Kijken in de ziel van de zwevende kiezer

‘Voormalige bloemenzaak wordt crematorium’

Swing states zijn niet ‘Amerikaanser’ dan andere staten, maar ze worden naar voren geschoven alsof ze op de een of andere manier échter zijn. Een persoonlijk bericht over Racine, in de staat Wisconsin, dat een heldhaftig progressieve traditie kent.

Kathie Walker en haar kleinkinderen proberen mensen tot stemmen te bewegen. Milwaukee, Wisconsin, 26 september © Abaca Press / ANP

Ergens in 2015 ontving ik de koppen van de krant uit mijn geboorteplaats, The Journal Times uit Racine, Wisconsin. Ik ontving elke dag, soms twee keer per dag, nieuws uit Racine (tachtigduizend inwoners) en de omliggende plaatsen: Caledonia, Burlington, Union Grove, Mount Pleasant, Kenosha.

De misdaadberichten waren zowel sensationeel als treurig.

‘Man uit Racine zou hebben geprobeerd een pijp te lijf te gaan, naar verluidt onder het schreeuwen van racistische teksten.’
‘Man uit Caledonia zou hebben geprobeerd de honden van de buurman op te hitsen, zou voor opschudding hebben gezorgd en een dansje hebben gedaan.’
‘Vrouw wordt ervan beschuldigd tijdens een ruzie brandalarm in werking te hebben gezet en met de brandblusser om zich heen te hebben gespoten.’

Deze berichten werden in evenwicht gehouden door feel-good-verhalen en stukken over succesvolle inwoners.
‘Leerling van St. Lucy, acht jaar, publiceert boek over eenhoorn-prinses-wetenschapper.’
‘Werk van jonge kunstenaar uit Racine geselecteerd voor Carmex social media-campagne.’
‘Blue Man Group: Een van de eerste Men is afgestudeerd aan St. Cat; nu zit hij in Hollywood.’

Ik zou al die verhalen graag lezen, maar dat gaat niet, want The Journal Times voldoet niet aan de Europese regels voor gegevensbescherming. Bij elke keer dat ik klik (en dat is vaak) bots ik op een digitale muur. Ik heb meermalen gemaild met de vraag hoe een raciniaan in Amsterdam zijn lokale krant kan lezen. Geen reactie. Ik kan me ook niet uitschrijven. De unsubscribe-pagina zit achter diezelfde muur. Maar dat zou ik ook niet eens willen. Ik ben gehecht geraakt aan de dagelijkse vervreemding.

Mijn geboorteplaats is echt zo’n ‘typisch Amerikaanse’ stad waar journalisten graag neerstrijken wanneer de Amerikaanse verkiezingen naderen. Racine is een doorsnee gedeïndustrialiseerde stad van gemiddelde grootte, met hoge werkloosheidscijfers en te veel leegstaande winkels. Jaren geleden heeft Barnes & Noble de kleine boekhandels verdreven; toch ga je erheen omdat het geen Amazon is. Maar eens in de vier jaar ontpopt Racine zich tot een soort Delphi van de Rust Belt, dat een orakelachtige glimp biedt van onze toekomst en ons lot. Ik ben er geboren en getogen, maar ik kan weinig zeggen over dat lot in bredere zin. Ik heb geen idee wat er staat te gebeuren.

Dit te moeten erkennen is pijnlijk, aangezien ik les geef aan de Universiteit van Amsterdam in iets wat American Studies heet. Die betrekking betekent dat ik eens in de vier jaar word belaagd door Nederlandse journalisten die me vragen om een gezaghebbende mening of een ‘deskundige’ visie. Ze hebben mij niet echt nodig. Amerika-deskundigen genoeg in Nederland, werd me duidelijk toen ik hier naartoe verhuisde. Het is een vorm van huisnijverheid die ik tegelijkertijd indrukwekkend en deprimerend vind: indrukwekkend omdat ik er zelf voor terugdeins me aan voorspellingen te wagen; deprimerend omdat de buitenlandse pers de Amerikaanse politiek vaak portretteert als een sportwedstrijd of een gladiatorenstrijd. Worstelen. Nee, vergeet dat maar weer, het is veel navranter: de Amerika-deskundige is zowel een sportverslaggever als iemand die op een bepaald niveau gelooft in Amerika. Het is een helse klus om die vereisten in evenwicht te houden, zeker nu.

