Voorstelling voor een persoon

De cycloop, uitgeverij Thoth, 80 blz., f29,50
Er was maar een toeschouwer bij de voorstelling De cycloop van Bewth. Zo weinig publiek, dat is voor veel theatermakers een schrikbeeld dat in nachtmerries opduikt en heel soms in het echt. Lege tribunes zuigen het leven uit een voorstelling. Behalve als er op weinig bezoek is gerekend natuurlijk. Dan biedt de voorstelling ineens een intieme ervaring aan een uitverkoren groepje toeschouwers. Het is voor theatermakers dan ook zaak om bij tegenvallende bezoekersaantallen over te stappen van de optie ‘groot succes’ naar de optie ‘intieme, unieke ervaring’.

Maar een toeschouwer, dat is geen kwestie van aanpassen. Als je je instelt op een man publiek, dan moet de voorstelling speciaal voor die ene persoon maken. Zoals Fiona Templeton een aantal jaren terug deed met haar produktie You, the City, waarbij steeds een enkele toeschouwer door de stad werd meegenomen aan de hand van telkens een andere acteur. En zoals bewegingstheater Bewth deed bij de voorstelling die in december 1993 werd gemaakt en gespeeld op de zolder van de Vleeshal in Haarlem.
Voor De cycloop werd per avond maar een toeschouwer persoonlijk uitgenodigd. De 29 toeschouwers die de 29 voorstellingen van De cycloop hebben bijgewoond, waren werkelijk uitverkoren. Het zijn schrijvers, architecten, fotografen, filosofen en beeldend kunstenaars. Er was maar een voorwaarde aan deze privevoorstelling verbonden: dat deze toeschouwers van hun ervaringen verslag zouden uitbrengen.
Deze verslagen zijn nu gebundeld in het boekje De cycloop van Bewth. Het boekje is niet alleen de weerslag van een bijzonder project, maar ook een ode aan het theater van Bewth, dat al 25 jaar bestaat. ‘Bewth is alleen te begrijpen over al die jaren heen’, schrijft bijvoorbeeld Oscar van Alphen, die de groep een tijd heeft gevolgd. Hij geeft heel mooi betekenis aan het feit dat de voorstellingen van Bewth vaak in toon en atmosfeer op elkaar lijken, en ontstijgt daarmee het niveau van de gemiddelde theaterkritiek (critici waren dan ook niet uitgenodigd). Over de jaren heen ga je volgens Van Alphen zien 'dat de obsessie voor de herhaling, voor “die ewige Wiederkehr” voortkomt uit de angst voor de onveranderlijkheid van het schimmenspel dat ons leven in hoge mate beheerst’.
Door de voorstelling slechts voor een persoon te spelen, legde Bewth in De cycloop extra nadruk op de vluchtigheid van de beelden die de theatergroep voortovert in de gebouwen die zij bespeelt. Het theater van Bewth laat zich nauwelijks beschrijven, en dat maakt het boeiend om al die bijdragen in het boekje te lezen. De tocht door Haarlem naar de Vleeshal toe wordt preciezer verwoord dan datgene wat er zich binnenin afspeelt. Maar de schrijvers maken ook duidelijk dat het werk van Bewth zich uitstrekt tot ver buiten het bespeelde gebouw. 'De verwachting van een Bewth-voorstelling alleen al maakt dat je anders over straat gaat’, schrijft Carol Schade in een bijdrage met de titel 'Bewth buiten’. En ook Harrie Geelen schrijft over de bewustzijnsverandering die de voorstelling bij hem teweegbracht: 'Het mooiste kwam nog. Later, buiten.’ Vluchtige gebeurtenissen op straat verraden ineens een liefdevolle ordening in ruimte, licht en tijd. 'Er gebeuren nog steeds vreemde dingen.’
In de optelsom van de bijdragen wordt langzamerhand duidelijk waarom Bewth gekozen heeft voor die ene toeschouwer per avond. Vanwege het ideale perspectief. De toeschouwer zit op de plek met het beste zicht, net als vroeger de koning in de schouwburg. En de makers weten exact wat het publiek ziet. Maar het publiek weet nauwelijks wat het ziet - er kan perfect worden gespeeld worden met illusies, met gezichtsbedrog. De bijdrage van Han Reiziger, radioverslag, legt die onzekerheid bloot omdat hij onmiddellijk reageert. 'Volgens mij nadert er weer een figuur… Het is een soort dood… Er neemt een vrouw plaats - het is niet de dood, dat zag ik in het donker niet goed…’