De Duitse achterhoede ontwaakt

Voorspoed voor het halve volk

De rechts-populistische AfD profiteert van meer dan alleen de vluchtelingencrisis. De partij teert op frustraties van een grote Duitse onderklasse die economisch verder achterop raakt en zich vergeten voelt door de politiek.

Medium anp 42760531

‘Alternativlos’. Sinds Angela Merkel (cdu) ruim tien jaar geleden met een krappe verkiezingsoverwinning de macht greep in Duitsland is dit begrip uitgegroeid tot het toverwoord van haar politiek. Als een sportmerk dat de juiste slogan heeft gevonden, verkochten de bondskanselier en haar ministers jarenlang vrijwel alle belangwekkende besluiten vergezeld van dit credo. Miljarden voor Griekenland? Alternativlos. Militaire deelname in Afghanistan? Welbeschouwd geen andere keuze. Europese integratie? De enige begaanbare route. En natuurlijk bovenal het leiderschap van de kanselier zelf: zonder twijfel alternatiefloos.

Het is een begrip dat met politiek niets te maken heeft. Sterker nog, de veronderstelde afwezigheid van alternatieven komt in feite neer op een regelrechte ontkenning van politiek. Maar geholpen door een comfortabele meerderheid in het parlement, een identiteitscrisis bij regeringspartner spd en een voortdurende blik op de opiniepeilingen slaagde Merkel er de voorbije jaren in het publieke debat in Duitsland steeds verder te depolitiseren.

Ze maakte van de federatie een consensusdemocratie bij uitstek. Haar consensusdemocratie. Overal in Europa polariseerde de maatschappelijke discussie, vielen regeringen vroegtijdig en kreeg populisme vaste voet aan de grond. Niet in Duitsland. Daar gebeurde het tegenovergestelde. In de Bondsrepubliek sloeg het debat juist dood en concentreerde het electoraat zich ogenschijnlijk eensgezind in het politieke midden, dicht bij het gematigd progressieve beleid van de bondskanselier en haar regering.

Natuurlijk, niet iedereen deed mee. Al voordat de vluchtelingencrisis de politieke discussie afgelopen zomer terugbracht in Duitsland kwamen er af en toe antisentimenten aan de oppervlakte. Thilo Sarrazin voerde in 2010 bijvoorbeeld maandenlang de bestsellerslijst aan met zijn omstreden boek Duitsland schaft zichzelf af, waarin hij betoogt dat Duitsland steeds dommer en islamitischer wordt. De publicatie, een echo van de opvattingen die scoren bij aanhangers van Geert Wilders en Marine Le Pen, werd verguisd in de Duitse media, door wetenschappers en politici. Maar bij een groot publiek bleek het boek aan te slaan.

En dan waren er vanaf 2014 natuurlijk de maandagavonddemonstraties van Pegida in Dresden. Duizenden mensen protesteerden wekelijks tegen de ‘islamisering van het Avondland’. ‘Wij zijn het volk’, scandeerden ze, in navolging van hun stadsgenoten in 1989 tijdens protestmarsen (eveneens op maandag) tegen de ddr-regering.

Maar Pegida is slechts een fractie van ‘het volk’, stelde Duitsland zichzelf gerust, en de initiële interesse voor de protestbeweging ebde al snel weg. De demonstraties waren gênant, daar was men het wel over eens. De veronderstelde rechts-extremisten waren slecht voor het imago van de stad Dresden en voormalig Oost-Duitsland, maar op geen enkele manier representatief voor de stemming in de Duitse samenleving. Toch? Niet te veel aandacht aan geven dus, oordeelden media en politiek.

Dezelfde reactie is zelfs nu nog te horen na de deelstaatverkiezingen van eerder deze maand, waarbij anti-immigratiepartij Alternative für Deutschland (AfD) met percentages ruim in de dubbele cijfers werd gekozen in de parlementen van Baden-Württemberg, Rijnland-Palts en Saksen-Anhalt. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog vestigde zich een democratisch gelegitimeerde partij rechts van de christen-democraten, maar de Berlijnse krant Tagesspiegel concludeerde opgelucht dat ‘85 procent van de kiezers het hoofd koel’ had gehouden. De AfD als insectenbeet: gewoon een tijdje niet aan krabben, dan gaat het vanzelf over.