Persoonlijk vind ik het onmogelijk om het verhaal van ‘Amerika’ te vertellen, en de gebruikelijke verklaringen van verschillende zaken bieden me bevrediging noch geruststelling. Ik heb slechts fragmenten.

Een kop uit februari: ‘In Racine en Caledonia wordt gebruik gemaakt van technologie om het verkiezingsproces te bespoedigen, het aantal menselijke fouten terug te dringen.’ De foto toont vrouwen op leeftijd die voorovergebogen en met toegeknepen ogen bij een stel laptops en tablets staan. De Amerikaanse democratie ligt in hun handen.

De Wisconsin Elections Commission heeft mij ingedeeld als ‘permanent in het buitenland verblijvende stemgerechtigde’. Elke twee jaar vervul ik van verre mijn burgerplicht. In oktober 2016, een maand voor de verkiezingen, kreeg ik een mail met instructies. ‘Geachte permanent in het buitenland verblijvende stemgerechtigde uit Wisconsin’, luidde de aanhef, en hij was gestuurd aan zo’n zevenhonderd mensen, die allemaal het adres van de anderen konden zien. Geen ‘bcc’ voor de inwoners van Wisconsin!

Destijds vond ik dat wel ontroerend. Een dergelijk bewonderenswaardig low-tech-systeem van niks wekte, wellicht contra-intuïtief, de suggestie dat de Amerikaanse verkiezingen moeilijk van buitenaf zijn te hacken: ze zijn zo lokaal, zo ouderwets. Je downloadt het stembiljet, print het, stopt het in een envelop, likt die dicht, doet die dichte envelop weer in een andere envelop, samen met een certificaat dat is getekend door jou, de stemgerechtigde, en een getuige. De getuige (‘Verplicht!’) dient ook Amerikaans staatsburger te zijn, al kan ik me nauwelijks voorstellen dat de al wat oudere medewerkers van het stembureau de handtekeningen van de getuigen gaan ontcijferen en vervolgens controleren.

Een wat somberdere kijk is dat de onzinnige lappendeken van het Amerikaanse kiesstelsel een systeem blootlegt dat al is gehackt – in de meer tragische, historische zin. De Amerikaanse politiek loopt in de groef van een 233 jaar oude grondwet waarin het stemrecht niet is gegarandeerd. In 2011 heeft Wisconsin een wet aangenomen waarin werd bepaald wie al dan niet stemrecht had. Wisconsin is een van de meer dan twintig staten die het stemrecht aan banden heeft gelegd nadat de Republikeinen zowel het Congres als de deelstaatparlementen in handen hadden gekregen. De inperking van het stemrecht vindt bijvoorbeeld plaats bij het Department of Motor Vehicles, waar de verplichte stempas 28 dollar kost tenzij je weet dat je kunt vragen hem gratis te krijgen. Er volgde een jarenlange juridische strijd, maar de wet bleef overeind bij de verkiezingen van 2016, waardoor tienduizenden geregistreerde stemgerechtigden zich lieten ontmoedigen – onevenredig veel arme mensen en mensen van kleur. Trump won Wisconsin met 22.748 stemmen.

Als buitenlander ben ik niet van de lijst met stemgerechtigden gehaald. Sterker nog, wij permanent in het buitenland verblijvenden zorgden voor ons eigen wonder: van de zevenhonderd mede-geadresseerden van het bericht heeft er niet één op ‘Allen beantwoorden’ geklikt. De collectieve discretie van deze wijdverbreide Wisconsin-diaspora was adembenemend. Ik moest me bedwingen. Ik moet me nog steeds bedwingen!

De ochtend na de verkiezingen moest ik een college geven voor het vak ‘De Amerikaanse geschiedenis, van begin tot eind’. Ik had een deel van de vorige avond doorgebracht in de Melkweg, voor de ‘Verkiezingsnacht’ die tot in de kleine uurtjes duurde. Dat was een vergissing. Ik vertrok voordat alles inktzwart werd.

