Voornemens

Ik luister een gesprek af tussen twee millennials. Ik kan het ongestoord doen, want ze doen het erom. Het is een podcast. Als ze zich niet uitdrukkelijk geafficheerd hadden als millennials had ik overigens geen idee gehad. Ben je dan 20 of juist 0 in het jaar 2000? Mijn hersenen leiden hun eigen leven. Ik vergeet ook steeds wanneer je een boomer bent, waarmee ik waarschijnlijk niet méér verdenking op me had kunnen laden. Ik heb wel een ezelsbruggetje bedacht: mijn kinderen zijn te oud om millennial genoemd te kunnen worden, en ik ben te jong voor het boomerschap. Het klinkt als een win-winsituatie.

Ik luister naar de podcast zoals ik vroeger naar de radio luisterde. Alleen breide ik er toen bij. Nu kijk ik naar mijn pre-boomerhanden (of zijn ze juist post-?) die werkeloos op de krant rusten. Ik vind dat moeilijk. Je moet er bij koken, zeggen mensen dan. Treinreizen. Activiteiten waarbij ik het liefst stilte om me heen heb, ik gun mijn hersenen hun leven. Op de fiets luister ik muziek die me op mijn plaats dwingt of me ten grave draagt (wat vaak op hetzelfde neerkomt). Dat ik nu toch blijf luisteren, komt door hun stemmen. Vooral de ene millennial, die heeft echt een fijn stemgeluid.

Ze praat alsof ze het weet en niet weet tegelijkertijd, dat allereerst. Ze klinkt bekakt maar ze is die bekaktheid ook steeds verre van zich aan het werpen. Ze heeft een woordenschat die ik wel en niet helemaal kan volgen. Ze heeft het over focking chille shit, dat soort dingen.

Er zijn monden waaruit ik geen ‘gaaf’ of ‘tof’ kan verdragen, en ‘chill’… ach. Mijn kinderen, die dus te oud zijn voor die focking chille shit, vinden de meeste zaken nog wel ‘heel chill’, en vooral vaak ‘nice’. Ik vergeef het ze. Ik snap ook wel dat je ‘leuk’ en ‘super’ alleen nog maar op CDA-congressen hoort. Wat gebruik ik zelf als ik, cool en collected, mijn enthousiasme ergens over wil tonen? Ik denk ‘echt’. En ‘totaal’. Ik hou van de symfonische intensiteit van die woorden, de echo die erin beklonken ligt.

Hoor ik het woord ‘zijn’, dan zie ik een boom voor me, of in ieder geval iets wat wortel heeft ­geschoten

Waarover ze het hebben, die millennials? De laatste aflevering die ik luisterde ging over goede voornemens. De mannelijke millennial had het over zijn en moeten, hij wilde meer zijn en minder moeten, tot lichte hilariteit van zijn gesprekspartner, die met de stem. Lichte, want ze wil hem niet belachelijk maken. En tegelijkertijd wel zo serieus nemen dat ze wil laten merken dat ze dat ‘zijn’ een beetje belachelijk vindt. Want hoe ziet dat er dan uit? En wat is er chiller dan moeten?

Inderdaad, wat is er chiller dan moeten. Ik zou niet zonder kunnen. Hoor ik het woord ‘zijn’, dan zie ik een boom voor me, of in ieder geval iets wat wortel heeft geschoten. Ik wil lijstjes, plannen, doelen. Ik wil stress. Dat het wringt en alles net niet kan. Ik wil uitstellen en daar wakker van liggen. Ik wil honderd podcasts en niet weten hoe daar naar te luisteren.

En jij dan? vraagt hij.

Ik hou van de simpele oprechtheid van die vraag. Een goeie podcast heeft wat dat betreft wel iets van een goed boek. Of laat ik het preciezer zeggen: je mag de voorgekooktheid er niet aan af horen. Het moet nú gebeuren, terwijl jij de bladzijde omslaat.

Haar voornemens zijn een stuk oppervlakkiger, zegt ze. Ze had ze al in de loop van het jaar achter in haar agenda genoteerd, tien in totaal. En nog even gedacht ze misschien te moeten aanpassen aan de zwaarte van die van hem, maar toen gedacht: dit zijn ze, kennelijk. Ik herken die redeneertrant. Wat je op een onnadenkend moment noteert, nadert het dichtst de waarheid. De rest is make-up.

Zelf had ik dit jaar geen voornemens geformuleerd, niet op papier en niet in vivo aan de oudejaarsdis, betraand. Maar ik luisterde naar het lijstje van deze millennial en ik dacht: goh. Hoeveel jaar ouder ben ik? Dertig? Veertig? Het maakt kennelijk geen zak uit (zo praat ik eigenlijk nooit, zo lomp, ik vergeet soms wie ik ben). Blijkbaar kun je je een leven lang voornemen liever te zijn, dunner, actiever, avontuurlijker, nuchterder, minder bang. Omdat het altijd meer kan, of gewoon, omdat het niet lukt.