De reactie past bij de Bondsrepubliek, die jarenlang het beeld overeind heeft gehouden van harmonie en politieke correctheid. En waarom ook niet? De meeste Duitsers hadden weinig te klagen. Duitsland was het land waar in nauwelijks tien jaar tijd een tweede Wirtschaftswunder had plaatsgevonden. De cijfers zijn op het eerste gezicht ook indrukwekkend. Begin deze eeuw stond het land nog te boek als ‘de zieke man van Europa’. Bijna twaalf procent van de Duitse beroepsbevolking – meer dan vijf miljoen Duitsers – zat zonder werk, terwijl in andere westerse landen op dat moment de bomen tot in de hemel leken te groeien. Het waren de jaren dat Brussel de Duitse regering de hand boven het hoofd moest houden als het begrotingstekort weer eens ruim de toegestane drie procent van het nationaal inkomen had overschreden.

Nu zijn de rollen echter volledig omgedraaid. In tegenstelling tot de meeste EU-lidstaten kwam Duitsland bijzonder vlot door de kredietcrisis. De werkloosheid is naar een historisch laag punt gedaald, dankzij sterke exportgeoriënteerde sectoren, begrotingsdiscipline en arbeidsmarkthervormingen. De voorspoed in de Bondsrepubliek werd hoogstens bedreigd door het schrijnende gebrek aan verantwoordelijkheid in het spilzieke Zuid-Europa, zo maakte minister van Financiën Wolfgang Schäuble steeds weer duidelijk. Maar hij zou er hoogstpersoonlijk op toezien dat ook daar de discipline zou zegevieren. ‘Wohlstand für Alle’, schreef oud-kanselier Ludwig Erhard in 1957. Onder Merkel lijkt zijn ideaal werkelijkheid geworden.

Als bovenstaande lezing klopt, heeft de gevestigde Duitse politiek van de razendsnelle opmars van de AfD vermoedelijk inderdaad niet zo veel te vrezen. Dan zijn de klinkende resultaten van de rechts-populisten bij de deelstaatverkiezingen op niets anders gebaseerd dan weerstand tegen Merkels ruimhartige asielbeleid, dat de kanselier als net zo alternatiefloos heeft gepresenteerd als eerdere beslissingen. In dat geval is het draagvlak voor een sterke rechts-populistische partij in Duitsland flinterdun en ligt afbrokkeling al op de loer zodra de Duitse regering erin slaagt de instroom van vluchtelingen terug te dringen.

‘In vrijwel geen enkel ander geïndustrialiseerd land zijn kansen ongelijker verdeeld dan in Duitsland’

Maar de aanduiding ‘succesverhaal Duitsland’ klopt niet, of is op z’n minst onvolledig. Zowel het economische sprookje dat de Bondsregering zo graag vertelt als de veronderstelde harmonie in de Duitse samenleving gaat voorbij aan een grote groep Duitsers die hopeloos achterop is geraakt en het vertrouwen in de gevestigde partijen heeft verloren. Het gaat om een achterhoede die zich, net als in landen met grote populistische partijen als Nederland en Frankrijk, niet vertegenwoordigd voelt door de traditionele politieke partijen en media. Mensen met afwijkende, veelal nationalistisch-conservatieve opvattingen die bij verkiezingen in Duitsland eerder niet werden gehoord, simpelweg omdat zij tot voor kort geen geloofwaardige spreekbuis hadden en daarom maar thuis bleven. Al in 2008 kwam een onderzoek van de Friedrich-Ebert-Stiftung tot de conclusie dat een derde van de Duitse bevolking zich van de democratie had afgekeerd. Niet voor niets daalde de opkomst bij de stembus tijdens Merkels alternatiefloze regeerperiode tot een dieptepunt.

De vluchtelingencrisis en de mogelijkheid om via AfD tegen te stemmen, hebben een deel van deze stille achterhoede doen ontwaken. Daarom kenden de deelstaatverkiezingen eerder deze maand een opvallend hoge opkomst. Verreweg de meeste ‘nieuwe kiezers’ zetten hun kruisje bij de jonge protestpartij, die haar succes even later triomfantelijk vierde als overwinning voor de democratie. Stembusenquêtes wezen vervolgens uit dat de partij het grootste deel van haar stemmen heeft gehaald bij de lagere middenklasse, arbeiders en werklozen. Bovengemiddeld vaak lieten zij bovendien weten hun economische situatie pessimistisch te beoordelen. Hoe kan dat, in een land met vrijwel volledige werkgelegenheid?

Een verontrustend antwoord kwam al een dag na de verkiezingen van een van de meest gerenommeerde economen van Duitsland, Marcel Fratzscher, directeur van het Deutsche Institut für Wirtschaftsforschung. Terwijl politici van de middenpartijen in talkshows en interviews hun uiterste best deden om de AfD als rechts-extremistisch randfenomeen te diskwalificeren, presenteerde Fratzscher zijn nieuwe boek met de alarmerende titel Verteilungskampf: Warum Deutschland immer ungleicher wird. Voorspoed voor iedereen, concludeert de econoom, is een illusie geworden in Duitsland.

