Interview CU-ijsttrekker Kars Veling

«Voorspoed maakt de mensen blind»

De ChristenUnie, de nieuwe combinatie van GPV en RPF, is een «degelijke en verantwoordelijke partij», die Nederland wil behoeden voor nonchalante privatiseringen en wilde, Europese avonturen. Lijsttrekker Kars Veling: «In de haast om de verzorgingsstaat te hervormen, is veel misgegaan en onverantwoord geschoven met de belangen van burgers.»

«Niet links. Niet rechts. Maar christelijk sociaal.» Dat is de slogan waarmee de ChristenUnie voorlopig de boer op gaat. Hoewel ze bij de Unie vinden dat ze altijd al ruimdenkend, tolerant en menslievend zijn geweest, ademen de slogans, de website en het beeldmerk van de nieuwe partij een ongekend zachtmoedige sfeer, die in weinig meer doet denken aan de norse kerkgebouwen waar een groot deel van de achterban ’s zondags bivakkeert. Is de christelijke identiteit van het CDA de afgelopen decennia definitief verbrokkeld tussen de dagelijkse politieke issues (De Hoop Scheffer zigzagt door de oppositie), bij de ChristenUnie is «de lijn van God» over de volle breedte van het partijprogramma nog herkenbaar. Al lijkt de God van de ChristenUnie een stuk milder, socialer, milieuvriendelijker en minder anti-homo dan tien of twintig jaar geleden.

Deze metamorfose heeft recent tot een charmeoffensief van de linkse partijen geleid, die de vijf kamerzetels van de ChristenUnie in een mogelijk progressief kabinet wel zien zitten. Aanstaand lijsttrekker Kars Veling, het nieuwe gezicht van de ChristenUnie: «De huidige kamerleden van GPV en RPF zijn uitgesproken persoonlijkheden, die hun wortels in een van beide partijen hebben. Het was daarom beter een lijsttrekker van buiten te halen. Ik kan straks fris en onbevangen leiding geven aan de fractie. Verder maak ik me al jaren sterk voor het samengaan van GPV en RPF. Ik heb altijd gevonden dat er geen principiële redenen waren om gescheiden te blijven.»

Is de ChristenUnie louter een optelsom van kamerzetels? Of kunnen we een nieuw geluid verwachten?

Veling: «Het belangrijkste gevolg van de fusie is dat onze mensen met nieuw elan aan de slag gaan. Het zelfvertrouwen is toegenomen. Dat is nodig, want de geest van Paars is de laatste jaren veel te ver doorgeschoten. De markt is heilig verklaard. En omdat D66 haar ziel heeft gelegd in de issues die het individu heilig verklaren, zoals euthanasie, heeft het kabinet de neiging op die punten erg toeschietelijk te zijn naar de kleinste partij van de coalitie. Het is een vorm van morele slijtage die wij samen met het CDA proberen tegen te gaan. Wij geloven in een overheid die zich niet, zoals nu, van de burger afwendt, maar die door het stellen van normen en waarden zichtbaar en voelbaar blijft. Onder dit kabinet is een sfeer ontstaan waarin degenen die zichzelf goed kunnen redden en veel geld verdienen het gelijk aan hun zijde hebben. Consumptie is gelijk komen te staan met macht. Naar mensen die geen carrière maken of in dienstbare beroepen werkzaam zijn, wordt niet of nauwelijks geluis terd. Dat evenwicht moet hersteld worden.»

Uw partij debuteert met de slogan «Eerlijk is eerlijk». Wat betekent dat?

Veling: «Het is een erg algemene slagzin. Dat realiseer ik me. Maar wat we ermee willen uitdrukken is heel simpel: dat je als politicus moet staan voor je eigen visie. Dat is je taak. Daar word je voor gekozen. Nu zien we maar al te vaak dat fracties zich in vreemde bochten wringen om bepaalde ‹deals› die buiten de Kamer zijn gesloten tot een goed einde te brengen. Dat vinden wij verkeerd. Het wakkert het cynisme over de politiek aan. En ik begrijp best: het is een vorm van kritiek die je je als oppositiepartij vrij makkelijk kunt permitteren. Maar toch vind ik het belangrijk om te herhalen. Want je raakt hiermee ook de oorzaak van de verkilling die tussen kiezer en gekozene is ontstaan. Men denkt: ach, nu zeggen ze dit, maar straks weer dat. Waardoor de burger zich op zijn beurt óók afwendt van de overheid.»