De tekst op de syllabus van die ochtend luidde: ‘Rip van Winkle’ – het verhaal van Washington Irving uit 1819 over een luie maar vriendelijke man die door de Amerikaanse Revolutie heen sliep. Om van het gezeur van zijn vrouw af te zijn gaat Rip het bos in, sl aapt twintig jaar, wordt wakker met een lange baard en een roestig geweer en keert verward terug naar zijn dorp, dat hem nu vreemd voorkomt. De dorpelingen behandelen hem als een onwelkome vreemdeling en willen weten ‘voor welke kant hij heeft gestemd’. Zijn antwoord – ‘Ik ben een arme, rustige man, een inwoner van dit dorp en een trouw onderdaan van de koning, God zegene hem!’ – wekt alleen nog maar meer woede. ‘Een Tory! Een Tory! Een spion! Een vluchteling! Pak hem! Weg met hem!’ Irvings satirische nachtmerrie pakt uiteindelijk harmonieus uit: Rip, verlost van zijn zeurende vrouw, neemt als vanzelf zijn plek in tussen de ouderlingen van het dorp, een levende connectie met het nostalgische verleden.

‘Rip van Winkle’ is een verhaal over tijdreizen, een sjabloon voor alle verhalen over ontwaken in een veranderde wereld. Maar op 9 november 2016 bood het geen soelaas. Rip van Winkle was tenslotte overal doorheen geslapen, terwijl ik geen oog had dichtgedaan. Nederlandse vrienden en collega’s kwamen met ontmoedigende condoleances en irritante lichtpuntjes. ‘Nu komt het tenminste aan de oppervlakte’, zeiden ze dan, ‘dat is beter dan dat het ondergronds woekert.’ Ondanks alles bleef de Amerikaanse politiek zowel een sportwedstrijd als een spektakel, een ver-van-mijn-bedshow. Toen de schandalen over elkaar heen buitelden, zeiden Nederlandse vrienden opgewekt: ‘Nu is hij echt te ver gegaan – ze moeten hem een halt toeroepen!’ Ze zeiden het niet verontrust maar verwachtingsvol: ze projecteerden de afgewogenheid van het Nederlandse parlement op de Amerikaanse situatie, hadden een beschaafd, gematigd ‘ze’ voor ogen dat zou ingrijpen om hem een halt toe te roepen.

Stemhokje in het Dr. Martin Luther King- buurthuis in Racine, Wisconsin, 2012 © Sara Stathas / Reuters

Hoe erg zal het worden? Tijdens een FaceTime-gesprek met mijn moeder, kort na de verkiezingen, hebben we het erover hoe waarschijnlijk het is dat je immigranten zonder verblijfspapieren op zolder zal moeten laten onderduiken.

Onder Trump zal de U.S. Immigration and Customs Enforcement, de ice, steeds meer de herinnering oproepen aan fascistische stoottroepen. De ice dateert van de maanden na 11 september; het is een uitvloeisel van de verfoeilijke Homeland Security Act van de regering-Bush. De regering-Obama heeft, in absolute getallen, meer mensen uitgezet dan de regering-Trump zal doen. Het daca-programma, waar Trump een einde aan wil maken, stoelde op een principe van selectie: uitzettingen prioriteren op een manier die de minste weerstand oproept, maar wel uitzetten.

De Republikeinen hadden hun best gedaan om Kanye West in Wisconsin op de kieslijst te krijgen, om stemmen van Biden af te snoepen

Concentratiekampen aan de grens zullen over de hele wereld woede wekken, maar de wreedheden vinden niet alleen aan de grens plaats. In juli 2018 staat er een kop in The Journal Times: ‘Inwoner Racine vastgezet door ICE.’ Ricardo Fierro woonde al 23 jaar in Racine, nadat hij op zijn zestiende uit Mexico was overgekomen. Hij had aan het hoofd gestaan van de Latino Kamer van Koophandel. (Je kunt Racine niet reduceren tot ‘Trump-land’. Racine County, waar de stad Racine onder valt, is met 4040 stemmen naar Trump gegaan, maar de stad neigt meer naar de Democraten. De stad is multicultureel; een vijfde van de inwoners is van ‘Hispanic-origine’, volgens de indeling bij de volkstelling, en een vijfde is ‘zwart of Afro-Amerikaans’.) Mijn nicht is bevriend met de dochter van Fierro, die in Racine is geboren en op tijd achttien is geworden om te kunnen deelnemen aan de tussentijdse verkiezingen. De arrestatie van Fierro is een sinistere en strategische zet. Er zullen wakes volgen, demonstraties, verzoekschriften bij politici op lokaal, staats- en federaal niveau. Gary Younge zal erover schrijven in The Guardian. Het zal allemaal vergeefs zijn.