‘In vrijwel geen enkel ander geïndustrialiseerd land zijn kansen, maar in toenemende mate ook vermogen en inkomen ongelijker verdeeld dan in Duitsland’, schrijft Fratzscher, die overigens te boek staat als een liberaal econoom. Hij schetst het beeld van een gespleten maatschappij, waarin iets meer dan de helft van de mensen comfortabele inkomens verdient en vermogen opbouwt, terwijl de overige veertig procent vastzit in slecht betaalde (deeltijd)baantjes of afhankelijk is van de staat. De reële lonen voor deze laatste groep zijn in de voorbije vijftien jaar zelfs licht gedaald, armoede neemt toe en van vermogensopbouw is geen sprake. Het is de schaduwzijde van het werkgelegenheidswonder.

Ook in andere westerse landen hebben vooral hoger opgeleiden geprofiteerd van de effecten van globalisering, terwijl laaggeschoold werk in de verdrukking is geraakt door automatisering of concurrentie uit lagelonenlanden. In Duitsland zijn de verschillen echter opvallend groot. Dat is slechts deels te verklaren door de open economie van de Bondsrepubliek. Exportgeoriënteerde bedrijven doen het goed, terwijl op de binnenlandse markt gerichte sectoren juist stagneren. Maar er is veel meer aan de hand, stelt Fratzscher.

De econoom toont aan dat vrijwel nergens anders in de geïndustrialiseerde wereld afkomst zo bepalend is voor de kans op economisch succes als in Duitsland. De Duitse samenleving is, de facto, een klassenmaatschappij, waarin van een veronderstelde meritocratie nauwelijks sprake is. Dát is het werkelijke probleem van de Bondsrepubliek, omdat ‘ongelijkheid niet langer de vrije beslissingen van burgers weerspiegelt, maar een socio-economische orde waarin mensen hun talenten niet kunnen benutten en geen eerlijke concurrentie heerst’.

Meer herverdelingsmaatregelen, zoals sociaal-democraten bepleiten, zijn volgens Fratzscher dan ook niet de oplossing. Wil de Duitse regering dat de grote groep economisch ‘gelosten’ weer aansluiting vindt bij het Duitse peloton, dan is het onder meer zaak om grootschalig te investeren in educatie en het onderwijssysteem bovendien grondig te hervormen.

Maar dit is een oplossing voor de langere termijn. Op korte termijn zal de AfD proberen frustraties en angsten in de Duitse samenleving te vangen, om te beginnen in een partijprogramma dat wordt vastgesteld op een landelijke bijeenkomst op 30 april. In aanloop daarvan konden AfD-leden in een enquête al duidelijk maken waar ze voor staan. De antwoorden wezen uit dat de achterban de klok het liefst een paar decennia terugdraait. Dat betekent onder meer herinvoering van de dienstplicht, beperking van asielrecht en immigratie en afschaffing van het dubbele paspoort.

Toch wordt de vaststelling van een nationaal partijprogramma nog een stevige test voor de rechts-populisten, zoals het ook verre van zeker is dat partijleider Frauke Petry erin slaagt haar partij bijeen te houden. Want zowel achterban als bestuurders van de AfD zijn minder eensgezind dan de uitkomst van de ledenenquête doet vermoeden. De partij trekt zowel teleurgestelde conservatieven als mensen die aanschurken tegen het rechts-extremistische gedachtegoed.

Grote vraag is hoe de middenpartijen cdu, csu en spd omgaan met de opkomst van de AfD. Samenwerking met de rechts-populisten hebben zij al uitgesloten, maar simpelweg negeren is geen optie meer nu de partij in meerdere deelstaatparlementen is vertegenwoordigd. Die tactiek lijkt bovendien erg onverstandig. De AfD mag gevaarlijke taal uitslaan – denk aan de opvatting dat de grenspolitie mag schieten op vluchtelingen wanneer zij illegaal de grens oversteken –, de partij spreekt een grote achterhoede aan die om begrijpelijke redenen gefrustreerd is en de voorbije jaren te weinig aandacht heeft gekregen.

‘Wellicht hebben de elites, politiek, wetenschap en ook de media zich gemakkelijk een gerieflijke plek verworven in deze veranderende wereld’, vatte de gerenommeerde Berlijnse historicus Paul Nolte het samen in de Westfaalse krant Rheinische Post. ‘Anderen zijn daarin niet geslaagd. Het wordt tijd dat men zich om hen gaat bekommeren.’


Beeld: Wolvenbeelden van Rainer Opolka voor de Frauenkirche in Dresden, Duitsland, 16 maart 2016 (Arno Burgi/EPA/ANP)