Ik proef in die slogan een nog diepere cultuurkritiek.

Veling: «Misschien wel. Maar ik aarzel om dat allemaal in het woord ‹eerlijk› te stoppen. Wat er zeker ook achter zit, is dat we vinden dat bepaalde overheidstaken veel te nonchalant uit handen zijn gegeven. Kijk naar de voortdurende strubbelingen bij het CTSV in de uitvoering van de sociale zekerheid. Naar de problemen bij de NS. Kijk ook naar de riskante machtsconcentraties in de energiebranche en de verzekeringswereld. Hoe vaak heeft de overheid zaken niet aan de vrije markt overgelaten terwijl die vrije markt nog helemaal niet goed functioneerde? In de haast om de verzorgingsstaat te hervormen, is veel misgegaan en onverantwoord geschoven met de belangen van burgers. Bij dat proces hadden we graag meer openheid en eerlijkheid gezien. De erkenning dat het kabinet soms gewoon in het duister is gesprongen.»

Maar voelen de mensen daar iets van? Gemeten naar de dikte van hun portemonnee gaat het de burgers uitstekend.

Veling: «Natuurlijk voelen de mensen dat. Mijn stelling is zelfs dat steeds meer mensen het beginnen te voelen. Waren het eerst vooral de sociaal zwakkeren die in de jaren tachtig te maken kregen met verwaarlozing van de publieke taken, nu gaan ook mensen die het goed hebben het voelen. Als je kijkt naar het lerarentekort, naar de wachtlijsten, naar de huidige situatie bij de NS, voelen de mensen wel degelijk heel concreet wat de paarse ideologie voor gevolgen heeft. Je kunt wel in een mooi huis wonen en in een leuke auto rijden, maar wat heb je daaraan als je een ernstige aandoening hebt en je moet maanden wachten op een operatie? Kennelijk zijn we dus als rijk en welvarend land niet meer in staat om onze burgers tijdig de juiste gezondheidszorg te geven. Dat is ernstig. In dit voorbeeld weerspiegelt zich de prioriteitstelling van Paars: zolang je meedraait, consumeert, heb je allerlei rechten, maar zodra je hulpbehoevend bent, moet je maar afwachten wat men voor je doet.»

Concreet. Hoe zou de ChristenUnie de wachtlijsten willen wegwerken?

Veling: «We zouden naar een nieuw en rechtvaardig premiestelsel willen, dat ervoor zorgt dat we ons niet elk half jaar hoeven af te vragen waar wat bij moet en waar wat af. Want door de huidige manier van budgetteren lopen we constant achter de feiten aan.»

De mensen moeten dus gewoon meer premie betalen.

Veling: «Ja. Als mensen daar goede zorg voor terugkrijgen, zijn ze daar denk ik best toe bereid. Zeker als de premiedruk rechtvaardig wordt verdeeld.»

Iets anders: Europa. Gaat de ChristenUnie meer doen dan op de rem trappen?

Veling: «Als je één Europa wilt, moet je dat ons inziens degelijk en met maximale transparantie tot stand zien te brengen. Ook in Brussel moet de overheid betrouwbaar en controleerbaar zijn, net als in Den Haag. Wanneer je de ontwikkelingen in Europa tegen dat licht houdt, kun je niet anders dan heel kritisch zijn. Ik heb alle verdragen — Maastricht, Amsterdam, Schengen — vanuit de Eerste Kamer gevolgd en het is me opgevallen dat inhoudelijke kritiek telkens gepareerd is met het parool ‹dat het de integratie zou bevorderen›. Dat geldt voor de euro, voor het veiligheidsbeleid, voor het verdwijnen van de binnengrenzen. Ook hier zie je weer nonchalance, het heilig verklaren van de open markt ten koste van de belangen van burgers.