In augustus 2019 krijg ik een andere kop binnen. ‘Stadsgenoot Ricardo Fierro uitgezet na een jaar te zijn vastgehouden door ICE.’

In september 2017 laat Scott Walker, de Republikeinse gouverneur van Wisconsin, vol trots weten een megacontract te hebben gesloten met Foxconn, de Taiwanese elektronicagigant die in 2010 berucht werd toen naar buiten kwam dat er in de fabriek in Shenzhen, China, netten waren opgehangen om zelfmoorden te voorkomen. Foxconns eerste fabriek in Amerika, de hub van wat Walker ‘Wisconn Valley’ noemde, zou worden gevestigd in Mount Pleasant, een voorstad van Racine. Er werden dertienduizend nieuwe banen in het vooruitzicht gesteld en Walker op zijn beurt beloofde het bedrijf drie miljard aan belastingkorting, plus een miljard aan door de overheid gefinancierde infrastructuur. Er werden huizen onteigend om ruimte te maken voor dit nieuwe tijdperk.

Het werd een fiasco dat de toon zette van het Trump-tijdperk in Wisconsin. Ik kan hier alleen de grote lijnen schetsen. Niet snel na de ceremonie voor de eerste spade die in de grond werd gestoken, en waarbij Trump, Walker en Terry Gou, de ceo van Foxconn, letterlijk met een gouden spade stonden te zwaaien, stelde Foxconn de plannen bij: er zou een kleinere, geautomatiseerde fabriek komen met slechts drieduizend man personeel, voornamelijk technici. En van dat aantal zou ook weinig overblijven. Wisconn Valley zou niet het vacuüm vullen van de langdurige terugloop van de verwerkende industrie. Het zou de gedeïndustrialiseerde stad niet weten te reïndustrialiseren.

De gouden spades braken al verschroeide aarde open. Walkers opkomst in 2011 belichaamde de ‘conservatieve inname’ van de staat die Dan Kaufman heeft vastgelegd in The Fall of Wisconsin. Walker wist zijn macht te behouden dankzij de miljoenen van de gebroeders Koch. Tijdens zijn eerste jaar als gouverneur ontnam hij werknemers het recht om via vakbonden cao-onderhandelingen te laten voeren – dat gold voor docenten en ambtenaren, maar niet voor politie en brandweer. Er braken hevige protesten uit bij het Senaatsgebouw, maar de wet bleef overeind. Walker sneed diep in het budget van University of Wisconsin en probeerde de zinsneden ‘zoektocht naar de waarheid’ en ‘het verbeteren van de condition humaine’ in de statuten te vervangen door ‘beantwoorden aan de vraag naar arbeidspotentieel’.

Met de verkiezingen van 2018 was duidelijk dat de Foxconn-‘deal’ een drama was, dat Walker was bedonderd en dat hij de staat had bedonderd. Hij werd eindelijk weggestemd, maar daarmee was er nog geen einde gekomen aan het Foxconn-fiasco. Josh Dzieza, een journalist die voor The Verge schrijft, bracht de ene na de andere wantoestand aan het licht, en vele vertwijfelde pogingen om de boel mooier voor te stellen dan het was. De overheidssubsidies waren gekoppeld aan banenquota, dus toen de deadline naderde namen de door Foxconn opgezette loze dochterbedrijven mensen in dienst om duimen te draaien, en ontsloegen ze weer zodra de deadline was verstreken. Plaatselijke politici stonden machteloos.

