Voortdenderende locomotief

13 maart, Muziekcentrum te Eindhoven (040-442020) Le roi David (cd), Emergo Classics 3974-2
Arthur Honegger is in de eerste plaats de man van de technische vooruitgang.De man van de opwinding (Ik ben als een stoommachine, ik moet eerst warmgestookt worden) en de man van de snelheid (Construeer je muziek alsof het je eigen auto is. En doe het zo dat die je niet bij 120 km in de steek laat). Kortom, de maker van Pacific 231 (1923), het zes minuten durende orkestwerk waarin hij het fysieke genot van een voortdenderende locomotief heeft getoonzet (Locomotieven zijn levende wezens en ik hou van ze zoals een ander van vrouwen of paarden houdt).

Het was echter Le roi David, eveneens voltooid in 1923, waarmee Honegger op dertigjarige leeftijd tamelijk onverwacht zijn internationale doorbraak beleefde. Was hij tot dan toe als een van de onopvallender leden van de Groupe des Six door het leven gegaan, deze dramatische psalm op tekst van Rene Morax trok de aandacht in Zwitserland, Frankrijk en Italie. Honegger had de opdracht van het theater in het Zwitserse Meziere met beide handen aangegrepen, hoewel hij wat met de bezetting in zijn maag zat eenh onderdkoppig gemengd koor en een instrumentaal ensemble van zeventien musici, met als enige strijker een contrabas. Stravinsky trok hem over de streep: Houd jezelf voor dat jij die bezetting zo gekozen hebt!
Deze kleine proeve van autosuggestie heeft zijn vruchten afgeworpen: Le roi David is een prachtig werk, dat, opgebouwd uit 27 miniatuurtjes, een levendig en veelzijdig muziekdrama biedt. En ook hier verloochent Honegger zijn voorkeur voor een flinke vaart niet: het uitschakelen van de reus Goliath is al in de eerste vijf minuten geklaard.
Oorspronkelijk geschreven voor amateurzangers heeft hij de koorgedeelten simpel gehouden. Geen complexe polyfonie, maar eenvoudige heldere harmonieen hoewel er in de soms snelle unisono passages wel degelijk van alles mis kan gaan. Aan de musici en solisten worden aanzienlijk hogere eisen gesteld en zij bieden met hun veelheid aan tegenstemmen, de varieteit in ritme en prachtige soli een grote rijkdom aan expressie en kleur.
Honegger heeft dankbaar gebruik gemaakt van de afwisseling in taferelen. Het openingsnummer is in oosterse sfeer, de lofzang van David is geschreven in de beste Franse liedtraditie, de daarop aansluitende psalm lonkt met zijn voortgaande en sterk gearticuleerde ritme weer naar Stravinsky. Even verderop bespeuren we in een onnadrukkelijke, tijdloze fluitmelodie invloeden van Debussy, terwijl de fanfare-achtige marsen van de diverse ten strijde trekkende legers een componist als Willem Breuker niet zouden misstaan. En dan hebben we het nog niet over de dramatische jammerklacht in Weeklacht over Guilboa die overgaat in een langzame, van pijn doordrongen treurmars en even later wordt gevolgd door een orgastische tornado in De dans voor de ark.
Hoewel Honegger zijn hart ophaalt aan de theatrale mogelijkheden die de vertelling biedt, weet hij de eenheid te bewaren. Door een typisch Franse harmonische kleuring warm en sereen die een wat afstandelijk tragische toon aan Le roi David meegeeft, wordt nergens de indruk van een stijlbreuk gewekt.
Le roi David (in de originele toneelversie) is onlangs op cd uitgebracht door het Eindhovens Kamerkoor. Het is geen perfecte uitvoering de dames willen in de hoogte nog wel eens gaan knijpen en een enkele solist valt uit de toon maar het gemiddelde niveau is goed en verteller Bernard Kruysen vertolkt zijn partij met veel flair. Minstens even leuk is dat ter viering van het 25-jarig jubileum van het koor een geensceneerde versie van Le roi David op de planken wordt gezet. Niet alleen een unieke gebeurtenis, maar ook een eerbetoon aan Honegger die zijn oorspronkelijk werk verreweg prefereerde boven de meestal uitgevoerde oratoriumversie. In Je suis un compositeur gaf hij met een genadeloze precisie aan op welke punten hij zachtjes in slaap viel. Voor de componist van Pacific 231 moet dat een gruwel zijn geweest.