Onze angst is dat lobbygroepen in Brussel veel machtiger zijn en blijven dan de gekozen vertegenwoordigers van het Europees Parlement. Voor je het weet krijgen bedrijven met de duurste lobbyisten het gelijk aan hun kant. Dat is ondemocratisch. Als je zó nonchalant te werk gaat en integratie doordrukt zonder gezaghebbende, controleerbare instituties in Brussel moet je niet gek staan te kijken als landen zich per referendum van Europa afkeren, zoals Denemarken.»

Wat u betreft kan die euro dus wel tien jaar worden opgeschoven.

Veling: «Nu we eenmaal zo ver zijn is het niet realistisch meer, natuurlijk. Maar wij hebben steeds gezegd: waarom die haast? Is het erg dat de komst van zo’n euro iets langer duurt?»

Aan de andere kant kun je ook niet zeggen dat het afdwingen van de open markt, economisch gezien, een slecht idee is. De gemiddelde Europese burger vaart er wel bij.

Veling: «Dat is een oppervlakkige constatering. We zullen het straks heel moeilijk gaan krijgen om de verschillen in economische ontwikkeling in Europa binnen de perken te houden. In de haastige poging om Europa stabieler te maken, lopen we het gevaar dat Europa juist instabieler wordt. De huidige voorspoed maakt de mensen blind. Het werkt non chalance, onverschilligheid, gemakzucht in de hand. En het versluiert de gebreken in het Europese bestuur die er wel degelijk zijn.»

Je zou bijna wensen dat de economie even stokte.

Veling: «Nee. Dat vind ik een rare gedachte. Ongeluk moet je niet wensen. Als het nodig is dat we tegen de grote stroom van gemakzucht op moeten roeien, dan doen we dat.»

Heeft de ChristenUnie nog de ambitie om zedenbedervende boeken, tijdschriften of films te verbieden?

Veling: «Waar wij ons sterk voor maken is een publieke ruimte waarin burgers in eer en deugd kunnen verblijven. Dat is iets anders dan pleiten voor censuur. In een maatschappij waar vrijheid van meningsuiting een belangrijk grondrecht is, moet je dat niet willen. Praktisch kan het ook niet. Door de moderne communicatiemiddelen raakt de wereld steeds meer verbonden. Waar we wel op blijven aandringen is dat producenten de consument duidelijk informeren over wat hij of zij van, bijvoorbeeld, een film kan verwachten. En voor wie die eventueel geschikt is. Wij zien niet in waarom een voedselfabrikant alle ingrediënten tot in detail op de verpakking dient te vermelden en een videoproducent niet. Dergelijke productinformatie geeft de overheid de kans om effectief beschermend op te treden.»

Ziet u de ChristenUnie eigenlijk, zoals Adri Duijvestein dat onlangs suggereerde, als een logische aanvulling op een progressief kabinet PvdA, CDA, GroenLinks?

Veling: «Wat betreft de sociale vraagstukken en de milieuproblematiek zouden we inhoudelijk best kunnen passen in zo’n kabinet. Maar op het immateriële vlak komen we dan lijnrecht tegenover GroenLinks en de PvdA te staan. Ik zie dat niet snel veranderen. Verder wil ik niet al te serieus ingaan op de proefballonnetjes van de heer Duijvestein, want die heeft zo zijn eigen agenda om deze mogelijkheid op te werpen.»

Welke agenda?

Veling: «Nou, het lijkt me niet denkbeeldig dat hij graag een progressiever kabinet ziet komen waarin hijzelf ook een rol kan spelen.»

Tot slot nog even het homohuwelijk. Is uw weerstand daartegen niet hét bewijs dat de ChristenUnie nog met één been in de Middeleeuwen staat?

Veling: «Ons standpunt over het homohuwelijk heeft met discriminatie niets te maken. Wij sluiten helemaal niemand uit. De overheid heeft zich niet te bemoeien met de partnerkeuze die burgers maken. Waar ik me alleen tegen verzet is dat de traditie van het klassieke huwelijk wordt ontmanteld. Ik vind het dwaas om een relatie tussen twee mensen van hetzelfde geslacht een huwelijk te noemen.

Als u dat ouderwets vindt, nou ja, dan moet dat maar.»