Er werden krankzinnige nieuwe plannen bedacht om Foxconns incompetentie te verhullen. Wisconn Valley werd een aaneenschakeling van spartelende, tot mislukken gedoemde start-ups. Begin 2019 deed Racine mee aan een ‘Smart Cities’-competitie – die ze nog wonnen ook! – met een presentatie van ‘met camera’s behangen autonome voertuigen’ die zouden ‘patrouilleren in wijken met hoge misdaadcijfers’ en zelfrijdende auto’s om ‘de werknemers uit Racine naar de Foxconn-campus te vervoeren’. Het was niet meer dan een treurige schertsvertoning, een neoliberaal Potemkin-dorp om wille van… ja, van wie eigenlijk? Trump, die het als een succesverhaal twitterde? De Foxconn-top? Racine zelf? Alle pijn werd uiteindelijk afgewenteld op de mensen zonder feitelijke macht. De kwetsbare ‘kenniswerkers’ zaten huilend achter hun bureau.

Het is niet altijd zo geweest. Wisconsin kent een heldhaftig progressieve en zelfs radicale traditie, die teruggaat tot de negentiende eeuw. Milwaukee heeft socialistische burgemeesters gekozen. Elke nieuwsbrief van The Journal Times maakt melding van ‘interessante dingen die mensen hebben ontdekt in het archief van The Journal Times’ en ik zou willen dat ik ze kon lezen.

De CEO van Foxconn is bepalender geweest voor het politieke lot van Wisconsin dan welke ‘zwevende kiezer’ ook. En toch, naarmate de verkiezingen dichterbij komen, richt de aandacht zich steeds nauwer en neurotischer op die groep kiezers, de minst interessante van alle mogelijke politieke factoren. Kandidaten en journalisten uit de kuststaten zijn sterk op hen gericht. Swing states zijn niet ‘Amerikaanser’ dan andere staten, maar omdat zij een cruciale rol spelen bij de presidentsverkiezingen worden ze naar voren geschoven alsof ze op de een of ander manier échter zijn.

De mensen in de politieke marges worden opgespoord en bestudeerd vanwege de specifieke veranderingen, hun kijk op de wereld. De epistemologische opbrengst is minimaal; het innerlijke politieke leven van een inwoner van Wisconsin is niet interessanter of minder interessant dan dat van wie ook.

In augustus besteedde The New York Times uitvoerig aandacht aan de mensen die zich van Trump hadden afgekeerd – de mensen in de zogeheten battleground states die in 2016 op hem hebben gestemd maar nu hun twijfels hebben. Een man uit Racine had op Trump gestemd omdat hij ‘van Obamacare af wilde, en Hillary Clinton niet vertrouwde’, maar het enige waarop hij nog kan vertrouwen zijn platitudes: Trump ‘zei dat hij – aanhalingstekens openen – het moeras zou droogleggen – aanhalingstekens sluiten’, zegt deze man tegen The New York Times, ‘maar het enige wat hij heeft gedaan is er een beetje in rondspetteren en zich er lekker in wentelen’. De man is nu van mening dat Biden misschien kans zal zien ‘de mensen weer te verenigen’, en hij hoopt dat zijn running mate ‘de kloof tussen de twee partijen zal weten te dichten’. Fas-ci-nerend.

Uit het verlangen om in de ziel te kijken van de zwevende kiezer spreekt een wens, een wil, om te geloven dat democratie draait om de authentieke uiting van de politieke voorkeur van een individu, dat iemands politieke opvatting eerder een onafhankelijke dan een afhankelijke variabele is. In de Siena College/New York Times Upshot-peiling van 12 oktober, gebaseerd op een steekproef van 789 inwoners van Wisconsin die ‘waarschijnlijk zullen gaan stemmen’, ligt Biden met tien punten voor. Die peiling is uitgevoerd kort nadat Trump corona kreeg. De laatste vraag luidde: denkt u dat het waarschijnlijker is dat ‘de president snel zal herstellen’ of dat ‘het weken zal duren voor de president is hersteld van het virus’. (Er wordt niet gevraagd of Trumps overlijden gunstig of ongunstig zou zijn, terecht of onterecht, verdrietig of een grote opluchting.) Zestig procent van de witte ondervraagden zonder universitaire opleiding zegt dat hij snel zal herstellen; 25 procent zegt dat het weken zal gaan duren. 46 procent van de witten mét een universitaire opleiding zegt dat hij snel zal herstellen, 38 procent zegt dat het weken zal gaan duren. Nuttig! Grofweg hetzelfde aantal respondenten, al dan niet met een universitaire opleiding, zegt dat ze het niet weten of ze weigeren antwoord te geven.

