sfeer, een openbaar domein waarin burgers zich met elkaar verstaan over zaken van algemeen belang. Het Nederland van de Kaart is een land met een publieke zaak. Analyseren we echter de ontwikkelingen die op de kaart zichtbaar worden, dan zien we precies het omgekeerde beeld. De planologie, jarenlang een vertrouwd vehikel van staatsinmenging in de ruimtelijke ordening, is ver te zoeken. De overheid, voor zover nog aanwezig, gelooft nog wel in haar opdracht ten aanzien van maatschappelijke functies als wonen, werken, recreatie en verkeer, maar ze is het spoor bijster als het gaat om de ruimtelijke organisatie van die functies. De Stelling van Amsterdam, de Hollandse Waterlinie, de Deltawerken - zolang het op verdedigen aankwam, wisten overheden uitstekend overzicht te houden. Het resulteerde in het Kunstwerk Nederland. Maar we beleven nu de jaren van de aanval, bijna van iedereen tegen iedereen, en dat levert niet meteen kunst op.
Behalve geen natie is Nederland ook steeds minder een territorium met een duidelijke souvereiniteit te noemen. Globalisering van kapitaal, grensregiovorming, monetaire hervorming en andere nieuwe bevoegdheden van de Europese Unie maken het land tot minder dan een administratieve eenheid. Waarmee ook meteen de vraag is gesteld naar het publieke gehalte van Nederland. Wanneer het land wordt gekenmerkt door de zonering van belangen, wanneer publieke aangelegenheden zich verengen tot single issues, kan de vraag naar het algemeen belang terecht gesteld worden. De Nieuwe Kaart laat zien dat alle criteria op basis waarvan je van een zelfstandig land kan spreken, onder druk staan. Het lijkt onderhevig aan natuurverschijnselen. De kaart lijkt zo wel staatkundig, maar ze is in feite natuurkundig. Misschien dat dit nieuwste staaltje van de trotse nationale traditie der cartografie beter de Kaart van voorheen Nederland kan heten.