Racine, Wisconsin. De inwoners van een stad mogen niet worden gemeten naar de koppen van de lokale krant © Brian Snyder / Reuters

De koppen duiden op een teloorgang die de peilingen niet kunnen vangen. The Journal Times stuurt koppen naar mijn inbox die een parodie lijken op de grauwheid.

‘Achtergelaten dierbaren: drie weggegooide urnen aangetroffen in Racine County.’
‘Voormalige bloemenzaak in Union Grove wordt crematorium.’

Die laatste kop is het treurigste eenregelige gedicht dat ik ooit heb gelezen. In een bloemlezing zou ik het naast deze slapstick-allegorie van wanhoop zetten:

‘Vuilniswagen dumpt lading op Badger Plaza nadat inhoud begint te branden.’

Begin jaren twintig van de vorige eeuw ging het sociologenechtpaar Helen en Robert Lynd op zoek naar de stad die Amerika het best typeert, om daar onderzoek te doen. Ze vonden die stad in Muncie, Indiana, en ze noemden Muncie Middletown in de onverwachte bestseller die in 1929 voortkwam uit hun verzameling gegevens en interviews. Het boek markeerde het begin van een sociologisch genre. De Middletown-onderzoeken hebben vele nakomelingen, die in wisselende mate inzicht bieden. Moderne, door peilingen gevoede snapshots van swing states zijn enkele van de luiere journalistieke erfgenamen. Een kop uit The Journal Times: ‘11 steegjes in Racine waar u nooit meer zult bowlen’, roept herinneringen op aan een andere kop: het zouteloze gejammer van Bowling Alone (2000), waarin werd gemopperd op Amerikanen die zich niet meer inschreven voor bowling leagues, en waarin werd beweerd dat via onderzoeksdata het gebrek in kaart kon worden gebracht van iets wat het best ‘vertrouwen’ kon worden genoemd. (Waarbij wordt voorbijgegaan aan het feit dat mensen samen met anderen kunnen bowlen zonder aan een league mee te doen.)

De vroege en originele Middletown-onderzoeken poogden, met al hun beperkingen, tenminste nog iets duidelijk te maken van de diepere psychologische en economische problemen in een bepaalde plek. Ze hadden vaak meer oog voor de diepere structuren van klasse en kaste dan de meeste peilingen of artikelen van data-journalisten tegenwoordig weten bloot te leggen.

Ik vind het oprecht fijn om naar huis te gaan. Ik wil niets liever dan mijn ademwolkjes zien in de winterlucht van Wisconsin

In Middletown was de voornaamste kloof ‘de indeling tussen enerzijds de arbeidersklasse en anderzijds de zakenmensen’, en de Lynds plaatsten vraagtekens bij de mythe van de Amerikaanse sociale mobiliteit. In de sterkere Middletown-nakomelingen van recentere datum gaapt de kloof tussen mensen die hebben gestudeerd en mensen die niet hebben gestudeerd.

‘Op de puinhopen van de huidige catastrofe’, schrijft Helen Epstein in The New York Review of Books over enkele nieuwe Middletown-achtige onderzoeken, ‘lijkt de witte Amerikaanse arbeidersklasse een nieuwe cultuur van pijn en trauma te hebben opgetrokken, geworteld in het merkwaardige gebod van wit Amerika om altijd gelukkig te zijn (tenzij je ziek bent) en om financiële nood niet als iets politieks te zien, maar als iets persoonlijks.‘ Het aantal “wanhoopsdoden” onder witten die niet hebben gestudeerd vertoont de laatste jaren een opmerkelijke toename. Dit zijn mensen die vaak afhankelijk zijn van een uitkering maar ondertussen stemmen op een partij die de staat wil ontmantelen. Door dat als hypocrisie te bestempelen ga je voorbij aan een diepere logica van kwetsbaarheid in Amerika. Wat wij voor oorzaken aanzien, zijn vaak symptomen.

The Journal Times, 14 november 2019: ‘Racine op tweede plaats meest ongunstige stad voor zwarte mensen, gestegen van nummer drie.’

Gestegen van nummer drie! De lijst is samengesteld door een in Delaware gevestigde organisatie, 24/7 Wall St. genaamd, die met behulp van een algoritme gegevens bijhoudt over segregatie, gevangenisstraf, armoede, sterftecijfers, economische ongelijkheid en opleidingsniveau, en vervolgens Amerikaanse steden opstelt in een soort wedstrijdschema van ellende. Minneapolis, waar op 25 mei 2020 George Floyd is vermoord, staat op de vierde plaats; Milwaukee, Racine’s noordelijke buur, staat op nummer 1.

Elfduizend mensen hebben een anti-racismedemonstratie in de Bijlmer bijgewoond. Ik zag net zo veel Engelse spandoeken als Nederlandse. De sprekers schakelden soepel tussen de Nederlandse nalatenschap van het kolonialisme en het min of meer ‘Amerikaanse’ vocabulaire dat de protesten in het buitenland heeft opgezweept. In veel Amerikaanse steden hebben de protesten weken aangehouden en heeft de militaire politie anti-oproertactieken ingezet, alsof het ging om opstanden in bezet gebied – wat feitelijk ook het geval was.

Jacob Blake werd op 23 augustus neergeschoten door de politie in Kenosha, dat ten zuiden van Racine ligt. Twee dagen later, tijdens een Black Lives Matter-demonstratie als reactie hierop, schoot een witte tiener, Kyle Rittenhouse, drie demonstranten neer, waarvan er twee om het leven kwamen. Hij was vanuit Antioch, in Illinois, naar Kenosha gekomen.

The Journal Times, 30 september 2020: ‘Politie Racine voegt roze toe aan insigne om bewustwordingscampagne borstkanker te steunen.’

In februari, in de aanloop naar de Democratische voorverkiezing, probeerde ik mijn steentje bij te dragen door telefoontjes te plegen voor Bernie Sanders. Misschien dat het iets zou uitmaken. Misschien zou mijn Wisconsin-accent doorklinken – die vlakke medeklinkers en de ronde ‘r’ – en zou de klik ontstaan die is voorbehouden aan stadgenoten. We zouden Nederlandse kaas kunnen vergelijken met kaas uit Wisconsin en ik zou de mensen ervan overtuigen dat er geen miljardairs zouden mogen zijn.

‘Sorry, man, ik ben bezig en ik word heel vaak gebeld over dit soort dingen’, krijg ik te horen van een mogelijke Bernie-stemmer. Mijn moeder zegt dat haar telefoon de godganse dag rinkelt. Er is een zekere vermoeidheid opgetreden.

Toen Joe Biden de overhand kreeg op Super Tuesday, 3 maart, was ik in de VS, in Virginia, niet in Wisconsin. Veertien staten en de kolonie Amerikaans-Samoa hielden die dag voorverkiezingen. In Wisconsin zou dat nog een maand duren, maar Super Tuesday was Bidens kroning als Democratisch presidentskandidaat. Het voltrok zich in een tempo dat een voorspellende waarde leek te hebben, maar dat had het niet, het was eerder een kwestie van calculeren: door de krachten van het kapitaal, die zich rond de niet-Bernie-kandidaat schaarden, en door een opkomend bewustzijn dat er een pandemie op de loer lag.

Ik kijk soms met vertedering naar een foto van mijn moeder, mijn zus en haar gezin tijdens een Bernie-rally in 2016. Bernie won de voorverkiezingen in Wisconsin met 57 procent tegen 43 procent. Ik stuurde mijn moeder een Bernie-beker; vaak wanneer ik haar spreek, drinkt ze daar uit – zeven uur vroeger.

The Journal Times, 16 maart 2020: ‘Aartsbisschop verlost katholieken van de plicht om dit weekend de dienst bij te wonen, vanwege Covid-19.’ Wat een opluchting.

De voorverkiezingen in Wisconsin in april worden een periode van pijnlijke idiotie. De Democratische gouverneur heeft de voorverkiezingen uitgesteld, zoals ook andere staten heel verstandig hebben gedaan; het door de Republikeinen gedomineerde Hooggerechtshof steekt een stokje voor het uitstel. Lange rijen gemaskeerde stemgerechtigden vormen zich bij het stembureau; in de media probeert men in te schatten tot hoeveel nieuwe coronabesmettingen dit leidt. Concreter is het aantal stembureaus in Milwaukee dat is gesloten: 175. Er zijn er nog maar vijf open.

Deze keer wacht ik vergeefs op mijn stembiljet.

Ondertussen worden de politieke aspiraties van Kanye West gefnuikt door de bureaucratie van Wisconsin en het onvermijdelijke voortschrijden van de tijd. De Republikeinen hadden hun best gedaan om zijn naam in Wisconsin op de kieslijst te krijgen, om stemmen van Biden af te snoepen door Kanye West naar voren te schuiven. De deadline was 10 augustus 2020, om vijf uur ’s middags, maar de Republikeinse jurist die de handtekeningen moest overhandigen aan de kiescommissie van Wisconsin arriveerde pas bij het gebouw om 14 seconden over vijf en stond pas enkele minuten later in de juiste kamer, na nog wat geschuifel met de stapel papieren. ‘De democratie is ten grave gedragen in Wisconsin’, schrijft een vriend. Door juridisch geharrewar over de tekst op het stembriefje blijft onduidelijk of de stembriefjes die al zijn verstuurd al dan niet als geldig worden beschouwd.

Deze keer krijg ik geen instructiemail van de Wisconsin Election Commission. Helaas geen reünie voor de niet-bcc-gemeenschap. Ik klik keer op keer op myvote.wi.gov en wacht tot mijn stembriefje verschijnt. Als dat uiteindelijk het geval is, print ik het, stop het in een envelop, lik de envelop dicht, stop de envelop in een envelop, ga op zoek naar een getuige, onderteken het formulier. Ik heb er achttien euro voor over om het te laten tracken door PostNL, uit angst dat het zoek raakt bij de Amerikaanse post, waar wrang genoeg zo op is bezuinigd. Ik klik nog even door.

The Journal Times, 14 september 2020: ‘Aartsbisschop Milwaukee: angst om ziek te worden geen reden om de Mis over te slaan.’

‘Wat is iemands geboorteplaats anders’, schreef Willa Carther aan het einde van Lucy Gayheart, een van haar wat somberdere Nebraska-romans, ‘dan de plek waar hij teleurstellingen heeft gekend en heeft geleerd daarmee om te gaan?’ In het algemeen speelt de geboorteplaats geen glansrol in de Amerikaanse literatuur. Ze wordt bespot, veracht, betreurd. You Can’t Go Home Again was de titel van Thomas Wolfe’s zwaarwichtige, postume roman uit 1940 over ‘Libya Hill’, een codenaam voor Asheville, North Carolina.

Zo voel ik het niet, al ben ik, in zekere zin, Racine inmiddels kwijt. Ik heb niet het gevoel dat ik ben ontsnapt. Ik vind het oprecht fijn om naar huis te gaan. Ik loop vanaf het huis van mijn moeder naar Wilson’s Coffee & Tea op Washington Avenue en voel me welkom op de plek waar alles nog ongeschonden is. Ik hoop dat u dit gevoel herkent, beste lezer, dat een stad en de inwoners ervan niet mogen worden gemeten naar de koppen van de lokale krant. Vanwege de pandemie ben ik al meer dan een jaar niet thuis geweest, en dat doet pijn. Ik wil niets liever dan mijn ademwolkjes zien in de winterlucht van Wisconsin.

In het licht van de weemoedige fragmenten van dit essay, verspreid over mijn rommelige bureau in Amsterdam, lijkt één stem in het buitenland tamelijk onbeduidend. Toch klamp ik me eraan vast. Pessimisme is niet hetzelfde als vertwijfeling. Ik kan alleen maar hopen dat mijn stem slechts een druppel in een volle emmer is.


Vertaling: Nicolette Hoekmeijer. De oorspronkelijke Engelstalige versie is hier te lezen.